RECHTBANK DEN HAAG
de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. E. de Bonth).
uitspraak
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.26382
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. N.R.H. Boon),
en
Procesverloop
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier ‘humanitair niet-tijdelijk’. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 4 juni 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 16 mei 2025 op het bezwaar van verzoeker is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 11 november 2025, samen met NL25.26379, op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de minister.
Verzoeker en de gemachtigde van verzoeker zijn – met kennisgeving voorafgaand aan de zitting – niet verschenen.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.26379, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M. den Dulk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. F.J. Attema, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
13 maart 2026