ECLI:NL:RBDHA:2026:14706

ECLI:NL:RBDHA:2026:14706

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 03-06-2026
Datum publicatie 02-06-2026
Zaaknummer 09/198867-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Veroordeling tot een gevangenisstraf van 3 jaren wegens medeplegen van productie van amfetamineolie, voorhanden hebben amfetamineolie en voorbereidingshandelingen. Verdachte heeft ondersteunende en faciliterende rol gehad.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer: 09/198867-24

Datum uitspraak: 3 juni 2026

Tegenspraak

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1966 te [geboorteplaats] ,

BRP-adres: [adres 1] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van 13 september en 11 december 2024 (beide pro forma), 10 maart en 29 september 2025, 4 februari 2026 (alle regie) en 20 mei 2026 (inhoudelijke behandeling).

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. N.C. Neelis en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. P.J. Hoogendam naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdachte wordt er – kort gezegd – van verdacht dat hij zich in de periode van 15 januari 2024 tot en met 26 juni 2024 samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan het produceren en voorhanden hebben van amfetamineolie en dat hij voorbereidingshandelingen ten behoeve daarvan heeft verricht.

3. De bewijsbeslissing

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft namens de verdachte vrijspraak van het tenlastegelegde bepleit; er zou alleen sprake kunnen zijn van medeplichtigheid en dat is niet ten laste gelegd.

Gebruikte bewijsmiddelen

De rechtbank heeft in de bijlage opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.

Bewijsoverwegingen

Op 26 juni 2024 heeft een doorzoeking plaatsgevonden in een grote schuur behorend bij het perceel van de [adres 2] . In die schuur is een in werking zijnde drugslaboratorium (verder: drugslab) en bijna 100 liter amfetamine(base)olie aangetroffen. Daarbij zijn verder de voorwerpen en stoffen aangetroffen zoals genoemd in de tenlastelegging, onder 3. Ter plaatse zijn de verdachte (hierna ook [verdachte] ), [medeverdachte 1] (hierna ook: [medeverdachte 1] ), [medeverdachte 2] (hierna ook: [medeverdachte 2] ) en [medeverdachte 3] aangetroffen en aangehouden. Een week later is [medeverdachte 4] (hierna ook: [medeverdachte 4] ) buiten heterdaad aangehouden. De rechtbank zal de vraag beantwoorden of en zo ja in welke mate de verdachte en zijn medeverdachten bij dit drugslab betrokken zijn geweest.

Verklaringen [verdachte]

heeft bij de politie verklaard dat hij sinds januari 2024 in de woning aan de [adres 2] woonde. Hij mocht de woning en de tuin bewonen en gebruiken als hij in ruil daarvoor het perceel in de gaten zou houden. Daarbij bewaakte hij het terrein tegen onbekenden en zorgde hij dat de huur voor het gehele perceel betaald werd. De huursom werd veelal contant aan hem gegeven door verschillende personen. Vanaf half januari 2024 werd de schuur door voor hem onbekende personen ingericht tot, zoals hij later in de gaten kreeg, het drugslab. [verdachte] moest de schuur bewaken en gaandeweg hand- en spandiensten verrichten. Personen die in het lab werkten, sliepen wel eens bij hem in huis en gebruikten wel eens gereedschap van hem. Hij heeft specifieke goederen voor het lab gehaald en heeft mensen gebracht en gehaald richting het lab. Vanaf het begin wist hij dat het niet zuiver was wat zich in de schuur afspeelde en gaandeweg werd hem duidelijk dat zich in de schuur een drugslab bevond.

Telefoonnummers [telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 2]

Tijdens de aanhouding van [medeverdachte 4] is bij hem een telefoon in beslag genomen waarbij het nummer [telefoonnummer 1] in gebruik was. Uit het feit dat [medeverdachte 4] die telefoon bij zich had en uit de onderzoeksresultaten ten aanzien van deze telefoon leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 4] ook de gebruiker was van deze telefoon en dus dit telefoonnummer.

Een week eerder, op de dag van de inval, is op de zolder van het lab ook een telefoon aangetroffen waarbij het nummer [telefoonnummer 2] in gebruik was. Uit de bevindingen blijkt dat [medeverdachte 2] de gebruiker van die telefoon is geweest.

Inhoud gesprekken

De telefoon van [medeverdachte 4] is onderzocht en daaruit blijkt dat [medeverdachte 4] met meerdere personen gesprekken voert die blijkens hun inhoud betrekking hebben op het drugslab aan de [adres 2] . De gesprekken beginnen in maart 2024 en lopen tot begin juli 2024. [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] communiceren aan de lopende band over liters, de kleur daarvan, hoeveelheden, ophalen en brengen, locaties, testen, smelten, cash, kannen en vaten, ph-waardes en tijden wanneer ze kunnen beginnen. Dit alles gecombineerd met foto’s van vloeistoffen en aantekeningen die duiden op de productie van drugs. [medeverdachte 4] voert vergelijkbare gesprekken met ene ‘ [schuilnaam 1] ’. Op de telefoon van [medeverdachte 4] staan aantekeningen opgeslagen met allerlei goederen en ingrediënten die gebruikt kunnen worden voor de productie van amfetamineolie. [medeverdachte 4] spreekt onder meer met ‘ [schuilnaam 1] ’ en [medeverdachte 1] over prijzen en afnemers.

[medeverdachte 2] en [verdachte] hebben vanaf 3 juni 2024 ook contact met elkaar, waarbij [verdachte] een lijstje stuurt met goederen die door hem zijn voorgeschoten, met bedragen erachter. Andersom stuurt [medeverdachte 2] op 24 juni 2024 dat er een lekkage is, met een foto van een kas met daarnaast IBC-tanks met drugsafval.

Vanaf 23 juni 2024 voert [medeverdachte 4] gesprekken met ‘ [schuilnaam 2] ’ ( [medeverdachte 2] ) waar zij bespreken dat er een 2,4kw motor moet worden gehaald, dat een lasser met motor en lasspullen op tijd aanwezig moet zijn en dat er goederen bij [naam 1] en [naam 2] moeten worden gehaald. Veel berichten tussen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] zijn verwijderd, maar in de notificaties van de telefoon van [medeverdachte 4] is een deel van de inhoud nog te zien. Ook hieruit blijkt dat [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] spreken over prijzen en goederen die betrekking hebben op het drugslab.

Dat de gesprekken betrekking hebben op het drugslab aan de [adres 2] en niet op een ander lab, blijkt onder meer uit het feit dat [medeverdachte 1] bij dat lab is aangehouden en dat [medeverdachte 4] continu met deze [medeverdachte 1] gesprekken voert die betrekking hebben op productie van amfetamine. [medeverdachte 1] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] zijn voorts op 7 juni 2024 samen bij de McDonald’s te Oud-Gastel gezien, waar [verdachte] over heeft verklaard dat hij daar meermaals, zo ook die dag, op de parkeerplaats is geweest om mensen op te halen en naar het drugslab te brengen of andersom. Bovendien heeft [medeverdachte 4] nog contact met ‘ [schuilnaam 1] ’ nádat [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] op 26 juni 2024 zijn aangehouden en in verzekering zijn gesteld. [medeverdachte 4] zegt daarbij dat er een schade is van 220k, dat de jongens weg zijn, het werk naar de kloten is, [voornaam] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 1] ) een paar jaar gaat zitten en een andere mattie die kinderen heeft (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 2] ) ook binnen zit. Ook dit gesprek staat ontegenzeggelijk in verband met het drugslab aan de [adres 2] .

DNA-sporen

In latex handschoenen in de afvalruimte van het drugslab zijn DNA-sporen aangetroffen die matchen met de DNA-profielen van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] . De aangetroffen en onderzochte DNA-sporen zijn meer dan één miljard keer waarschijnlijker wanneer deze afkomstig zijn van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] , dan wanneer deze afkomstig zijn van een willekeurige onbekende persoon. De rechtbank oordeelt dat het aangetroffen DNA ook daadwerkelijk het DNA van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] betreft. Dit wijst op activiteit van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] in dat lab.

Rolverdeling en betrokkenheid

De rechtbank oordeelt dat [medeverdachte 4] betrokken is geweest bij het drugslab door contact te onderhouden met de medeverdachten en door de werkzaamheden in den brede te coördineren. Dit blijkt genoegzaam uit de chats in de bewijsmiddelen en hetgeen door de rechtbank hiervoor is overwogen.

[verdachte] is betrokken geweest bij het drugslab door vanaf het begin in januari 2024 tot het moment van aanhouding het perceel te bewaken, door onderdak te bieden aan verschillende betrokkenen, door goederen te leveren en mensen te vervoeren. Hij faciliteerde ook de betaling van de huur van de locatie. Bovendien wist hij wat er gebeurde in de schuur. Al deze gedragingen zijn van essentieel belang geweest voor het drugslab en hij heeft naar het oordeel van de rechtbank op deze manier een significante materiële bijdrage geleverd. De rechtbank merkt [verdachte] dus aan als medepleger.

De rechtbank oordeelt dat [medeverdachte 2] betrokken is geweest bij de aankoop en het vervoer van specifieke goederen ten behoeve van het drugslab en dat hij arbeid in het drugslab heeft verricht.

De rechtbank oordeelt dat het opzet en de betrokkenheid van de verdachten zich dusdanig uitstrekt dat zij allen verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor het geheel aan handelingen, ook als zij die handelingen niet zelf direct hebben verricht, maar de medeverdachten dit hebben gedaan. Dergelijke misdrijven kenmerken zich door de intensieve samenwerking en coördinatie die hiervoor nodig is. Ieder aspect van het productieproces, van het regelen van de locatie, tot de inkoop, tot de productie en de verkoop, is niets waard zonder dat de andere aspecten goed geregeld zijn. De verdachten waren ook continu met elkaar in contact over de zaken die nog geregeld moesten worden en waren op de hoogte van de onderlinge taakverdeling. Dat geldt ook voor [verdachte] , die bereid was taken op zich te nemen als dat gevraagd werd.

De rechtbank is tevens van oordeel dat alle verdachten wetenschap en beschikkingsmacht hadden over de aangetroffen hoeveelheid amfetamine(base)olie.

Voor [verdachte] geldt dat hoewel de rechtbank niet kan bewijzen dat hij bewuste opzet op de aanwezigheid van deze hoeveelheid amfetamine(base)olie heeft gehad, maar wel dat hij willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zich die hoeveelheid in de schuur bevond. Hij heeft daar ook de beschikkingsmacht over gehad; immers beheerde hij de locatie en kon hij mensen binnenlaten. Zodoende is sprake van voorwaardelijk opzet op het aanwezig hebben van (ongeveer) de ten laste gelegde hoeveelheid amfetamine(base)olie.

De rechtbank doet geen uitspraak over de betrokkenheid van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] nu de inhoudelijke behandeling van deze zaken diende te worden aangehouden.

De bewezenverklaring

De rechtbank is met betrekking tot de ten laste gelegde feiten van oordeel dat deze feiten wettig en overtuigend zijn bewezen. De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:

1.

hij in de periode van 15 januari 2024 tot en met 26 juni 2024 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk (in een pand aan de [adres 2] ) heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht (telkens) een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamineolie), zijnde, amfetamineolie een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2.

hij op of omstreeks 26 juni 2024 te [plaats] , tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk (in een pand aan de [adres 2] ) aanwezig heeft gehad ongeveer 98,5 liter amfetamine-baseolie, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

3.

hij in de periode van 15 januari 2024 tot en met 26 juni 2024 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en te bevorderen, te weten:

- het opzettelijk bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen, en

- het opzettelijk vervaardigen van amfetamineolie een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,

- zich en een ander gelegenheid, middelen en inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen en

- voorwerpen, vervoermiddelen en stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en zijn mededaders, wisten dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,

door:

- een loods (te weten aan de [adres 2] ) te regelen/huren/te betreden/ter beschikking te stellen voor de productie van amfetamineolie en de opslag van aan de productie van amfetamineolie gerelateerde goederen en

- ( anderen aan te sturen om) voornoemde locatie in te richten teneinde deze te gebruiken voor de productie van amfetamine en

- personen aan te sturen en te vervoeren naar deze locatie om die amfetamineolie te produceren en

- toezicht te houden tijdens het productieproces en

- goederen te kopen die gebruikt worden bij de productie van amfetamineolie waaronder scheitrechters, conisch vormige vaten, latexhandschoenen, IBC tanks, watertanks, (afvoer)slangen en die goederen te vervoeren naar de productielocatie en het voorhanden hebben van

- een ingericht drugslab, met daarin in elk geval grote hoeveelheden chemicaliën en (grond)stoffen waaronder een hoeveelheid BMK(-glycidezuur), formamide, mierenzuur, en fosforzuur en

- ketels, waaronder reactieketels, kookreactieketels (met een capaciteit van 2355 liter) en

- 2 destillatie opstellingen en

- andere benodigdheden voor een synthetisch drugslab, waaronder kuubzakken, jerrycans, verpakkingsmaterialen, koolstoffilters, afzuigslangen, scheitrechters, (vol)gelaatsmaskers, wegwerphandschoenen, mondkapjes en IBC vaten en

- ongeveer 98,5 liter amfetamineolie;

ten behoeve van de productie van die amfetamineolie.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.

4. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijfenhalf jaar, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, en een geldboete van € 60.000,-, subsidiair 258 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht te volstaan met een straf gelijk aan het voorarrest.

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Ernst van de feiten

De verdachte heeft zich, samen met anderen, schuldig gemaakt aan het bereiden en bezit van een zeer grote hoeveelheid harddrugs, te weten amfetamineolie. Amfetamine heeft een destructieve werking op gebruikers en de negatieve gevolgen voor zowel de gebruikers als de samenleving zijn enorm.

Bij de productie van dergelijke synthetische drugs wordt gebruik gemaakt van chemische grondstoffen, met alle risico’s van dien. Bovendien levert het productieproces van synthetische drugs een grote hoeveelheid voor het milieu schadelijke afvalstoffen op die, zo leert de praktijk, vaak illegaal worden gedumpt in de natuur. De verdachte heeft met zijn handelen hieraan bijgedragen. Daarnaast is het een feit van algemene bekendheid dat het bereiden en het bezit van dergelijke middelen niet zelden gepaard gaat met andere vormen van criminaliteit.

Persoon van de verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 13 februari 2026. Daaruit blijkt dat hij op 12 januari 2026 nog wegens vergelijkbare feiten is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 maanden. Dit vonnis is niet-onherroepelijk, maar brengt wel met zich mee dat artikel 63 Sr van toepassing is. Ook in het verleden is de verdachte al meermaals veroordeeld tot langdurige gevangenisstraffen wegens vergelijkbare feiten.

De straf

De rechtbank heeft bij de bepaling van de strafmodaliteit en strafmaat aansluiting gezocht bij de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting. Daarin is als uitgangspunt vermeld een gevangenisstraf van 28 maanden bij het aanwezig hebben van de hoeveelheid harddrugs die de rechtbank in dit geval bewezen acht, en een gevangenisstraf van 36 maanden voor het bewerken, verwerken etc. van deze hoeveelheid. De rechtbank oordeelt dat sprake is van eendaadse samenloop ten aanzien van de feiten 1 en 2, dus zal zij de in de genoemde uitgangspunten maanden niet bij elkaar optellen.

Gelet op wat hiervoor is overwogen, alsmede de rol van de verdachte en de pleegperiode, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een lichtere of andere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van na te melden duur met zich brengt. De rechtbank zal aan de verdachte een gevangenisstraf opleggen van drie jaar. De rechtbank zal daarnaast niet, zoals door de officier van justitie geëist, een geldboete opleggen, omdat de rechtbank van oordeel is dat de strafdoelen reeds met deze gevangenisstraf bereikt worden.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.

7. De inbeslaggenomen voorwerpen

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de in beslag genomen goederen, een gasmasker en een sleutelbos, verbeurd moeten worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de op de beslaglijst genoemde voorwerpen verbeurdverklaren. Deze voorwerpen zijn voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien met betrekking tot deze voorwerpen de bewezen verklaarde feiten zijn begaan.

8. De voorlopige hechtenis

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair verzocht het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op te heffen, subsidiair om de schorsing te handhaven.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich verzet tegen opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis, maar heeft zich niet verzet tegen handhaving van de schorsing.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank wijst het verzoek tot opheffing van het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis af, nu de redenen die daartoe hebben geleid thans nog bestaan. De rechtbank zal echter wel beslissen dat de schorsing van de voorlopige hechtenis gehandhaafd wordt. De schorsing loopt dus niet af bij einduitspraak, zoals in de schorsingsbeslissing van 11 december 2024 staat opgenomen.

9. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen:

- 33, 33 a, 47, 55, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht;

- 2, 10 en 10a van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijst I.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

10. De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.5 bewezen is verklaard;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

ten aanzien van de feiten 1 en 2:

eendaadse samenloop van

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B gegeven verbod;

en

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

ten aanzien van feit 3:

medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen, vervoermiddelen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;

verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 3 (DRIE) JAREN;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

verklaart verbeurd de op de beslaglijst onder 1 en 2 genoemde voorwerpen, te weten:

1. STK sleutelbos;

1. STK gasmasker;

handhaaft de schorsingsbeslissing van de rechtbank Den Haag d.d. 11 december 2024, waardoor de voorlopige hechtenis geschorst blijft onder de bij die beslissing gestelde voorwaarden.

Dit vonnis is gewezen door

mr. Y.J. Wijnnobel-Van Erp, voorzitter,

mr. E.C. Kole, rechter,

mr. J. Herfkens, rechter,

in tegenwoordigheid van mrs. mrs. M. den Besten en N.D. van Duijkeren, griffiers,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 3 juni 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. Y.J. Wijnnobel-Van Erp
  • mr. E.C. Kole
  • mr. J. Herfkens

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand