ECLI:NL:RBDHA:2026:14744

ECLI:NL:RBDHA:2026:14744

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 02-06-2026
Datum publicatie 02-06-2026
Zaaknummer NL25.19501
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Asiel - Somalië - ongegrond - De rechtbank is van oordeel dat de minister voldoende rekening heeft gehouden met de medische gesteldheid en het referentiekader van eiseres, dat de minister de problemen met Al-Shabaab niet ten onrechte niet geloofwaardig heeft geacht, dat de minister voldoende deugdelijk heeft gemotiveerd dat eiseres geen alleenstaande vrouw is en dat de minister zich voldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiseres,

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.19501

geboren op [geboortedatum],

van Somalische nationaliteit,

V-nummer: [nummer],

(gemachtigde: mr. H.J.M. Nijholt),

en

(gemachtigde: mr. R.R. de Groot).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van de Vw. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Het beroep is ongegrond. De rechtbank is van oordeel dat de minister voldoende rekening heeft gehouden met de medische gesteldheid en het referentiekader van eiseres, dat de minister de problemen met Al-Shabaab niet ten onrechte niet geloofwaardig heeft geacht, dat de minister voldoende deugdelijk heeft gemotiveerd dat eiseres geen alleenstaande vrouw is en dat de minister zich voldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft op 18 oktober 2022 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 31 maart 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft partijen uitgenodigd voor behandeling van het beroep op de zitting van 21 juli 2025. Eiseres heeft vervolgens verzocht om aanhouding van haar zaak wegens het opvragen van medische gegevens en het vertalen van brieven uit Somalië. De rechtbank heeft daarop besloten de behandeling van het beroep aan te houden.

De rechtbank heeft vervolgens het beroep op 16 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, een tolk en de gemachtigde van de minister. Op de zitting heeft de minister verzocht om aanhouding zodat hij een geactualiseerd standpunt kon innemen over de veiligheidssituatie in Somalië, over de reisroute van eiseres en over de vraag of eiseres een reëel risico op ernstige schade loopt bij terugkeer.

De rechtbank heeft na een schriftelijke ronde partijen gevraagd of zij een nadere zitting wensen. Eiseres wenste een nadere zitting. De rechtbank heeft vervolgens het beroep op 21 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, een tolk en de gemachtigde van de minister. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiseres verklaart dat haar man is vermoord door Al-Shabaab omdat de Somalische regering zijn auto heeft gebruikt voor een aanval op leden van Al-Shabaab. Eiseres heeft een overlijdensakte overgelegd, die is opgesteld door de clanoudste. Eiseres is na het overlijden van haar man door de Somalische regeringssoldaten bezocht voor een condoleance en heeft geld en een telefoonnummer van hen ontvangen. Eiseres vreest door Al-Shabaab te worden vermoord als zij terug moet naar Somalië. Al-Shabaab zou eiseres hebben gebeld met de mededeling dat zij haar gaan vermoorden als ze haar tegenkomen.

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

De minister heeft eiseres haar identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig geacht. De minister acht de problemen met Al-Shabaab niet geloofwaardig. Volgens de minister kan eiseres niet worden aangemerkt als alleenstaande vrouw. De minister concludeert dat eiseres geen vluchteling is in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Ook loopt eiseres volgens de minister geen reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Somalië. Eiseres haar asielaanvraag wordt daarom afgewezen. Eiseres moet binnen vier weken terugkeren naar Somalië.

Zienswijze herhaald en ingelast

5. De enkele verwijzing naar de zienswijze en het verzoek om die als herhaald en ingelast te beschouwen is onvoldoende om te kunnen worden aangemerkt als een beroepsgrond waarop de rechtbank moet ingaan. De rechtbank stelt vast dat de minister hierop in het bestreden besluit een uitgebreide motivering heeft gegeven. Het is aan eiseres om in beroep concreet aan te geven waarom de reactie van de minister op de zienswijze volgens hem niet juist of niet toereikend is. De rechtbank zal zich dan ook richten op wat eiseres in beroep heeft aangevoerd.

Heeft de minister voldoende rekening gehouden met de medische gesteldheid en het referentiekader van eiseres?

6. De rechtbank is van oordeel dat de minister voldoende rekening heeft gehouden met de medische gesteldheid en het referentiekader van eiseres. Hiertoe overweegt de rechtbank dat eiseres geen informatie heeft overgelegd waaruit blijkt dat zij niet goed kan verklaren. Ook heeft eiseres geen documenten overgelegd die haar medische gesteldheid of analfabetisme onderbouwen. Eiseres haar stelling dat nader medisch onderzoek had moeten plaatsvinden leidt niet tot een ander oordeel. De rechtbank overweegt verder dat uit de rapporten van de gehoren blijkt dat de minister voldoende rekening heeft gehouden met het referentiekader bij het horen. Zo heeft de minister nadere vragen gesteld, vragen herhaald wanneer eiseres ze niet begreep, gevraagd om verduidelijking en tegenstrijdigheden in de verklaringen tijdens de gehoren aan eiseres voorgehouden. De minister heeft zich daarbij op het standpunt mogen stellen dat het telefoongesprek met Al-Shabaab de kern is van het asielrelaas van eiseres. De minister had dan ook van eiseres mogen verwachten dat zij hier eenduidig over kon verklaren. De minister heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiseres wisselend en tegenstrijdig heeft verklaard over het telefoongesprek. De rechtbank ziet gelet op het voorgaande dus geen grond voor het oordeel dat het besluit onzorgvuldig is voorbereid.

Heeft de minister de problemen met Al-Shabaab ten onrechte niet geloofwaardig geacht?

7. De rechtbank is van oordeel dat de minister de problemen met Al-Shabaab niet ten onrechte niet geloofwaardig heeft geacht. De stelling van eiseres dat de handelswijze van Al-Shabaab haar niet mag worden tegengeworpen maakt het oordeel niet anders. Het is aan eiseres om haar asielrelaas aannemelijk te maken. De minister heeft zich daarbij niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat uit de verklaringen van eiseres blijkt dat Al-Shabaab zeer stellig is om eiseres om het leven te brengen. Eiseres heeft verder verklaard dat wanneer Al-Shabaab zich voorneemt om iemand te vermoorden zij dit hoe dan ook zullen uitvoeren. Eiseres stelt in de gronden van beroep dat Al-Shabaab haar waarschijnlijk niet direct kon doden en dat ze haar daarom hebben bedreigd of dat ze haar weg wilden hebben en haar daarom hebben bedreigd met de dood. De minister heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat deze stelling in beroep zich niet verhoudt met haar verklaringen. De door eiseres overgelegde documenten, te weten, de overlijdensakte en een verklaring van de politie in Somalië dat eiseres zich heeft gemeld op het politiebureau op 20 mei 2022 maken het oordeel niet anders. Uit de verklaringen van onderzoek blijkt dat de minister de stukken heeft laten onderzoeken, maar dat geen uitspraak kan worden gedaan over de inhoud of opmaak van de documenten.

Heeft de minister deugdelijk gemotiveerd dat eiseres geen alleenstaande vrouw is?

8. In het beleid is opgenomen dat de minister alleenstaande vrouwen in Somalië als risicoprofiel aanmerkt. Of een vrouw in Somalië als alleenstaand wordt gezien en daarom bescherming nodig heeft hangt onder meer af van de aanwezigheid van (groot)familie. Tot de grootfamilie kunnen onder meer vader, moeder, kinderen, tantes en ooms behoren. De minister heeft er terecht op gewezen dat uit de verklaringen van eiseres blijkt dat haar ouders in het dorp Gololey wonen en zij altijd bij hen heeft gewoond. De stelling van eiseres dat er weinig contact is met haar familie heeft de minister onvoldoende mogen vinden om aan te nemen dat eiseres bij terugkeer geen netwerk heeft waar zij op kan terugvallen. De stelling van eiseres dat zij niemand in Mogadishu heeft en dat Mogadishu geen vestigingsalternatief voor haar is, treft geen doel. De minister verwacht namelijk niet van eiseres dat zij terugkeert naar Mogadishu, maar naar het dorp Gololey. De minister heeft daarom naar het oordeel van de rechtbank voldoende deugdelijk gemotiveerd dat eiseres geen alleenstaande vrouw is.

Loopt eiseres bij terugkeer een reëel risico op ernstige schade?

9. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich voldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij terugkeer naar Gololey een reëel risico loopt op ernstige schade in de zin van artikel 15, aanhef en onder c van de Kwalificatierichtlijn. De minister heeft er terecht op gewezen dat de enkele aanwezigheid van eiseres in Somalië op zichzelf niet voldoende is om een reëel risico op ernstige schade aan te nemen. De minister heeft ook deugdelijk gemotiveerd dat de individuele omstandigheden van eiseres onvoldoende aanleiding vormen om een reëel risico op ernstige schade aan te nemen. In het EUAA-rapport van oktober 2025 ziet de rechtbank geen aanleiding om aan te nemen dat de algemene veiligheidssituatie in Lower Shabelle wezenlijk anders is dan in het landgebonden beleid van de minister is vastgelegd.

De rechtbank is verder van oordeel dat de minister zich heeft mogen baseren op de informatie van TOELT. Nu de minister heeft verwezen naar de bronnen waar TOELT zich op baseert, ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat de minister het advies van TOELT dient te overleggen. De minister heeft er terecht op gewezen dat uit de informatie van TOELT volgt dat eiseres naar Gololey kan reizen zonder door gebied te hoeven gaan waar Al-Shabaab aan de macht is. De rechtbank overweegt dat de minister zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat het feit dat er aanslagen door Al-Shabaab worden gepleegd in gebieden waar Al-Shabaab geen controle over heeft, geen omstandigheid is die noopt tot een andere conclusie omtrent het niveau van geweld. De door eiseres overgelegde informatie maakt het oordeel niet anders. Deze informatie is namelijk deels gedateerd van voor de bevindingen van TOELT. De door eiseres overgelegde informatie die is gedateerd na de bevindingen van TOELT leidt niet tot een andere conclusie. Eiseres heeft namelijk niet onderbouwd hoe deze informatie is te relateren aan haar reisroute of woonplaats en of de informatie is te relateren aan Al-Shabaab. De minister heeft in de door eiseres overgelegde informatie geen aanleiding hoeven zien voor het doen van nader onderzoek.

Conclusie en gevolgen

10. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en de afwijzing van haar asielaanvraag in stand blijft. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Mulder, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. K.E. Mulder

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand