RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, de minister,
Samenvatting
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.45333
geboren op [geboortedatum],
van Venezolaanse nationaliteit,
V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. E. Derksen),
en
(gemachtigde: mr. R.R. de Groot).
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag om een verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘medische behandeling’ van eiser. Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de aanvraag om een verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘medische behandeling’ in stand kan blijven. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘medische behandeling’. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 15 januari 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 16 september 2025 op het bezwaar van eiser is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
Eiser heeft op 18 september 2025 beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Op 13 oktober 2025 heeft eiser nogmaals beroep ingediend. Tijdens de zitting is dit tweede beroep en de daarmee samenhangende voorlopige voorziening ingetrokken.
De rechtbank heeft het beroep op 21 april 2026 samen met het verzoek om een voorlopige voorziening hangende dit beroep, op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, een tolk en de gemachtigde van de minister. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.
Beoordeling door de rechtbank
Totstandkoming van het bestreden besluit
3. Eiser wenst regulier verblijf in Nederland voor het verblijfdoel ‘medische behandeling’ omdat hij leidt aan psychische klachten die voortkomen uit een posttraumatische stressstoornis (PTSS) en een depressieve stoornis. Ook heeft eiser suïcidale gedachten. Eiser staat voor deze klachten onder behandeling bij een multidisciplinair team van Fier, met o.a. een psychiater, psycholoog en orthopedagoog.
Ter voorbereiding van de besluitvorming heeft de minister advies gevraagd aan het Bureau Medische Advisering (BMA) over de gezondheidssituatie van eiser. Het BMA heeft op 14 januari 2025 laatstelijk advies uitgebracht.
Het BMA heeft in het advies van 14 januari 2025 geconcludeerd dat eiser onder voorwaarden kan reizen. Als voorwaarden gelden dat eiser tijdens de reis bijgestaan wordt door een psychiatrisch verpleegkundige en hij na aankomst moet worden overgedragen aan de behandelaar ter plekke (fysieke overdracht). Verder wordt aanbevolen dat eiser een schriftelijke overdracht van zijn medische gegevens en voldoende medicatie om de periode van zijn reis te overbruggen meeneemt. Bij het uitblijven van medische behandeling voor de psychische klachten, zoals eiser deze nu ontvangt, verwacht BMA geen medische noodsituatie binnen drie tot zes maanden. Het BMA heeft niet onderzocht of de medische behandeling die eiser nodig heeft ook beschikbaar is in zijn land van herkomst, omdat er geen medische noodsituatie wordt verwacht binnen een termijn van drie tot zes maanden.
Mede gelet op het BMA-advies heeft de minister de aanvraag van eiser met het primaire besluit van 15 januari 2025 afgewezen op grond van artikel 16, eerste lid, onder g van de Vw. De minister heeft ook geoordeeld dat er geen aanleiding bestaat om aan eiser ambtshalve uitstel van vertrek te verlenen op grond van artikel 64 van de Vw. De minister heeft de afwijzing voor de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier vanwege ‘medische behandeling’ bij het bestreden besluit gehandhaafd.
Heeft de minister zich op de BMA-adviezen kunnen baseren?
4. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling is een advies van het BMA een deskundigenadvies aan de minister ten behoeve van het uitvoeren van zijn bevoegdheden. Als het advies op onpartijdige, objectieve en inzichtelijke wijze is opgesteld mag de minister hier in beginsel van uitgaan, tenzij er concrete aanknopingspunten zijn voor twijfel aan de juistheid of volledigheid van het BMA-advies. Het is aan de vreemdeling om aan te tonen dat het BMA-advies niet voldoet aan de vereisten. Eiser heeft daaraan niet voldaan.
De rechtbank ziet in wat eiser aanvoert onvoldoende aanleiding om te twijfelen aan het BMA-advies. De rechtbank is van oordeel dat het medisch advies geen innerlijke tegenstrijdigheid bevat. Zo is het enerzijds niet verwachten van een medische noodsituatie binnen de indicatieve termijn van drie tot zes maanden en het anderzijds adviseren van een fysieke overdracht niet innerlijk tegenstrijdig. Het advies over de af te leggen reis en het advies over de medische noodsituatie zijn twee aparte onderdelen van het advies. Dat de reis voor eiser een trigger kan zijn en daarbij medisch ingrijpen noodzakelijk is of kan zijn, betekent niet dat daarmee ook sprake is van een medische noodsituatie binnen drie tot zes maanden na terugkeer. De rechtbank ziet daarom ook geen aanleiding voor het oordeel dat het BMA-advies niet concludent, consistent en inzichtelijk is of dat de minister nader onderzoek had moeten doen naar de medische situatie.
De beroepsgrond van eiser dat de minister het BMA-advies niet aan het bestreden besluit ten grondslag heeft mogen leggen gelet op het arrest X van het Hof van Justitie slaagt niet. De minister heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat hij zich ervan dient te vergewissen dat de vreemdeling, wanneer zijn gezondheidstoestand dat vereist, niet alleen tijdens de verwijdering zelf, maar ook daarna in het land van bestemming zorg ontvangt. De minister heeft zich naar het oordeel van de rechtbank ook op het standpunt kunnen stellen dat hieraan is voldaan doordat een fysieke overdracht is vereist en daarna in de indicatieve periode geen medische noodsituatie wordt verwacht. Eiser heeft onvoldoende aangetoond met medische documenten dat daarvan, anders dan het BMA heeft beoordeeld, wel sprake is. Het BMA heeft een termijn van drie tot zes maanden gehanteerd om te beoordelen of zich al dan niet in dat tijdsbestek een medische noodsituatie zal voordoen indien behandeling uitblijft. Hoewel uit het arrest X volgt dat een lidstaat geen strikte termijn mag stellen waarbinnen de voormelde toename van pijn moet intreden opdat die toename in de weg kan staan aan uitzetting, betekent dat in dit geval niet dat de minister de conclusie van het BMA-advies niet heeft mogen volgen. Immers het BMA heeft opgemerkt dat de klachten ten opzichte van het begin van de behandeling zijn verminderd en dat er geen sprake meer is van suïcidaal gedrag. Daarnaast heeft het BMA opgemerkt dat behandeling van PTSS- en stemmingsklachten doorgaans één tot twee jaar duurt. Bij het uitblijven van behandeling verwacht het BMA niet dat eiser zal overgaan tot suïcidaal handelen.
De rechtbank is verder van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het BMA de landgebonden vragen – de vraag of behandeling in het land van herkomst voorhanden is – niet heeft hoeven beantwoorden omdat er geen medische noodsituatie wordt verwacht binnen de indicatieve termijn van drie tot zes maanden. De rechtbank ziet gelet op het voorgaande geen aanleiding voor het oordeel dat de minister niet heeft voldaan aan de vergewisplicht.
Moet er nog een rechterlijke toets plaatsvinden voordat eiser wordt uitgezet?
5. De beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank overweegt dat uit het BMA-advies volgt dat een fysieke overdracht dient plaats te vinden. De minister heeft er terecht op gewezen dat mocht het zo zijn dat de fysieke overdracht niet volgens het BMA-advies plaatsvindt, aan eiser rechtsmiddelen ter beschikking staan om daartegen op te komen. Het is dan ook niet zoals eiser stelt dat er in de praktijk geen effectieve toets is of de fysieke overdracht juist, tijdig en zorgvuldig wordt uitgevoerd. De enkele, niet nader onderbouwde stelling van eiser dat niet kan worden uitgesloten dat een acute medische noodsituatie zal ontstaan zonder concrete, controleerbare informatie over de (begeleiding bij de) overdracht, de reis en de aankomst, leidt niet tot een ander oordeel.
Heeft de minister de aanvraag van eiser moeten toetsen aan artikel 3 en 8 van het EVRM ?
6. De beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank volgt de minister in het standpunt dat uit artikel 3.6, eerste lid en 3.6a, eerste lid van het Vb niet volgt dat de minister in het onderhavige besluit gehouden was door te toetsen. De minister heeft er daarbij terecht op gewezen dat al eerder, namelijk bij besluit van 23 juni 2023, is geoordeeld dat eiser niet in aanmerking komt voor een ambtshalve verlening van een verblijfsvergunning en daarom in deze procedure geen nieuwe beoordeling plaatsvindt. De rechtbank stelt verder vast dat sprake is van een nog lopende procedure over het besluit van de minister tot afwijzing van de aanvraag van eiser om bij zijn partner (verblijfsdoel ‘familie en gezin’) te kunnen verblijven.
De rechtbank is verder van oordeel dat ook de stelling van eiser dat artikel 3 van het EVRM zich verzet tegen het opleggen van een terugkeerbesluit niet slaagt. Zoals hiervoor overwogen verwacht het BMA geen medische noodsituatie in de indicatieve termijn van drie tot zes maanden na terugkeer. Hierin ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat artikel 3 van het EVRM zal worden geschonden bij terugkeer. De rechtbank ziet verder in wat eiser aanvoert geen aanleiding voor het oordeel dat de situatie in Venezuela sinds oplegging van het terugkeerbesluit in 2023 zodanig is gewijzigd dat sprake zal zijn van een schending van artikel 3 EVRM. Eiser heeft zijn stelling verder niet onderbouwd.
Ook het beroep van eiser op artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn slaagt niet. De rechtbank overweegt dat eiser zijn stelling dat hij risico loopt om een in situatie strijdig met artikel 3 van het EVRM te komen, vanwege zijn kwetsbaarheid en de aanwezigheid van willekeurig geweld of conflictregio’s, niet heeft onderbouwd. De minister heeft er daarbij terecht op gewezen dat het hier niet gaat om een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel, maar om een aanvraag voor een reguliere verblijfsvergunning onder de beperking ‘medische behandeling’. Eiser heeft niet onderbouwd in hoeverre artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn relevant is voor zijn aanvraag.
Heeft de minister kunnen afzien van horen in bezwaar?
7. De beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt stelt dat er op voorhand geen twijfel over mogelijk was dat de bezwaren niet konden leiden tot een andersluidend besluit. De rechtbank overweegt, zoals ook overwogen onder 4.2, dat eiser geen andere informatie of medische stukken heeft overgelegd waaruit volgt dat de minister niet van de inhoud van het BMA-advies uit kon gaan.
Conclusie en gevolgen
8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de aanvraag in stand blijft en eiser ongelijk krijgt. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Mulder, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.