ECLI:NL:RBDHA:2026:14783

ECLI:NL:RBDHA:2026:14783

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 10-03-2026
Datum publicatie 03-06-2026
Zaaknummer AWB 25/14603
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Deze uitspraak gaat over het niet in behandeling nemen van de aanvraag van eiser voor een reguliere verblijfsvergunning voor familie- en gezinsleven. Eiser komt uit Brazilië en wil bij zijn vader in Nederland wonen. Eiser is het niet eens met de afwijzing van zijn aanvraag en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder de aanvraag van eiser buiten behandeling heeft kunnen stellen, omdat eiser niet op de loketafspraak is gekomen en geen leges heeft betaald. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 maart 2026 in de zaak tussen

[eiser], eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Samenvatting

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 25/14603

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. M. Dorgelo),

en

(gemachtigde: mr. N. Rijerkerk).

1. Deze uitspraak gaat over het niet in behandeling nemen van de aanvraag van eiser. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder de aanvraag van eiser buiten behandeling heeft kunnen stellen. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 11 oktober 2024 een aanvraag ingediend voor een reguliere verblijfsvergunning voor ‘Familie & Gezin, verblijf bij [naam]’. Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 9 december 2024 niet in behandeling genomen. Met het bestreden besluit van 20 juni 2025 op het bezwaar van eiser heeft verweerder geconcludeerd dat hij de aanvraag niet in behandeling heeft hoeven nemen.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 29 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van verweerder deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde waren niet aanwezig.

Beoordeling door de rechtbank

Feiten en omstandigheden

3. Eiser is geboren op [datum] 2005 en heeft de Braziliaanse nationaliteit. Eiser is geboren in Brazilië en heeft daar zijn eerste levensjaren gewoond met zijn vader, moeder en zus. Eisers vader is naar Nederland verhuisd toen eiser vier jaar oud was. Eiser bleef in Brazilië wonen maar heeft altijd telefonisch contact gehouden met zijn vader. Zijn vader heeft hem in deze periode financieel ondersteund. Op 20 december 2021 is eiser naar Nederland gereisd om met zijn vader te wonen. Op 6 maart 2023 keerde eiser terug naar Brazilië om met zijn moeder te zijn. Tijdens zijn verblijf in Brazilië miste eiser het contact met zijn vader en zijn vrienden in Nederland en daarom is hij op 17 juli 2024 weer naar Nederland gereisd. Eiser heeft toen de onderhavige aanvraag ingediend, omdat hij in Nederland bij zijn vader wil blijven wonen.

Het bestreden besluit

4. Verweerder heeft de aanvraag niet in behandeling genomen om de volgende redenen. In de ontvangstbevestiging van 18 oktober 2024 heeft verweerder aan eiser medegedeeld dat eiser niet zelfstandig een afspraak dient te maken voor het afnemen van biometrie indien er sprake is van een aanvraag zonder machtiging voorlopig verblijf (mvv). In die brief is aangegeven dat eiser binnenkort een brief zal ontvangen van de IND over een loketafspraak. Eiser is op 13 november 2024 op eigen initiatief bij het loket verschenen en heeft biometrie afgegeven. Op diezelfde dag is aan eiser een uitnodiging verstuurd voor een loketafspraak die op 4 december 2024 zou plaatsvinden zodat eiser de leges kon betalen en zijn biometrie kon laten afnemen. Eiser is niet op die afspraak verschenen. Voorts heeft verweerder op 14 november 2024 een herstelverzuimbrief verstuurd met het verzoek de aanvraag compleet te maken (aanvraagformulier volledig maken, leges betalen en aanvullen gegevens en stukken). Eiser heeft hierop geen reactie gegeven. Er zijn geen gegevens in het dossier aangetroffen die aantonen dat eiser op 13 november 2024 de leges heeft voldaan voor zijn aanvraag van 18 oktober 2024. Het enige wat is gebleken, is dat op 13 november 2024 eisers biometrie is afgenomen.

Heeft eiser procesbelang bij deze procedure?

5. Eiser stelt dat hij een duidelijk procesbelang heeft bij de beoordeling van het beroep. Indien het in de bestreden beschikking opgenomen terugkeerbesluit in rechte komt vast te staan, ontstaat voor verweerder de mogelijkheid om bij de beslissing op een nieuwe aanvraag een inreisverbod op te leggen. Dit zou een aanzienlijke en nadelige invloed hebben op de rechtspositie van eiser, wat het belang bij een inhoudelijke beoordeling van het bestreden besluit onderstreept.

Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat eiser geen procesbelang heeft bij deze procedure, omdat eiser op 17 januari 2025 een tweede aanvraag heeft ingediend met hetzelfde verblijfsdoel. Er is dus nog een andere vergelijkbare procedure. Met betrekking tot het inreisverbod stelt verweerder zich op het standpunt dat het om een onzekere toekomstige gebeurtenis gaat.

De rechtbank is van oordeel dat eiser procesbelang heeft. In het bestreden besluit is voor het eerst een terugkeerbesluit opgenomen waarin staat dat eiser de Europese Unie moet verlaten en moet terugkeren naar Brazilië. De rechtbank kan eiser daarom volgen in zijn stelling dat hij moet terugkeren als het terugkeerbesluit in rechte komt vast te staan en dat dit rechtsgevolgen voor hem kan hebben.

Heeft verweerder de aanvraag van eiser buiten behandeling mogen stellen?

6. Eiser stelt dat hij niet op de hoogte was van de door verweerder ingeplande afspraak. De uitnodiging hiervoor is door de gemachtigde verzonden naar het e-mailadres van zijn ouders, en niet naar zijn eigen e-mailadres. Wel is eiser op eigen initiatief naar het IND-loket gegaan. Hij heeft op 13 november 2024 om 11.30 uur een afspraak gemaakt en is hier daadwerkelijk verschenen. Tijdens deze afspraak is eiser niet de gelegenheid geboden om de leges te voldoen, noch is hij geïnformeerd over de door verweerder ingeplande afspraak op 4 december 2024. Eiser stelt dat hij bij het loket hierop geattendeerd had moeten worden. Ook stelt eiser dat het onbegrijpelijk is dat hij geen herinnering of tweede uitnodiging heeft ontvangen voor een afspraak. In vergelijkbare procedures verstuurt verweerder een tweede uitnodiging indien iemand niet op een (eerste) afspraak verschijnt.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder eisers aanvraag buiten behandeling heeft mogen stellen. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende. Eiser heeft op 13 november 2024 een uitnodiging ontvangen voor een afspraak bij het IND-loket om biometrie af te geven en de leges te betalen. Eiser is op deze afspraak van 4 december 2024 niet verschenen. Verder is aan eiser op 14 november 2024 een herstelverzuimbrief gestuurd, waarin is opgenomen dat eiser zijn aanvraag compleet moet maken en ook is opgenomen dat eiser een aparte uitnodiging krijgt om bij het IND-loket de leges te betalen, een pasfoto te laten maken, vingerafdrukken af te geven en zijn handtekening te zetten. In deze brief stond tevens dat verweerder kan besluiten de aanvraag niet in behandeling te nemen als eiser de aanvraag niet compleet maakt. In het kader van het betalen van de leges is in de brief naar artikel 24 van de Vreemdelingenwet (Vw) verwezen, waarin in het tweede lid is opgenomen dat het niet betalen van de leges leidt tot het niet in behandeling nemen van de aanvraag dan wel het niet-afgeven van het document. De rechtbank overweegt dat eiser in twee afzonderlijke brieven is gewezen op het feit dat verweerder een afspraak inplant waarop eiser biometrie moet afgeven en leges moet betalen. Eiser is niet op de voor hem gemaakte afspraak verschenen en heeft anderszins ook niet voldaan aan de formele eisen die gelden om zijn aanvraag in behandeling te nemen. Het argument dat eiser zelf op 13 november 2024 is verschenen aan het IND-loket, brengt hier geen verandering in omdat hij bij dat bezoek geen leges heeft betaald. Eisers stelling dat hij op de afspraak van 4 december 2024 geattendeerd had moeten worden door de loketmedewerker, toen hij op eigen initiatief verscheen bij het IND-loket, kan de rechtbank ook niet volgen. Hiertoe dient namelijk de door verweerder toegestuurde schriftelijke uitnodiging. Ook het argument dat eiser de uitnodiging niet heeft ontvangen, omdat zijn gemachtigde de afspraakbrief naar het e-mailadres van zijn ouders heeft verzonden en niet naar eiser zelf, brengt hier geen verandering in. Dit laatste komt naar oordeel van de rechtbank voor risico van eiser.

De beroepsgrond slaagt dus niet.

Had verweerder een hoorzitting moeten houden?

7. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) volgt dat verweerder slechts mag afzien van horen als er op voorhand redelijkerwijs geen twijfel over mogelijk is dat de gronden van bezwaar niet tot een ander besluit kunnen leiden. De rechtbank is van oordeel dat verweerder eiser niet had hoeven horen, omdat er geen andere uitkomst mogelijk was naar aanleiding van het bezwaar. De rechtbank kan eisers stelling, dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar het familieleven van het kind dat een beroep doet op het jongvolwassenebeleid, niet volgen in het kader van de hoorplicht. Dit betreft namelijk een inhoudelijke beoordeling, waar verweerder in dit geval niet aan toekwam. Eisers bezwaar is namelijk kennelijk ongegrond verklaard doordat hij niet aan de formele eisen van zijn aanvraag heeft voldaan. Een hoorzitting had dit niet anders gemaakt. Deze werkwijze van verweerder is ook in lijn met de Werkinstructie 2022/20 Horen en mandatering in bezwaar.

Deze beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Broekhof, rechter, in aanwezigheid van mr. A.V. Kostiouk, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 10 maart 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. E. Broekhof

Griffier

  • mr. A.V. Kostiouk

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand