ECLI:NL:RBDHA:2026:14888

ECLI:NL:RBDHA:2026:14888

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 04-06-2026
Datum publicatie 04-06-2026
Zaaknummer NL26.29201
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Vereenvoudigde behandeling
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

bewaring, volgberoep, Algerijnse, buiten zitting, zicht op uitzetting, niet gebleken dat eiser alle mogelijkheden heeft benut om invulling te geven aan de op hem rustende medewerkingsplicht, voldoende voortvarend gehandeld, geen lichter middel, beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser,

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.29201

geboren op [geboortedatum] ,

van Algerijnse nationaliteit,

V-nummer: [nummer] ,

(gemachtigde: mr. M. Rasul),

en

Procesverloop

1. De minister heeft op 27 maart 2026 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.

De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Hierop heeft eiser gereageerd.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 3 juni 2026 gesloten.

Overwegingen

2. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 21 april 2026 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of de maatregel van bewaring rechtmatig is sinds het sluiten van dat onderzoek op 10 april 2026.

3. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

Standpunten eiser

4. Eiser voert aan dat hij bijna vier maanden in vreemdelingenbewaring verblijft. Uit de voortgangsrapportage blijkt niet dat de minister tot nu toe voldoende voortvarend voorbereidingen heeft getroffen voor wat betreft de uitzetting van eiser. Op 30 maart 2026 is er al een lp aangevraagd, maar afgifte daarvan heeft nog niet plaatsgevonden. Ook is eiser nog niet gepresenteerd. Sinds het sluiten van het onderzoek in de vorige procedure is er slechts tweemaal gerappelleerd en is onvoldoende navraag gedaan waarom de Algerijnse autoriteiten nog niet hebben gereageerd op de lp-aanvraag. Ook vinden er onvoldoende vertrekgesprekken plaats. Nu de lp-aanvraag al twee maanden geleden is verzonden en de Algerijnse autoriteiten hierop nog niet hebben gereageerd, ontbreekt ook het zicht op uitzetting. Uit de voortgangsrapportage volgt niet welke handelingen door de minister op dit moment worden verricht en daarom dient de vreemdelingenbewaring te worden opgeheven. Aan eiser kan een lichter middel, zoals een meldplicht, worden opgelegd.

Beoordeling rechtbank

5. De rechtbank stelt voorop dat zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Algerije in het algemeen niet ontbreekt. De rechtbank ziet geen aanleiding om in het geval van eiser anders te oordelen. De lp-aanvraag is nog steeds in onderzoek en op dit moment zijn er geen aanknopingspunten dat de Algerijnse autoriteiten geen lp aan eiser zullen afgeven. Daar komt bij dat de minister afhankelijk is van de medewerking van de Algerijnse autoriteiten. Ook acht de rechtbank van belang dat in onderhavige procedure niet is gebleken dat eiser alle mogelijkheden heeft benut om invulling te geven aan de op hem rustende medewerkingsplicht. Zo heeft eiser tijdens het vertrekgesprek van 21 april 2026 verklaard dat zijn paspoort bij een vriend ligt, maar heeft hij niets gedaan om (een kopie van) zijn paspoort te verkrijgen. De enkele stelling dat hij geen contact met zijn vriend heeft en ook niet beschikt over het telefoonnummer van zijn moeder, acht de rechtbank daartoe onvoldoende. Niet is uitgesloten dat, indien eiser zijn volledige medewerking verleend, de Algerijnse autoriteiten (sneller) zullen overgaan tot het verlenen van een lp. Ook hierom is het zicht op uitzetting gegeven.

Verder is de rechtbank van oordeel dat de minister sinds het sluiten van het onderzoek in de vorige procedure voldoende voortvarend heeft gehandeld. De minister heeft regelmatig schriftelijk gerappelleerd bij de Algerijnse autoriteiten, laatstelijk op 15 mei 2026. Daarnaast heeft op 21 april 2026 een vertrekgesprek met eiser plaatsgevonden. Het op 26 mei 2026 geplande vertrekgesprek heeft geen doorgang gevonden, omdat eiser heeft geweigerd hieraan deel te nemen. De rechtbank ziet geen reden om op basis van deze gang van zaken te concluderen dat de minister onvoldoende voortvarend heeft gehandeld.

De rechtbank heeft in de hiervoor onder 2. genoemde uitspraak geoordeeld dat het toepassen van een lichter middel niet volstaat om de uitzetting van eiser te verzekeren. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser ook in onderhavige procedure geen omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven om te oordelen dat een lichter middel nu wel zou kunnen volstaan of dat de voortzetting van de vreemdelingenbewaring niet langer gerechtvaardigd zou zijn.

De rechtbank ziet ook voor het overige geen grond voor het oordeel dat de maatregel van bewaring in de periode tussen het sluiten van het vorige onderzoek en het sluiten van het onderhavige onderzoek op enig moment onrechtmatig was.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van R. de Boer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A. Sibma

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand