ECLI:NL:RBDHA:2026:14804

ECLI:NL:RBDHA:2026:14804

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 22-05-2026
Datum publicatie 03-06-2026
Zaaknummer NL26.22660 en NL26.22661
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Voorlopige voorziening+bodemzaak

Samenvatting

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Eiser krijgt dus geen gelijk. Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat de problemen van eiser vanwege zijn homoseksuele geaardheid niet geloofwaardig zijn. Eisers verklaringen zijn vraag, wisselend en niet inzichtelijk. Ook stelde hij eerder meerdere keren een vriendin te hebben. Verder is hij pas laat, na zijn eerste afwijzende asielaanvraag en nadat hij zou worden uitgezet, begonnen over zijn geaardheid. De verklaringen die hij hiervoor heeft gegeven, worden niet gevolgd. Verweerder heeft de aanvraag van eiser daarom kunnen afwijzen als kennelijk ongegrond en het eerder uitgevaardigde terugkeerbesluit en inreisverbod kunnen handhaven.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser/verzoeker (hierna: eiser),

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.22660 (beroep) en NL26.22661 (voorlopige voorziening)

V-nummer: [nummer],

(gemachtigde: mr. J.W.F. Menick)

en

(gemachtigde: F. Witteman).

1. Eiser komt uit Gambia. Hij stelt homoseksueel te zijn. Hij heeft asiel aangevraagd, maar verweerder heeft die aanvraag afgewezen. Verweerder gelooft niet dat eiser homoseksueel is. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Eiser krijgt dus geen gelijk. Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat de problemen van eiser vanwege zijn homoseksuele geaardheid niet geloofwaardig zijn. Eisers verklaringen zijn vaag, wisselend en niet inzichtelijk. Ook stelde hij eerder meerdere keren een vriendin te hebben. Verder is hij pas laat, na zijn eerste afwijzende asielaanvraag en nadat hij zou worden uitgezet, begonnen over zijn geaardheid. De verklaringen die hij hiervoor heeft gegeven, worden niet gevolgd. Verweerder heeft de aanvraag van eiser daarom kunnen afwijzen als kennelijk ongegrond en het eerder uitgevaardigde terugkeerbesluit en inreisverbod kunnen handhaven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 1 april 2026 een opvolgende asielaanvraag ingediend als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw). Verweerder heeft met het bestreden besluit van 15 april 2026 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 7 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser, mr. C. Schreinemacher als waarnemer van de gemachtigde van eiser, [tolk] als tolk en de gemachtigde van verweerder deelgenomen

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiser stelt van Gambiaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [datum] 1979. Eiser heeft op 1 april 2023 voor het eerst asiel gevraagd in Nederland. Tijdens die aanvraag heeft hij verklaard dat hij Gambia heeft verlaten omdat hij problemen had met de politie. Ook heeft hij verklaard dat hij in Nederland geld kon verdienen om voor zijn geestelijk zieke broers te zorgen. Eiser is in eerste instantie naar Italië gevlucht. Later is hij naar Nederland gekomen, omdat zijn broer en zus hier ook waren. Eisers asielaanvraag is afgewezen en het daartegen ingestelde beroep is op 5 juni 2025 ongegrond verklaard.

In de hier voorliggende, tweede aanvraag stelt eiser homoseksueel te zijn. Toen hij jong was, is hij misbruikt door zijn vader. Vanaf zijn veertiende verrichte hij seksuele handelingen met een vriend. In Gambia had eiser een relatie met een Britse toerist. Hij betaalde voor eisers appartement en trok daar enkele weken per jaar zelf ook in. Eiser kreeg problemen met zijn buren, omdat zij wisten dat hij een relatie met een man had. In Nederland had eiser relaties met twee van zijn mannelijke collega's. Eiser vreest bij terugkeer naar Gambia slecht behandeld of gedood te worden.

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende motieven:

Identiteit, nationaliteit en herkomst;

Problemen vanwege homoseksuele geaardheid.

Verweerder heeft eisers identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig geacht, maar eisers problemen vanwege zijn homoseksuele geaardheid niet. De verklaringen van eiser over het tweede asielmotief vormen volgens verweerder namelijk geen samenhangend geheel. Eiser heeft zijn geaardheid niet meteen genoemd als asielmotief. Daardoor mocht meer van hem worden verwacht om verweerder te overtuigen dat hij daadwerkelijk homoseksueel is. Zijn verklaringen over zowel hoe hij zijn homoseksuele gevoelens ontdekte als over zijn homoseksuele gevoelens an sich zijn onlogisch, vaag en wisselend. Over zijn relaties heeft eiser daarnaast algemeen, beperkt en wisselend verklaard. Ook heeft hij geen kennis over de situatie voor LHBTI'ers in zowel Gambia als Nederland. Ten slotte zijn eisers verklaringen over de problemen die hij als gevolg van zijn homoseksualiteit heeft gehad niet logisch. Verweerder concludeert daarom dat de asielaanvraag kennelijk ongegrond is.

Heeft verweerder kunnen stellen dat het eisers problemen vanwege zijn homoseksuele geaardheid ongeloofwaardig zijn?

5. Eiser voert aan dat hij niet wisselend of tegenstrijdig heeft verklaard over zijn homoseksuele geaardheid. Hij heeft de vraag over zijn bewustwordingsproces naar eigen inzicht beantwoord. Volgens hem is deze vraag voor iedereen moeilijk om te beantwoorden. Bovendien had verweerder de verklaringen van eiser moeten beoordelen in de context van zijn culturele achtergrond. Homoseksualiteit wordt namelijk niet geaccepteerd in de Gambiaanse maatschappij en cultuur. Voor zover verweerder hem tegenwerpt dat eiser pas laat in de procedure heeft benoemd dat hij homoseksueel is, stelt eiser dat hij in eerste instantie dacht dat hij met zijn Italiaanse verblijfsvergunning in Nederland kon blijven. Toen hij teruggestuurd zou worden naar Gambia voelde hij zich genoodzaakt om alsnog over zijn homoseksuele geaardheid te vertellen. Eiser heeft tijdens zijn eerste asielaanvraag weliswaar verklaard dat hij een relatie met een vrouw had, maar dit was in werkelijkheid enkel een vriendschappelijke verhouding. Hij moest van haar verklaren dat het ging om een liefdesrelatie, aldus eiser.

Verweerder stelt dat de verklaringen van eiser geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Hierbij is rekening gehouden met het referentiekader van eiser zoals dat is geschetst in het voornemen. Uit WI 2019/17 lijkt dat van een vreemdeling die afkomstig is uit een land waar LHBTI-geaardheid niet wordt geaccepteerd en/of strafbaar is, wordt verwacht dat sprake is van een (denk)proces waarin de vreemdeling zichzelf heeft afgevraagd wat het betekent om niet te voldoen aan de verwachtingen van de maatschappij en hoe hij daar invulling aan wil en kan geven. Er mag dus van eiser worden verwacht dat hij daar meer over kan verklaren dan hij heeft gedaan, gegeven zijn culturele achtergrond en ook omdat hij al jaren in Europa is, aldus verweerder. Ter zitting voegt verweerder toe dat eiser heeft verklaard dat hij in Gambia onderdeel was van een vriendengroep met LHBTI’ers. Ook hierom mocht meer van zijn verklaringen verwacht worden, aldus verweerder ter zitting. Daarnaast heeft eiser, zo staat in het bestreden besluit, zijn homoseksuele geaardheid pas voor het eerst benoemd toen hij dreigde te worden uitgezet naar Gambia, terwijl hij dit al had kunnen benoemen tijdens zijn eerste asielprocedure of tijdens de vertrekgesprekken met Dienst Terugkeer en Vertrek. In de eerste asielprocedure heeft eiser bovendien verklaard dat hij een vriendin had, aldus het besluit. Verweerder volgt eisers uitleg niet dat hij niet over zijn homoseksuele geaardheid heeft verklaard omdat hij dacht dat hij met zijn Italiaanse verblijfsvergunning in Nederland kon verblijven niet, omdat van eiser wordt verwacht dat hij direct de waarheid spreekt over waarom hij bescherming zoekt.

De rechtbank overweegt als volgt. In WI 2019/17 staat dat iedere vreemdeling een eigen referentiekader heeft op basis van onder andere culturele achtergrond en dat daar in de vraagstelling en geloofwaardigheidsbeoordeling rekening mee gehouden moet worden. Met de stelling van verweerder dat van de verklaringen van eiser meer mag worden verwacht omdat hij uit een land komt waarin hij zich als LHBTI’er heeft moeten verhouden tot een maatschappij die dat niet accepteert en daar een zeker bewustwordingsproces aan verbonden is, betrekt verweerder de culturele context onvoldoende. Eiser komt namelijk ook, zo heeft hij terecht gesteld, uit een cultuur waarin het niet gebruikelijk is om over al dan niet homoseksuele gevoelens en gedachtes te praten. Verweerder had in het referentiekader ook moeten betrekken hoe dat van invloed kon zijn op de verklaringen van eiser.

Ondanks dat verweerder de culturele achtergrond van eiser onvoldoende heeft betrokken, is de rechtbank van oordeel dat verweerder de verklaringen van eiser als onsamenhangend heeft kunnen beoordelen. Van eiser mag immers verwacht worden dat hij met zijn verklaringen wel enig inzicht geeft in zijn bewustwordingsproces en in zijn gedachtes en gevoelens nadat hij zich van zijn geaardheid bewust is geworden. Verweerder heeft voldoende onderbouwd dat eiser vaag, wisselend en niet inzichtelijk over zijn homoseksuele gevoelens en relaties heeft verklaard. Verweerder heeft in dit verband kunnen tegenwerpen dat eiser in de eerste asielprocedure, zowel in 2023 als in 2025, heeft verklaard dat hij een bepaalde vriendin had. Eiser heeft voor het eerst asiel aangevraagd op 1 april 2023 en pas voor het eerst verklaard dat hij homoseksueel is op 8 april 2026, nadat hem een datum was medegedeeld waarop hij zou worden uitgezet. De rechtbank leidt dit af uit het bestreden besluit en hetgeen ter zitting is verklaard. Het had op de weg van eiser gelegen om zijn homoseksuele geaardheid eerder in dit proces te benoemen. Dat eiser stelt hier destijds niet de waarheid over te hebben gesproken op advies van die vriendin, is niet onderbouwd en komt voor zijn rekening. Ook volgt de rechtbank niet dat eiser dacht dat hij in Nederland kon verblijven op basis van zijn Italiaanse verblijfsvergunning en hij daarom niet over zijn geaardheid was begonnen. Die verblijfsvergunning was namelijk maar voor twee jaar geldig en is in 2020 al verlopen. Eiser heeft verklaard zich hiervan bewust te zijn geweest en ervoor te hebben gekozen de vergunning niet te verlengen. Ook is niet logisch dat eiser zijn geaardheid niet heeft benoemd op enig moment in de beroepsprocedure over de afwijzing van de eerste asielaanvraag. Dit heeft verweerder dus ook niet ten onrechte tegengeworpen. De rechtbank passeert het geconstateerde gebrek, omdat eiser niet in zijn belangen is geschaad.

De rechtbank merkt het volgende op. In het bestreden besluit staat dat mag worden verwacht dat eiser verweerder van zijn homoseksualiteit overtuigde omdat eiser pas later heeft gesteld homoseksueel te zijn. Het laattijdig benoemen van de geaardheid betekent echter niet dat aan eiser een hogere bewijslast mag worden opgelegd dan als hij direct over zijn gestelde geaardheid was begonnen. De rechtbank begrijpt echter uit het bestreden besluit dat verweerder eiser in feite geen hogere bewijslast heeft opgelegd. Verweerder heeft in het kader van zijn standpunt dat de verklaringen van eiser onvoldoende zijn wel rekening gehouden met eisers late beroep op zijn gestelde homoseksualiteit. Dit acht de rechtbank acceptabel. Het doet namelijk afbreuk aan de samenhang en daarmee ook aan de aannemelijkheid van eisers verklaringen.

Hetgeen eiser verder heeft aangevoerd kan niet leiden tot een ander oordeel, omdat het onvoldoende is gemotiveerd.

Conclusie en gevolgen

6. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.

Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt.

7. Omdat op het beroep is beslist bestaat geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daartoe daarom af.

8. Nu sprake is van een motiveringsgebrek in het bestreden besluit dat is gepasseerd met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht, bestaat er aanleiding voor een proceskostenvergoeding. De rechtbank stelt deze kosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 2.802,- omdat eisers gemachtigde een beroepschrift en een verzoekschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen.

Beslissing

De rechtbank:

De voorzieningenrechter:

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.N. van Rijn, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. M. Jongmans, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan, voor zover dit gaat over het beroep, een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand