[eiser], V-nummer: [v-nummer 1], eiser,
[eiseres] , V-nummer: [v-nummer 2], eiseres,
tezamen: eisers
(gemachtigde: [naam])
en
de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eisers tegen de niet-ontvankelijk verklaring van hun aanvraag voor een visum voor kort verblijf.
Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 22 juli 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 1 december 2024 op het bezwaar van eisers is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
De rechtbank heeft het beroep op 4 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van eisers deelgenomen. Verweerder is met voorafgaand bericht niet verschenen.
Beoordeling door de rechtbank
Waar gaat deze zaak over?
2. Eiser is geboren op [geboortedatum 1] 1993. Eiseres is geboren op [geboortedatum 2] 1991. Eisers hebben de Egyptische nationaliteit. Zij hebben een aanvraag ingediend voor de afgifte van een visum kort verblijf voor het bezoeken van de neef van eiseres, de heer [naam] (referent tevens gemachtigde, hierna: referent).
Referent heeft op 30 juli 2024 machtigingen voor het indienen van het bezwaarschrift overgelegd. Omdat deze volgens verweerder ontbraken, heeft verweerder eisers per brief van 22 oktober 2024 (de herstelverzuimbrief) in de gelegenheid gesteld om het verzuim te herstellen. Referent heeft de machtigingen op 12 november 2024 opnieuw overgelegd, vergezeld van de mededeling “Naar mijn weten was dit document al geüpload, wellicht is er iets misgegaan in het portaal. Ik hoor graag van u als er meerdere documenten ontbreken.”
Verweerder heeft het bezwaar van eisers kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, omdat niet is gebleken dat de indiener van het bezwaarschrift gemachtigd is om namens eisers een bezwaarschrift in te dienen. Daarbij is van belang dat is gebleken dat de handtekeningen van eisers op de overgelegde machtiging sterk afwijkt van de handtekeningen van eisers op het visumaanvraagformulier en/of de handtekeningen in het paspoort, waardoor de machtiging niet rechtsgeldig is.
Wat vinden eisers in beroep?
3. Eisers bestrijden het bestreden besluit – kort samengevat – op drie onderdelen. Ten eerste stellen eisers dat verweerder ten onrechte en te laat heeft tegengeworpen dat de handtekeningen van eisers mogelijk niet overeenkomen. Alle eerder overgelegde documenten vertonen consistente handtekeningen en verweerder heeft eerder geen afwijkingen vastgesteld. Ten tweede heeft verweerder ten onrechte geconcludeerd dat er twijfel is over het reisdoel, nu uit officiële geboorteakten blijkt dat eiseres de nicht is van referent. Ten slotte heeft verweerder ten onrechte geconcludeerd dat er onvoldoende sprake is van economische en sociale binding met het land van herkomst, omdat eiser werkzaam is bij Automationology Inc in Caïro en het sociale netwerk en de directe familie van eisers zich volledig in Egypte bevinden.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4. De rechtbank is van oordeel dat het beroep gegrond is. Hieronder motiveert de rechtbank hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
Heeft verweerder het bezwaar van eisers terecht niet-ontvankelijk verklaard?
5. De rechtbank stelt vast dat het geschil zich toespitst op de vraag of verweerder het bezwaar van eisers kennelijk niet-ontvankelijk heeft mogen verklaren door de afwijkende handtekeningen. Eisers hebben ook nog inhoudelijke beroepsgronden aangevoerd, maar tijdens de zitting is verduidelijkt dat deze niet behandeld zullen worden.
De rechtbank is van oordeel dat, hoewel de handtekeningen van eisers op de machtigingen voor het bezwaar duidelijk afwijken van de handtekeningen op de visumaanvraagformulieren, verweerder dit niet heeft mogen tegenwerpen. Daartoe is het volgende van belang. In de herstelverzuimbrief wordt verzocht om een machtigingsformulier op te sturen dat is ondertekend door de visumaanvragers (eisers). Referent heeft op 12 november 2024 opnieuw dezelfde machtigingen overgelegd en heeft daarbij gesteld dat hij dit naar zijn weten al had opgestuurd. Ter zitting heeft referent desgevraagd aangegeven dat hij niet heeft begrepen dat hij de machtigingsformulieren opnieuw door eisers moest laten ondertekenen in een ander geschrift omdat de handtekeningen niet overeenkwamen met de handtekeningen op de aanvragen. Ook heeft referent aangegeven dat als hij had geweten dat de herstelverzuimbrief hierover ging, hij dit zou hebben hersteld. Op de vraag waarom de handtekeningen van elkaar verschillen, heeft referent ter zitting toegelicht dat de aanvraag is gedaan in Caïro en daarom in het Arabisch geschrift is ondertekend, en het bezwaar gericht is aan de Nederlandse autoriteiten en de machtiging daarom is ondertekend in het Latijns geschrift. Referent heeft hierbij benadrukt dat eisers de machtigingen zelf fysiek ofwel digitaal hebben ondertekend. Bovendien heeft referent ter zitting gesteld dat het gelet op het grote aantal persoonlijke stukken dat hij van eisers in bezwaar heeft overgelegd, aannemelijk is dat hij gemachtigd was. Referent heeft ook gesteld bereid te zijn om communicatie te overleggen waaruit blijkt dat eisers betrokken zijn bij de procedure en onder ede te verklaren dat de machtigingen door eisers zijn ondertekend.
Voor zover de herstelverzuimbrief moet worden opgevat als een herstelverzuim ten aanzien van het niet overeenkomen van de handtekeningen, is de rechtbank van oordeel dat eisers dit gezien de formulering van deze brief niet hebben hoeven begrijpen. Gelet hierop, de specifieke omstandigheden van dit geval en de authentiek overkomende verklaringen van referent ter zitting, is de rechtbank verder van oordeel dat verweerder niet heeft kunnen tegenwerpen dat niet is gebleken dat de referent niet gemachtigd was voor het indienen van het bezwaarschrift. Daarbij is van belang dat verweerder niet ter zitting aanwezig was en al het voorgaande niet heeft betwist. Ten overvloede merkt de rechtbank nog op dat eisers in beroep machtigingen hebben ingediend met handtekeningen die overeenkomen met de handtekeningen op de machtigingen in bezwaar. De rechtbank heeft deze handtekeningen in beroep wel geaccepteerd.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit wordt vernietigd. Verweerder moet een nieuw besluit nemen op het bezwaar van eisers met inachtneming van deze uitspraak.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding, omdat gemachtigde geen professioneel rechtshulpverlener is.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van eisers met inachtneming van deze uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M.A. Vinken, rechter, in aanwezigheid van mr. J.F. Elzenaar, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 januari 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden op: