ECLI:NL:RBDHA:2026:14764

ECLI:NL:RBDHA:2026:14764

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 01-06-2026
Datum publicatie 03-06-2026
Zaaknummer NL25.26196
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

schending van de hoorplicht. Mvv nareis. Zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek omdat referent zijn asieldossier niet kenbaar bij de besluitvorming is betrokken

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], eiseres

de minister van Asiel en Migratie, verweerder (hierna: de minister)

Samenvatting

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.26196

V-nummer: [v-nummer]

(gemachtigde: mr. F.J.E. Hogewind),

en

(gemachtigde: [gemachtigde]).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag om eiseres een mvv in het kader van nareis te verlenen. Met deze aanvraag beogen eiseres en haar minderjarige zoon gezinshereniging met haar partner. Volgens de minister is niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is geweest van een feitelijke gezinsband tussen eiseres en haar zoon en haar partner op het peilmoment. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing maar de minister heeft het bezwaar kennelijk ongegrond verklaard. Eiseres is het daar niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het besluit van de minister.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het besluit van de minister onzorgvuldig is voorbereid en onvoldoende is gemotiveerd. Eiseres krijgt dus gelijk en het beroep is gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

[referent] (referent) heeft op 28 april 2022 een aanvraag ingediend om verlening van een mvv in het kader van nareis ten behoeve van eiseres en haar minderjarige zoon ([minderjarige]).

De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 22 oktober 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 25 juli 2025 is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 4 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres, referent (bijgestaan door een tolk Engels – Pidgin) en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van het griffierecht

3. Eiseres is vrijgesteld van de verplichting tot het betalen van griffierecht.

Wettelijk kader

4. Met de aanvraag om eiseres en haar zoon een mvv in het kader van nareis te verlenen, beogen referent, eiseres en haar zoon gezinshereniging op grond van artikel 29, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw), waarbij het gezinsleven zoals dat bestond vóór de inreis van referent tussen hen wordt hersteld. Bij inwilliging van deze aanvraag verleent de minister een mvv met het oog op een afgeleide verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Uit paragraaf C2/4.1.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc) volgt dat de minister een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, van de Vw verleent, als eiseres en haar zoon feitelijk tot het gezin van referent behoren. Daarvoor moet referent aantonen dat eiseres en haar zoon op het moment van zijn binnenkomst in Nederland (het peilmoment) feitelijk tot zijn gezin behoorden en dat die feitelijke gezinsband toen niet verbroken was.

Totstandkoming van het bestreden besluit

5. De minister heeft de aanvraag voor een mvv afgewezen omdat niet aannemelijk is gemaakt dat er sprake is geweest van een feitelijke gezinsband tussen eiseres en haar zoon, en referent op het peilmoment. De minister vindt het onvoldoende aannemelijk gemaakt dat referent al vóór 2021 contact had met eiseres. Anders dan eiseres, is de minister van oordeel dat het gehoor zorgvuldig is geweest en dat niet is gebleken dat eiseres de vragen niet heeft begrepen. Uit de verklaringen van eiseres volgt dat het contact verbroken is geweest nadat eiseres is vertrokken uit Nigeria en dat het contact pas is hersteld in 2021. Omdat uit de beoordeling is gebleken dat het bezwaar kennelijk ongegrond is, heeft de minister afgezien van een hoorzitting in de bezwaarfase.

Heeft de minister mogen afzien van een hoorzitting in bezwaar?

De rechtbank is van oordeel dat van een kennelijk ongegrond bezwaar in dit geval geen sprake is en dat de minister dus niet van horen kon afzien. Hiertoe overweegt zij als volgt.

Het is vaste rechtspraak dat het horen in bezwaar als uitgangspunt moet worden genomen. Het horen in de bezwaarfase vormt een essentieel onderdeel van die procedure. Hierop kan slechts een uitzondering worden gemaakt als er op voorhand redelijkerwijs geen twijfel mogelijk is dat wat in bezwaar is aangevoerd, niet tot een ander standpunt kan leiden dan het standpunt in het primaire besluit. Een bezwaar kan dan kennelijk ongegrond worden verklaard. Met deze uitzondering op de hoorplicht moet terughoudend worden omgegaan. Een relevante omstandigheid is onder meer de mate waarin een vreemdeling bereidwillig en actief de inspanningen heeft verricht die redelijkerwijs van hem verwacht kunnen worden bij het verkrijgen en tijdig aanleveren van de verzochte informatie. De vuistregel is dat naarmate een vreemdeling meer inspanningen heeft verricht om de benodigde informatie te verkrijgen en daarover heeft gecommuniceerd, het meer in de rede ligt om hem uit te nodigen voor een hoorzitting.

De rechtbank overweegt dat de keuze van de minister om af te zien van het horen voornamelijk is gebaseerd op feiten die volgen uit verklaringen van eiseres in het nareisgehoor. De gemachtigde van eiseres heeft verschillende kanttekeningen bij dit gehoor geplaatst, waaronder het feit dat eiseres analfabeet is en dat zij nooit naar school is geweest. Verder voert de gemachtigde aan dat uit het gehoor duidelijk volgt dat eiseres weinig van de vragen heeft begrepen die aan haar werden gesteld. Op de vraag waar eiseres in haar (eigen) land met referent heeft gewoond, noemt zij bijvoorbeeld de plaats [plaats], terwijl eiseres nooit met referent in Nigeria heeft samengewoond. En op de vraag wanneer zij weer contact kreeg met referent, antwoordt eiseres het jaar 2012, terwijl dit juist het moment is dat referent en eiseres elkaar in Libië hebben ontmoet. De minister heeft ter zitting bevestigd dat in het gehoor van eiseres meer doorgevraagd had kunnen worden. De gemachtigde van eiseres heeft in bezwaar verschillende concrete voorbeelden genoemd waaruit blijkt dat het gehoor van eiseres onzorgvuldig is verlopen. Reeds hierom is de rechtbank van oordeel dat het bezwaar niet als kennelijk ongegrond kon worden afgedaan en de minister niet had kunnen afzien van het horen in bezwaar. Deze beroepsgrond slaagt.

Heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat de feitelijke gezinsband verbroken was op het peilmoment?

7. Eiseres stelt zich op het standpunt dat de relatie met referent nooit verbroken is geweest. Dit heeft zij in haar nareisgehoor ook verklaard. Eiseres betoogt dat, mocht de minister al aannemen dat de gezinsband voor een kort moment verbroken is geweest, deze weer was hersteld vóór zijn vlucht naar Nederland. Eiseres voert in dit verband aan dat de verklaringen van referent in zijn asielprocedure ten onrechte niet zijn betrokken.

De rechtbank overweegt dat uit het bestreden besluit niet volgt dat het asieldossier van referent is meegewogen. In dit dossier heeft referent verklaard over eiseres en zijn contact met haar en de context van hun relatie geschetst. Referent heeft nergens in zijn asieldossier verklaard dat hij jaren geen contact heeft gehad met eiseres. De rechtbank overweegt dat het onzorgvuldig is dat de minister de inhoud van de verklaringen van referent niet heeft betrokken bij de besluitvorming. Het is ook onzorgvuldig van de minister om elementen uit de verklaring van eiseres die niet stroken met de conclusie van de minister anders uit te leggen, en elementen uit haar verklaring of uit het asieldossier van referent die haar standpunt onderbouwen zonder (deugdelijke) motivering ter zijde te schuiven. Dit levert een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek op. Ook deze beroepsgrond slaagt. .

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. Dit betekent dat eiseres gelijk krijgt. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit.

De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat de minister een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor acht weken.

Omdat het beroep gegrond is krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten. deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. De minister moet deze vergoeding betalen. Verder zijn er geen kosten die voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het besluit van 25 juli 2025;

- draagt de minister op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;

- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.B. de Boer, rechter, in aanwezigheid van

mr. W.L. van der Pijl, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.B. de Boer

Griffier

  • mr. W.L. van der Pijl

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand