ECLI:NL:RBDHA:2026:14623

ECLI:NL:RBDHA:2026:14623

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 29-04-2026
Datum publicatie 01-06-2026
Zaaknummer 26/1602
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Mondelinge uitspraak
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Toekenning pkv in verband met behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening. Verzoekster heeft haar verzoek ingetrokken vanwege toezegging van het college. Hiermee is toegemoetgekomen aan het verzoek.

Uitspraak

[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. Y. Spijker),

en

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, het college

(gemachtigden: mr. M. Mos en en M.I.E. Rhuggenaath).

Zitting heeft: mr. C.J. Waterbolk, rechter, in aanwezigheid van mr. F. Leichel, griffier.

Verschenen zijn: de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigden van het college.

1. Het verzoek is aan de orde gesteld op de zitting van de voorzieningenrechter van 29 april 2026. Ter zitting heeft de voorzieningenrechter aan het college gevraagd of het bereid is om de opvang van verzoekster nog voor een korte periode te verlengen, gelet op de relatief korte tijd tussen de zittingsdatum en de binnenkort te verwachten beslissing op bezwaar. Na een korte schorsing is namens het college medegedeeld dat het bereid is om de opvang van verzoekster te verlengen tot en met twee weken na de beslissing op bezwaar, die naar verwachting binnen enkele weken wordt genomen. De gemachtigde van verzoekster heeft zich hiermee akkoord verklaard en zij bleek bereid om het verzoek om een voorlopige voorziening in te trekken, mits het college in de proceskosten wordt veroordeeld.

2. Namens het college is (samengevat) gesteld dat er geen sprake is van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) omdat niet op inhoudelijke gronden aan het bezwaar wordt tegemoetgekomen. Dienaangaande overweegt de voorzieningenrechter als volgt.

3. Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing in geval van een voorlopige voorziening.

4. Bij overeenkomstige toepassing van artikel 8:75a van de Awb in een voorlopige voorzieningenprocedure dient de vraag of en in hoeverre het bestuursorgaan aan het verzoek is tegemoetgekomen in de eerste plaats te worden gerelateerd aan het specifieke doel van die procedure, te weten het voorkomen van onevenredig nadeel hangende de bodemprocedure. Dit betekent dat geheel of gedeeltelijk wordt tegemoetgekomen als bedoeld in dit artikel, indien het bestuursorgaan een voorlopige maatregel neemt waartoe het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening strekt.

5. Verzoekster trekt haar verzoek om een voorlopige voorziening in vanwege de toezegging van het college dat haar opvang wordt verlengd tot en met twee weken na de nog te nemen beslissing op bezwaar. Het verzoek van verzoekster was erop gericht om de opvang voort te zetten. Daarom is het college aan het verzoek van verzoekster tegemoetgekomen. Dit betekent niet dat aan de (inhoudelijke) gronden van het verzoekschrift of het bezwaarschrift is tegemoetgekomen. De tegemoetkoming heeft enkel betrekking op de verlenging van de opvang voor de relatief korte periode dat de bezwaarprocedure nog voortduurt.

6. Gelet op het voorgaande is er aanleiding om het college te veroordelen tot vergoeding van de kosten die verzoekster in verband met de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening heeft moeten maken. De proceskosten zijn ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 1.868,-. (1 punt voor het indienen van een verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde van € 934,- per punt). Met overeenkomstige toepassing van het bepaalde in artikel 8:82, vierde lid, aanhef en onder a, zal de griffier het door verzoekster betaalde griffierecht van € 54,- terugstorten.

Beslissing

De voorzieningenrechter veroordeelt het college tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 1.868,-.

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand