[eiseres] , V-nummer: [v-nummer] , eiseres
(gemachtigde: mr. P. Scholtes),
en
de minister van Asiel en Migratie , verweerder(gemachtigde: mr. F. Mahler).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de oplegging van een terugkeerbesluit en de signalering hiervan in het Schengeninformatiesysteem (SIS).
Verweerder heeft met het bestreden besluit van 27 mei 2024 aan eiseres een terugkeerbesluit opgelegd.
Bij brief van 23 juli 2024 heeft verweerder de rechtbank geïnformeerd dat eiseres op 1 juli 2024 vrijwillig is vertrokken naar land van herkomst en zich op het standpunt gesteld dat eiseres geen procesbelang meer heeft bij haar beroep. Bij brief van 21 juli 2025 heeft de rechtbank verweerder verzocht hoe dit standpunt zich verhoudt tot een relevante uitspraak van de hoogste bestuursrechter.
Bij brief van 31 juli 2025 heeft verweerder de rechtbank laten weten dat hij zijn standpunt over de niet-ontvankelijkheid van het beroep niet langer handhaaft en bij verweerschrift een inhoudelijk standpunt ingenomen op de beroepsgronden van eiseres. In reactie daarop heeft eiseres de rechtbank op 18 augustus 2025 geïnformeerd dat zij haar eerder ingediende beroepsgronden handhaaft.
De rechtbank heeft het onderzoek op 31 oktober 2025 gesloten en met instemming van beide partijen bepaald dat de zaak niet op zitting en daarmee op de stukken af te doen.
Beoordeling door de rechtbank
Waar gaat deze zaak over?
2. Eiseres is geboren op [geboortedatum] 1984 en heeft de Colombiaanse nationaliteit. Verweerder heeft op 27 mei 2024 aan haar een terugkeerbesluit opgelegd en dit in het SIS gesignaleerd, omdat zij niet beschikt over voldoende middelen van bestaan en arbeid verrichtte in strijd met de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Eiseres dient terug te keren naar Colombia.
Wat vindt eiseres in beroep?
3. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en heeft daarvoor de volgende argumenten. Eiseres heeft een relatie met [naam] en die staat voor eiseres garant. Ten onrechte is alleen naar de inkomsten en het vermogen van eiseres gekeken, terwijl dat van [naam] ook betrokken had moeten worden. Eiseres was van plan in Nederland te trouwen, maar dat is niet gelukt wegens verschillende omstandigheden. Verder ontkent eiseres dat zij arbeid heeft verricht. De eigenaar van het restaurant was druk bezig met de voorbereidingen in de keuken en vroeg eiseres alleen een drankje te brengen naar de tafel. Dat heeft ze gedaan en op dat moment werd er gecontroleerd. Verweerder heeft hierbij ten onrechte geen hoor- en wederhoor toegepast. Verder beroept eiseres zich op nieuwe omstandigheden, namelijk dat zij en haar partner hebben besloten hun gezinsleven in België voort te zetten. Hiermee vallen zijn onder de Unieburgerrichtlijn en is de Terugkeerrichtlijn op hen niet van toepassing. Gelet op het voorgaande moet het terugkeerbesluit worden vernietigd en de SIS-signalering worden verwijderd.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4. De rechtbank beoordeelt of verweerder aan eiseres een terugkeerbesluit mocht opleggen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eisers. De rechtbank geeft eiseres geen gelijk. Hieronder legt de rechtbank uit hoe en waarom zij tot deze conclusie is gekomen.
5. Uit artikel 12 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) volgt dat het aan de vreemdeling – die rechtmatig Nederland is binnen gekomen – gedurende een bepaalde termijn toegestaan is om in Nederland te blijven zolang hij of zij maar aan bepaalde voorwaarden voldoet. Hieronder valt onder meer het hebben van voldoende middelen van bestaan om te voorzien in de kosten van verblijf in Nederland en die van zijn of haar reis naar een plaats buiten Nederland waar toegang gewaarborgd is. Hiervoor geldt een minimaal bedrag van € 55,- per persoon per dag. Ook mag de vreemdeling geen arbeid verrichten voor een werkgever in strijd met de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
Alhoewel niet ter discussie staat dat eiseres zich tijdens de staandehouding nog in haar vrije termijn bevond, mocht verweerder eiseres tegenwerpen dat zij op dat moment niet over voldoende middelen van bestaan beschikte. Verweerder mocht betrekken dat uit het proces-verbaal ophouding van 27 mei 2024 volgt dat eiseres slechts € 25,- bij zich had. Verweerder stelt terecht dat hij de middelen van bestaan van haar gestelde partner niet hoefde te betrekken, nu uit de overgelegde stukken van eiseres volgt dat haar gestelde partner slechts logies verstrekt en zich niet garant heeft gesteld voor eiseres. Eiseres heeft dit ook niet in haar gronden betwist. Dat eiseres het adres van haar partner reeds had opgegeven bij de inschrijving in de Registratie van Niet-Ingezetenen (RNI) doet hier niet aan af.
Verder mocht verweerder aan eisers tegenwerpen dat zij arbeid heeft verricht in strijd met de Wav en mocht daarbij betrekken dat uit het proces-verbaal staandehouding van 27 mei 2024 volgt dat er al gasten aanwezig waren in het restaurant, dat eiseres een schort droeg en dat zij de bestelling van de gasten aan het opnemen was, terwijl een andere medewerker ook aan het werk was en de eigenaar in de keuken stond. Dat zij enkel een drankje weg zou hebben gebracht volgt de rechtbank dan ook niet. Dat hierbij geen hoor- en wederhoor heeft plaatsgevonden volgt de rechtbank ook niet. Verweerder stelt terecht dat eiseres een verhoor heeft gekregen zoals volgt uit het proces-verbaal ophouding en dat zij in de gelegenheid is gesteld haar zienswijze te geven zoals volgt uit het bestreden besluit.
Voor wat betreft de nieuwe omstandigheden is de rechtbank het met verweerder eens dat deze niet kunnen afdoen aan de juistheid van het besluit, nu deze zijn ontstaan na de oplegging van het terugkeerbesluit en dit ex-tunc dient te worden getoetst.
Vanwege het voorgaande mocht verweerder aan eiseres een terugkeerbesluit opleggen. Van het verwijderen van de SIS-signalering is dan ook geen sprake.
Conclusie en gevolgen
6. De rechtbank komt tot de conclusie dat aan eiseres een terugkeerbesluit mocht worden opgelegd. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.
7. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Biever, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Robio, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.