ECLI:NL:RBDHA:2026:1413

ECLI:NL:RBDHA:2026:1413

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 28-01-2026
Datum publicatie 28-01-2026
Zaaknummer NL25.51510
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Proces-verbaal mondelinge uitspraak. Dublin. Niet-ontvankelijk. Geen procesbelang.

Uitspraak

[naam], eiser,

geboren op [geboortedatum]

van Marokkaanse nationaliteit,

V-nummer: [v-nummer:],

(gemachtigde: mr. J.J. de Vries),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: mr. R.R. de Groot).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 20 oktober 2025 niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de aanvraag.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Op dit verzoek wordt apart beslist.

De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 14 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met voorafgaande kennisgeving, niet verschenen. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten en direct mondeling uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

3. De rechtbank beantwoordt ambtshalve de vraag of eiser procesbelang heeft bij het beroep. Aanleiding hiervoor is het bericht van de gemachtigde van eiser van 13 januari 2026, waarin hij aangeeft dat eiser niet langer op een COa-locatie verblijft en dat het hem niet bekend is waar eiser momenteel verblijft, ondanks recente verzoeken aan de Raad voor Rechtsbijstand in Ter Apel en aan VluchtelingenWerk op het AZC te Sneek om informatie over eisers actuele verblijfplaats. Verder vermeldt de gemachtigde dat hij geen contact meer heeft met eiser.

De minister heeft op 13 januari 2026 een brief in het dossier geplaatst waarin is vermeld dat Zwitserland op 30 december 2025 aan Nederland heeft verzocht eiser terug te nemen op grond van de Dublinverordening. De minister heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat eiser geen belang meer heeft bij de behandeling van het onderhavige beroep, nu eiser er kennelijk voor heeft gekozen in Zwitserland een verzoek om internationale bescherming in te dienen.

Gelet op bovenstaande informatie kan eiser met dit beroep niet meer bereiken wat hij destijds beoogde. Uit deze informatie blijkt dat eiser in Zwitserland een asielaanvraag heeft ingediend en daarmee geen aanspraak meer maakt op bescherming in Nederland. Daarnaast is eiser vertrokken zonder een adres achter te laten en onderhoudt hij geen contact meer met zijn gemachtigde. De rechtbank neemt daarom aan dat eiser geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk verzochte bescherming in Nederland. Eiser heeft daarom geen rechtens te beschermen belang meer bij een beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit.

4. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 14 januari 2026 door mr. F. Sijens, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Strating, griffier.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt en door middel van gepseudonimiseerde publicatie openbaar gemaakt op rechtspraak.nl op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?