ECLI:NL:RBDHA:2026:14479

ECLI:NL:RBDHA:2026:14479

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 27-05-2026
Datum publicatie 01-06-2026
Zaaknummer NL26.15406
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag gegrond

Uitspraak

[eiseres], eiseres

(gemachtigde: mr. A.E.M. de Vries),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. C. van Es).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op de aanvraag van 1 maart 2025.

De rechtbank heeft het beroep op 18 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, H. Neazi als tolk in de taal Pashto en de gemachtigde van verweerder. Het beroep is gelijktijdig behandeld met het beroep van de echtgenoot van eiseres tegen het besluit waarbij verweerder zijn asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;

- draagt verweerder op om uiterlijk op 7 september 2026 alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken;

- bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 7.500,-; en

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 467,

Overwegingen

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen.

Is het beroep ontvankelijk en gegrond?

3. Eiseres heeft de aanvraag ingediend op 1 maart 2025. Verweerder moet binnen zes maanden beslissen op de aanvraag. Verweerder had dus uiterlijk op 1 september 2025 moeten beslissen. De termijn waarbinnen verweerder moet beslissen is inmiddels voorbij. Eiseres heeft verweerder op 4 maart 2026 in gebreke gesteld en daarna zijn twee weken voorbij gegaan voordat eiseres beroep heeft ingediend.

Welke beslistermijn moet aan verweerder worden opgelegd?

4. Omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen.

Op grond van artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb moet verweerder dit doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak. In bijzondere gevallen of als dit vanwege een wettelijk voorschrift nodig is, kan de rechtbank op grond van het derde lid een andere termijn geven of een andere voorziening treffen. Verweerder heeft uitgelegd dat hij langer de tijd nodig heeft omdat er nog een nader gehoor moet worden gepland en een beslissing moet worden genomen. De rechtbank vindt dat een goede reden. Verweerder moet daarom het besluit nemen binnen 16 weken na deze zitting.

Welke dwangsom wordt aan verweerder opgelegd?

5. De rechtbank bepaalt dat verweerder een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door verweerder. Daarbij geldt wel een maximum. Verweerder heeft bepleit dat het maximum wordt gesteld op € 7.500,-. Eiseres heeft zich niet verzet tegen de hoogte van dit bedrag. De rechtbank stelt de dwangsom dan ook vast op € 7.500,-.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat eiseres gelijk krijgt, verweerder de onder 4.1 genoemde termijn krijgt om alsnog een besluit te nemen en aan verweerder de onder 5 genoemde dwangsom wordt opgelegd.

Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiseres ook een vergoeding voor haar proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 467,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend. Voor de zitting wordt geen punt toegekend omdat deze zaken normaal buiten zitting worden afgedaan en de zaak alleen op expliciet verzoek van eiseres op zitting is gepland om te worden behandeld samen met de Dublin-zaak van haar echtgenoot. De rechtbank past een factor van 0,5 toe omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 mei 2026 door mr. H.J. Schaberg, rechter, in aanwezigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. H.J. Schaberg

Griffier

  • mr. C.W. van der Hoek

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand