ECLI:NL:RBDHA:2026:14696

ECLI:NL:RBDHA:2026:14696

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 02-06-2026
Datum publicatie 02-06-2026
Zaaknummer NL25.49927
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Toerwijzing verzoek om de minister te veroordelen in de proceskosten. De minister is met de verlenging van de verblijfsvergunning asiel tot 13 december 2026 geheel aan verzoeker tegemoetgekomen. De minister moet de gemaakte proceskosten betalen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , verzoeker,

de minister van Asiel en Migratie,

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.49927

geboren op [geboortedatum] ,

van Sierra Leoonse nationaliteit,

V-nummer: [nummer] ,

(gemachtigde: mr. H. Postma),

en

(gemachtigde: mr. D.J. Halbesma).

Inleiding en procesverloop

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van de minister in de proceskosten.

De minister heeft met het besluit van 16 september 2025 aan verzoeker met ingang van 14 februari 2025 een verblijfsvergunning asiel voor bepaald tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw verleend, geldig tot 14 februari 2030.

Op 13 oktober 2025 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het besluit van de minister.

De minister heeft op 6 mei 2026 een aanvullend besluit genomen op het verzoek van verzoeker om heroverweging van het besluit van 15 december 2016. De minister heeft het verzoek om heroverweging toegewezen en aan verzoeker met ingang van 13 december 2016 tot 13 december 2021 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend.

De rechtbank heeft het beroep op 18 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister deelgenomen. Op de zitting heeft de rechtbank het onderzoek geschorst om de gemachtigde van verzoeker de mogelijkheid te geven een aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning asiel in te dienen, waarop de minister vervolgens een beslissing zou nemen.

De minister heeft met het besluit van 19 mei 2026 de verblijfsvergunning asiel van verzoeker verlengd tot 13 december 2026.

Op 20 mei 2026 heeft verzoeker het beroep ingetrokken en gelijktijdig de rechtbank verzocht de minister te veroordelen in de proceskosten.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

3. Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. De rechtbank moet dus beoordelen of de minister geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen.

4. De rechtbank stelt vast dat de minister met het besluit van 6 mei 2026 het verzoek om heroverweging heeft toegewezen en aan verzoeker met ingang van 13 december 2016 tot 13 december 2021 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft verleend. Op

19 mei 2026 heeft de minister de verblijfsvergunning asiel van verzoeker vervolgens verlengd tot 13 december 2026. Daarmee is de minister geheel aan verzoeker tegemoetgekomen. De minister dient daarom de kosten die verzoeker in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken te betalen.

Conclusie en gevolgen

5. Het verzoek wordt toegewezen. De minister moet de door verzoeker gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 1.868,-.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van

€ 1.868,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, rechter, in aanwezigheid van mr. E.A. Ruiter, griffier, en openbaar gemaakt door gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R. Tesfai

Griffier

  • mr. E.A. Ruiter

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand