[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres, en
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (samen: eisers)
(gemachtigde: mr. F. Boone),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. K. Boonen).
Inleiding
1. In deze uitspraak behandelt de rechtbank het beroepen van eisers tegen de afwijzing van hun asielaanvragen.
Eisers hebben op 5 juni 2024 aanvragen om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met de bestreden besluiten van 28 oktober 2025 deze aanvragen in de algemene procedure afgewezen als ongegrond. Daarbij zijn verblijfsvergunningen regulier op grond van artikel 8 van het EVRM afgewezen. Wel is aan eiseres uitstel van vertrek verleend om medische redenen en is aan eiser als gezinslid uitstel van vertrek verleend. Aan eiser is ook een terugkeerbesluit opgelegd.
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten.
De rechtbank heeft de beroepen gevoegd op 9 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, hun gemachtigde, de gemachtigde van de minister en T. Ogbamichael als tolk.
Beoordeling door de rechtbank
Het asielrelaas.
2. Eiseres is geboren op [geboortedatum] 1957 en eiser op [geboortedatum] 1947. Eisers zijn gehuwd en hebben de Eritrese nationaliteit en behoren tot de Tigrinja bevolkingsgroep. Zij leggen aan hun asielaanvraag ten grondslag dat zij na 40 jaar verblijf in [plaats] vanwege de oorlog medio 2023 naar Eritrea zijn teruggekeerd. Eiser was in [plaats] lid van een oppositiepartij van Mesfin Gahos met als motto Fethi Delay Selam (vrede rechtvaardigheid en wetgeving) en sinds 2003 of 2004 sympathisant van deze partij. Eiseres was in [plaats] ook aanhanger van het gedachtegoed van Mesfin Gahos. Eisers zijn op 1 december 2023 met een visum naar Nederland gekomen om hun dochter te bezoeken. Eisers wilden eerst terugkeren naar Eritrea, maar ze zijn door een vriendin van eiseres, [naam] (de vriendin) gewaarschuwd om voorlopig weg te blijven, omdat kennissen in Eritrea zijn aangehouden wegens hun vermeende lidmaatschap van of betrokkenheid bij de oppositiepartij. Later hebben eisers vernomen dat ook de vriendin, die even oud is als eiseres, is gearresteerd en in detentie overleden vanwege haar slechte gezondheid. Eisers vrezen daarom bij terugkeer te worden gearresteerd door de Eritrese autoriteiten.
De bestreden besluiten
3. De minister vindt de asielmotieven van eiser en eiseres (respectievelijk politieke overtuiging en betrokkenheid bij de Mesfin Gahos) geloofwaardig. De minister vindt echter de gestelde vrees voor vervolging van eisers niet aannemelijk. Eiseres is lang gelden en slechts driemaal aanwezig geweest bij bijeenkomsten van de Mesfin Gahos en zij heeft een beperkte kennis van de partij. Eiser was geen actief lid van de oppositiepartij in [plaats] . Hij heeft in het begin maandelijks partijbijeenkomsten bijgewoond, maar in latere jaren zelden of nooit meer. Daarbij is de partij in 2021 opgeheven. De minister acht het daarom niet aannemelijk dat de autoriteiten er nu achter zijn gekomen dat eisers aan bijeenkomsten van de oppositiepartij hebben deelgenomen. Er zijn ook geen aanwijzingen dat eisers bij de autoriteiten zijn verraden of door hen worden gezocht. Dat eisers bij de UNHCR zouden zijn geregistreerd als vluchteling en dat hun dochter en schoonzoon in 2009 uit Eritrea zijn vertrokken en in Nederland een asielvergunning hebben gekregen, verandert dat niet. Eisers hebben na hun terugkeer naar Eritrea tot aan hun vertrek naar Nederland zonder problemen in Eritrea geleefd. Ook hebben eisers een paspoort en een uitreispas verkregen, zijn zij legaal (met een visum) uitgereisd en met hun paspoort gecontroleerd door de autoriteiten. De minister vindt dat geen aanwijzingen dat eisers door de Eritrese autoriteiten worden gezocht. Dat eisers uit Eritrea komen, vindt de minister op zichzelf ook niet genoeg om een reëel risico op ernstige schade aan te nemen. Het is niet bekend dat mensen die langere tijd buiten Eritrea hebben verbleven, bij terugkeer naar Eritrea problemen zullen ervaren. De minister heeft daarom de asielaanvragen afgewezen als ongegrond.
Wat voeren eisers in beroep aan?
4. Eisers zijn het niet eens met de afwijzing van hun asielaanvragen. Eisers voeren aan dat de minister ten onrechte geen gewicht heeft toegekend dat eisers door de UNHCR zijn erkend als vluchteling. Deze status is weliswaar voor de minister niet bindend, maar heeft wel aanzienlijke bewijskracht. Van belang is daarbij dat eisers [plaats] vanwege de oorlog gedwongen hebben verlaten en zij geen andere keuze hadden dan om naar Eritrea terug te keren. De aanname van de minister dat eisers niet hebben te vrezen omdat zij slechts marginale politieke activiteiten hebben verricht, berust volgens eisers niet op landeninformatie. Eisers zijn door de vriendin gewaarschuwd om voorlopig niet naar Eritrea terug te keren, omdat anderen die net als eisers sympathisanten waren van de oppositie en geen oppositieleiders of zeer actieve leden, zijn gearresteerd. Later is de vriendin zelf ook gearresteerd. Daarbij heeft eiser in zijn aanmeldgehoor een duidelijke aanwijzing gegeven dat de autoriteiten naar hen op zoek zijn. Uit het rapport van Amnesty International blijkt dat de Eritrese samenleving bestaat uit een netwerk van burgers die rapporteren aan de overheid. Personen fungeren als doorgeefluik van informatie en dus is aannemelijk dat informatie over eisers op enig moment bij de overheid terecht komt. Dat eisers in 2023 in Eritrea geen problemen met de autoriteiten hebben ondervonden, is niet tegenstrijdig met hun vrees. Kennelijk hadden de autoriteiten op dat moment nog geen belastende informatie over eisers voorhanden. Op dat moment waren ook nog geen mensen uit hun omgeving opgepakt. Daarbij zijn Eritreeërs in 2023 in grote aantallen teruggekeerd van [plaats] naar Eritrea, zodat aannemelijk is dat de autoriteiten pas op een later moment een beeld kregen van de terugkeerders. Eisers zijn bekend binnen de Eritrese gemeenschap in [plaats] , omdat zij vluchtelingen die het Eritrese regime waren ontvlucht hielpen met voedsel en onderdak via het restaurant dat zij beheerden. Ook dit maakt het aannemelijk dat over eisers is gesproken met de Eritrese autoriteiten. Eisers voeren verder aan dat de minister ten onrechte hun gestelde vrees voor repercussies van de autoriteiten vanwege de activiteiten van hun dochter en schoonzoon in 2009 niet heeft onderzocht in het kader van artikel 3 EVRM. Die zijn in Eritrea niet in dienst geweest en staan daarom geregistreerd als dienstplichtweigeraars. Uit landeninformatie blijkt dat de autoriteiten willekeurig optreden, zelfs tegenover aanhangers van het regime en dat er weinig voor nodig is om in de negatieve belangstelling te komen. Daarbij was de reden van de uitreis bij de autoriteiten niet bekend. Ook is de minister niet ingegaan op de verschillende risicofactoren die eisers in de zienswijze hebben genoemd, waarom de Eritrese autoriteiten voor terugkeerders belangstelling hebben. De minister is enkel ingegaan op de wijze van uitreis. De asielbesluiten zijn ook daarom onvoldoende gemotiveerd.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De rechtbank beoordeelt of de minister de aanvragen van eisers kon afwijzen als ongegrond. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eisers. De rechtbank geeft eisers geen gelijk. Hieronder legt de rechtbank dat uit.
6. De rechtbank stelt vast dat eisers tijdens de zitting hun beroepsgrond over het terugkeerbesluit hebben ingetrokken. Dit punt vormt daarom geen onderdeel meer van de beroepen en wordt niet verder besproken.
Verblijfsvergunning asiel
Politieke overtuiging
7. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich voldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat eisers hun gestelde vrees voor vervolging bij terugkeer naar Eritrea niet aannemelijk hebben gemaakt. Daarvoor heeft de minister allereerst redengevend mogen vinden dat eisers medio 2023 naar Eritrea zijn teruggekeerd en dat zij daar tot hun vertrek naar Nederland geen problemen hebben ondervonden. Dat eisers vanwege hun politieke activiteiten in [plaats] onder de aandacht van de Eritrese autoriteiten stonden, heeft de minister gelet op wat eisers hierover hebben verklaard, niet ten onrechte niet aannemelijk gevonden. Eisers hebben gezegd dat zij tijdens hun verblijf in [plaats] voor de oppositiepartij slechts marginale activiteiten hebben verricht en dat de oppositiepartij in 2021 is opgeheven. De minister heeft verder van belang mogen vinden dat eisers van de Eritrese autoriteiten een paspoort en een uitreispas hebben verkregen en dat zij Eritrea legaal zijn uitgereisd, waarbij zij door de autoriteiten zijn gecontroleerd. Dit alles bij elkaar duidt er niet op dat eisers op dat moment onder de aandacht van de autoriteiten stonden.
Dat eisers ten tijde van hun verblijf in Nederland wel in beeld zijn geraakt bij de Eritrese autoriteiten, heeft de minister evenmin aannemelijk mogen vinden. De verklaringen van eisers dat zij van kennissen en familie hebben gehoord dat bekenden - waaronder een vriendin die vergelijkbare activiteiten heeft verricht - zijn gearresteerd, heeft de minister mogen aanmerken als een vermoeden van arrestatie bij terugkeer dat onvoldoende is om vrees voor vervolging op grond van politieke overtuiging aan te nemen. De verklaring van eiser in zijn aanmeldgehoor dat hij ook had vernomen dat zij zelf werden gezocht en dat er sprake was van een bezoek aan huis, heeft hij niet herhaald in zijn nader gehoor en ook eiseres heeft daarover niet verklaard, terwijl daar in beide verhoren wel om is gevraagd. Eiser heeft hierover verklaard dat hij niet weet dat hij wordt gezocht en of de overheid naar hem op zoek is, maar dat hij enkel is afgegaan op de waarschuwing. De minister heeft het besluit mogen baseren op voornoemde verklaring van eiser in het nader gehoor met als conclusie dat de vrees bij terugkeer vanwege politieke overtuiging onvoldoende aannemelijk is gemaakt. Dat het Eritrese regime gebruik maakt van een burgernetwerk die informatie doorspelen aan de overheid, betekent niet dat er ook over eisers belastende informatie bij de Eritrese overheid aanwezig is. Dat de Eritrese autoriteiten op de hoogte zijn geraakt van de politieke activiteiten van eisers in [plaats] , doordat anderen hen zouden hebben verraden, is een mogelijkheid die niet verder is onderbouwd. Dat er bekenden zijn gearresteerd, vormt hiervoor een onvoldoende onderbouwing. Eisers zijn anders dan deze bekenden met een visum gecontroleerd uitgereisd en hebben bij deze uitreis geen problemen ondervonden. De stelling dat eisers bekend zijn binnen de Eritrese gemeenschap in [plaats] vanwege hun hulp aan vluchtelingen, heeft de minister ook niet voldoende hoeven vinden om aan te nemen dat eisers zouden zijn verraden dan wel dat eisers bekend zijn bij de autoriteiten en daardoor gevaar lopen om te worden gearresteerd. Eisers hebben ook geen nieuwe informatie aangeleverd waaruit blijkt dat de autoriteiten gericht naar hen op zoek zijn. De minister heeft daarom terecht in de verklaringen van eisers geen aanleiding gezien om vrees voor vervolging aan te nemen.
Situatie van dochter en schoonzoon
8. Het is aan eiser om hun asielmotieven naar voren te brengen. Uit de verklaringen van eisers blijkt dat zij hadden willen terugkeren naar Eritrea, ware het niet dat zij via een vriendin te horen hebben gekregen dat zij dit beter niet konden doen vanwege arrestaties van bekenden met vergelijkbare politieke sympathieën. De rechtbank kan eisers daarom niet volgen in hun standpunt dat de situatie van de dochter en schoonzoon voor de minister aanleiding had moeten vormen voor nader onderzoek. De minister heeft de situatie van de dochter een schoonzoon in reactie op de zienswijze wel betrokken in de besluitvorming in de zin dat deze situatie waarbij de dochter en schoonzoon een UNHCR-status hebben, in 2009 in Nederland een asielvergunning hebben verkregen en als dienstweigeraars zouden zijn geregistreerd, hem geen aanleiding geeft om een asielvergunning te verstrekken. Er zijn volgens de minister geen aanwijzingen dat eisers hierdoor problemen kunnen verwachten. De rechtbank kan de minister hierin volgen. Een enkele verwijzing naar een ambtsbericht is in dit geval onvoldoende. Daarbij heeft de minister ook onder meer waarde mogen hechten aan de wijze waarop eisers gecontroleerd zijn uitgereisd.
Risico bij terugkeer
9. De rechtbank kan ook het standpunt van de minister volgen dat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij bij terugkeer naar Eritrea een reëel risico lopen op ernstige schade. Van gedwongen terugkeer zal geen sprake zijn. De verwijzing van eisers naar de informatie in het Algemeen ambtsbericht Eritrea 2023 (het ambtsbericht 2023) over de manier waarop de Eritrese autoriteiten terugkeerders naar Eritrea behandelen en de daarvoor bepalende risicofactoren, heeft de minister mogen aanmerken als te algemeen en niet geïndividualiseerd naar de situatie van eisers. Nu eisers met visum zijn uitgereisd en ook niet aannemelijk is dat hun politieke activiteiten bij de autoriteiten bekend zijn, heeft de minister terecht niet aannemelijk geacht dat eisers vanwege de genoemde risicofactoren bij terugkeer naar Eritrea problemen zullen ondervinden die leiden tot een situatie als bedoeld in artikel 3 van het EVRM. Het besluit is anders dan eisers stellen voldoende gemotiveerd. Dat uit landeninformatie blijkt dat de Eritrese autoriteiten terugkerende migranten en zelfs aanhangers van het regime, willekeurig en inconsistent behandelen, leidt niet tot een ander oordeel. De stelling van eisers op zitting dat Eritrese de autoriteiten niet alleen bij de uitreis, maar ook bij de inreis indringend controleren, leidt evenmin tot een ander oordeel, omdat eisers die stelling niet hebben onderbouwd. Ook het ambtsbericht 2023 geeft daarover geen informatie. De minister heeft in dat kader terecht op gewezen dat uit het ambtsbericht 2023 volgt dat het verkrijgen van uitreisvisa zeer moeilijk is en dat die alleen in uitzonderlijke gevallen worden verstrekt.
UNHCR-status
10. De rechtbank kan eisers niet volgen in hun, eerst in beroep, ingenomen standpunt dat de minister onvoldoende gewicht heeft toegekend aan de UNHCR-status van eisers dan wel dat de minister deze status ten onrechte niet heeft betrokken bij de beoordeling. De rechtbank merkt allereerst op dat eisers deze beroepsgrond niet nader hebben uitgewerkt nu ook de verwijzing naar de arresten in de situatie van eisers niet opgaat. De minister heeft op zitting uitgelegd dat eisers hun registratie bij de UNHCR als vluchteling niet aannemelijk hebben gemaakt en dat (reeds) daarom de beroepsgrond niet slaagt. De rechtbank kan dit standpunt van de minister volgen.
Verblijfsvergunning regulier
11. Eisers voeren aan dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom zij niet voor een reguliere verblijfsvergunning in aanmerking komen. Dat eisers zich vanaf 2009 ook zonder de aanwezigheid van hun dochter konden handhaven, doet daar niet aan af. Eisers zijn nu ouder geworden en met name eiseres kampt met forse gezondheidsproblemen. Ook is de minister niet ingegaan op het gebrek aan binding met Eritrea vanwege 40 jaar verblijf in [plaats] en op de onwaarschijnlijkheid dat Nederland ooit nog een visum voor kort verblijf zal verstrekken.
De rechtbank is van oordeel dat de minister op goede gronden geen reguliere verblijfsvergunning aan eisers heeft verleend vanwege het recht op familie- of gezinsleven onder artikel 8 EVRM. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat tussen eisers en hun dochter in Nederland geen sprake is een afhankelijkheidsrelatie die op basis van artikel 8 EVRM beschermd moet worden. Dat eisers nu ouder zijn en dat eiseres kampt met gezondheidsproblemen is niet voldoende om die wel aan te nemen. Dat eisers geen binding hebben met Eritrea is niet relevant voor de vraag of sprake is van familieleven in de zin van artikel 8 EVRM en heeft de minister daarom niet hoeven meewegen. Van een onvoldoende gemotiveerd besluit is daarom geen sprake.
Conclusie en gevolgen
12. De minister heeft de aanvragen terecht afgewezen als ongegrond. De beroepen zijn ongegrond. Eisers krijgen geen vergoeding van hun proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Mollerus, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 29 mei 2026
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.