ECLI:NL:RBDHA:2026:14735

ECLI:NL:RBDHA:2026:14735

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 29-05-2026
Datum publicatie 02-06-2026
Zaaknummer NL26.27839 en NL26.27857 en NL26.27863 en NL26.27873
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Grensdetentie artikel 6 lid 3, Dublinaanknopingspunten, significant risico op onttrekking, rechtsvermoeden niet weerlegd, interstatelijk vertrouwensbeginsel ligt niet voor, geen situatie dat in het geheel geen overdracht kan plaatsvinden

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[eiser 1], V-nummer: [v-nummer 1],

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

zaaknummers: NL26.27839, NL26.27857, NL26.27863 en NL26.27873

[eiser 2] , V-nummer: [v-nummer 2],

[eiser 3] , V-nummer: [v-nummer 3],

en

[eiser 4] , V-nummer: [v-nummer 4],

eisers

(gemachtigde: mr. R.S. Nandoe),

en

(gemachtigde: mr. M.P. Gaal - De Groot).

Procesverloop

Bij besluiten van 13 mei 2026 is aan eisers met toepassing van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. In de besluiten is overwogen dat aanknopingspunten bestaan voor toepassing van de Dublinverordening.

Eisers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Deze beroepen moeten ook worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

De rechtbank heeft de beroepen op 27 mei 2026 gelijktijdig op zitting behandeld. Eisers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Als tolk is verschenen K. Wali. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 5.1a van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) wordt een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vw opgelegd in het kader van het grensbewakingsbelang. Deze wordt niet opgelegd of voortgezet indien sprake is van bijzondere individuele omstandigheden die vrijheidsontneming onevenredig bezwarend maken.

2. Verweerder heeft de asielaanvragen van eisers in de grensprocedure behandeld en heeft in de bestreden besluiten aangegeven dat sprake is van Dublin-aanknopingspunten, omdat eisers in het bezit zijn van een door Slovenië afgegeven Schengenvisum.

3. Ter onderbouwing dat een significant risico bestaat dat eisers zich aan het toezicht zullen onttrekken heeft verweerder, als zware grond, vermeld dat eisers:

3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze zijn binnengekomen, dan wel een poging

daartoe hebben gedaan;

en als lichte gronden vermeld dat eisers:

4c. geen vaste woon- of verblijfplaats hebben;

4d. niet beschikken over voldoende middelen van bestaan.

De gemachtigde van verweerder heeft ter zitting gezegd dat de grond onder 4d niet langer aan eisers wordt tegengeworpen, omdat deze grond in de besluiten onvoldoende op eisers is toegespitst.

4. Eisers betwisten de overgebleven gronden niet, maar stellen zich op het standpunt dat er geen sprake is van een significant risico op onttrekking aan het toezicht, omdat zij zich niet zullen verzetten tegen een overdracht aan Slovenië. Daarbij wijzen zij er ook nog op dat de grond onder 3a voor veel asielzoekers geldt.

5. Naar het oordeel van de rechtbank is de grond onder 3a op eisers van toepassing, omdat zij eerder aan de grens een asielwens hebben geuit, en dus verblijf voor onbepaalde tijd beoogden, terwijl zij niet in het bezit zijn van een visum voor lang verblijf. Eisers’ poging tot inreis was daarom niet rechtmatig. De rechtbank verwijst in dit verband naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 15 juli 2021. Naar het oordeel van de rechtbank kan ook de grond onder 4c aan eisers worden tegengeworpen. Hierbij is van belang dat eisers niet zijn ingeschreven in de Basisregistratie Personen en zij verder op geen enkele wijze hebben aangetoond een vaste verblijfplaats te hebben die ook bij verweerder bekend is.

6. De gronden onder 3a en 4c zijn feitelijk juist en zijn in het bestreden besluit nader toegelicht. Dit geeft in beginsel grond om aan te nemen dat aan het vereiste van een significant risico op onttrekking is voldaan. Dit betreft echter een weerlegbaar rechtsvermoeden. Eisers hebben geen feiten en omstandigheden aangevoerd om het rechtsvermoeden te weerleggen. Verweerder is daarom terecht tot het oordeel gekomen dat sprake is van een significant risico op onttrekking. Dat eisers stellen dat zij zich niet zullen verzetten tegen een overdracht aan Slovenië is onvoldoende voor een ander oordeel, waarbij de rechtbank in aanmerking neemt dat eisers wel beroep hebben ingesteld tegen de besluiten van 26 mei 2026 waarin is besloten om eisers over te dragen aan Slovenië.

7. Eiser hebben zich verder op het standpunt gesteld dat het niet mogelijk is om hen over te dragen aan Slovenië, omdat in Slovenië sprake is van structurele tekortkomingen in de asielprocedure, zodat niet langer kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Volgens eisers ontbreekt er daarom ook een concreet aanknopingspunt

voor overdracht.

8. De rechtbank volgt het betoog van eisers niet. De vraag of ten aanzien van Slovenië kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel moet eerst in het beroep tegen de besluiten om eisers over te dragen beoordeeld worden. Anders dan bijvoorbeeld in de uitspraak van de Afdeling van 17 maart 2026 kan in dit geval niet gezegd worden dat de grensdetentie met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid het doel van grensbewaking niet dient, omdat in het geheel geen overdracht kan plaatsvinden.

9. De beroepen zijn ongegrond. Daarom wordt ook de verzoeken om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart de beroepen ongegrond;

- wijst de verzoeken om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.B. de Boer, rechter, in aanwezigheid van

M.R. van Kerkwijk, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.B. de Boer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand