ECLI:NL:RBDHA:2026:14916

ECLI:NL:RBDHA:2026:14916

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 02-04-2026
Datum publicatie 04-06-2026
Zaaknummer NL24.44475
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Asiel, Sierra Leoone. De rechtbank oordeelt dat de schouw van de AVIM onvoldoende zorgvuldig, inzichtelijk en concludent is. De leeftijdsschouw is daarom geen bruikbaar middel voor de beoordeling van de leeftijd. De minister heeft het vermoeden dat eiser minderjarig is onvoldoende ontzenuwd. Onderzoek Bureau Documenten vs. Contra-expertise van het NFO. De minister heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij problemen heeft vanwege zijn aanwezigheid bij de demonstratie. Het beroep is gegrond, pkv.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser,

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

Samenvatting

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.44475

(gemachtigde: mr. S. Coenen),

en

(gemachtigde: mr. M. Berkelmans).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep voor zover dat ziet op de geloofwaardigheid van de identiteit gegrond is en vernietigt het bestreden besluit op dat punt. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Sierra Leoonse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum 1] 2007. De minister heeft met het bestreden besluit van 6 november 2024 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 7 februari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser en zijn gemachtigde deelgenomen, evenals tolk Madou. Ook was de gemachtigde van de minister aanwezig.

De rechter heeft het onderzoek ter zitting geschorst om eiser in de gelegenheid te stellen een contra-expertise te laten uitvoeren en om de minister in de gelegenheid te stellen een uitdraai van de broncodes de online krant The Minute Newspaper en een toelichting daarop te overleggen.

De minister heeft de informatie op 7 februari 2026 overgelegd. Eiser heeft op 29 oktober 2025 de contra-expertise overgelegd. De minister heeft hier op 24 november 2025 op gereageerd.

De rechtbank heeft het beroep op 24 februari 2026 op een nadere zitting behandeld. Hieraan hebben eiser en zijn gemachtigde deelgenomen, evenals tolk Madou. Ook was de gemachtigde van de minister aanwezig.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser is opgevoed door zijn oom, hij kent zijn ouders niet. Op een dag ging eiser met zijn oom naar de wijk [plaats 1] . Zij kwamen in een menigte terecht die aan het demonstreren was. Deze demonstratie was gericht tegen de president. Er ontstond chaos, de aanwezige politie begon te schieten en daarbij is eisers oom geraakt en overleden. Eiser heeft stenen naar de politie gegooid. Eiser is ook zelf door een steen geraakt op zijn hoofd. Eiser kwam [naam] (een buurtgenoot) tegen en is samen met hem uit de menigte gevlucht. Eiser hoorde van de zus van [naam] dat de politie op zoek was naar mensen die meededen aan de demonstratie. Ook vertelde de zus dat er filmpjes zijn gemaakt van de demonstranten. Eiser en [naam] konden daarom niet naar huis en hebben drie dagen ergens anders verbleven. Eiser had niemand anders om naar terug te gaan. Vervolgens heeft eiser met [naam] het land verlaten. Eiser is bij terugkeer bang om gevangen te worden genomen door de politie, omdat hij is gefilmd.

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

De minister vindt de identiteit van eiser niet geloofwaardig. Volgens de minister vormen de verklaringen over de identiteit geen samenhangend en aannemelijk geheel. Ook vindt de minister de problemen vanwege de aanwezigheid bij de demonstratie niet geloofwaardig. Eiser heeft onvoldoende documenten overgelegd en heeft daarvoor geen goede verklaring en ook vormen zijn verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel, omdat eiser niet duidelijk kan verklaren over zijn asielmotief en tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd. De minister vindt de nationaliteit en herkomst geloofwaardig, maar vindt het enkele feit dat eiser uit Sierra Leone komt niet zwaarwegend genoeg om te concluderen dat eiser gegronde vrees heeft voor vervolging of dat eiser een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer. De minister wijst de asielaanvraag daarom af als ongegrond.

De geloofwaardigheid van de identiteit

5. Eiser heeft bij zijn asielaanvraag in Nederland opgegeven dat hij is geboren op [geboortedatum 1] 2007. Eiser is op 1 augustus 2023 tijdens het verhoor bij AVIM geschouwd en op basis van zijn verklaringen en signalen heeft AVIM unaniem geconcludeerd dat eiser evident meerderjarig is. Op 23 oktober 2023 heeft de minister bij de Italiaanse autoriteiten een verzoek om informatie uitgezet. Uit het resultaat van dit onderzoek volgt dat eiser in Italië geregistreerd staat met de geboortedatum [geboortedatum 2] 2005. Vervolgens is eiser tijdens het aanmeldgehoor door de IND geschouwd en op basis van eisers verklaringen en signalen heeft de IND geconcludeerd dat eiser evident minderjarig is. Omdat eiser in Italië geregistreerd staat met de geboortedatum [geboortedatum 2] 2005 en eiser hiervoor geen verschoonbare verklaring heeft, heeft de minister de geboortedatum waarmee eiser in Italië staat geregistreerd overgenomen.

De leeftijdsschouwen

6. Eiser stelt, kort samengevat, dat de schouw door AVIM summier is gemotiveerd. Uit de werkinstructie 2023/6 volgt dat een medewerker specifiek moet motiveren welke uiterlijke kenmerken, gedragingen, verklaringen, of samenspel van factoren hiervan tot een bepaalde conclusie leiden. De schouw van AVIM voldoet hier volgens eiser niet aan. Ook vindt eiser dat AVIM onvoldoende onderzoek heeft gedaan, en eiser wijst daartoe op een deskundigenverklaring van drs. [deskundige] die omstandigheden benoemt die van belang zijn voor het interpreteren van uiterlijke kernmerken, gedragingen en verklaringen in het kader van de beoordeling van de leeftijd van een jongere. Aan eiser is namelijk enkel gevraagd hoe het met hem gaat en of hij medicatie gebruikt. Verder wijst eiser op de verschillen tussen de schouw van AVIM en de schouw van de IND. AVIM neemt uiterlijke kenmerken waar, die de IND niet waarneemt. Eiser vindt het vreemd dat door AVIM bepaalde uiterlijke kenmerken doorslaggevend zijn voor de meerderjarigheid, terwijl deze uiterlijke kenmerken door de IND niet zijn waargenomen. Tot slot wijst eiser op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 9 oktober 2024, waarin de Afdeling overweegt dat de minister dient uit te gaan van de presumptie van minderjarigheid, ook als hij twijfelt aan de minderjarigheid. Eiser meent dat de minister in zijn geval nog steeds van het vermoeden van minderjarigheid dient uit te gaan.

7. De rechtbank overweegt als volgt. Uit jurisprudentie van de Afdeling volgt dat in het algemeen de leeftijdsschouw zorgvuldig is en het beleid daarover redelijk is. Een leeftijdsschouw is pas volledig als zowel de AVIM als de IND de schouw heeft gedaan en dat aan beide schouwen evenveel waarde kan worden gehecht in de eindconclusie. Om in een individuele zaak tot een zorgvuldige schouw te komen, is het van belang dat de verslaglegging van iedere schouw zorgvuldig gebeurt en alle observaties tijdens het gehoor, bestaande uit de uiterlijke kenmerken, verklaringen en gedragingen van de vreemdeling, in een verslag worden beschreven. De conclusies van de schouw moeten worden verbonden aan deze observaties. Alleen dan is een schouw voldoende zorgvuldig, inzichtelijk en concludent.

De rechtbank stelt vast dat uit het verslag van de leeftijdsschouw door AVIM volgt dat eerst enkele lichamelijke kenmerken van eiser worden benoemd. Daar staat dat eiser een licht terugwijkende haargrens, een duidelijk zichtbare adamsappel, stoppels, een volwassen gezicht, licht snorretje en baardje, brede schouders, behaarde armen en borsthaar en een duidelijke kaaklijn heeft. Over het gedrag merken de medewerkers op dat eiser in eerste instantie met zijn handen tussen zijn benen zit, maar naarmate het gehoor vordert zijn armen op tafel legt. Eiser kijkt de medewerker niet aan en vraagt telkens om herhaling van de vraag. Eiser denkt lang na over het antwoord. Hieruit concluderen de medewerkers van AVIM dat eiser evident meerderjarig is. De rechtbank is van oordeel dat de schouw door AVIM onvoldoende zorgvuldig, inzichtelijk en concludent is. In deze schouw ontbreekt een verbinding tussen de observaties en de conclusies die de medewerkers daaruit trekken. Er wordt niet uitgelegd waarom de lichamelijke kenmerken en/of het gedrag van eiser typerend zijn voor een meerderjarige.

De rechtbank overweegt dat dit met zich brengt dat de leeftijdsschouw als geheel geen bruikbaar middel is voor de beoordeling van de leeftijd van eiser. De leeftijdsschouw in zijn geheel is onzorgvuldig tot stand gekomen. De minister moet in dat geval blijven uitgaan van de presumptie van minderjarigheid en het is aan de minister om de stelling van een vreemdeling over zijn leeftijd te ontzenuwen.

De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat de leeftijdsschouw door de IND wel voldoende zorgvuldig, inzichtelijk en concludent is. Deze leeftijdsschouw vond negen maanden na de leeftijdsschouw door AVIM plaats en de schouwers van de IND hebben geconcludeerd dat eiser evident minderjarig is. Omdat tussen partijen niet in geschil is dat de leeftijdsschouw door de IND een betrouwbare inschatting van eisers leeftijd bevat, zal de rechtbank deze niettemin betrekken bij de beoordeling van eisers leeftijd.

De leeftijdsregistratie in Italie

8. Eiser stelt zich, samengevat, op het standpunt dat de minister geen zorgvuldig onderzoek heeft gedaan naar de registratie van zijn leeftijd in Italië en niet deugdelijk heeft gemotiveerd welk gewicht hij aan de registratie van de leeftijd in Italië toekent en waarom. Eiser vindt zijn verklaring over de foutieve leeftijdsregistratie in Italië wel plausibel. Dat eiser in Italië zijn naam op een blanco papiertje moest schrijven en enkel uitleg kreeg met behulp van een Engelse tolk, getuigt ook niet van een zorgvuldig registratieproces. Dat de minister het eiser blijft aanrekenen dat hij de geboortedatum niet heeft aangepast in Italië terwijl hij juist wel heeft geklaagd, begrijpt eiser niet.

9. In de uitspraak van 9 oktober 2024 heeft de Afdeling overwogen dat de minister niet op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan van de juistheid van een leeftijdsregistratie in een andere lidstaat. Dit betekent niet dat geen gewicht toekomt aan een leeftijdsregistratie in een andere lidstaat bij de beoordeling van de leeftijd van een vreemdeling. De minister moet de leeftijd van een vreemdeling en de bewijswaarde van een leeftijdsregistratie beoordelen met toepassing van het nationale bestuursrechtelijke bewijsrecht, met inachtneming van wat daarover aanvullend in het Unierecht is bepaald.

10. De rechtbank stelt vast dat de minister in het bestreden besluit is ingegaan op de verklaringen van eiser over de wijze waarop de leeftijdsregistratie in Italië heeft plaatsgevonden. De minister heeft toegelicht dat uit de informatie van Italië blijkt dat eiser geen documenten heeft overgelegd over zijn leeftijd om aan te tonen dat er geen ander leeftijdsonderzoek heeft plaatsgevonden. Ook heeft de minister in zijn beoordeling betrokken dat eiser tijdens de registratie in Italië zijn naam moest opschrijven. De rechtbank volgt het standpunt van de minister dat niet kan worden meegegaan in het betoog van eiser dat het onderzoek naar de leeftijdsregistratie in Italië niet volgens de waarborgen heeft plaatsgevonden. Eiser heeft namelijk zelf toegelicht hoe de registratie tot stand kwam en dat dit gebaseerd is geweest op informatie die hij zelf schriftelijk heeft aangeleverd. Omdat deze schriftelijke informatie niet is te verifiëren, is de rechtbank van oordeel dat de minister niet uit hoefde te gaan van de verklaring van eiser in het gehoor. Daarbij heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser tijdens het nader gehoor niet naar voren heeft gebracht dat hij niet begreep wat de bedoeling van de registratie in Italië was, ook al zou de uitleg tijdens het registratieproces in Italië in het Engels zijn geweest. Ook heeft eiser verklaard dat hij te horen kreeg dat zijn geboortedatum foutief was geregisterd maar dat hij dit achteraf kon laten veranderen. Eiser heeft Italië echter verlaten zonder zijn geboortedatum te laten aanpassen.

Tussenconclusie leeftijdsschouw en leeftijdsregistratie in Italië

11. Het voorgaande betekent dat er in de zaak van eiser een leeftijdsschouw van de IND ligt waaruit volgt dat eiser evident minderjarig is en dat er een leeftijdsregistratie in Italië is die is gebaseerd op eisers opgave dat hij meerderjarig is. De rechtbank is daarom van oordeel dat de minister het vermoeden dat eiser minderjarig is, onvoldoende heeft ontzenuwd.

De geboorteakte

12. In beroep heeft eiser een geboortecertificaat overgelegd, waarop de geboortedatum [geboortedatum 1] 2007 staat.

13. Bureau Documenten heeft het geboortecertificaat onderzocht. Bureau Documenten concludeert dat betreffende de echtheid het document met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet echt is. Betreffende de opmaak en afgifte concludeert Bureau Documenten dat het document niet bevoegd is opgemaakt en afgegeven en dat niet kan worden vastgesteld of het document inhoudelijk juist is.

14. Eiser heeft door het NFO een contra-expertise laten opstellen. Het NFO concludeert samengevat dat er twijfel over de authenticiteit bestaat omdat de bedrukking als reproductie is aangebracht en dit het document verdacht maakt. Het is volgens het NFO niet logisch dat er documenten met reproductiekenmerken zichtbaar zijn. De echtheid van het document kan niet worden vastgesteld. Het NFO kan niet beoordelen of het document bevoegd werd afgegeven en ook over de juistheid van de inhoud kan het NFO geen uitspraak doen.

15. De rechtbank is van oordeel dat de conclusies van de contra-expertise van het NFO de conclusies van Bureau Documenten niet weerspreken. De rechtbank is daarom van oordeel dat de minister er van mocht uitgaan dat het geboortecertificaat niet als bewijsmiddel voor de leeftijd kan dienen. Omdat het geboortecertificaat niet echt is bevonden, kan dit document ook niet bijdragen aan de stelling van eiser dat hij minderjarig is.

Conclusie leeftijdsschouw, leeftijdsregistratie in Italië en geboorteakte

16. De rechtbank is van oordeel dat de minister het vermoeden dat eiser minderjarig is, onvoldoende heeft ontzenuwd. Gelet hierop is er sprake van een motiveringsgebrek. De minister zal opnieuw een beslissing moeten nemen over de gestelde minderjarigheid van eiser, waarbij de minister dient te motiveren welk gewicht hij toekent aan de schouw van de IND en de leeftijdsregistratie in Italië tegen de achtergrond van de presumptie van minderjarigheid. De rechtbank merkt verder op dat eiser heeft verklaard dat hij in Italië in een minderjarigenkamp heeft verbleven De minister kan ten slotte voorbijgaan aan het overgelegde geboortecertificaat, omdat uit het onderzoek van Bureau Documenten en het NFO blijkt dat dat certificaat niet als bewijsmiddel voor eisers leeftijd kan dienen. Het beroep op dit onderdeel is gegrond.

De geloofwaardigheid van de problemen vanwege de aanwezigheid bij de demonstratie

17. Eiser heeft in beroep een origineel exemplaar van de krant 'The Minute' van maandag 22 augustus 2022 overgelegd, waar op pagina 2 is opgenomen ' [eiser] Wanted Following Violent Protest on August 10, 2022’. Ook verwijst eiser naar een link waar de krant online beschikbaar is. Eiser stelt dat hieruit blijkt dat de Sierra Leoonse politie een arrestatiebevel tegen hem heeft uitgevaardigd en hem beschuldigen een cruciale rol te hebben gespeeld tijdens de protesten, waarbij meer dan 14 burgers en 6 politieagenten zijn gedood. Ook wordt eiser beschuldigd van het aanzetten tot geweld. Verder stelt eiser dat hierin wordt bevestigd dat zijn oom is overleden. Eiser heeft verklaard dat omstanders het lichaam van zijn oom naar het ziekenhuis wilden brengen. Eiser stelt hiermee dat hij wel aannemelijk heeft gemaakt dat zijn oom tijdens de protesten om het leven is gekomen. Dat het lichaam van zijn oom drie dagen lang op de grond in [plaats 2] heeft gelegen, is informatie die eisers verklaringen ondersteunen, nu hij heeft verklaard dat zijn oom in de buurt van het ziekenhuis [plaats 2] is gedood. Verder vindt eiser het vreemd dat de minister blijft tegenwerpen dat eiser niet weet of het een doordeweekse dag was of niet, omdat eiser de precieze datum heeft genoemd. Hij ging toen ook niet naar school, anders had hij zich het wel herinnerd.

Onvoldoende documenten gegeven en daarvoor geen goede verklaring

18. De rechtbank is van oordeel dat de minister eiser heeft kunnen tegenwerpen dat hij onvoldoende documenten heeft gegeven en daarvoor geen goede verklaring heeft. De rechtbank volgt de minister in het standpunt dat niet is gebleken dat eiser sinds zijn vertrek uit Sierra Leone enige inspanning heeft verricht om aan een overlijdensakte of een ander bewijs van overlijden van zijn oom te komen. Dit terwijl eiser heeft verklaard dat zijn oom een vriendin had waarmee eiser contact had kunnen opnemen. De rechtbank is verder met de minister van oordeel dat de verwijzing naar een aantal artikelen van Amnesty International, waarin wordt beschreven dat enkele doden van de protesten in massagraven zijn begraven, eiser ook niet kan baten. Eiser maakt hiermee namelijk niet aannemelijk dat zijn oom ook in een massagraf terecht is gekomen. Eiser heeft daarover ook niets verklaard.

Verklaringen vormen geen samenhangend en aannemelijk geheel

19. De rechtbank is van oordeel dat de minister aan eiser heeft kunnen tegenwerpen dat hij niet weet of de demonstratie op een doordeweekse dag of in het weekend plaatsvond, terwijl eiser wel over de exacte datum van het protest kon verklaren. Dit maakt dat eisers verklaring hierover op hoofdlijnen niet samenhangend en aannemelijk is. Ook stelt de minister zich niet ten onrechte op het standpunt dat van eiser mag worden verwacht dat hij achteraf meer over de situatie en het doel van zijn aanwezigheid bij het protest zou kunnen verklaren. Eiser heeft namelijk verklaard dat hij en zijn oom voor ongeveer vijf minuten door de menigte liepen voordat de politie kwam, maar uit eisers verklaringen wordt niet duidelijk of zij gedurende die tijd demonstreerden of dat zij juist probeerden weg te komen. Ook de videobeelden kunnen eisers standpunt niet ondersteunen, omdat eiser via horen-zeggen heeft vernomen dat er video’s zijn, maar eiser heeft deze video’s zelf nooit gezien. Verder heeft eiser de door de minister tegengeworpen tegenstrijdige verklaring dat zijn oom thuis geld had liggen om onder andere eisers school te betalen enerzijds, maar anderzijds dat eiser in 2019 is gestopt met school omdat zijn oom de school niet meer kon betalen, niet bestreden. Tot slot overweegt de rechtbank dat de minister eiser heeft kunnen tegenwerpen dat hij vooral algemene informatie over de demonstratie heeft overgelegd, maar dat deze informatie niet eisers standpunt dat hij of zijn oom aanwezig waren, deelnamen aan, of problemen hebben ondervonden door de demonstratie, onderbouwt.

Het krantenartikel

20. De minister heeft het in beroep overgelegde krantenartikel uit de krant ‘The Minute Newspaper’ door Bureau Documenten laten onderzoeken. Bureau Documenten concludeert dat dit specifieke exemplaar uit de oplage van de ‘The Minute Newspaper’ betreffende de echtheid, opmaak en afgifte waarschijnlijk niet in deze verschijningsvorm is uitgegeven. Bureau Documenten kan betreffende de inhoud daarom niet vaststellen of het krantenartikel inhoudelijk juist is.

21. Eiser heeft door het NFO een contra-expertise laten opstellen. Het NFO concludeert dat het feit dat er in het krantenartikel geen duidelijke bijzonderheden zijn waargenomen, maar er wel verschillen zijn ten opzichte van soortgelijke kranten met dezelfde datum, ervoor zorgt dat er geen oordeel kan worden gegeven over de authenticiteit van de krant. Op basis van de bevindingen en de interpretatie kan er geen waarschijnlijkheidsconclusie worden getrokken.

22. De rechtbank is gelet op het onderzoek dat door Bureau Documenten en door het NFO naar het krantenartikel van oordeel dat het krantenartikel eisers standpunt dat de Sierra Leoonse politie een arrestatiebevel tegen hem hebben uitgevaardigd, hem beschuldigen een cruciale rol te hebben gespeeld tijdens de protesten, hem beschuldigen van het aanzetten tot geweld, en bevestigen dat eisers oom is overleden, niet onderbouwt. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich daarom niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiser met het krantenartikel niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij problemen heeft vanwege zijn aanwezigheid bij de demonstratie.

De broncode

23. Op de zitting van 7 februari 2025 heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat het online-krantenartikel van 22 augustus 2022 waar eiser op 24 januari 2025 naar heeft verwezen bewerkt lijkt te zijn. De minister heeft na de zitting een uitdraai van de broncodes van het krantenartikel overgelegd. De minister stelt zich op het standpunt dat hieruit blijkt dat de tekst van het artikel op 18 december 2024 is gewijzigd en dat de bijbehorende foto pas in december 2024 is geüpload. Ook heeft de minister via een beveiligd account gezocht op de naam van eiser. Dit onderzoek leverde geen enkele bron op waarin de naam van eiser wordt genoemd. Er wordt alleen bij het artikel over eiser uitgekomen via de door eiser overgelegde internetlink.

24. De rechtbank stelt vast dat uit de broncode blijkt dat er mutaties zijn geweest in het artikel, niet alleen in de tekst van het artikel maar ook wat betreft de foto (van eiser). De rechtbank volgt het standpunt van de minister dat het opvallend is dat een internetartikel uit 2022 in 2024 nog wordt bewerkt en dat die omstandigheid niet bijdraagt aan de overtuigingskracht van het internetartikel. Deze broncode ondersteunt de conclusie dat eiser met het krantenartikel niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij problemen heeft vanwege zijn aanwezigheid bij de demonstratie.

Conclusie en gevolgen

25. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit op het onderdeel van de geloofwaardigheid van de identiteit in strijd is met het motiveringsbeginsel als bedoeld in artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht. Dat betekent dat eiser op dat punt gelijk krijgt en de minister daarover een nieuw besluit moet nemen. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit voor zover dat wordt vernietigd in stand te laten, een tussenuitspraak te doen of zelf een beslissing te nemen.

De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat de minister een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor acht weken.

Omdat het beroep gegrond is krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiser een vast bedrag per proceshandeling. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934,-. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend, heeft aan de zitting en aan de nadere zitting van de rechtbank deelgenomen. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 2.335,-.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit van 6 november 2024 voor zover daarin is beslist dat de identiteit van eiser niet geloofwaardig is geacht;

- draagt de minister op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;

- veroordeelt de minister tot betaling van € 2.335,- aan proceskosten aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, rechter, in aanwezigheid van Z.P. de Wilde, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 2 april 2026.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.J. Catsburg

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand