vonnis
RECHTBANK DEN HAAG
Team Toezicht
rekestnummers: NL:TZ:2503537:R-RK en NL:TZ:2503539:R-RK
vonnis van 20 januari 2026
in de zaak van
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna: [verzoeker] ,
tegen
Vodafone afdeling Credit Specials vertegenwoordigd door EDR Incasso,
gevestigd te Maastricht,
hierna: Vodafone,
en
Menzis Zorgverzekeraar N.V.,
gevestigd te Wageningen,
hierna: Menzis,
verweersters.
Waar deze zaak over gaat
[verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Hij heeft een voorstel gedaan aan zijn schuldeisers, waarbij de vordering niet wordt voldaan en door de schuldeiser wordt kwijtgescholden. Omdat niet alle schuldeisers met dit voorstel hebben ingestemd, heeft [verzoeker] de rechtbank verzocht het aangeboden akkoord dwingend op te leggen. Dit verzoek wordt door de rechtbank toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.
1. De feiten waar de rechtbank van uit gaat
[verzoeker] heeft de afgelopen jaren een schuldenlast opgebouwd van
€ 80.307,91 aan 19 schuldeisers. Het is [verzoeker] niet gelukt om zelf een oplossing te vinden voor deze schulden. Met behulp van de gemeente Den Haag heeft hij voor het laatst op 22 september 2025 een schuldregeling aangeboden, waarbij de vordering volledig door de schuldeiser wordt kwijtgescholden. Omdat niet alle schuldeisers met dit voorstel hebben ingestemd, heeft [verzoeker] de rechtbank verzocht het aangeboden akkoord dwingend op te leggen. Dit verzoek wordt door de rechtbank toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.
Menzis is (uiteindelijk) als enige schuldeiser niet akkoord gegaan met dit voorstel. [verzoeker] heeft een schuld aan Menzis van € 4.533,17. Dat is 5,64% van de totale schuldenlast.
De overige 18 schuldeisers hebben het aanbod (uiteindelijk) aanvaard.
Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft [verzoeker] bij de rechtbank twee verzoeken ingediend. In de eerste plaats wil hij dat de rechtbank Menzis dwingt mee te werken aan de schuldregeling (een dwangakkoord oplegt). Wanneer de rechtbank dit verzoek afwijst, wil hij worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP).
2. De procedure
Bij brief van 6 januari 2026 heeft Vodafone laten weten alsnog akkoord te gaan met het voorstel dat door [verzoeker] is gedaan.
De verzoeken van [verzoeker] zijn behandeld op de zitting van 12 januari 2026. Op deze zitting verschenen:
- [verzoeker] (telefonisch),
- [naam 1] , schuldhulpverlener van de gemeente Den Haag,
- [naam 2] , klantbegeleider van de gemeente Den Haag.
Menzis is met bericht vooraf niet op de zitting verschenen. Menzis heeft schriftelijk verweer gevoerd.
3. Standpunten van partijen
Met het akkoord van Vodafone richt het verzoek zich niet langer tegen deze schuldeiser.
[verzoeker] stelt dat het onredelijk is dat Menzis het aanbod niet aanvaardt. Volgens hem heeft hij al het mogelijke gedaan om het aangeboden percentage aan zijn schuldeisers aan te bieden en kan hij niet meer aanbieden dan hij heeft gedaan.
Menzis heeft samengevat het volgende aan haar verweer ten grondslag gelegd. Menzis is bereid mee te werken aan het nulaanbod, met de voorwaarde dat een doorlooptijd van 18 maanden wordt aangehouden voordat de vorderingen worden afgeboekt, om terugval te voorkomen en financiële stabiliteit te behouden. Daarmee wordt de kans op duurzaam betaalgedrag en een schuldenvrije toekomst vergroot.
4. De beoordeling van de verzoeken
De rechtbank zal het verzoek van [verzoeker] om een dwangakkoord op te leggen toewijzen. Hieronder wordt dit oordeel toegelicht.
Het beoordelingskader van een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord
Een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord kan worden toegewezen als aan twee voorwaarden is voldaan. Ten eerste moet de rechtbank vaststellen dat de schuldbemiddeling op de juiste wijze is uitgevoerd door een daartoe bevoegde instantie. Ten tweede moet de rechtbank aan de hand van een belangenafweging vaststellen dat het onredelijk is dat Menzis weigert in te stemmen met de aangeboden schuldregeling.
De schuldbemiddeling moet zijn uitgevoerd door een bevoegde instantie
De rechtbank stelt vast dat de schuldbemiddeling is uitgevoerd door de gemeente
Den Haag. Dat betekent dat wordt voldaan aan de door de wet gestelde voorwaarden, namelijk dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij. Het voorstel is naar het oordeel van de rechtbank bovendien goed en controleerbaar gedocumenteerd.
De rechtbank moet een belangenafweging maken
Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser vrijstaat om te verlangen dat zijn vordering volledig wordt betaald. Tegelijkertijd is het belangrijk dat mensen met problematische schulden zicht hebben op een schuldenvrije toekomst. De wetgever biedt daar verschillende regelingen voor, waarbij mensen met schulden zich maximaal moeten inspannen om zo veel mogelijk af te lossen en daarna schuldenvrij verder kunnen. Schuldeisers moeten dan vaak wel afstand doen (van een (groot) deel) van hun vordering. Daarom kunnen schuldeisers alleen onder bijzondere omstandigheden gedwongen worden om in te stemmen met een aangeboden schuldregeling.
De rechtbank kan een zogenaamd ‘dwangakkoord’ opleggen wanneer de weigering van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden onredelijk is. Om te kunnen beoordelen of dat het geval is, moet de rechtbank de belangen van alle betrokkenen afwegen: van [verzoeker] zelf, van de weigerende schuldeiser en van de schuldeisers die wél hebben ingestemd. Op basis van die belangenafweging is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat een dwangakkoord hier op zijn plaats is.
[verzoeker] heeft het maximaal haalbare voorstel gedaan
Het voorstel dat [verzoeker] aan zijn schuldeisers heeft gedaan is het maximaal haalbare. Een beter voorstel is niet mogelijk. [verzoeker] heeft als zelfstandige activiteiten ontplooid handelend onder de namen [handelsnaam 1] en
[handelsnaam 2] . Hij heeft deze activiteiten vanwege ernstige persoonlijke problematiek en een slechte gang van zaken gestaakt en ontvangt sindsdien een PW-uitkering van de gemeente Den Haag. [verzoeker] is op grond van zijn problematiek door de gemeente vrijgesteld van zijn sollicitatieplicht. Deze problematiek blijkt ook uit het overgelegde medisch rapport van 18 augustus 2025 van Calder Werkt en de brief van 12 november 2025 van [huisarts] , waaruit volgt dat [verzoeker] volledig arbeidsongeschikt is en niet in staat is binnen afzienbare termijn te gaan werken. [verzoeker] heeft budgetbeheer en de (financiële) situatie is stabiel.
Deze regeling is in het belang van de andere schuldeisers
De meerderheid van de schuldeisers, die samen 94,36% van de totale schuldenlast vertegenwoordigen, heeft ingestemd met de aangeboden schuldregeling. De belangen van deze schuldeisers wegen, vanwege de gezamenlijke omvang, zwaarder dan dat van Menzis.
Gelet op de duurzame arbeidsongeschiktheid van [verzoeker] is ook in de WSNP geen enkele uitkering aan de schuldeisers te verwachten, terwijl toepassing van de WSNP wel tot hoge kosten zou leiden.
Het WSNP-verzoek is niet langer aan de orde
Omdat het verzoek tot het opleggen van een dwangakkoord zal worden toegewezen, heeft [verzoeker] geen belang meer bij zijn verzoek om te worden toegelaten tot de WSNP. Dat verzoek zal daarom worden afgewezen.
5. De beslissing
De rechtbank:
- beveelt Menzis in te stemmen met de onder 1.1 bedoelde schuldregeling;
- wijst het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af.
Dit is een beslissing van mr. M. van Nooijen, rechter, in samenwerking met F.J. Knaap LL.B., griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2026.
De griffier is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kan degene die in het ongelijk is gesteld gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.