ECLI:NL:RBDHA:2026:14791

ECLI:NL:RBDHA:2026:14791

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 01-06-2026
Datum publicatie 03-06-2026
Zaaknummer NL25.45037
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Dublin – standaardvoornemen – artikel 17 DVO - beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.45037

V-nummer: [V-nummer] ,

(gemachtigde: mr. R. Deniz),

en

(gemachtigde: mr. G. Cambier).

Procesverloop

Bij besluit van 16 september 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen omdat Kroatië daarvoor verantwoordelijk is.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Bij uitspraak van 4 november 2025 heeft deze rechtbank en zittingsplaats het beroep tegen het bestreden besluit kennelijk ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen deze uitspraak verzet gedaan.

Bij uitspraak van 26 februari 2026 heeft deze rechtbank en zittingsplaats het verzet van eiser gegrond verklaard. Daarmee is de uitspraak van 4 november 2025 komen te vervallen.

De rechtbank heeft het beroep op 13 mei 2026 op zitting behandeld. Eiser is (telefonisch) verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [tolk] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 1998 en de Chinese nationaliteit te hebben. Hij heeft op 7 april 2025 een asielaanvraag ingediend in Nederland.

2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen. Uit Eurodac is gebleken dat eiser op 29 maart 2025 op illegale wijze het Dublingrondgebied is ingereisd via Kroatië en daar een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend. Verweerder heeft daarom op grond van artikel 18, eerste lid en onder b, van de Dublinverordening de Kroatische autoriteiten verzocht om eiser terug te nemen. De Kroatische autoriteiten hebben dit verzoek op 8 mei 2025 geaccepteerd op grond van artikel 20, vijfde lid, van de Dublinverordening.

3. Eiser stelt dat in het voornemen ten onrechte standaardteksten zijn gebruikt. Indien het voornemen niet voldoende individueel gemotiveerd is, wordt het recht op hoor en wederhoor ondergraven. Eiser heeft dan immers feitelijk geen mogelijkheid gehad om op zinvolle wijze te reageren, wat indruist tegen het doel van de zienswijzeprocedure. Eiser stelt, onder verwijzing naar de zienswijze, dat ten opzichte van Kroatië niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgegaan kan worden. In de zienswijze is gewezen op enkele arresten omtrent schendingen van artikelen 3 en 13 van het EVRM. Daarbij is geoordeeld dat een vreemdeling bijvoorbeeld geen toegang had tot een advocaat, of dat het ontbrak aan een effectief rechtsmiddel. Hieruit blijkt dat de Kroatische autoriteiten zich niet houden aan de voorwaarden en verweerder dient dit te toetsen. Het Jawo arrest maakt dat een lidstaat verplicht is om de feitelijke situatie in de ontvangende lidstaat te toetsen. Het enkele toepassen van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag niet leiden tot het negeren van reële risico's op schending van fundamentele rechten. Eiser stelt onder verwijzing naar het AIDA-rapport van 2024 dat het claimakkoord geen garanties geeft. Het maakt dan niet uit of iemand gereguleerd wordt overgedragen. Daarnaast blijkt uit het AIDA-rapport dat klagen bij de Kroatische autoriteiten geen zin heeft en juist risico's met zich meebrengt. Eiser benadrukt dat de aanvraag gebaseerd moet worden op de afhankelijkheid en het gezinsleven tussen moeder en zoon, en dat het bijeenhouden van gezinnen, zoals beschermd onder het EU-Handvest en het EVRM, zwaarwegend is. Dat zij door asielproblemen lang gescheiden waren, verandert hieraan niets.

De rechtbank oordeelt als volgt.

4. De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij zijn beroep. Verweerder heeft de rechtbank namelijk op 10 oktober 2025 meegedeeld dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van eiser heeft vervolgens verklaard nog contact met eiser te hebben. Onder deze omstandigheden bestaat aanleiding om aan te nemen dat eiser nog prijs stelt op een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. Eiser wordt daarom ontvankelijk geacht in zijn beroep.

5. Ter zitting heeft eiser gesteld dat hij niet met onbekende bestemming was vertrokken, waardoor de uiterste overdrachtstermijn niet verlengd mocht worden. Daarnaast is het verlengingsbesluit per post verzonden, waardoor het langer duurt voordat de gemachtigde het verlengingsbesluit ontvangt. De termijn voor het instellen van beroep was dan ook al verstreken.

6. Bij besluit van 6 oktober 2025 is de uiterste overdrachtstermijn verlengd tot achttien maanden. Eiser heeft geen beroep ingesteld tegen dit verlengingsbesluit. Dit maakt dat de verlenging in rechte vast staat. Hetgeen eiser hierover heeft gesteld, had hij in een beroep tegen het verlengingsbesluit moeten aanvoeren. De rechtbank ziet geen aanleiding om de daartegen aangevoerde beroepsgronden mee te nemen in de beoordeling van het onderhavige beroep tegen het overdrachtsbesluit.

7. De rechtbank volgt eiser niet in zijn standpunt dat een voornemen zoals in deze zaak is genomen, ongeoorloofd is. Verweerder is in het bestreden besluit aan de hand van de beschikbare informatie van eiser voldoende ingegaan op alle omstandigheden, die tot het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag hebben geleid. Dat daarbij in het voornemen mede gebruik is gemaakt van ‘standaardoverwegingen’ maakt nog niet dat die niet van toepassing zijn op eiser. Hierbij is ook van belang de uitspraak van de Afdeling van 11 april 2025 waarin de Afdeling haar eerdere uitspraak heeft bevestigd en onder punt 4.5 heeft geoordeeld dat het feit dat verweerder in het besluit voor het eerst meer specifiek ingaat op de individuele omstandigheden van een vreemdeling op zichzelf geen grond voor het oordeel dat dit onzorgvuldig is. Onder punt 4.7 heeft de Afdeling nog geoordeeld dat de rechtbank niet wordt gevolgd in het oordeel dat het niet ingaan op individuele omstandigheden van een vreemdeling in het voornemen met zich brengt dat er geen mogelijkheid meer zou bestaan om standpunten over de feiten in de Dublinprocedure uit te wisselen.

8. Binnen de Europese Unie geldt het uitgangspunt dat de lidstaten er over en weer op kunnen vertrouwen dat het Europese recht wordt nageleefd. Bij het beantwoorden van de vraag welke lidstaat verantwoordelijk is voor het behandelen van een asielaanvraag, kan alleen van dit uitgangspunt worden afgeweken als een asielzoeker aannemelijk maakt dat er in de verantwoordelijke lidstaat sprake is van systematische tekortkomingen in de asielprocedure of in de opvangvoorzieningen. Dit staat in artikel 3, tweede lid, van de Dublinverordening. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hiervan sprake is.

9. De Afdeling heeft ook in uitspraken van na het door eiser aangehaalde AIDA-rapport bevestigd dat ten aanzien van Kroatië mag worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, bijvoorbeeld in de uitspraak van 21 november 2025. De door eiser aangehaalde arresten zijn niet van toepassing in de onderhavige zaak, nu eiser zich als Dublinclaimant in een andere positie bevindt. De Kroatische autoriteiten hebben met het claimakkoord gegarandeerd dat eisers asielaanvraag, na een gereguleerde overdracht, in behandeling wordt genomen met inachtneming van de Europese Richtlijnen. Indien zij deze verplichtingen niet nakomen is het aan eiser om hierover te klagen bij de (hogere) autoriteiten. Niet is gebleken dat dit onmogelijk of bij voorbaat zinloos is.

10. Op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening mag verweerder asielaanvragen onverplicht aan zich trekken. Een dergelijke discretionaire bevoegdheid toetst de rechtbank terughoudend. Verweerder maakt van deze bevoegdheid onder meer gebruik in het geval van bijzondere, individuele omstandigheden die getuigen van onevenredige hardheid.

11. Verweerder heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de door eiser aangevoerde omstandigheden geen aanleiding vormen om zijn asielaanvraag met toepassing van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening aan zich te trekken. Verweerder heeft zich daarbij op goede gronden op het standpunt kunnen stellen dat de Dublinverordening niet is bedoeld als route waarlangs op reguliere gronden verblijf bij een partner of gezinslid in Nederland kan worden verkregen.

12. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser terecht niet in behandeling genomen. Het beroep is ongegrond.

13. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 1 juni 2026 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. E.F. Bethlehem

Griffier

  • mr. J. de Winter

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand