RECHTBANK DEN HAAG
[eiseres] , eiseres,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Samenvatting
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummers: NL26.12482 (beroep) en NL26.12483 (voorlopige voorziening)
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. A.A. Hardoar),
en
(gemachtigde: mr. drs. F. Gieskes).
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daarom een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Allereerst is de rechtbank van oordeel dat verweerder het referentiekader van eiseres goed heeft vastgesteld in het bestreden besluit en dat verweerder daarmee ook voldoende rekening heeft gehouden. Verder heeft verweerder de problemen van eiseres met de huurders van het huis van haar oma ongeloofwaardig kunnen vinden. Daarom was verweerder niet gehouden om te toetsen of eiseres bij terugkeer naar Chili een reëel risico loopt op ernstige schade vanwege de problemen met de huurders. Tot slot heeft verweerder de aanvraag van eiseres kunnen afwijzen als kennelijk ongegrond. Het beroep is daarom ongegrond.
Procesverloop
2. Eiseres heeft op 12 februari 2026 een asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 26 februari 2026 afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Ook heeft zij de voorzieningenrechter gevraagd om de voorlopige voorziening te treffen dat zij niet wordt uitgezet naar Chili voordat op het beroep is beslist.
De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 1 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiseres, de gemachtigde van eiseres, [tolk] als tolk en de gemachtigde van verweerder deelgenomen.
Beoordeling door de rechtbank
Asielrelaas
3. Eiseres is geboren op [datum] 1988 en heeft de Chileense nationaliteit. Zij heeft aan haar asielaanvraag ten grondslag gelegd dat zij niet kan terugkeren naar Chili omdat ze daar is bedreigd door Colombiaanse huurders. Die huurden het huis van haar oma, voordat haar oma kwam te overlijden. Eiseres woonde daar ook. Nadat haar oma is overleden, kwam eiseres erachter dat de huurders al maanden geen huur hadden betaald. Ze heeft geprobeerd de huurders uit huis te zetten. Dit lukte niet. Ze heeft ook geprobeerd de Chileense autoriteiten in te schakelen, maar die konden haar niet helpen. Uiteindelijk heeft ze de spullen van de huurders buiten gezet en het slot vervangen. Dat was in juni 2025. Hierna heeft de mannelijke huurder haar met de dood bedreigd en een maand later is hij met een vuurwapen langsgekomen bij de winkel (minimarket) van de tante van eiseres. Daar heeft zij een video van overgelegd. Ze is hierna gaan schuilen bij een vriendin in een ander deel van de stad en vervolgens het land uitgereisd. Bij terugkeer naar Chili is ze bang om vermoord te worden te worden door de huurders.
Bestreden besluit
4. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) en artikel 30b, eerste lid, onder e, van de Vw. Verweerder heeft ook een terugkeerbesluit uitgevaardigd. Het relaas van eiseres bestaat volgens verweerder uit de volgende asielmotieven:
1. identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. de problemen van eiseres met de huurders van het huis van haar oma.
Verweerder vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig, maar de problemen van eiseres met de huurders van het huis van haar oma niet. Eiseres heeft dit asielmotief niet onderbouwd met objectieve bewijsstukken. De video die eiseres heeft overgelegd kan niet als doorslaggevend worden beschouwd voor de onderbouwing van haar asielmotief. Uit de video is namelijk niet op te maken wie de personen zijn die de winkel binnenvallen. Ook blijkt uit de video niet dat de winkel die te zien is eigendom is van haar tante. Verder is niet hoorbaar dat de naam van eiseres wordt genoemd, zoals eiseres zelf heeft verklaard.
Met haar verklaringen heeft eiseres het asielmotief ook niet kunnen onderbouwen, omdat die verklaringen volgens verweerder geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen en daarmee is niet voldoen aan artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw. Verweerder geeft hiervoor vijf redenen. Verweerder vindt dat eiseres weinig details geeft over de huurders en dat de verklaringen van eiseres over de eerste bedreiging algemeen en summier blijven. Ook vindt verweerder dat de verklaringen over de tweede bedreiging gebaseerd zijn op vermoedens en dat de door eiseres geschetste situatie niet aannemelijk is. Tot slot werpt verweerder tegen dat de verklaringen van eiseres niet overeenkomen met de inhoud van de door haar overgelegde video. Daarom vindt verweerder de problemen van eiseres met de huurders van het huis van haar oma niet geloofwaardig.
Het geloofwaardig geachte asielmotief, de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres, leidt volgens verweerder niet tot een vervolgingsgrond in de zin van het Vluchtelingenverdrag of tot een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Verweerder heeft de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond omdat eiseres verklaringen heeft afgelegd die worden beoordeeld als kennelijk inconsequent en tegenstrijdig. De verklaringen van eiseres komen namelijk op meerdere punten niet overeen met wat te zien is op de door eiseres overgelegde video.
Is het referentiekader van eiseres volledig vastgesteld en heeft verweerder daarmee voldoende rekening gehouden?
5. Eiseres voert aan dat verweerder bij het vaststellen van haar referentiekader in het bestreden besluit heeft nagelaten om haar culturele achtergrond te betrekken. Het is voor haar niet gebruikelijk om zich te mengen in het privéleven van anderen en zich daarmee te bemoeien. Eenieder is met zichzelf bezig. Hierdoor kan eiseres niet veel vertellen over de huurders. Verder heeft verweerder zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat van iemand die de middelbare school heeft afgerond en heeft gewerkt mag worden verwacht dat ze concrete en gedetailleerde verklaringen kan afleggen. Eiseres wijst er in dat verband op dat haar opleidingsniveau niet kan worden vergeleken met een opleiding hier. Dat zij een middelbare school heeft afgerond betekent niet dat zij uitmuntend communicatief vaardig is. Hierdoor is zij beperkt in haar verklaringen.
De rechtbank volgt eiseres niet. Zij heeft allereerst niet onderbouwd dat het zich niet willen mengen in het privéleven van anderen een cultureel bepaalde eigenschap is. Verweerder was dan ook niet gehouden om deze eigenschap te betrekken bij het vaststellen van het referentiekader van eiseres. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder het opvallend kunnen vinden dat, gelet op het feit dat eiseres en de huurders acht jaar samen op hetzelfde terrein hebben gewoond, eiseres niet meer heeft kunnen vertellen over de huurders dan de voornaam van de mannelijke huurder. Ten aanzien van de stelling dat het opleidingsniveau van eiseres niet overeenkomt met het opleidingsniveau hier en ze daarom beperkt is in haar verklaringen, wijst de rechtbank erop dat eiseres heeft verklaard dat zij haar opleiding (middelbare school) in Italië heeft gevolgd. De rechtbank ziet daarom geen reden om aan te nemen dat zij vanwege haar opleidingsniveau beperkt is in haar verklaringen. Verweerder heeft zich dan ook op het standpunt kunnen stellen dat er, gelet op het opleidingsniveau van eiseres, mag worden verwacht dat ze concrete en gedetailleerde verklaringen kan afleggen. De beroepsgrond slaagt niet.
Heeft verweerder de problemen van eiseres met de huurders van het huis van haar oma ongeloofwaardig kunnen vinden?
6. Eiseres voert aan dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat haar problemen met de huurders van het huis van haar oma ongeloofwaardig zijn. Verweerder volgt eiseres in haar verklaring dat zij niet in hetzelfde huis woonde als de huurders en dat de huurders een zelfstandige ingang hadden. Verweerder heeft hierbij de kwaliteit van de relatie tussen eiseres en de huurders beoordeeld en acht het hierdoor aannemelijk dat eiseres de huurders op frequente basis is tegenkomen of heeft gezien. Maar dit blijkt niet uit haar verklaringen. Die aanname van verweerder is dan ook ondeugdelijk gemotiveerd. Eiseres handhaaft het standpunt dat zij geen contact had met de huurders en hierdoor weinig informatie over ze heeft. Als de verklaringen over de bedreigingen niet afdoende waren dan had het op de weg van de gehoormedewerker gelegen om door te vragen. Zij heeft alles wat zij zich nog kon herinneren verteld tijdens haar gehoren. Verder handhaaft eiseres haar verklaringen over de angstige periode in juli en het verblijf bij haar vriendin in augustus. Het was voor de buitenwereld niet kenbaar dat zij in juli nog in de woning was tijdens de nachtelijke uren. Zij deed de lichten niet aan en sloop in en uit het huis zonder gezien te worden. Tot slot blijft eiseres erbij dat het voorval bij de minimarket overdag heeft plaatsgevonden en dat haar naam is genoemd. Uit de beelden van de binnencamera blijkt dat er buiten wordt geschoten en de mensen naar binnen gaan om te schuilen en om dekking te zoeken. In de minimarket springt de kassalade zelfs open door de knallen.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat de problemen van eiseres met de huurders van het huis van haar oma ongeloofwaardig zijn. De rechtbank kan, na lezing van het nader gehoor van eiseres, verweerders tegenwerpingen dat eiseres weinig details geeft omtrent de huurders, dat haar verklaringen over de eerste bedreiging algemeen en summier blijven, dat de verklaringen over de tweede bedreiging gebaseerd zijn op vermoedens en dat de geschetste situatie niet aannemelijk is, goed volgen. Met betrekking tot de overgelegde video vindt de rechtbank van belang dat niet in geschil is dat de video een andere datum en ander tijdstip vermeldt dan eiseres heeft genoemd in haar verklaringen. Eiseres heeft namelijk verklaard dat de beschieting bij de minimarket begin juli 2025 rond 14:00 uur – 15:00 uur in de middag zou hebben plaatsgevonden, terwijl de video als datum 21 september 2024 aangeeft en als tijdstip 22:32 uur aangeeft. Ook is niet in geschil dat niet op de video is te zien dat degene die buiten aan het schieten de mannelijke huurder, [naam], is en dat de aanwezige personen [naam] ook niet hebben herkend. Dat eiseres verklaart dat ze ervan overtuigd is dat het [naam] is die schiet, is niet meer dan een aanname. Ook de mogelijke reden die eiseres heeft aangevoerd een afwijkende datum en het afwijkende tijdstip – een foute instelling van de camera – is ook maar een aanname en los daarvan komt aan de video sowieso niet de gewenste bewijswaarde toe, nu er niet uit blijkt dat het [naam] is die schiet. De beroepsgrond slaagt niet.
Loopt eiseres bij terugkeer naar Chili een reëel risico op ernstige schade als bedoeld in artikel 3 van het EVRM?
7. Eiseres voert aan dat zij bij terugkeer naar Chili te vrezen heeft voor ernstige schade, vanwege haar problemen met de huurders van het huis van haar oma.
Nu verweerder de problemen van eiseres met de huurders van het huis van haar oma ongeloofwaardig heeft kunnen vinden, was hij niet gehouden om te beoordelen of eiseres vanwege die problemen bij terugkeer naar Chili een reëel risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 3 van het EVRM. De beroepsgrond slaagt niet.
Heeft verweerder de aanvraag van eiseres kunnen afwijzen als kennelijk ongegrond?
8. Eiseres voert aan dat verweerder de aanvraag van eiseres ten onrechte op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vw, en artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vw kennelijk ongegrond heeft verklaard. Het uitgangspunt hiervoor moet zijn dat aan alle verklaringen van eiseres de overtuigingskracht is ontnomen. Dat is hier niet het geval. Eiseres heeft ter onderbouwing videomateriaal overgelegd en handhaaft haar verklaringen. Verweerder heeft dan ook geen terugkeerbesluit zonder vertrektermijn kunnen opleggen.
Op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vw kan een asielaanvraag worden afgewezen als kennelijk ongegrond als de vreemdeling kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen heeft afgelegd die strijdig zijn met voldoende geverifieerde informatie over het land van herkomst, waardoor zijn verklaringen alle overtuigingskracht wordt ontnomen met betrekking tot de vraag of hij in aanmerking komt voor verlening van een asielvergunning. Verweerder heeft verder ter zitting verklaard dat hierbij de video een grote rol heeft gespeeld maar dat hij wel degelijk het geheel aan verklaringen van eiseres erbij heeft betrokken. De rechtbank kan dit volgen, gelet op verweerders argumenten om de verklaringen van eiseres ongeloofwaardig te achten. De rechtbank verwijst naar de in 4.1 vermelde argumenten en de overwegingen hierover in 6.1. De rechtbank kan ook volgen dat verweerder de video hierbij van belang heeft gevonden omdat die niet alleen geen positief bewijs levert voor het relaas van eiseres, maar er op belangrijke punten tegenstrijdig mee is. Verweerder heeft artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vw in dit geval dan ook van toepassing kunnen achten. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
9. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiseres kunnen afwijzen als kennelijk ongegrond. Het beroep is daarom ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt.
Nu de rechtbank het beroep van eiseres ongegrond verklaart, is er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daartoe dan ook af.
Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Kraefft, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Poortier, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan, voor zover dat ziet op het beroep, een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.