RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiserV-nummer: [V-nummer]
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.57038
(gemachtigde: mr. R.E.J.M. van den Toorn),
en
(gemachtigde: mr. S. Burgmans).
Procesverloop
Bij besluit van 13 november 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 23 april 2026 op zitting behandeld in Breda. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [tolk] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 2000 en de Nigeriaanse nationaliteit te hebben. Eiser heeft op 29 april 2023 in Nederland een asielaanvraag ingediend. Eisers asielaanvraag is vanaf 19 januari 2024 opgenomen in de nationale asielprocedure, omdat eiser niet tijdig is overdragen aan de Italiaanse autoriteiten. Aan eisers asielaanvraag heeft hij zijn homoseksuele gerichtheid ten grondslag gelegd. Eiser en een vriend van hem zijn op de madrasa betrapt door een leraar, terwijl zij met elkaar speelden en elkaar streelden. De leraar heeft hier foto’s en video’s gemaakt, waarna hij de imam hierover heeft ingelicht. Nadat eisers vader door de imam werd ingelicht over dit incident, is eiser door zijn vader en een vriend van zijn vader mishandeld. Eiser is – met behulp van zijn moeder – gevlucht naar een tante in Kaduna . Toen eisers vader erachter kwam dat eiser in Kaduna zat, is hij naar Niger gebracht. Eiser vreest bij terugkeer naar Nigeria voor de gemeenschap, de politie en vigilante. Ook vreest eiser bij terugkeer naar Nigeria een gevangenisstraf of tot de dood te worden gestenigd.
2. Verweerder heeft eisers asielaanvraag afgewezen als ongegrond. Eisers identiteit, nationaliteit en herkomst worden geloofwaardig geacht. Eisers homoseksuele gerichtheid en de problemen als gevolg daarvan worden niet geloofwaardig geacht. Volgens verweerder vormen de verklaringen van eiser over zijn homoseksuele gerichtheid geen samenhangend en aannemelijk geheel. Eiser heeft volgens verweerder niet inzichtelijk verklaard over zijn seksuele gevoelens en wat deze voor hem betekenen. Ook heeft eiser oppervlakkig verklaard over de worsteling met zijn geaardheid en de acceptatie van zijn geaardheid. Eiser heeft summier verklaard over zijn eerste relatie met [persoon 1] en heeft summier en oppervlakkig verklaard over zijn huidige relatie met [persoon 2] . Verder heeft eiser weinig kennis over de LHBTI-gemeenschap in Nigeria en verklaart hij algemeen en oppervlakkig over de LHBTI-situatie in Nederland en wat het voor hem betekent om in een land te verblijven waar deze gemeenschap wordt geaccepteerd. Ook verklaart eiser algemeen over wat het voor hem betekent om in een land te hebben geleefd waar de LHBTI-gemeenschap werd onderdrukt. Eiser verklaart verder volgens verweerder ongerijmd over de betrapping door zijn leraar en stelt verweerder dat het een onnodig risico vormt dat iedereen wordt ingelicht over eisers seksuele gerichtheid tijdens zijn uitreis uit Nigeria.
3. Eiser voert in beroep aan dat hij in het nader gehoor en de zienswijze voldoende heeft verklaard over zijn relatie met [persoon 1] en [persoon 2] . Eiser ziet niet in wat hij meer had moeten vertellen hierover. Ook stelt verweerder volgens eiser ten onrechte en ondeugdelijk gemotiveerd dat de steunverklaring van het [organisatie] niet als objectieve onafhankelijke bron kan worden aangemerkt vanwege de aard van de organisatie en de betrokkenheid van hen bij de LHBTI-gemeenschap.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. Verweerder heeft zich voldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat van eiser mag worden verwacht dat hij uitgebreid kan verklaren over zijn relatie met [persoon 2] , de eigenschappen die hij minder leuk aan hem vindt en dat hij zijn gevoelens in de relatie inzichtelijk kan maken. Daarbij heeft verweerder kunnen betrekken dat eiser ten tijde van het bestreden besluit acht jaar in Europa verblijft, vijf jaar een relatie met [persoon 2] stelt te hebben, contact heeft met meerdere LHBTI-organisaties en vijfentwintig jaar oud is. Verweerder heeft in het bestreden besluit niet ten onrechte betrokken dat eisers toelichting op de vragen over [persoon 2] niet getuigen van een emotionele diepe band, terwijl hij wel stelt een duurzame relatie met [persoon 2] te hebben. Ook ten aanzien van eisers relatie met [persoon 1] heeft verweerder voldoende gemotiveerd tegengeworpen dat de verklaringen hierover summier zijn. Zo heeft verweerder aan eiser kunnen tegenwerpen dat hij – behalve enkele uiterlijke kenmerken – geen innerlijke eigenschappen van [persoon 1] heeft kunnen benoemen. Verweerder stelt niet ten onrechte dat van eiser mag worden verwacht dat hij uitgebreid, inzichtelijk en persoonlijk verklaart over de wijze waarop zijn eerste relatie met [persoon 1] zich heeft ontwikkeld van een vriendschap naar een (seksuele) relatie. Te meer omdat eiser heeft verklaard met [persoon 1] te zijn opgegroeid, hem dagelijks te spreken en dat zij jeugdvrienden zijn.
5. Anders dan eiser aanvoert heeft verweerder zich, zowel in het voornemen als in het bestreden besluit, voldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat het zwaartepunt van de beoordeling van eisers asielaanvraag ligt bij eisers eigen authentieke verklaringen en dat brieven van derden – waaronder van het COC – niet doorslaggevend zijn. Verweerder heeft kunnen meewegen dat deze brieven slechts als aanvulling kunnen dienen op eisers eigen verklaringen. Daarbij heeft verweerder voldoende gemotiveerd dat eiser niet inzichtelijk heeft gemaakt wat het voor hem betekent om in een land te verblijven waar de LHBTI-gemeenschap wordt geaccepteerd en wat eiser daarbij denkt en voelt. Verweerder stelt niet ten onrechte dat uit de brief van het COC alleen eisers aanwezigheid blijkt bij de activiteiten en dat hij volgens vrijwilligers enthousiast meedoet. Verweerder stelt terecht dat deze brief geen persoonlijke verklaring van eiser zelf is. Verweerder stelt daarom niet ten onrechte dat geen conclusies aan eisers seksuele gerichtheid kunnen worden getrokken op basis van deze verklaring van het COC.
6. Voor zover eiser ter zitting aanvoert dat uit de verklaringen van [persoon 3] duidelijk volgt dat er ontwikkeling is in zijn seksuele geaardheid, dat eiser geïnteresseerd is in de beweging en dat hij en [persoon 2] gezien worden als koppel, leidt gelet op het voorgaande niet tot een ander oordeel.
7. Eiser heeft ter zitting zijn beroepsgrond over de onveilige situatie bij terugkeer naar Nigeria laten vallen. Dit betoog behoeft dan ook geen bespreking meer.
Conclusie en gevolgen
8. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond.
9. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 2 juni 2026 door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.