[verzoeker] , verzoeker
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R.E.J.M. van den Toorn),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Inleiding
1. Bij besluit van 22 augustus 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet-ontvankelijk verklaard.
2. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld (NL25.41547). Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen ertoe strekkende dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit worden geschorst en verweerder verboden wordt eiser uit Nederland te verwijderen totdat de rechtbank op het beroep heeft beslist.
3. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Beoordeling door de voorzieningenrechter
4. In de uitspraak van vandaag in de zaak met nummer NL25.41547 heeft de rechtbank beslist op het beroep waarop dit verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft. Om die reden is een voorlopige voorziening niet meer nodig. Daarom wordt het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 1 juni 2026 door mr. S.S. van der Velde, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.