RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres 1] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres 1
de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. R.V. Bekker).
Samenvatting
uitspraak
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.16334 en NL25.16347
[eiseres 2] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres 2 mede namens haar minderjarige kind: V-nummer: [V-nummer]
Gezamenlijk te noemen: eiseressen (gemachtigde: mr. S.J. Koolen),
en
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvragen van eiseressen. Eiseressen zijn het hier niet mee eens. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvragen.
2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvragen niet in stand kan blijven. Eiseressen krijgen gelijk en de beroepen zijn gegrond. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
3. Eiseressen hebben een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met de bestreden besluiten van 28 maart 2025 deze aanvragen in de verlengde asielprocedure afgewezen als ongegrond.
4. Eiseressen hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten.
5. De minister heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.
6. De rechtbank heeft de beroepen op 8 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseressen, de gemachtigde van eiseressen en de gemachtigde van de minister. Als tolk is verschenen A.M. van den Berg.
Beoordeling door de rechtbank
De bestreden besluiten
Het oordeel van de rechtbank
Conclusie geloofwaardigheidsbeoordeling
Had de minister toepassing moeten geven aan artikel 31, vijfde lid, van de Vw?
Artikel 8 van het EVRM
Het asielrelaas
7. Eiseressen leggen aan hun asielaanvragen het volgende ten grondslag. Eiseressen hebben de Colombiaanse nationaliteit en de Afro-Colombiaanse etniciteit. Eiseres 1 en eiseres 2 zijn geboren op [geboortedatum 1] 1969 respectievelijk [geboortedatum 2] 1989. Eiseres 1 is de moeder van eiseres 2. Eiseressen hebben verklaard dat zij in het verleden ontheemd zijn geraakt en herhaaldelijk bedreigd werden door gewapende groeperingen vanwege hun werkzaamheden als sociaal leider. In 2013 werden zij in [plaats 1] bedreigd door de [naam 1] , waarna de Colombiaanse autoriteiten, de Unidad Nacional de Protección (UNP), hen bescherming hebben geboden. Daarnaast hebben eiseressen verklaard dat zij vanaf 2008 tot aan hun vertrek uit Colombia werden benaderd door [naam 2] , en dat deze clan het stuk grond van eiseressen in gebruik heeft genomen. In 2017 heeft de Colombiaanse staat erkend dat het stuk grond eigendom was van eiseressen, waarvoor zij in 2022 restitutie hebben ontvangen. Sinds 2023 zijn de bedreigingen door deze clan toegenomen, omdat eiseressen hun grond proberen terug te vorderen en zich als sociaal leiders inzetten, onder meer op het gebied van grondclaims en voor slachtoffers van het gewapend conflict in Colombia. Zo zijn eiseressen betrokken geweest bij de ontwikkeling van de Wet voor Slachtoffers en Teruggave van Land (wet 1448/2011). Eiseres 1 heeft verklaard dat zij in juli 2023 een dreigtelefoontje ontving over haar eigen grondclaim. Daarnaast werd er een envelop met kogels bij haar thuis bezorgd, waarin een foto van haar en eiseres 2 was toegevoegd. Om deze reden hebben eiseressen in 2023 besloten om Colombia te verlaten. Verder heeft eiseres 2 verklaard dat zij een dreigpamflet heeft ontvangen van [naam 1] , waarin zij werd genoemd vanwege haar betrokkenheid bij een studentenbeweging die protesteerde tegen een voorgestelde wijziging van de onderwijswet.
8. Het asielrelaas van eiseres 1 bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
(1) identiteit, nationaliteit en herkomst;
(2) problemen vanwege de grondclaim; en
(3) positie als sociaal leider en de problemen vanwege deze positie.
9. Het asielrelaas van eiseres 2 bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
(1) identiteit, nationaliteit en herkomst; en
(2) positie als sociaal leider en de problemen vanwege deze positie.
10. De minister vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseressen geloofwaardig (asielmotief 1). De gestelde problemen vanwege de grondclaim vindt de minister niet geloofwaardig (asielmotief 2). Ook de positie als sociaal leider en de problemen vanwege deze positie vindt de minister niet geloofwaardig (asielmotief 3). De minister heeft vervolgens aan de hand van de voorwaarden van artikel 31, zesde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) beoordeeld of het tweede asielmotief en het derde asielmotief alsnog geloofwaardig zijn. Volgens de minister is dat niet het geval. De minister vindt het tweede asielmotief niet geloofwaardig, omdat eiseres 1 afstand heeft gedaan van de grondclaim en de autoriteiten restitutie hebben toegezegd. Bovendien vindt de minister de bedreigingen in 2023 vanwege de grondclaim niet geloofwaardig en komen de verklaringen over de gewapende groepering niet overeen met informatie uit openbare bronnen. De minister vindt het derde asielmotief niet geloofwaardig, omdat eiseressen niet voldoen aan de term ‘sociaal leider’ en uit de verklaringen niet blijkt dat zij zijn bedreigd omdat zij
sociaal leider zouden zijn. De minister concludeert daarom dat de verklaringen van eiseressen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen, waardoor eiseressen niet voldoen aan artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw. Verder stelt de minister zich op het standpunt dat eiseressen geen gegronde vrees voor vervolging hebben en bij terugkeer naar Colombia geen reëel risico lopen op ernstige schade. De omstandigheid dat eiseres 2 in het verleden actief was bij een studentenvereniging is onvoldoende om te concluderen dat zij gevaar loopt bij terugkeer naar Colombia.
11. Gelet op het voorgaande komen eiseressen volgens de minister niet in aanmerking voor een asielvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vw. De minister wijst de aanvragen van eiseressen af als ongegrond. De minister heeft een terugkeerbesluit, gericht op vertrek naar Colombia, met een vertrektermijn van vier weken aan eiseressen opgelegd.
12. De rechtbank stelt vast dat de minister in zijn besluitvorming over eiseres 2 – in het kader van de geloofwaardigheidsbeoordeling – verwijst naar de besluitvorming over eiseres 1. De gronden van beroep van eiseressen zijn ook gericht tegen het besluit dat betrekking heeft op eiseres 1. Daarom overweegt de rechtbank dat haar oordeel in zoverre betrekking heeft op zowel eiseres 1 als eiseres 2. Verder overweegt de rechtbank dat zij, anders dan de minister, de problemen vanwege de grondclaim en de positie als sociaal leider en de problemen vanwege deze positie als samenhangende asielmotieven aanmerkt. Eiseressen hebben namelijk verklaard dat zij ontheemd zijn geraakt en dat [naam 2] zich op hun grond heeft gevestigd. Omdat eiseressen hun grond proberen terug te vorderen en zich als sociaal leider inzetten, onder meer op het gebied van grondclaims en voor slachtoffers van het gewapend conflict in Colombia, hebben zij in 2023 met bedreigingen van deze clan te maken gehad. Deze omstandigheden vormen gezamenlijk de grondslag voor hun asielverzoek en dienen daarom in samenhang te worden beoordeeld.
Geloofwaardigheidsbeoordeling
Heeft de minister de positie van eiseressen als sociaal leider in Colombia terecht ongeloofwaardig geacht?
13. Eiseressen voeren aan dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat zij hun positie als sociaal leider niet aannemelijk hebben gemaakt. In dit kader verwijzen eiseressen naar de omstandigheid dat zij in het verleden bescherming hebben gekregen van de UNP. Onder verwijzing naar pagina 59 van het Algemeen Ambtsbericht Colombia 2024 (ambtsbericht 2024), stellen eiseressen dat de UNP uitsluitend sociale leiders beschermt. Daarnaast heeft eiseres 1 bewijsstukken overgelegd waaruit haar inzet voor de gemeenschapsraad blijkt, en onderbouwd dat zij betrokken was bij de ontwikkeling van de Wet voor Slachtoffers en Teruggave van Land (wet 1448/2011). Eiseres 1 heeft ook stukken overgelegd waaruit blijkt dat zij coördinator en lid was van het uitvoerend comité van slachtoffers in [plaats 2] , en een verklaring van de Personería (onderdeel van het Openbaar Ministerie) van 27 juli 2023, waarin zij uitdrukkelijk als sociaal leider wordt erkend. Ter onderbouwing van haar rol als sociaal leider verwijst eiseres 1 ook naar een recente verklaring van Foro Internacional de Victimas, waarin wordt bevestigd dat zij nog steeds actief is als mensenrechtenverdediger. Ook eiseres 2 is sociaal leider. Eiseres 2 stelt dat de bedreigingen zich ook uitstrekken naar haar en dat haar politieke overtuiging gelijk is aan die van haar moeder.
14. De rechtbank stelt allereerst vast dat er geen duidelijke definitie van een sociaal leider bestaat. In het algemeen ambtsbericht Colombia juni 2024 staat wel een definitie afkomstig van de niet-gouvernementele organisatie (ngo) Indepaz1, namelijk:
‘Een sociaal leider wordt gedefinieerd als een persoon die de rechten van het collectief verdedigt en een actie voor het algemeen welzijn ontwikkelt die erkend wordt in zijn of haar gemeenschap, organisatie of territorium. Alle sociale leiders worden beschouwd als mensenrechtenverdedigers. Voor deze rapporten [betreffende de moorden op sociale leiders en mensenrechtenverdedigers] wordt ook rekening gehouden met de definitie van een mensenrechtenverdediger van de Inter-Amerikaanse Commissie voor Mensenrechten [CIDH: Comisión Interamericana de Derechos Humanos] en met de verklaringen van de Verenigde Naties. De mensen die de vredesopbouw en de uitvoering van de akkoorden beheren en bevorderen zijn mensenrechtenverdedigers en sociale leiders’.2
15. De rechtbank stelt verder vast dat Indepaz in de registratie van vermoorde ‘sociale leiders en mensenrechtenverdedigers’ onder andere personen noemt die zich inzetten voor milieu, LHBTIQ+-rechten, grondrechten, gemeenschappelijke belangen, belangen van de Afro-Colombiaanse en inheemse gemeenschappen, politieke activisten, vakbondsleiders en personen die zich inzetten voor het vredesproces in Colombia.3
16. De rechtbank is van oordeel dat de minister onvoldoende deugdelijk heeft gemotiveerd dat de verklaringen van eiseressen in combinatie met de door hun overgelegde documenten er niet toe leiden dat zij aangemerkt moeten worden als sociaal leider. Zoals hiervoor is aangegeven, bestaat er geen eenduidige definitie van een sociaal leider. Naar het oordeel van de rechtbank is uit de voorgaande informatie wel af te leiden dat de twee belangrijkste kenmerken van een sociaal leider zijn dat iemand zich inzet voor mensenrechten en dat iemand door anderen als sociaal leider wordt beschouwd. De minister heeft onvoldoende deugdelijk gemotiveerd waarom eiseressen niet aan deze kenmerken voldoen. Hierbij acht de rechtbank het volgende van belang.
17. Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres 1 werkzaamheden heeft verricht op het gebied van grondclaims, waarbij zij zich inzette voor slachtoffers van het binnenlandse gewapende conflict. De minister heeft zich namelijk tijdens de zitting op het standpunt gesteld dat deze activiteiten niet worden betwist. Uit een brief van 27 juli 2023 van de Personería blijkt dat eiseres 1 bij de verkiezingen van 2021, op grond van wet 1448/2011, is gekozen tot coördinator van de rondetafelgesprekken waaraan slachtoffers van het gewapende conflict in Colombia deelnamen. In een andere brief van dezelfde datum bevestigt de Personería dat eiseres 1 binnen de gemeenschap van [plaats 2] wordt erkend als sociaal leider. Uit een brief van 23 augustus 2023 van het raadhuis van [plaats 2] blijkt verder dat eiseres 1 actief deelnam als vertegenwoordiger van slachtoffers in de gemeente. Naast haar rol als coördinator van de rondetafelgesprekken was zij lid van het uitvoerend comité daarvan en maakte zij deel uit van de subcommissie voor preventie, bescherming en garantie van niet-herhaling, evenals van de rondetafelgesprekken over slachtoffers, vrede en post-conflict. Ten slotte blijkt uit een brief van 21 april 2025 dat het Internationaal Forum voor Slachtoffers, locatie Nederland, het werk van eiseres 1 ten behoeve van slachtoffers
1. Een niet-gouvernementele organisatie die jaarlijks bijhoudt hoeveel sociale leider en mensenrechtenverdedigers zijn vermoord.
2 Zie algemeen ambtsbericht Colombia juni 2024, pagina 15 en 16.
3 Zie algemeen ambtsbericht Colombia juni 2024, pagina 16.
van het gewapende conflict in Colombia en haar inzet voor mensenrechten en de teruggave van onteigende gronden erkent. Verder heeft eiseres 1 verklaard dat zij onder meer voorzitter is geweest van de Corisejo Communitaric (de gemeenschapsraad) in [plaats 1] en is zij actief geweest als campagne-assistent. Uit het voorgaande kan worden afgeleid dat eiseres 1 zich heeft ingezet voor mensenrechten en dat zij door anderen ook werd beschouwd als iemand die opkwam voor mensenrechten. De rechtbank volgt daarom de stelling van de minister op de zitting niet dat haar werkzaamheden vooral ondersteunend en coördinerend zijn en dat zij daardoor niet als ‘sociaal leider’ kan worden aangemerkt. Ook het standpunt van de minister tijdens de zitting, dat eiseressen niet als sociaal leider kunnen worden aangemerkt omdat niet blijkt dat hun situatie zo ernstig is als het ambtsbericht beschrijft met betrekking tot de positie van een sociaal leider, leidt niet tot een ander oordeel. De rechtbank overweegt dat uit dit standpunt namelijk niet blijkt op welke wijze de door eiseres 1 overgelegde documenten zijn betrokken. Daarbij komt dat uit het ambtsbericht 2024 blijkt dat ongeveer zes miljoen mensen zichzelf in Colombia als sociaal leider beschouwen, en voormalig president Iván Duque heeft verklaard dat er zeven miljoen sociaal leiders zijn, een inschatting die als onderschatting wordt gezien.4 Hieruit leidt de rechtbank af dat er een relatief grote groep sociaal leiders in Colombia bestaat en dat de lat om als sociaal leider te worden aangemerkt niet hoog ligt.
18. De rechtbank overweegt verder dat eiseres 1 heeft verklaard dat zij zich vanwege de bedreigingen genoodzaakt zag haar werkzaamheden anders in te richten, dat zij meerdere keren is verhuisd en vanuit huis is gaan werken. Ook deze omstandigheden heeft de minister niet betwist. De enkele stelling van de minister op de zitting, dat hier in de besluitvorming geen overweging aan is toegewijd, maar dat wel alle feiten en omstandigheden in hun geheel zijn beoordeeld en op grond daarvan niet kan worden vastgesteld dat eiseressen sociaal leiders zijn, volgt de rechtbank niet. Het gedwongen aspect is onvoldoende betrokken bij de vaststelling van de minister dat eiseressen niet als sociaal leider kunnen worden aangemerkt; de minister heeft het gedwongen karakter van het stoppen met, dan wel het anders moeten inrichten van haar werkzaamheden onvoldoende meegewogen. De beroepsgrond slaagt.
19. Gelet op het voorgaande oordeelt de rechtbank dat de minister onvoldoende gemotiveerd heeft waarom eiseressen niet als sociaal leider kunnen worden aangemerkt. Er is daarom sprake van een motiveringsgebrek. Dit betekent dat de bestreden besluiten niet in stand kunnen blijven. De minister moet daarom opnieuw op de aanvragen van eiseressen beslissen.
20. De overige beroepsgronden die zien op de geloofwaardigheidsbeoordeling behoeven thans geen bespreking, omdat de vraag of eiseressen sociaal leider zijn bij bespreking van die beroepsgronden ook relevant is. Met het oog op finale geschilbeslechting zal de rechtbank de overige beroepsgronden wel bespreken.
21. Eiseressen stellen dat de eerdere bedreiging in verband met hun grondclaim moet worden aangemerkt als vervolging in de zin van artikel 31, vijfde lid, van de Vw. In de eerste plaats voeren zij aan dat de minister heeft nagelaten te motiveren waarom die vervolging zich niet opnieuw zal voordoen. Eiseressen wijzen erop dat de minister niet heeft
4 Zie algemeen ambtsbericht Colombia juni 2024, pagina 15.
betwist dat zij in het verleden vanwege bedreigingen, voortvloeiend uit hun positie als sociaal leider, meerdere keren zijn verhuisd en dat eiseres 1 haar inzet voor de gemeenschap heeft moeten staken. In de tweede plaats stellen eiseressen dat zij als sociaal leider een verhoogd risico lopen op vervolging. Daarnaast wijzen eiseressen erop dat de minister moet beoordelen of het risico op vervolging blijft bestaan indien eiseres 1 haar grondclaim voortzet. Hierbij moet de minister rekening houden dat van eiseres 1 niet verlangd kan worden dat zij onder dreiging van geweld afstand doet van haar eigendom.
22. Op grond van artikel 31, vijfde lid, van de Vw is het feit dat de vreemdeling in het verleden reeds is blootgesteld aan vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag of ernstige schade als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, van de Vw of dat hij hiermee rechtstreeks is bedreigd, een duidelijke aanwijzing dat de vrees van de vreemdeling voor die vervolging gegrond is en het risico op die ernstige schade reëel is, tenzij er goede redenen zijn om aan te nemen dat die vervolging of die ernstige schade zich niet opnieuw zal voordoen.
23. De rechtbank overweegt dat de minister in zijn verweer heeft erkend dat eiseressen in 2004 en 2015 problemen hebben ondervonden, waardoor zij moesten verhuizen en eiseres 1 haar werk moest staken. Tussen partijen is evenmin in geschil dat zij in 2013 bescherming hebben gekregen van de UNP. Ook heeft de minister erkend dat eiseressen sociaal actief waren in Colombia. Vervolgens stelt de minister zich op het standpunt dat eiseressen echter niet een zodanige positie bekleedden dat zij een gegronde vrees hebben voor vervolging door niet-statelijke gewapende groeperingen zoals omschreven in het ambtsbericht 2024. De rechtbank overweegt dat in dit verband van betekenis is dat zij onder rechtsoverwegingen 13 tot en met 19 heeft geoordeeld dat de minister niet deugdelijk heeft gemotiveerd waarom eiseressen niet als sociaal leider kunnen worden aangemerkt. Het is daarom aan de minister om zijn geloofwaardigheidsstandpunt ten aanzien van de positie van eiseressen als sociaal leider nader te motiveren en vervolgens te beoordelen wat dit betekent voor de vraag of de minister toepassing moet geven aan artikel 31, vijfde lid, van de Vw. Immers de vaststelling van sociaal leider, kan implicaties hebben voor de vraag of er een causaal verband is tussen de werkzaamheden van eiseressen en de gestelde problemen.
24. Eiseres 2 doet een beroep op artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (het EVRM). Eiseres 2 stelt dat zij een relatie heeft met een Nederlandse man die beschikt over voldoende middelen van bestaan. Ter onderbouwing heeft zij stukken overgelegd, waaronder een verklaring van haar partner, een kopie van zijn identiteitsbewijs, een arbeidsovereenkomst en loonspecificatie, en foto’s die hun relatie bevestigen. Op de zitting heeft eiseres 2 zich op het standpunt gesteld dat artikel 8 van het EVRM ex nunc moet worden beoordeeld. Volgens haar is het niet zorgvuldig om nu al een afweging te maken.
25. De rechtbank stelt vast dat eiseres 2 deze omstandigheden voor het eerst in de beroepsprocedure – na het bestreden besluit – naar voren heeft gebracht. De minister heeft daarom geen rekening kunnen houden met deze omstandigheden in zijn besluitvorming.
26. De rechtbank overweegt dat een relatie met een Nederlandse man geen grond is voor asielverlening. De rechtbank overweegt daarnaast dat de onderhavige procedure niet bedoeld is voor een volledige beoordeling van familie- en gezinsleven, zoals dat wel wordt
gedaan in een reguliere aanvraag. In zoverre wijst de minister er terecht op dat eiseres 2, indien zij meent een verblijfsrecht te ontlenen aan het recht op familie- en gezinsleven zoals bedoeld in artikel 8 van het EVRM, een daartoe strekkende aanvraag kan indienen. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
27. De beroepen zijn gegrond, omdat de bestreden besluiten in strijd zijn met het motiveringsbeginsel. Dit betekent dat eiseressen gelijk krijgen. De rechtbank vernietigt daarom de bestreden besluiten. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van de besluiten in stand te laten of zelf een beslissing te nemen. Ook draagt de rechtbank niet aan de minister op om het gebrek te herstellen met een betere motivering of een ander besluit (een zogenoemde bestuurlijke lus). Dit omdat dit volgens de rechtbank geen doelmatige en efficiënte manier is om de zaak af te doen.
28. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dat de minister nieuwe besluiten moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor acht weken.
29. Omdat de beroepen gegrond zijn krijgen eiseressen een vergoeding van hun proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt
€ 1.868,- omdat de gemachtigde van eiseressen een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Beslissing
De rechtbank:
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.M. Dijksterhuis, rechter, in aanwezigheid van mr. F.J. Attema, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
27 februari 2026
Documentcode: [Documentcode]
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.