RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster 1] , verzoekster 1,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.63371
V-nummers: [V-nummer 1] , [V-nummer 2] , [V-nummer 3] en [V-nummer 4]
mede namens haar minderjarige kinderen
[verzoekster 2] , verzoekster 2,
[verzoekster 3] , verzoekster 3,
[verzoekster 4] , verzoekster 4,
hierna gezamenlijk: verzoeksters,
(gemachtigde: mr. A. Heida),
en
(gemachtigde: mr. C.J. Ohrtmann).
Procesverloop
Bij besluit van 23 december 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeksters niet in behandeling genomen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeksters hebben tegen het bestreden besluit beroep (NL25.63379) ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed dat vereist, gelet op de betrokken belangen.
2. In de omstandigheid dat verweerder heeft meegedeeld zich niet te verzetten tegen de door verzoeksters gevraagde voorlopige voorziening, ziet de voorzieningenrechter voldoende aanleiding om het verzoek op hierna te melden wijze als kennelijk gegrond toe te wijzen.
3. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoeksters gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 934 en een wegingsfactor 1).
Beslissing
De voorzieningenrechter:
Deze uitspraak is gedaan op 27 januari 2026 door mr. E.F. Bethlehem, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.