ECLI:NL:RBDHA:2026:14789

ECLI:NL:RBDHA:2026:14789

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 26-05-2026
Datum publicatie 03-06-2026
Zaaknummer NL25.55432 (beroep) en NL25.55433 (voorlopige voorziening)
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Voorlopige voorziening+bodemzaak

Samenvatting

Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres. Eiseres is het hier niet mee eens en heeft daarvoor argumenten gegeven. Deze argumenten noemt de rechtbank de beroepsgronden. Aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag. De rechtbank heeft op 21 januari 2026 een tussenuitspraak gedaan waarin zij tot het oordeel komt dat het besluit van verweerder om de asielaanvraag af te wijzen niet aan de wettelijke regels voldoet. Verweerder heeft een kans gekregen om een aanvullend besluit te nemen dat wel aan de regels voldoet. De rechtbank komt in deze einduitspraak tot het oordeel dat het aanvullend besluit dat verweerder heeft genomen naar aanleiding van de tussenuitspraak nog altijd niet voldoet. Verweerder heeft namelijk de Europese regelgeving zoals uitgelegd door het Hof van Justitie onvoldoende in acht genomen. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

[eiseres], V-nummer: [nummer], eiseres

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Samenvatting

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummers: NL25.55432 (beroep) en NL25.55433 (voorlopige voorziening)

uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen

(gemachtigde: mr. D.W.M. van Erp),

en

(gemachtigden: mr. F.H. van Zanden en mr. M.F. Aly).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres. Eiseres is het hier niet mee eens en heeft daarvoor argumenten gegeven. Deze argumenten noemt de rechtbank de beroepsgronden. Aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank heeft op 21 januari 2026 een tussenuitspraak gedaan waarin zij tot het oordeel komt dat het besluit van verweerder om de asielaanvraag af te wijzen niet aan de wettelijke regels voldoet. Verweerder heeft een kans gekregen om een aanvullend besluit te nemen dat wel aan de regels voldoet.

De rechtbank komt in deze einduitspraak tot het oordeel dat het aanvullend besluit dat verweerder heeft genomen naar aanleiding van de tussenuitspraak nog altijd niet voldoet. Verweerder heeft namelijk de Europese regelgeving zoals uitgelegd door het Hof van Justitie onvoldoende in acht genomen. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 6 november 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt dat zij niet kan worden uitgezet naar Rusland totdat de rechtbank op het beroep heeft beslist.

De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 7 januari 2026 op zitting behandeld.

Op 21 januari 2026 heeft de rechtbank een tussenuitspraak gedaan (hierna: de tussenuitspraak). Daarin heeft de rechtbank gebreken in de besluitvorming vastgesteld en verweerder in de gelegenheid gesteld om die gebreken te herstellen.

Op 11 maart 2026 heeft verweerder een aanvullend besluit genomen met een nadere motivering. Op 29 april 2026 heeft eiseres op dit standpunt gereageerd.

De rechtbank heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en het onderzoek op 11 mei 2026 gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

3. Deze uitspraak bouwt voort op de tussenuitspraak. De rechtbank blijft bij al wat zij in de tussenuitspraak heeft overwogen en beslist, tenzij hierna uitdrukkelijk anders wordt overwogen. Het staat de rechtbank niet vrij om terug te komen van zonder voorbehoud gegeven oordelen in de tussenuitspraak. Dit is alleen anders in zeer uitzonderlijke gevallen.

De tussenuitspraak

4. Voor het asielrelaas en een samenvatting van het bestreden besluit van 6 november 2025 verwijst de rechtbank naar de tussenuitspraak. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat verweerder in het besluit van 6 november 2025 onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiseres niet behoort tot een sociale groep zoals uitgelegd in de rechtspraak van het Hof van Justitie. Verweerder heeft daarvoor namelijk ten onrechte verlangd dat de vereenzelviging met de waarde van gelijkheid tussen mannen en vrouwen fundamenteel is voor haar identiteit of morele integriteit. Daarnaast heeft de rechtbank geoordeeld dat verweerder heeft verzuimd om toegedichte verwestering als asielmotief te duiden en deze te beoordelen.

Het aanvullend besluit van verweerder

5. Verweerder heeft erop gewezen dat hij verwestering als zodanig niet als toetsingskader hanteert maar de relevante aspecten daarvan wel betrekt bij de gestelde asielmotieven vereenzelviging en toegeschreven kenmerken bij terugkeer naar Ingoesjetië. Verder heeft hij in het aanvullend besluit het standpunt gehandhaafd dat geen sprake is van vereenzelviging met de fundamentele waarde van gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Hij heeft zich verder op het standpunt gesteld dat niet aannemelijk is dat eiseres vanwege toegeschreven kenmerken een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer.

Verweerder vindt dat de gestelde vereenzelviging onvoldoende gewicht en overtuigingskracht heeft. De verklaringen van eiseres zijn in belangrijke mate algemeen van aard en onvoldoende concreet toegespitst op haar persoonlijke omstandigheden. Verweerder wijst er daarbij op dat zij slechts beperkt concreet heeft verklaard over keuzes of gedragingen waarmee zij in haar land van herkomst daadwerkelijk uitdrukking heeft gegeven aan deze opvattingen, dat uit haar verklaringen niet blijkt dat zij structureel keuzes heeft gemaakt die ingingen tegen geldende sociale normen of verwachtingen, dat eiseres geen concrete voorvallen heeft genoemd waaruit blijkt dat zij vanwege dergelijke keuzes in de problemen is geraakt of dreigde te raken en dat zij evenmin inzichtelijk heeft gemaakt op welke wijze zij bij terugkeer voornemens is invulling te geven aan deze opvattingen.

Ten aanzien van toegedichte kenmerken heeft verweerder erop gewezen dat uit de verklaringen van eiseres niet volgt dat zij persoonlijk te maken zal krijgen met concrete incidenten, dreigingen of geweld, noch dat zij geen bescherming van de autoriteiten zou kunnen verkrijgen indien zich problemen voordoen. Dat eiseres heeft verklaard dat zij wordt gezien als “een vrouw zonder moreel” en dat zij vreest daarvoor “gestraft” te worden, berust op haar subjectieve angst en veronderstellingen over mogelijke reacties van anderen. Eiseres heeft dit niet nader geconcretiseerd of onderbouwd met individuele feiten of objectieve bronnen.

Reactie van eiseres

6. Eiseres stelt dat verweerder zijn standpunt dat eiseres niet tot een sociale groep behoort nog altijd onvoldoende heeft gemotiveerd. Onder verwijzing naar voorbeelden in het nader gehoor en de correcties en aanvullingen daarop, geeft zij aan dat aan haar verklaringen over vereenzelviging voldoende gewicht en overtuigingskracht toekomt. Zij heeft verder voldoende concreet gemaakt waarom zij vreest voor toegedichte verwestering en uit objectieve informatie over Ingoesjetië volgt dat vrouwen worden onderdrukt en de samenleving sterk patriarchaal is.

De in deze uitspraak te beantwoorden vragen

7. De rechtbank wijst erop dat dit geschil er in de kern om draait of verweerder met het aanvullend besluit voldoende heeft gemotiveerd waarom eiseres niet in aanmerking komt voor een asielvergunning. In dit verband heeft eiseres gesteld dat zij tot een sociale groep behoort. Als eiseres tot een dergelijk groep behoort, dan is sprake van een grond van vervolging als bedoeld in artikel 10 van de Kwalificatierichtlijn. Zoals het Hof van justitie ook heeft uitgelegd in het in de tussenuitspraak genoemde arrest K en L, moet daarna worden nagegaan of de persoon die deze vervolgingsgrond inroept, wegens het behoren tot een dergelijke groep een “gegronde vrees” heeft voor daden van vervolging als bedoeld in artikel 9 van de Kwalificatierichtlijn. Dit betreffen dus twee afzonderlijke vragen. Uit artikel 10, tweede lid, van de Kwalificatierichtlijn volgt dat het bij die tweede vraag niet ter zake doet of de verzoeker in werkelijkheid de kenmerken vertoont die aanleiding geven tot de vervolging (in dit geval: de sociale groep) als deze kenmerken hem door de actor van de vervolging worden toegeschreven. De rechtbank zal hierna beoordelen of verweerder deze twee vragen goed heeft beoordeeld.

Heeft verweerder voldoende gemotiveerd dat eiseres niet tot een sociale groep behoort?

8. Zoals het Hof heeft uitgelegd in het arrest K en L volgt uit de Kwalificatierichtlijn dat om tot een sociale groep te behoren, een groep moet voldoen aan twee cumulatieve voorwaarden: (i) personen die tot de groep behoren moeten een van de drie ‘identificatiekenmerken’ delen uit artikel 10 lid 1 onder d van de Kwalificatierichtlijn, en (ii) daarnaast moet de groep in het land van oorsprong een ‘eigen identiteit’ hebben, omdat zij daar als afwijkend wordt beschouwd.

Het gaat er hier om of eiseres een identificatiekenmerk deelt met vrouwen die zich vereenzelvigen met de fundamentele waarde van gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Verweerder is daar gestopt met de beoordeling omdat hij vindt dat daar geen sprake van is. Verweerder heeft zich dus niet uitgelaten over de vraag of een groep waar eiseres toe behoort in het land van herkomst een ‘eigen identiteit’ heeft.

Over het ‘identificatiekenmerk’ waar het hier om gaat heeft het Hof in het arrest K en L overwogen dat dit in de kern inhoudt dat een vrouw in haar dagelijks leven het voordeel van deze gelijkheid wil genieten. Dat veronderstelt dat zij vrij haar levenskeuzes kan maken, onder meer op het vlak van onderwijs en beroepsloopbaan, de mate en aard van activiteiten in de publieke sfeer, de mogelijkheid om economisch onafhankelijk te worden door buitenshuis te werken, de beslissing om alleen of in gezinsverband te wonen en de partnerkeuze. Als dat het geval is, is sprake van het identificatiekenmerk “kenmerk of geloof dat voor de identiteit of de morele integriteit van de betrokkene dermate fundamenteel is dat van de betrokkene niet mag worden geëist dat zij dit opgeeft”.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerders standpunt nog altijd onvoldoende gemotiveerd is. Daarbij staat voorop dat eiseres heeft gesteld dat zij door haar verblijf in Nederland gelooft in gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Zij heeft aangegeven dat dit vóór haar aankomst in Nederland anders was. De rechtbank kan in dat verband verweerders verwijzingen naar het gedrag van eiseres in haar land van herkomst daarom niet plaatsen en ziet niet in hoe dat relevant is voor de beoordeling van de stelling van eiseres. De motivering van verweerder dat uit de verklaringen van eiseres niet blijkt dat zij structurele keuzes heeft gemaakt die ingingen tegen geldende sociale normen of verwachtingen en zij geen concrete voorvallen heeft genoemd waaruit blijkt dat zij vanwege dergelijke keuzes in de problemen is geraakt of dreigde te raken, kan de rechtbank ook niet plaatsen gelet op het hiervoor uiteengezette juridisch kader. Dat van eiseres dergelijke structurele keuzes mogen worden verwacht om tot een sociale groep te behoren, volgt daar namelijk niet uit. Verweerder heeft er ten slotte nog op gewezen dat eiseres niet inzichtelijk heeft gemaakt op welke wijze zij bij terugkeer voornemens is invulling te geven aan deze opvattingen. Ook dat kan de rechtbank niet plaatsen bij de beoordeling van de vraag of eiseres zich (op dit moment) met de waarde van gelijkheid vereenzelvigt. Dat van haar mag worden geëist dat zij daar bij terugkeer (op een bepaalde manier) invulling aan geeft volgt ook niet uit het juridisch kader. Ten slotte acht de rechtbank het standpunt van verweerder onvoldoende gemotiveerd omdat hij niet is ingegaan op verklaringen van eiseres die wél relevant zijn voor het hiervoor onder 8.2 geschetste juridisch kader. Zo heeft eiseres aangegeven graag te willen werken, heeft zij verklaard over de door haar gewenste rolverdeling tussen de man en vrouw bij de opvoeding van kinderen, over het gebrek aan financiële onafhankelijkheid in het verleden, over vrije partnerkeuze en meerdere malen over het verlangen om eigen levenskeuzes te maken.

Heeft verweerder alsnog voldoende gemotiveerd waarom eiseres geen gegronde vrees voor vervolging heeft en geen reëel risico loopt op ernstige schade?

Verweerder heeft verder het standpunt ingenomen dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het niet willen conformeren aan bepaalde rolpatronen bij terugkeer leidt tot vervolging of ernstige schade, omdat haar verklaringen op dit punt algemeen en speculatief blijven. Verweerder heeft echter niet nader geconcretiseerd wat hij bedoelt met het niet willen conformeren aan bepaalde rolpatronen noch naar welke verklaringen van eiseres hij verwijst. Mede gelet op het voorgaande acht de rechtbank daarmee dan ook nog altijd onvoldoende duidelijk waarom verweerder vindt dat eiseres bij terugkeer geen gegronde vrees voor vervolging heeft en geen reëel risico loopt op ernstige schade vanwege het behoren tot een sociale groep. De rechtbank ziet geen aanleiding om verweerders standpunt over de aan eiseres toegeschreven kenmerken te beoordelen, omdat dat te veel overlap vertoont met de vraag of eiseres tot een sociale groep behoort.

Conclusie en gevolgen

9. Verweerder heeft de aanvraag ten onrechte afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd is. Dat is in strijd met de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit.

Omdat de rechtbank nu beslist over het beroep van eiseres en dit beroep gegrond verklaart, is er geen reden meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.

Omdat het beroep gegrond is, moet verweerder de proceskosten van eiseres vergoeden. Deze vergoeding bedraagt € 3.269,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift en een verzoekschrift heeft ingediend, aan de zitting heeft deelgenomen en een schriftelijke zienswijze na de tussenuitspraak heeft ingediend (3,5 punten van € 934,-). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit van 6 november 2025;

- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;

- veroordeelt verweerder tot betaling van € 2.335,- aan proceskosten aan eiseres.

De voorzieningenrechter:- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;- veroordeelt verweerder tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B.V.A. Corstens, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Poortier, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak en de tussenuitspraak, kunt een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M.M. Poortier

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand