ECLI:NL:RBDHA:2026:14915

ECLI:NL:RBDHA:2026:14915

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 09-06-2026
Datum publicatie 04-06-2026
Zaaknummer 11903385
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Incassogemachtigde heeft een dagvaarding aan een wederpartij laten betekenen. Daarna is besloten de dagvaarding niet bij de rechtbank aan te brengen, zonder de wederpartij hierover te informeren. Dit handelen is wel slordig, maar niet onrechtmatig tegenover de wederpartij.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Den Haag

Zaaknummer: 11903385 \ RL EXPL 25-17975

Vonnis van 9 juni 2026

in de zaak van

[eisende partij] ,

te [woonplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eisende partij] ,

procederend in persoon,

tegen

INCASSOCENTER B.V.,

te Den Haag,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Incassocenter,

gemachtigde: mr. M. Leung.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 16 september 2025 met producties,- de conclusie van antwoord van 2 december 2025 met producties, - de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald.

Op 7 mei 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Bij de mondelinge behandeling is [eisende partij] verschenen en is namens Incassocenter mr. M. Leung verschenen. Aan het einde van de zitting is de uitspraak van dit vonnis bepaald op vandaag.

2. De beoordeling

Waar gaat deze zaak over?

[eisende partij] had in 2024 een geschil met een voormalig huurster, [huurster] . [huurster] heeft in dat geschil Incassocenter als gemachtigde ingeschakeld. Incassocenter heeft op 27 januari 2025 een dagvaarding aan [eisende partij] laten betekenen, maar die dagvaarding niet bij de rechtbank aangebracht op de eerste roldatum van 27 februari 2025.

[eisende partij] meent dat Incassocenter tegenover hem onrechtmatig heeft gehandeld, ten eerste doordat Incassocenter zonder machtiging van haar cliënte heeft gedagvaard en ten tweede doordat Incassocenter heeft nagelaten aan [eisende partij] te melden dat de dagvaarding niet werd aangebracht. [eisende partij] wil dat Incassocenter de kosten vergoedt die hij nodeloos heeft gemaakt voor het opstellen van een conclusie van antwoord.

Incassocenter is het hiermee niet eens. Zij voert aan dat zij gemachtigd was om te dagvaarden en dat het haar en haar cliënte [huurster] vrij stond na betekening te besluiten de dagvaarding niet aan te brengen, zonder bericht aan [eisende partij] .

Wat beslist de kantonrechter?

De kantonrechter oordeelt dat het handelen van Incassocenter weliswaar slordig is, maar niet onrechtmatig tegenover [eisende partij] . De vordering wordt daarom afgewezen. Hierna wordt dit oordeel toegelicht.

Het beoordelingskader

De kantonrechter hanteert bij de beoordeling van de vordering het volgende kader. Van onrechtmatig handelen in de zin van artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek (BW) kan sprake zijn bij inbreuk op een recht, bij doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of bij handelen in strijd met wat volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betamelijk is. Een (incasso)gemachtigde komt een ruime mate van beoordelingsvrijheid toe om in overleg met de cliënt te bepalen hoe de belangen van de cliënt het beste vertegenwoordigd kunnen worden. Wel geldt dat schuldeiser en schuldenaar verplicht zijn zich jegens elkaar te gedragen volgens de eisen van redelijkheid en billijkheid (artikel 6:2 BW).

Het staat niet vast dat Incassocenter zonder machtiging heeft gedagvaard

[eisende partij] stelt dat Incassocenter zonder opdracht heeft gedagvaard. Hij onderbouwt dit met een e-mailbericht van [huurster] aan [eisende partij] van 13 april 2025. Daarin schrijft [huurster] onder meer:

“(…) Ik heb het incassobureau destijds aangegeven dat ik mijn borg van u heb ontvangen. Hun gaven toen aan dat voor de opdracht die ik had gegeven dat ik de gemaakte kosten op u zou kunnen verhalen. (…) Ik heb de keuze gemaakt dit niet te doen en daarin mijn verlies te nemen. Ik heb het incassobureau dan ook NIET de opdracht gegeven tot een dagvaarding.”

De kantonrechter is het met Incassocenter eens dat uit dit e-mailbericht niet volgt dat [huurster] de opdracht al had ingetrokken vóór Incassocenter tot dagvaarden overging. In de e-mail schrijft [huurster] dat zij "destijds" heeft gekozen de rente en kosten niet op [eisende partij] te verhalen, maar [huurster] schrijft niet wanneer zij dit heeft besloten. Dat [huurster] melding maakt van overleg over de rente en kosten, strookt juist eerder met de lezing van Incassocenter dat zij pas ná dagvaarden vernam dat de hoofdsom rechtstreeks aan [huurster] was betaald, en er toen in overleg met [huurster] voor is gekozen niet aan te brengen voor alleen rente en kosten. Dat [huurster] schrijft dat zij niet de opdracht heeft gegeven tot dagvaarden, kan worden verklaard door het gegeven dat voor een juridische leek het verschil tussen het laten betekenen van een dagvaarding en het aanbrengen daarvan bij de griffie van de rechtbank niet zonder meer duidelijk zal zijn. Bovendien voert Incassocenter terecht aan dat de opmerking van [huurster] dat zij nooit opdracht heeft gegeven tot dagvaarden moeilijk valt te rijmen met haar e-mail van 4 oktober 2024 waarin zij toestemming voor dagvaarden gaf.

Het is de kantonrechter dus niet gebleken dat Incassocenter zonder toestemming van [huurster] de dagvaarding heeft uitgebracht.

De communicatie van Incassocenter over de dagvaarding is niet onrechtmatig

Tussen partijen staat vast dat Incassocenter niet aan [eisende partij] heeft gemeld dat zij de zaak niet zou aanbrengen. Er is echter geen rechtsregel die meebrengt dat een schuldeiser haar schuldenaar in alle gevallen moet informeren over de keuze een dagvaarding niet aan te brengen. Hoewel de kantonrechter het met [eisende partij] eens is dat het beter was geweest als Incassocenter dit aan [eisende partij] had gemeld, is de keuze niets te laten weten in dit geval niet onrechtmatig. Daarbij weegt de kantonrechter mee dat [eisende partij] ervoor heeft gekozen de rente en kosten onbetaald te laten, dat hij daarmee het risico op de koop toe heeft genomen dat voor de rente en kosten een dagvaarding zou worden uitgebracht, en het risico dat hij zich daartegen zou moeten verweren. Dat de dagvaarding niet is aangebracht voor de rente en kosten, heeft [eisende partij] wellicht juist een veroordeling voor die rente en kosten plus een proceskostenveroordeling bespaard.

Tot slot overweegt de kantonrechter het volgende. Incassocenter heeft bijna vier maanden laten verstrijken tussen het akkoord voor dagvaarden en het uitbrengen daarvan, naar eigen zeggen vanwege drukte bij haar op kantoor. Zij is bij het dagvaarden kennelijk niet opnieuw actief bij haar cliënte nagegaan of [eisende partij] al iets betaald had, want zij heeft dit naar eigen zeggen pas na dagvaarding van [huurster] vernomen. Ook [eisende partij] heeft op de dag van betekening van de dagvaarding per e-mail aan Incassocenter laten weten dat hij de hoofdsom al had betaald en heeft daarbij gevraagd of de procedure werd voortgezet. Incassocenter heeft twee weken gewacht met een reactie aan [eisende partij] . Die reactie hield in dat zij nog in overleg was met haar cliënte en daarna heeft Incassocenter niets meer aan [eisende partij] laten weten tot na de eerste roldatum. Dit terwijl zij in die periode kennelijk wel besloten heeft de zaak niet aan te brengen. Dat de zaak niet was aangebracht, moest [eisende partij] van de rechtbank vernemen toen hij zijn antwoord wilde indienen. Incassocenter heeft ter zitting aangegeven dat dit allemaal niet netjes was en niet de schoonheidsprijs verdient. De kantonrechter deelt die mening. Het handelen van Incassocenter haalt dus niet de hoge lat van onrechtmatig handelen tegenover de wederpartij [eisende partij] , maar is wel slordig.

De proceskosten worden gecompenseerd

Hiervoor is vastgesteld dat Incassocenter slordig heeft gehandeld. [eisende partij] heeft dit in deze procedure aan de orde willen stellen en heeft in die zin gedeeltelijk gelijk gekregen. Omdat partijen over en weer gedeeltelijk in het ongelijk worden gesteld, zal de kantonrechter de proceskosten compenseren. Dit betekent dat iedere partij zijn eigen kosten draagt voor deze procedure.

3. De beslissing

De kantonrechter

wijst de vorderingen van [eisende partij] af,

compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Meester en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl Prg. 2026/235
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand