ECLI:NL:RBDHA:2026:14124

ECLI:NL:RBDHA:2026:14124

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 26-05-2026
Datum publicatie 29-05-2026
Zaaknummer NL 24 32078
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Asiel. Somalië. iMMO-rapport. Geloofwaardigheid van het asielrelaas. Risico op herbesnijdenis voor alleenstaande vrouwen. Beroep gedeeltelijk gegrond.

Uitspraak

[eiseres] , eiseres

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. A. Heida),

en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. A. Bondarev).

Inleiding

In het besluit van 19 juli 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres afgewezen.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 13 mei 2026 op een zitting behandeld in Breda. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen [tolk] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Beoordeling door de rechtbank

Feiten en standpunten

1. Eiseres is geboren op [datum] 2006 en heeft de Somalische nationaliteit. Zij heeft op 7 mei 2022 asiel aangevraagd in Nederland.

2. Verweerder heeft eiseres op 10 april 2024 gehoord over haar asielmotieven. Eiseres heeft verklaard dat haar opa door middelengebruik schulden heeft opgebouwd bij een oudere man genaamd [datum] . Als een manier om zijn schulden af te lossen, heeft de opa van eiseres haar gedwongen om met deze man te trouwen. Ter voorbereiding hierop is eiseres ontvoerd en vervolgens besneden.

3. In het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Verweerder heeft de door eiseres gestelde identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig geacht. Verweerder heeft echter niet geloofwaardig geacht dat eiseres gedwongen is om met [datum] te trouwen, omdat zij hierover geen samenhangende en aannemelijke verklaringen heeft afgelegd. Hierdoor heeft eiseres bij terugkeer naar Somalië niet te vrezen dat zij alsnog zal worden uitgehuwelijkt of opnieuw zal worden besneden. Eiseres heeft ook niet te vrezen voor de terroristische organisatie Al-Shabaab, omdat deze in haar woonplaats [plaats] niet aan de macht is.

4. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit. Zij voert aan dat verweerder haar verklaringen over de gedwongen uithuwelijking ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. Daarbij heeft verweerder te weinig rekening gehouden met het feit dat zij is besneden, nu dit volgens verweerders werkinstructie 2014/10 een aanwijzing is dat de gestelde vrees gegrond is. Ook heeft verweerder niet voldoende doorgevraagd tijdens het gehoor van 10 april 2024 en is er onvoldoende rekening gehouden met haar leeftijd, het feit dat zij ongeschoold is, het feit dat tijdsaanduidingen in haar cultuur nauwelijks een rol spelen en het feit dat zij is getraumatiseerd. Hierbij wijst eiseres op het medisch advies van MediFirst aan verweerder van 21 februari 2024. Verder voert eiseres aan dat verweerder ten onrechte heeft tegengeworpen dat zij tegenstrijdig heeft verklaard ten opzichte van haar moeder, die eerder een asielprocedure in Nederland heeft doorlopen, aangezien het gehoor met de moeder niet zorgvuldig is verlopen en het rapport van dat gehoor niet ter beschikking is gesteld. Ook voert eiseres aan dat verweerder te weinig rekening heeft gehouden met de door haar ingediende correcties en aanvullingen op de rapporten van haar eigen gehoren.

5. In aanvulling hierop heeft eiseres een rapportage van het instituut voor Mensenrechten en Medisch Onderzoek (iMMO) van 27 november 2025 overgelegd. Het iMMO heeft forensisch medisch onderzoek gedaan naar de lichamelijke en psychische klachten van eiseres. Het iMMO rapporteert dat de zowel de lichamelijke als de psychische problematiek ‘typerend’ is voor het gestelde geweldsrelaas. Ook rapporteert het iMMO dat eiseres klachten heeft die passen bij posttraumatische stressstoornis (PTSS), en dat deze in combinatie met haar jonge leeftijd een rol kunnen hebben gespeeld bij het verklaren tijdens de asielgehoren.

6. Verweerder stelt zich in het verweerschrift op het standpunt dat het bestreden besluit juist is. Als bijlage bij dit verweerschrift heeft verweerder alsnog het rapport van het gehoor van de moeder van eiseres overgelegd. Uit de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 11 maart 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:3888, volgt dat dit gehoor op een zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. De gestelde uithuwelijking mocht ongeloofwaardig worden geacht aangezien eiseres hierover summier en tegenstrijdig heeft verklaard. Hoewel verweerder niet betwist dat eiseres is besneden, is het iMMO-rapport volgens verweerder geen steunbewijs voor de stelling dat het gestelde asielrelaas hiervan de oorzaak is geweest. De conclusies van het iMMO-rapport brengen mee dat er voor de klachten van eiseres ook andere oorzaken mogelijk zijn, en dat het niet zeker is dat zij tijdens de asielgehoren niet in staat was om adequaat te verklaren.

7. Eiseres heeft verder nog een beroep gedaan op een stuk van VluchtelingenWerk Nederland (VWN) van 27 maart 2026 waarin wordt ingegaan op herbesnijdenis van vrouwen in Somalië. In dit stuk wordt uitgelegd welke typen van vrouwenbesnijdenis er zijn. Ook wordt in dit stuk weergegeven hoe gebruikelijk deze verschillende vormen van vrouwenbesnijdenis zijn in verschillende delen van Somalië, waarbij wordt verwezen naar landenrapportages zoals de Country Guidance over Somalië van het European Union Agency for Asylum (EUAA) van 2 oktober 2025. Hierbij speelt volgens eiseres een rol dat zij bij terugkeer naar Somalië niet alleenstaand zal kunnen blijven en dat zij een groot risico loopt om opnieuw gedwongen uitgehuwelijkt te worden en in dat kader herbesneden te worden. In reactie hierop heeft verweerder naar voren gebracht dat het een toekomstige onzekere gebeurtenis is dat eiseres hiermee te maken krijgt.

De rechtbank oordeelt als volgt.

Het iMMO-rapport

8. Voordat kan worden beoordeeld of verweerder het asielrelaas van eiseres terecht ongeloofwaardig heeft geacht, moet worden beoordeeld of verweerder daarbij mocht uitgaan van de verklaringen zoals eiseres die tijdens de asielgehoren, met name het nader gehoor van 10 april 2024, heeft afgelegd. In dat kader zal de rechtbank allereerst ingaan op het door eiseres overgelegde iMMO-rapport.

9. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in haar uitspraak van 2 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1472, uiteen gezet hoe moet worden omgegaan met iMMO-rapportages. Uit deze uitspraak volgt dat wetenschappelijk gezien niet met zekerheid kan worden gezegd dat de aanwezigheid van psychische klachten die gerelateerd zijn aan geweld maken dat een asielzoeker niet meer coherent en consistent kan verklaren over zijn asielrelaas. Dit is per persoon verschillend. Hoewel een iMMO-rapport een deskundigenadvies is, mag daarom worden verwacht dat er een op de persoon toegesneden beoordeling wordt gemaakt. In de leeswijzer van het iMMO van oktober 2025, die na deze Afdelingsuitspraak tot stand is gekomen, wordt toegelicht dat het niet mogelijk is om precies aan te geven op welke manier de geconstateerde medische klachten een rol hebben gespeeld bij het verklaren tijdens de gehoren in de asielprocedure, die vaak veel eerder hebben plaatsgevonden. Wel kan volgens deze leeswijzer een uitspraak worden gedaan over de vraag of de klachten van invloed kunnen zijn geweest op het vermogen om te verklaren (cursivering door de rechtbank).

10. Naar het oordeel van de rechtbank brengt het door eiseres overgelegde iMMO-rapport niet mee dat zij tijdens de asielgehoren niet in staat was om adequaat te verklaren over haar asielrelaas. De conclusie van het iMMO dat eiseres klachten heeft die passen bij PTSS en dat deze van invloed kunnen zijn geweest op het verklaren, betekent immers niet dat dit daadwerkelijk het geval was en laat de mogelijkheid open dat eiseres ondanks haar klachten in staat was om coherent en consistent te verklaren. Het iMMO rapporteert dat eiseres moeite heeft met tijdsaanduidingen, en verwijst daarbij terug naar het MediFirst-advies. Daarin is opgenomen dat eiseres wel bij benadering zegt te kunnen verklaren. Verweerder heeft hiermee in de besluitvorming rekening gehouden door geen inconsistenties in exacte tijdsaanduidingen tegen te werpen. Ook rapporteert het iMMO dat eiseres concentratieproblemen heeft en dat de onderzoeker veel moet doorvragen. Uit het rapport van het nader gehoor met eiseres blijkt dat zij uitvoerig is bevraagd, zodat ook dit niet maakt dat niet van haar verklaringen tijdens dat gehoor zou kunnen worden uitgegaan. Anders dan dat eiseres ter zitting heeft aangevoerd, kan uit het iMMO-rapport niet worden afgeleid dat het MediFirst-onderzoek niet op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden en dat er aanvullende waarborgen nodig waren omtrent het horen van eiseres.

11. Daarnaast volgt uit het iMMO-rapport dat de lichamelijke en psychische klachten van eiseres ‘typerend’ zijn voor het gestelde relaas. Dit betekent dat deze klachten kunnen zijn veroorzaakt door het asielrelaas zoals eiseres dat naar voren heeft gebracht, maar ook dat er andere oorzaken mogelijk zijn. De door verweerder tegengeworpen gebreken in de door eiseres afgelegde verklaringen kunnen dan ook niet met het iMMO-rapport worden gecompenseerd. Over die gebreken oordeelt de rechtbank als volgt.

De geloofwaardigheidsbeoordeling

12. Gelet op de uitspraak van zittingsplaats Arnhem van 11 maart 2025 staat in rechte vast dat het nader gehoor van de moeder van eiseres op een zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. Verweerder heeft het rapport van dit gehoor aan het dossier van eiseres toegevoegd. In zoverre heeft verweerder dan ook de mate van consistentie tussen de verklaringen van eiseres en die van haar moeder in de beoordeling mogen betrekken. Hierop wordt hierna verder ingegaan.

13. Verweerder heeft niet ten onrechte aan eiseres tegengeworpen dat zij summier heeft verklaard over de persoon van [datum] . Hierbij heeft verweerder relevant mogen achten dat eiseres heeft verklaard dat hij meerdere keren bij haar thuis is geweest, dat hij haar heeft meegenomen naar de plek waar zij werd besneden en dat hij degene is aan wie zij gedwongen zou worden uitgehuwelijkt. Eiseres heeft niet concreet toegelicht waarom zij niet in staat zou zijn geweest om desondanks meer over hem te verklaren dan ze heeft gedaan vanwege haar leeftijd, ongeschooldheid, culturele achtergrond en trauma.

14. Daarnaast heeft verweerder terecht aan eiseres tegengeworpen dat zij tegenstrijdig en ook niet bij benadering consistent heeft kunnen verklaren over de tijdlijn en de locatie van de besnijdenis, en dat deze verklaringen tegenstrijdig zijn aan de verklaringen van haar moeder. Eiseres heeft namelijk enerzijds verklaard dat zij na de besnijdenis nog een jaar in Somalië heeft gewoond en anderzijds dat deze periode twee jaar duurde, terwijl haar moeder heeft verklaard dat zij twee dagen na de besnijdenis gevlucht zijn. Daarnaast heeft eiseres verklaard dat zij werd meegenomen naar een ander huis om besneden te worden en dat zij na de besnijdenis in haar eigen kamer wakker werd, terwijl haar moeder heeft verklaard dat zij in het ziekenhuis is besneden en daarna niet meer thuis is geweest. Anders dan eiseres aanvoert, heeft verweerder hierbij de door haar ingediende correcties en aanvullingen op de gehoorrapporten in voldoende mate in de beoordeling betrokken. Verweerder heeft hierover terecht opgemerkt dat de correcties en aanvullingen niet ophelderen waarom eiseres tegenstrijdig heeft verklaard ten opzichte van haar moeder over de plaats waar zij naartoe is gebracht na de besnijdenis.

15. Verder heeft verweerder terecht aan eiseres tegengeworpen dat zij tegenstrijdig heeft verklaard over de rol van haar opa bij de besnijdenis. Eiseres heeft namelijk enerzijds verklaard dat hij er wel bij was toen zij werd meegenomen voor de besnijdenis, en anderzijds dat hij er niet bij was. De rechtbank volgt eiseres niet in haar stelling dat deze tegenstrijdigheid mogelijk is voortgekomen uit de wijze van vraagstelling op pagina 13 en 14 van het rapport van nader gehoor, omdat deze vraagstelling niet onduidelijk is.

16. Ook heeft verweerder terecht aan eiseres tegengeworpen dat zij tegenstrijdig aan haar moeder heeft verklaard over de dood van haar broer. Eiseres heeft namelijk verklaard dat hij is vermoord omdat hij haar wilde beschermen tegen gedwongen besnijdenis, terwijl haar moeder heeft verklaard dat hij is omgekomen bij een aanslag van Al-Shabaab. Anders dan eiseres aanvoert is ook op dit punt voldoende aandacht besteed aan de correcties en aanvullingen. Verweerder heeft hierbij volgens vaste rechtspraak mogen overwegen dat eiseres niet heeft toegelicht waarom zij in eerste instantie niet consistent heeft verklaard, en waarom op dit punt niet in de oorspronkelijke correcties en aanvullingen is ingegaan maar in een latere toevoeging daarop.

17. Verweerder heeft niet ten onrechte overwogen dat het in de lijn der verwachting ligt dat eiseres kennis heeft van de kern van het asielrelaas van haar moeder, dat daaruit bestaat dat de winkel van de moeder is overvallen door Al-Shabaab en dat daarbij de broer en de oma van eiseres zijn omgekomen. Eiseres heeft hier echter niets over verklaard en dit is dan ook niet ten onrechte aan haar tegengeworpen. Eiseres heeft wel verklaard dat [datum] lid is van Al-Shabaab. Verweerder heeft echter niet ten onrechte tegengeworpen dat het in de lijn der verwachting ligt dat de moeder van eiseres hier weet van zou hebben gelet op haar relaas, terwijl zij niet heeft verklaard dat haar dochter dreigde te worden uitgehuwelijkt aan een lid van Al-Shabaab.

18. Ten slotte heeft verweerder terecht aan eiseres tegengeworpen dat zij tegenstrijdig aan haar moeder heeft verklaard over de verblijfplaats van haar vader en over het vertrek van eiseres en haar moeder uit Somalië. Eiseres heeft namelijk verklaard dat haar vader in [plaats] is achtergebleven en dat zij met de auto is weggegaan en vervolgens naar Nairobi is gevlogen, terwijl haar moeder heeft verklaard dat de vader ook is gevlucht en dat zij met eiseres per auto naar Nairobi is gegaan om van daaruit naar Turkije te vliegen.

De vrees bij terugkeer

19. Niet in geschil is dat eiseres is besneden. Gelet op met name de pagina’s 10 en 11 van het iMMO-rapport gaat het om de meest vergaande vorm van vrouwenbesnijdenis, die volgens het door eiseres overgelegde stuk van VWN door de World Health Organisation wordt omschreven als een infibulatie type 3. Het is vaste rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat dit in strijd is met het verbod op onmenselijke en vernederende behandeling zoals neergelegd in artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Artikel 31, vijfde lid, van de Vw brengt mee dat hierdoor een duidelijke aanwijzing aanwezig is dat eiseres bij terugkeer een reëel risico op ernstige schade loopt. Verweerder heeft dit ten onrechte niet onderkend.

20. Hier komt bij dat verweerder alleenstaande vrouwen in Somalië in zijn eigen beleidsregels zoals neergelegd in onderdeel C7/30.3.2. van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc) heeft aangemerkt als een risicoprofiel. In onderdeel C7/30.3.2.2. van de Vc wordt uiteengezet dat alleenstaande vrouwen in Somalië daarom doorgaans een asielvergunning krijgen, dat bij de beoordeling of een vrouw alleenstaand is van belang is of zij een echtgenoot of duurzame partner heeft en of er een grootfamilie en eventueel een meerderheidsclan is waarvan zij bescherming kan krijgen, en dat vergunningverlening achterwege blijft als uit het asielrelaas gebleken is dat zij geen bescherming nodig heeft. Ook dit heeft verweerder in de besluitvorming niet onderkend. Daarbij heeft verweerder niet onderkend dat er niet vanuit kan worden gegaan dat de vader van eiseres nog in Somalië is aangezien hierover tegenstrijdig is verklaard, en dat eiseres onbetwist heeft verklaard dat haar nog levende broers uit Somalië zijn vertrokken. Eiseres heeft niet verklaard over een grootfamilie of een meerderheidsclan die haar bescherming zou kunnen bieden.

21. Volgens het door eiseres overgelegde stuk van VWN en de daarin aangehaalde landeninformatie, onder meer van het EUAA, hangt het risico op herbesnijdenis samen met de hoedanigheid van alleenstaande vrouw. Vrouwelijke genitale verminking is volgens deze bronnen namelijk een zodanig diepgewortelde sociale norm in Somalië, dat het zeer waarschijnlijk is dat eiseres hieraan binnen elke mogelijke nieuwe relatie zal worden onderworpen. Gelet op het type besnijdenis dat eiseres heeft ondergaan, zal deze besnijdenis ongedaan moeten worden gemaakt bij het hebben van geslachtsgemeenschap of bij het bevallen van een kind (de-infibulatie). Vervolgens zal eiseres gelet op deze landeninformatie zeer waarschijnlijk onder druk worden gezet om opnieuw een besnijdenis te ondergaan (her-infibulatie). Verweerder heeft ten onrechte niet onderkend dat eiseres volgens deze landeninformatie maatschappelijk niet of nauwelijks zal kunnen functioneren als zij hieraan zou ontkomen, voor zover dit al mogelijk zou zijn, omdat zij als niet herbesneden alleenstaande vrouw als onrein zal worden gezien. Verweerder heeft daarom niet deugdelijk onderzocht en gemotiveerd overwogen dat eiseres bij terugkeer naar Somalië geen reëel risico op ernstige schade loopt.

22. In aanvulling hierop heeft eiseres eerst ter zitting gesteld dat verweerder de algemene veiligheidssituatie in [plaats] ten onrechte niet aanmerkt als het één-na-hoogste geweldsniveau zoals bedoeld in artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn 2011/95/EU. Verweerder heeft verzocht dit buiten beschouwing te laten. Dat kan de rechtbank echter niet doen gelet op het bepaalde in de artikelen 83 en 83a van de Vw, waarin staat dat alle feiten en omstandigheden met betrekking tot de behoefte aan internationale bescherming die na het bestreden besluit zijn aangevoerd in de beoordeling moeten worden betrokken. De rechtbank is echter van oordeel dat eiseres, mede gelet op de door haar overgelegde landeninformatie, niet aannemelijk heeft gemaakt dat er in [plaats] momenteel sprake is van een hoger niveau van willekeurig geweld.

Conclusie en gevolgen

23. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit moet worden vernietigd wegens strijd met het zorgvuldigheidsvereiste van artikel 3:2, en het motiveringsvereiste van artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank ziet geen mogelijkheid om de rechtsgevolgen van het te vernietigen bestreden besluit geheel in stand te laten, of om op een andere wijze zelf in de zaak te voorzien. Het ligt namelijk op de weg van verweerder om alsnog op een deugdelijk onderzochte en gemotiveerde wijze een standpunt in te nemen over het reëel risico op ernstige schade van eiseres bij terugkeer naar Somalië vanwege het zijn van een alleenstaande vrouw en het risico op herbesnijdenis. De rechtbank zal verweerder daarom opdragen om een nieuw besluit op de asielaanvraag van eiseres te nemen met inachtneming van deze uitspraak.

24. In de gegrondverklaring van het beroep ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 1.868, bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift en een punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 1 (gemiddeld). Omdat het iMMO-rapport niet mede redengevend is voor de gegrondverklaring, bestaat er geen aanleiding om verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres heeft gemaakt voor het verkrijgen van dit rapport.

Beslissing

De rechtbank:

 verklaart het beroep gegrond;

 vernietigt het bestreden besluit van 19 juli 2024;

 draagt verweerder op om een nieuw besluit te nemen op de asielaanvraag van eiseres met inachtneming van deze uitspraak;

 veroordeelt verweerder tot betaling aan eiseres van de door haar gemaakte proceskosten ter hoogte van € 1.868 (achttienhonderdachtenzestig euro).

Deze uitspraak is gedaan op 27 mei 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.L. Weerkamp

Griffier

  • mr. A.S. Hamans

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand