ECLI:NL:RBDHA:2026:14154

ECLI:NL:RBDHA:2026:14154

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 03-03-2026
Datum publicatie 29-05-2026
Zaaknummer NL24.43132 & NL24.43133
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Eiser komt uit noordoost Tigray (Ethiopië). Eiser zegt dat hij problemen heeft gehad in Ethiopië. In Tigray kreeg hij problemen met de lokale bevolking omdat hij niet wilde meevechten met de Tigrese milities en beschuldigd werd van verraad. In Addis Abeba werd hij vanwege zijn Tigrese etniciteit gediscrimineerd, bedreigd en tweemaal in de gevangenis opgesloten, waar hij werd gemarteld. Door omkoping is hij telkens ontsnapt. In 2022 is hij naar Nederland gekomen. Verweerder wijst de asielaanvraag af. Hij wist erop dat in november 2022 een wapenstilstand is gesloten over Tigray. Daardoor is de situatie in Ethiopië verbeterd. Eiser kan niet terug naar zijn woonplaats, maar hij wordt niet gezocht door de Ethiopische autoriteiten en kan daarom wel terug naar Addis Abeba. Eiser is het hier niet mee eens. Daarom heeft hij beroep ingesteld. Deze uitspraak gaat over dat beroep. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. Verweerder heeft onvoldoende uitgelegd waarom de situatie voor eiser als Tigreeër dusdanig is verbeterd dat hij zich in Addis Abeba kan vestigen. Ook moet verweerder beter motiveren waarom het ‘traumatabeleid’ niet van toepassing is. Dit betekent dat eiser gelijk krijgt en dat verweerder een nieuw besluit moet nemen over de aanvraag.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

[eiser] , eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Samenvatting

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummers: NL24.43132 (beroep) en NL24.43133 (voorlopige voorziening)

uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen

V-nummer: [#] ,

(gemachtigde: mr. V.M. Oliana),

en

(gemachtigde: mr. D.H. van den Tillaar).

1. Eiser komt uit noordoost Tigray (Ethiopië). Eiser zegt dat hij problemen heeft gehad in Ethiopië. In Tigray kreeg hij problemen met de lokale bevolking omdat hij niet wilde meevechten met de Tigrese milities en beschuldigd werd van verraad. In Addis Abeba werd hij vanwege zijn Tigrese etniciteit gediscrimineerd, bedreigd en tweemaal in de gevangenis opgesloten, waar hij werd gemarteld. Door omkoping is hij telkens ontsnapt. In 2022 is hij naar Nederland gekomen.

Verweerder wijst de asielaanvraag af. Hij wist erop dat in november 2022 een wapenstilstand is gesloten over Tigray. Daardoor is de situatie in Ethiopië verbeterd. Eiser kan niet terug naar zijn woonplaats, maar hij wordt niet gezocht door de Ethiopische autoriteiten en kan daarom wel terug naar Addis Abeba.

Eiser is het hier niet mee eens. Daarom heeft hij beroep ingesteld. Deze uitspraak gaat over dat beroep.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. Verweerder heeft onvoldoende uitgelegd waarom de situatie voor eiser als Tigreeër dusdanig is verbeterd dat hij zich in Addis Abeba kan vestigen. Ook moet verweerder beter motiveren waarom het ‘traumatabeleid’ niet van toepassing is. Dit betekent dat eiser gelijk krijgt en dat verweerder een nieuw besluit moet nemen over de aanvraag. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 1 november 2022 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vw ingediend. Hij heeft de Ethiopische nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1999. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 9 oktober 2024 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Daarnaast heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De rechtbank heeft het beroep en de voorlopige voorziening op 23 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser, de gemachtigde van eiser, [naam] als tolk en de gemachtigde van verweerder deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser stelt afkomstig te zijn uit het dorp Wukro in noordoost Tigray in Ethiopië. Hij is twee keer opgepakt vanwege zijn etnische afkomst en na verblijf in de gevangenis op illegale wijze vrijgekomen doordat er steekpenningen voor hem zijn betaald. Zijn neef en vader zouden hierdoor problemen hebben; zijn neef zit in detentie door eiser en zijn vader heeft gedetineerd gezeten, maar is inmiddels vrijgelaten. Daarnaast stelt eiser dat hij in zijn eigen stad wordt gezien als verrader, omdat hij onder druk aan Ethiopische militairen heeft verteld waar TDF-militairen waren. Bij terugkeer naar Ethiopië vreest hij dat hij wordt gearresteerd door de Ethiopische autoriteiten, omdat hij door middel van omkoping is vrijgekomen. Ook is hij bang om vermoord te worden door zijn stadsgenoten in Wukro, omdat zij hem als verrader zien.

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen:

Verweerder acht alle elementen van het asielrelaas geloofwaardig. Het strandt volgens verweerder echter op de zwaarwegendheid, omdat uit eisers verklaringen niet blijkt dat hij een gegronde vrees voor vervolging heeft. Het feit dat eiser uit Ethiopië komt is volgens verweerder op zichzelf niet voldoende om als vluchteling te worden aangemerkt. Verder is niet gebleken dat eiser een reëel risico op ernstige schade loopt bij terugkeer. Eiser kan zich vestigen in Addis Adeba. Verweerder concludeert daarom dat de asielaanvraag wordt afgewezen als ongegrond als bedoeld in artikel 31, eerste lid, van de Vw.

Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank hierna de afwijzing van de asielaanvraag.

Heeft verweerder op juiste wijze rekening gehouden met artikel 4, vierde lid, van de Kwalificatierichtlijn ?

5. Eiser stelt dat op verweerder een verzwaarde bewijslast rust en heeft in dit kader een beroep gedaan op artikel 4, vierde lid, van de Kwalificatierichtlijn. Eiser stelt dat hij al eerder is vervolgd vanwege zijn etniciteit. Ter onderbouwing van de kwetsbare positie van Tigreeërs in Addis Abeba heeft eiser in beroep een brief van 9 oktober 2025 van VWN ingebracht.

In artikel 4, vierde lid, van de Kwalificatierichtlijn is bepaald dat het feit dat een vreemdeling al eerder is blootgesteld aan vervolging of ernstige schade, of dat hij rechtstreeks is bedreigd met dergelijke vervolging of dergelijke schade, een duidelijke aanwijzing is dat zijn vrees voor vervolging gegrond is en het risico op het lijden van ernstige schade reëel is, tenzij er goede redenen zijn om aan te nemen dat die vervolging of ernstige schade zich niet op nieuw zal voordoen.

De rechtbank stelt vast dat verweerder de verklaringen van eiser over de problemen vanwege zijn Tigrese etniciteit heeft gevolgd. Relevant is dat eiser in dit kader heeft verklaard niet alleen last te hebben gehad van discriminatie in de zin van pesterijen en mishandelingen, maar ook dat hij tweemaal is gevangengenomen door de Ethiopische autoriteiten. Dat was in november 2021 en in september 2022. De eerste keer zou hij tot eind februari 2022 gevangen zijn geweest en daarbij zeer slechte omstandigheden en martelingen hebben meegemaakt.

In het besluit is verweerder niet ingegaan op artikel 4, vierde lid, van de Kwalificatierichtlijn. Ook heeft verweerder niet vermeld dat de bewijslast daardoor in beginsel bij verweerder ligt, omdat eiser eerder is vervolgd vanwege zijn etniciteit. Verweerder neemt ter zitting alsnog het expliciete standpunt in dat de bewijslast bij verweerder ligt. Volgens verweerder ter zitting leidt een redelijke bewijslastverdeling en de samenwerkingsplicht tussen hem en eiser ertoe dat eiser aannemelijk moet maken dat hij in de negatieve aandacht van de autoriteiten staat. Daarbij heeft verweerder ter zitting verwezen naar het besluit waarin hij zich op het standpunt heeft gesteld dat de situatie van Tigreeërs in Ethiopië aanzienlijk is verbeterd ten opzichte van het conflict in de jaren 2021 en 2022. In het kader hiervan heeft verweerder in het besluit verwezen naar het Ambtsbericht Ethiopië van 2024 (AAB 2024). Ook heeft verweerder in het besluit gesteld dat de discriminatie die eiser toen heeft ervaren niet tegen hem persoonlijk was gericht maar het gevolg was van de algemene situatie in Ethiopië.

De rechtbank is van oordeel dat er, los van de ingebrachte informatie van VWN, goede redenen zijn om aan te nemen dat eiser niet opnieuw vanwege zijn etniciteit zal worden vervolgd in Ethiopië. Het standpunt van verweerder dat de situatie in Ethiopië voor Tigreeërs de laatste jaren aanzienlijk is verbeterd is in overeenstemming met het AAB 2024. Daarin staat namelijk dat de leefsituatie voor Tigreeërs in Addis Abeba in de verslagperiode sterk verbeterd is, dat de negatieve aandacht van de autoriteiten radicaal en abrupt was verschoven van de Tigreeërs naar de Amhara en de Eritreeërs, dat volgens verschillende bronnen langzaam werd gewerkt aan het herstel van banen en huizen die Tigreeërs gedurende het conflict waren kwijtgeraakt en dat sommige Tigreeërs die hun toevlucht hadden gezocht tot het buitenland, terugkeerden naar Ethiopië. Ook heeft verweerder in het besluit terecht overwogen dat eiser zelf heeft verklaard dat de discriminatie, daaronder begrepen de gevangenneming en -houding, niet gegrond waren op zijn persoon maar op zijn etniciteit. Artikel 4, vierde lid, is alleen van belang voor de meegemaakte vervolging, namelijk die vanwege zijn etniciteit.

Verweerder is echter onvoldoende ingegaan op de brief van VWN van 9 oktober 2025. Deze brief geeft een ander beeld van de situatie van Tigreeërs in Addis Abeba en is van latere datum is dan het AAB. Er staat onder andere in dat Tigreeërs doelwit zijn van misbruik en de brief geeft blijk van mogelijke nieuwe massa-arrestaties van mensen met een Tigray-etniciteit in Addis Abeba, waarbij Tigrese jongeren specifiek worden genoemd. Verweerder heeft hier op zitting onvoldoende op kunnen ingaan. Het standpunt van verweerder ter zitting dat het landenbeleid voor Ethiopië ten aanzien van Tigreeërs wordt gewijzigd als dat nodig is, is onvoldoende.

Verweerder heeft in het besluit niet vermeld dat artikel 4, vierde lid, van de Kwalificatierichtlijn van toepassing is vanwege de eerder door eiser meegemaakte vervolging vanwege zijn etniciteit. Toetsing van artikel 4, vierde lid, van de Kwalificatierichtlijn zou duidelijk moeten blijken uit het besluit en daarmee is sprake van een motiveringsgebrek. Uit de motivering ter zitting in combinatie met de motivering in het besluit maakt de rechtbank op dat verweerder toepassing van die bepaling wel heeft bedoeld. Dat motiveringsgebrek is in zoverre hersteld. Dat de bewijslast is verschoven naar eiser omdat er goede redenen zijn om aan te nemen dat die vervolging zich niet op nieuw zal voordoen, is echter onvoldoende onderbouwd gezien de brief van VWN. Verwezen wordt naar het hiervoor overwogene. Het bestreden besluit bevat daarom een motiveringsgebrek.

Deze beroepsgrond slaagt.

Staat eiser in de negatieve belangstelling van de Ethiopische autoriteiten?

6. Eiser stelt dat hij in de negatieve aandacht staat van de Ethiopische autoriteiten en dat het voor hem daarom niet veilig is om terug te keren naar Ethiopië, omdat hij daar opnieuw kan worden blootgesteld aan vervolging. Hij stelt onder andere dat hij als potentiële krijgsgevangene is behandeld toen hij in de gevangenis zat en dat er toen een foto van hem is gemaakt. Daarnaast stelt eiser dat hij wegens omkoping is vrijgekomen, dat dit logischerwijs bekend is bij de autoriteiten en dat hij om deze reden gevaar loopt. Ook een neef, eisers vader, eisers zussen en een politieagent hebben problemen gekregen door de omkoping, aldus eiser. Verder heeft hij in Nederland meegewerkt aan een journalistiek artikel over zijn ervaringen. In beroep heeft eiser een brief van 15 december 2025 van VWN aangedragen over de strafbaarstelling van omkoping in Ethiopië.

De rechtbank volgt het standpunt van verweerder dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in de negatieve aandacht staat van de Ethiopische autoriteiten. Dit wordt hierna uitgelegd.

Eiser heeft allereerst geen familieband met de gestelde neef aangetoond en niet onderbouwd dat deze neef vanwege eisers omkoping in de gevangenis zit. Eiser heeft ook niet onderbouwd dat zijn vader in de gevangenis heeft gezeten of dat een politieagent wegens hem in detentie is geplaatst en aldaar is overleden. Ter zitting heeft eiser zich beroepen op bewijsnood maar dat is onvoldoende onderbouwd.

Verder is niet aannemelijk dat de Ethiopische autoriteiten weet hebben dat eiser na te zijn gevangengenomen tweemaal is ontsnapt. Zo heeft eiser niet onderbouwd dat hij in een register voor gezochte personen staat en wat dit voor register is. Daarnaast heeft verweerder terecht erop gewezen dat zijn arrestaties passen in de massa-arrestaties van Tigreeërs die in de jaren 2021 en 2022 plaatsvonden. Het is niet aannemelijk gemaakt dat de autoriteiten nog op de hoogte zijn van eisers afgebroken detentie, dat zij zijn naam en foto hebben bewaard en dat zij nog naar hem op zoek zijn. Het standpunt van eiser dat de registratie en digitalisering van informatie in Ethiopië op hoog niveau is, is onvoldoende onderbouwd en het leidt ook niet tot de conclusie dat Ethiopië bij massa-arrestaties de informatie over arrestanten registreert en bewaart. Dat eiser bij zijn eerste detentie werd beschuldigd van krijgsgevangenschap, zoals hij heeft verklaard bij het nader gehoor, maakt dit niet anders. Het ingebrachte arrestatiebevel is in dit verband niet relevant omdat eiser niet heeft gesteld dat hij door dit bevel in heel Ethiopië in de negatieve aandacht zou staan. Verder kan er beperkt waarde aan worden gehecht omdat sprake is van een kopie. Verwezen wordt naar het in 8.1 overwogene. Het stuk van VWN is voorts te algemeen om daaraan de conclusie te verbinden dat eiser gezocht wordt in verband met omkoping.

De rechtbank volgt verweerder ook in zijn standpunt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat het online artikel van [naam redacteur] voor eiser leidt tot een gegronde vrees voor vervolging. Het artikel is niet wijdverspreid, aldus de rechtbank. Ook is de rechtbank van oordeel dat eiser had moeten onderbouwen dat de Ethiopische autoriteiten op de hoogte zijn geraakt van zijn bijdrage aan dit artikel.

De beroepsgrond slaagt niet.

Heeft verweerder kunnen concluderen dat eiser veilig kan terugkeren naar Ethiopië?

7. Eiser stelt dat hij met een vals paspoort, op illegale wijze, is vertrokken uit Ethiopië. Hij is niet in het bezit van een geldig paspoort, aldus eiser. Eiser stelt dat het feit dat hij zich tot de autoriteiten zal moeten wenden voor een geldig paspoort of een laissez-passer document ervoor kan zorgen dat hij in negatieve aandacht van de autoriteiten komt te staan, met name vanwege zijn Tigrese etniciteit.

Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiser probleemloos kan terugreizen naar Ethiopië. Eiser heeft namelijk een geldige geboorteakte. Verweerder meent dat er mogelijk vragen zullen worden gesteld aan eiser bij terugkeer, maar dat dit niet tot het oordeel leidt dat hij niet kan terugkeren. Voorts stelt verweerder zich op het standpunt dat politieke actievelingen problemen kunnen ervaren bij terugkeer, maar merkt verweerder eiser niet als politiek actieveling aan. In het verweerschrift wordt door verweerder verwezen naar een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem, waaruit blijkt dat uit landeninformatie volgt dat er spanningen bestaan en incidenten plaatsvinden in Ethiopië, maar dat dit niet tot het oordeel leidt dat de algemene situatie zodanig is dat eiser vanwege zijn etniciteit gevaar loopt.Voorts benoemt verweerder een Brits reisadvies dat door eiser is aangevoerd in beroep. Verweerder acht het van belang dat uit de tekst waar eiser naar verwijst enkel volgt dat er strengere checks kunnen volgen bij inreis. Dit is geen reden om aan te nemen dat eiser een reëel risico loopt op ernstige schade.

De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat eiser veilig kan terugreizen naar Ethiopië. Aangezien eiser een vals paspoort heeft gebruikt bij zijn uitreis uit Ethiopië, zijn de Ethiopische autoriteiten niet op de hoogte van eisers illegale uitreis. Met zijn geldige geboorteakte kan eiser zich identificeren en op die manier een geldig Ethiopisch paspoort verkrijgen. De rechtbank voorziet hierin geen problemen voor eiser. Ook kan het feit dat eiser mogelijk zal worden ondervraagd bij zijn inreis naar Ethiopië niet tot de conclusie leiden dat hij niet kan terugreizen. Dat hij zich in een journalistiek artikel negatief heeft uitgelaten over de Ethiopische overheid, betekent niet dat hij als politiek activist moet worden aangemerkt. Verwezen wordt naar hetgeen onder 6.4 is overwogen.

De beroepsgrond slaagt niet.

Leidt eisers gegronde vrees voor de TPLF ertoe dat eiser niet veilig kan terugkeren naar Ethiopië?

8. Eiser stelt dat hij gegronde vrees voor vervolging heeft door de TPLF (Tigray People’s Liberation Front) en onderbouwt deze gegronde vrees met een kopie van een arrestatiebevel. Hij stelt dat hij om deze reden niet kan terugkeren naar zijn oorspronkelijke woonplaats, Wukro. Eiser wordt gezocht omdat hij onder druk en bedreiging Tigrese militairen heeft verraden. Het zou door Bureau Documenten op echtheid moeten worden onderzocht, maar de enkele conclusie die verweerder trekt is dat het arrestatiebevel niet de waarde kan hebben die eiser zou willen, omdat het om een kopie gaat. Ook is het vreemd dat verweerder tegenwerpt dat het een kopie is en toch ingaat op de inhoud van het arrestatiebevel.

De rechtbank is van oordeel dat deze beroepsgrond niet kan slagen. Het betoog van eiser dat zijn naam op het bevel staat vermeld, volgt de rechtbank op grond van de ingebrachte tweede vertaling, de verklaring door de tolk ter zitting hierover en de ter zitting gegeven toelichting. Eiser heeft echter alleen een kopie ingebracht en daardoor is een onderzoek door Bureau Documenten niet voor de hand liggend en kan er beperkte waarde aan worden gehecht. Bovendien neemt verweerder aan dat eiser een gegronde vrees heeft voor de TPLF en daarom niet kan terugkeren naar Wukro. Eiser heeft echter gesteld noch aannemelijk gemaakt dat de TPLF een zodanig lange arm heeft in Ethiopië, dat eiser niet kan terugkeren naar een andere stad of ander gebied in Ethiopië.

De beroepsgrond slaagt niet.

Heeft eiser een vestigingsalternatief in Addis Abeba?

9. Eiser heeft gesteld dat verweerder ten onrechte Addis Abeba tegenwerpt als vestigingsalternatief. Daarbij is gewezen op de problemen voor eiser bij het verkrijgen van de nodige identificatiemiddelen in Ethiopië.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder niet voldoende heeft gemotiveerd dat eiser een vestigingsalternatief heeft in Addis Abeba. Dit wordt als volgt uitgelegd. In het AAB 2024 staat dat personen die zich buiten hun eigen regio willen vestigen, een brief van hun oude kebele aan de nieuwe kebele moeten overleggen. Zonder een dergelijke brief was het onmogelijk zich te registreren. De procedure wordt bemoeilijkt door de vele conflicten, waardoor het vaak moeilijk of zelfs onmogelijk was om aan een dergelijke brief te komen. Daarbij komt dat in de praktijk etniciteit invloed kan hebben op de bewegingsvrijheid en de mogelijkheid om documenten te verkrijgen, aldus staat in het AAB. Voor eiser zou dit betekenen dat hij moet terugreizen naar Wukro om een brief van zijn oude kebele op te halen. Gezien het feit dat eiser niet kan terugkeren naar Wukro, kan naar oordeel van de rechtbank niet van eiser worden verwacht dat hij daar een kebele-bewijs gaat ophalen.

Op eisers stelling dat zonder een kebele-bewijs geen gebruik kan worden gemaakt van een aantal belangrijke diensten, is naar oordeel van de rechtbank niet voldoende ingegaan door verweerder. Daarbij is relevant de landeninformatie van UK Home Office waarop eiser in beroep op heeft gewezen. Daarin staat dat geen toegang mogelijk is tot zorgvoorzieningen, overheidsdiensten of een bank zonder ‘kebele ID’. Daarom dient het ter zitting ingenomen standpunt van verweerder dat het voor eiser moeilijk, maar niet onmogelijk, zal zijn om zich te vestigen in Addis Abeba, naar oordeel van de rechtbank nader te worden toegelicht. Bovendien is verweerder in dit verband niet ingegaan op de eerder genoemde brief van VWN van 9 oktober 2025, waarin wordt gesproken van gerichte en ongerichte arrestaties van Tigreeërs in Addis Abeba, waarbij met name jonge mannen worden opgepakt en dat juist personen zonder geldige identiteitsbewijzen kwetsbaar zijn voor arrestaties en afpersing.

De rechtbank merkt op dat het niet onredelijk is om aan eiser tegen te werpen dat hij in Addis Abeba heeft gestudeerd en dat hij daar eerder is geholpen door mensen. Eiser is bekend met de stad en heeft aldaar een netwerk. Hiermee lijkt dus voldaan te zijn aan de voorwaarden b en c opgenomen in C2/3.4 van de Vreemdelingencirculaire 2000, ‘Binnenlands beschermingsalternatief. Met betrekking tot de door eiser aangevoerde landeninformatie moet verweerder echter naar oordeel van de rechtbank beter motiveren dat eiser voldoet aan voorwaarde a.

De beroepsgrond slaagt.

Had verweerder het traumatabeleid moeten toepassen?

10. Eiser stelt dat verweerder in zijn geval het traumatabeleid had moeten toepassen, aangezien eiser in Ethiopië verschrikkelijke dingen heeft meegemaakt en ook bij anderen nare dingen heeft gezien. Eiser heeft vrienden zien sterven en heeft anderen onder dwang moeten verraden, met de angst dat hij de volgende kon zijn. Zijn laatste traumatische ervaring was zijn meest recente arrestatie, kort voor zijn vertrek.

Volgens verweerder is het bij het traumatabeleid van belang dat de traumatische gebeurtenis de directe aanleiding is geweest van eisers vertrek. Dit is volgens verweerder in eisers geval niet gebleken. Verweerder heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat eisers laatste traumatische gebeurtenis meer dan zes maanden voor eisers vertrek was. Indien de vreemdeling later dan zes maanden na de traumatische gebeurtenissen is vertrokken, is het aan hem om het causale verband te onderbouwen. Hiervoor verwijst verweerder naar een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem. De substantiële vrijheidsberoving die eiser heeft meegemaakt was reeds beëindigd in februari 2022, aldus verweerder, en dit is langer dan zes maanden nadat eiser is vertrokken uit Ethiopië op 23 oktober 2022. Verder benoemt verweerder dat de andere traumatische gebeurtenissen plaatsvonden in 2020, waardoor evenmin wordt gevolgd dat deze gebeurtenissen een causaal verband hebben met de reden van vertrek.

Naar oordeel van de rechtbank heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd waarom niet is getoetst aan het traumatabeleid. De meest recente arrestatie van eiser is volgens zijn verklaringen kort voor zijn vertrek namelijk in september 2022 geweest. De conclusie van verweerder dat de meest recente traumatische ervaring van eiser meer dan zes maanden voor zijn vertrek op 23 oktober 2022 was, is hiermee zonder nadere uitleg niet te volgen. De tweede arrestatie kan zeer wel ook als traumatisch worden aangemerkt, ook al duurde de daarop volgende gevangenhouding toen slechts vijf dagen. Dit mede gezien eisers eerdere gevangenschap, die zeker als traumatisch kan worden aangemerkt gezien eisers verklaringen hierover. Het gaat immers om een opeenstapeling van ervaringen.

De beroepsgrond slaagt.

Conclusie en gevolgen

11. Verweerder heeft de aanvraag ten onrechte afgewezen als ongegrond. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met het motiveringsbeginsel. Dit betekent dat eiser gelijk krijgt en het bestreden besluit niet in stand kan blijven. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten of zelf een beslissing over eisers aanvraag te nemen. Ook draagt de rechtbank niet aan verweerder op om het gebrek te herstellen met een betere motivering of een ander besluit (een zogenoemde bestuurlijke lus).

De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat verweerder een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft verweerder hiervoor acht weken de tijd.

Omdat het beroep gegrond is krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

12. Omdat in de hoofdzaak is beslist, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding meer tot het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.

Gelet op de uitkomst van het beroep, ziet de voorzieningenrechter wel aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten. Deze vergoeding bedraagt € 934,- omdat de gemachtigde van verzoeker een verzoekschrift heeft ingediend.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit van 9 oktober 2024;

- draagt verweerder op binnen acht weken de tijd na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;

- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser.

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;

- veroordeelt verweerder tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoeker.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.N. van Rijn, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. A.V. Kostiouk, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan, voor zover het de hoofdzaak betreft, een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand