ECLI:NL:RBDHA:2026:14302

ECLI:NL:RBDHA:2026:14302

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 29-04-2026
Datum publicatie 30-05-2026
Zaaknummer C/09/702847 / JE RK 26-578
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Verlening ondertoezichtstelling (art. 1:255 BW)

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht

Zaaknummer: C/09/702847 / JE RK 26-578

Datum uitspraak: 29 april 2026

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming, regio Haaglanden,

hierna te noemen: de Raad,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2023 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in: [woonplaats] ,

advocaat: mr. R.A. van den Heuvel uit Rijswijk,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats] .

De kinderrechter merkt als informant aan:

Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden Haaglanden,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 7 april 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 29 april 2026. Daarbij zijn voor het eerste deel van de behandeling verschenen:

[naam 1] , namens de Raad;

[naam 2] en [naam 3] , namens de gecertificeerde instelling;

de vader.

Voor het tweede deel van de behandeling zijn verschenen:

[naam 1] , namens de Raad;

[naam 2] en [naam 3] , namens de gecertificeerde instelling;

de moeder met mr. J.J. Sloot, waarnemend voor mr. R.A. van den Heuvel en bijgestaan door een tolk.

2. De feiten

[minderjarige] is erkend door de vader.

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] woont bij zijn moeder.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 13 februari 2026 [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 2 mei 2026 en de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling gewijzigd.

3. Het verzoek

De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De Raad heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. De Raad maakt zich ernstig zorgen over de ontwikkeling van [minderjarige] . In de opvoeding van [minderjarige] is er sprake van structurele onveiligheid en spanningen tussen de vader en de moeder. [minderjarige] is op zeer jonge leeftijd al blootgesteld aan het huiselijk geweld door de vader. Hierdoor heeft de moeder meerdere keren de veiligheid moeten opzoeken voor zichzelf, [minderjarige] en haar andere kinderen. Er zijn zorgen over de weerbaarheid van de moeder ten aanzien van de vader.

Er worden bij [minderjarige] ook meerdere kindsignalen gezien. Zo is hij extreem angstig, probeert hij onzichtbaar te zijn en is hij alert dat hij niets verkeerd doet. Ook heeft hij een forse taalachterstand.

Op dit moment heeft [minderjarige] geen structurele omgang met de vader. Na het laatste begeleide omgangsmoment met de vader in maart dit jaar liet [minderjarige] onrustig gedrag zien en was hij overstuur.

De vader en de moeder uiten over en weer zorgen over elkaar. De moeder heeft zorgen over de veiligheid bij de vader en de vader wil meer omgang met [minderjarige] . De Raad benoemt dat beide ouders bereid zijn, maar niet in staat zijn om hulpverlening aan te gaan om de zorgen weg te nemen en de onderlinge dynamiek te verbeteren. De Raad vindt het van belang dat de moeder weerbaarder wordt tegen de vader.

Ter zitting vult de Raad aan dat de zorgen over het verschil in normen en waarden ten aanzien van de opvoedvisies van beide ouders kunnen worden opgenomen in een ouderschapsplan. Het is daarnaast belangrijk dat de vader en de moeder inzicht en zelfreflectie laten zien ten aanzien van hun eigen gedrag en de invloed daarvan op [minderjarige] .

4. De standpunten

Door de vader is verweer gevoerd tegen het verzochte. Het frustreert de vader dat hij nauwelijks contact heeft met [minderjarige] . De laatste keer was op 12 maart en dit was slechts voor veertig minuten. Daags na de zitting zal pas het volgende omgangsmoment plaatsvinden. De vader benoemt dat hij eind 2025 drie maanden voor [minderjarige] heeft gezorgd tijdens de ziekte van de moeder. Deze periode is goed verlopen. Er waren toen toch ook geen zorgen. De vader geeft aan dat het logisch is dat [minderjarige] een reactie laat zien na de omgangsmomenten met de vader. [minderjarige] is in de war en mist de vader. De vader vindt het bizar dat de omgangsmomenten begeleid moeten worden. Hij geeft aan weinig vertrouwen te hebben in de snelheid van het traject bij Jeugdformaat. Volgens de vader zal het waarschijnlijk een aantal maanden duren voordat hij weer omgang met [minderjarige] zal hebben. De vader vindt de situatie erg lastig, met name gelet op de woonsituatie van [minderjarige] . Een ondertoezichtstelling is niet nodig. De gecertificeerde instelling reageert niet adequaat en pakt de regie niet voldoende op.

Door en namens de moeder is ingestemd met het verzochte. Ze vindt een ondertoezichtstelling belangrijk voor de veiligheid van [minderjarige] . In het verleden heeft [minderjarige] symptomen laten zien die wijzen op een verhoogd stressniveau, zoals het slaan met zijn hoofd tegen een muur. Sinds zij en de vader uit elkaar zijn gaat het beter met [minderjarige] . Dit wordt ook gezien op het consultatiebureau. In de periode dat de moeder ziek was eind vorig jaar en de vader betrokken was bij de opvoeding van [minderjarige] liet [minderjarige] opnieuw de stresssymptomen zien. Ook na de omgang met de vader in maart viel hij terug in dit gedrag. De moeder brengt daarnaast naar voren dat zij en de vader verschillen in de manier van opvoeding. De vader hanteert een opvoeding op basis van straffen waarbij hij onder meer agressief gedrag laat zien. De vader onthoudt eten, haalt spullen weg, geeft preken, trekt, slaat en duwt. Deze opvoedmethode heeft hij ook gebruikt bij de andere twee kinderen van de moeder. De moeder zegt dat zij de vader iedere week op zondag een bericht stuurt met foto’s van [minderjarige] om hem te informeren over hoe het met hem gaat.

De gecertificeerde instelling onderschrijft de zorgen en het verzoek van de Raad. De gecertificeerde instelling benoemt dat het belangrijk is om te kijken naar de huisvesting van de moeder aangezien zij momenteel met [minderjarige] en haar andere kinderen in een hotel verblijft. Ook is het van belang dat gekeken wordt naar de omgang tussen [minderjarige] en de vader. Ter zitting is naar voren gebracht dat er op 11 mei een intake zal plaatsvinden bij Jeugdformaat met de jeugdbeschermer. Na afloop van dit gesprek worden beide ouders benaderd voor een individuele intake en kan de omgang worden opgestart. Het is vanwege de hevige reactie van [minderjarige] op de omgang met de vader van belang dat de omgang begeleid zal worden. Ook kan er dan worden vastgesteld wat aanvullend moet worden ingezet.

5. De beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan.

De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. Er is sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging bij [minderjarige] . Hij heeft in structurele onveiligheid geleefd en is lange tijd blootgesteld aan spanningen tussen de vader en de moeder. Bij [minderjarige] wordt gezien dat hij op meerdere leefgebieden vastloopt. Hij heeft een achterstand in zijn taalontwikkeling en laat zorgelijke kindsignalen zien. Op dit moment is er minimaal contact tussen [minderjarige] en de vader. Na het laatste begeleide omgangsmoment heeft [minderjarige] een terugval in zijn gedrag laten zien. Ter zitting is door de gecertificeerde instelling naar voren gebracht dat de komende tijd gestart zal worden met een traject van Jeugdformaat zodat de begeleide omgang tussen [minderjarige] en de vader regelmatig en onder begeleiding kan gaan plaatsvinden. De kinderrechter benadrukt de noodzaak voor contact van [minderjarige] met zijn beide ouders. Het is voor zijn ontwikkeling van groot belang dat hij prettig en frequent contact kan hebben met hen allebei. Daarbij merkt de kinderrechter op dat rekening gehouden moet worden met hetgeen haalbaar is voor [minderjarige] . De vader zal daar begrip voor moeten opbrengen. Omdat Jeugdformaat de begeleiding nu op gaat pakken, zal regelmatig contact tussen vader en [minderjarige] weer mogelijk zijn, mits vader mee werkt aan de begeleiding en de adviezen ter harte neemt. Idealiter zal dit leiden tot onbegeleide omgang in de toekomst en regelmatig onbelast contact tussen vader en [minderjarige] .

Vanwege de zorgen omtrent de veiligheid verblijven de moeder, [minderjarige] en de andere kinderen van de moeder momenteel in een hotel. Deze omgeving is niet ideaal voor [minderjarige] en zijn opvoedbehoeften. [minderjarige] is vanwege zijn jonge leeftijd volledig afhankelijk van zijn opvoeder om te voorzien in veiligheid, stabiliteit en basale verzorging. Het lukt de moeder om aan te sluiten bij de ontwikkel- en opvoedbehoeften van [minderjarige] , maar er zijn zorgen over haar emotionele beschikbaarheid en weerbaarheid ten aanzien van de vader. Ook beheerst de moeder de Nederlandse taal niet en heeft zij een beperkt netwerk waardoor zij zeer kwetsbaar is. Het is daarom van belang dat zij goed ondersteund wordt door een jeugdbeschermer zodat de benodigde hulpverlening kan worden ingezet en ook verbetering oplevert.

De betrokkenheid van een jeugdbeschermer is daarnaast van belang zodat gewerkt kan worden aan het verbeteren van de onderlinge relatie tussen de vader en de moeder. Beide ouders uiten over en weer zorgen waardoor spanningen blijven bestaan. In het belang van [minderjarige] zal dit zoveel mogelijk moeten worden weggenomen, waarvoor beide ouders zich moeten inspannen.

De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. De kinderrechter stelt [minderjarige] onder toezicht voor de duur van een jaar.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

stelt [minderjarige] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden met ingang van 29 april 2026 tot 29 april 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2026 door mr. J.C. van den Dries, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. I.M. Kroon als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. I.M. Kroon als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand