ECLI:NL:RBDHA:2026:14973

ECLI:NL:RBDHA:2026:14973

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 04-06-2026
Datum publicatie 04-06-2026
Zaaknummer NL26.27825
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Bewaring ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], V-nummer: [v-nummer], eiser,

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.27825

(gemachtigde: mr. H.J. Janse),

en

(gemachtigde: L. Ploeger).

Procesverloop

Bij besluit van 18 mei 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 29 mei 2026 en met behulp van telehoren op zitting behandeld. Eiser is verschenen op het detentiecentrum Rotterdam. De gemachtigde van eiser is verschenen op de rechtbank in Groningen. Tevens is daar een tolk verschenen. De minister heeft zich op de rechtbank laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.

Overwegingen

1. In de maatregel van bewaring heeft de minister overwogen dat de maatregel nodig is in het kader van de openbare orde, omdat er een risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken en eiser de voorbereiding van het vertrek of uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. De minister heeft hieraan ten grondslag dat eiser:

(zware gronden) 3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;3d. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;3i. te kennen heeft gegeven dat hij geen gevolg zal geven aan zijn verplichting tot terugkeer;

(lichte gronden) 4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

De minister heeft de gronden in de maatregel nader gemotiveerd. Voorts heeft de minister overwogen dat een minder dwingende maatregel (een lichter middel) niet doeltreffend kan worden toegepast.

Voortraject

2. Eiser voert aan dat de ophouding op een onjuiste grondslag heeft plaatsgevonden. Hij is opgehouden op grond van artikel 50, derde lid, van de Vw 2000, omdat zijn identiteit onmiddellijk kon worden vastgesteld. Dit verhoudt zich niet tot het feit dat eiser in de maatregel is tegengeworpen dat hij niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit.

De rechtbank oordeelt dat de ophouding op een juiste grondslag heeft plaatsgevonden. Eiser is bekend bij de autoriteiten onder de gegevens die ook gebruikt zijn in het straftraject. In die zin was bij de overname en ophouding duidelijk wie eiser was en kon de ophouding geschieden op grond van artikel 50, derde lid, van de Vw 2000. Dit doet er echter niet aan af dat eiser geen identificerend of ander document onder zich heeft waaruit zijn identiteit blijkt. Of de persoonsgegevens die worden aangehouden ook daadwerkelijk aan eiser toebehoren, blijft daarom ongewis en betekent dus niet dat de identiteit in het vervolg als vaststaand moet worden aanvaard. Daarom blijft relevant in hoeverre eiser meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit.

Grondslag

3. De rechtbank stelt vast dat eiser geen rechtmatig verblijf heeft nu aan eiser op 16 april 2026 een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van twee jaar is opgelegd. Die beslissingen staan in rechte vast; eiser valt daarom onder de in artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000 genoemde categorie vreemdelingen. De maatregel is op de juiste grondslag opgelegd.

Gronden

4. De rechtbank oordeelt dat de minister ten onrechte zware grond 3i aan eiser tegenwerpt. Eiser heeft verklaard dat hij niet terug wil naar Marokko en dat hij in Europa wil werken en een toekomst wil opbouwen. Hieruit kan, anders dan in de maatregel is overwogen en de minister betoogt, echter niet worden afgeleid dat eiser daarmee nadrukkelijk heeft verklaard dat hij geen gevolg zal geven aan zijn verplichting tot terugkeer.

Voorts is de rechtbank van oordeel dat de zware en lichte gronden 3a, 3c, 3d, 4c en 4d aan de maatregel ten grondslag kunnen worden gelegd en dat deze, in samenhang bezien, reeds voldoende zijn om de maatregel van bewaring te kunnen dragen en om aan te nemen dat een risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken, dan wel dat hij de voorbereiding van vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. Eiser beschikt niet over een paspoort, geldig visum of verblijfsvergunning en heeft daarom niet aannemelijk kunnen maken dat hij via de voorgeschreven wijze Nederland is binnengekomen. Eiser verklaart bovendien dat dit niet het geval is (3a). Ook heeft eiser bij besluit van 16 april 2026 reeds een vertrekplicht opgelegd gekregen met een vertrektermijn van 0 dagen (3c) en onderneemt hij geen concrete actie ter bevordering van de vaststelling van zijn identiteit (3d). Dat eiser in strafdetentie zat en daarom niet aan zijn vertrekplicht kon voldoen volgt de rechtbank niet. Uit jurisprudentie volgt dat de strafrechtelijke detentie voor rekening en risico komt van eiser. Van eiser mag worden verwacht dat hij de nodige inspanningen verricht om zijn terugkeer te bevorderen gedurende de strafrechtelijke detentie.

Betreffende de lichte gronden 4c en 4d oordeelt de rechtbank dat deze terecht aan de maatregel ten grondslag zijn gelegd nu eiser niet staat ingeschreven in het BRP, niet aannemelijk heeft gemaakt een vaste verblijfplaats te hebben (4c) en hij te kennen heeft gegeven niet te beschikken over middelen van bestaan (4d). In zoverre eiser stelt dat hem ten onrechte wordt tegengeworpen dat door gebrek aan middelen aannemelijk is dat hij strafbare feiten zal plegen, overweegt de rechtbank dat dit niet af doet aan het feit dat eiser geen middelen heeft om zijn vertrek te bekostigen. De minister heeft voor deze gronden ook de relevantie voor het risico op onttrekking aan het toezicht gemotiveerd; in samenhang met de andere gronden kunnen deze gronden de maatregel dan ook dragen.

Lichter middel

5. De rechtbank stelt vast dat de minister de medische omstandigheden van eiser uitdrukkelijk bij zijn beoordeling heeft betrokken en afdoende kenbaar heeft gemaakt waarom in het geval van de vreemdeling niet met een lichter middel dan inbewaringstelling kan worden volstaan. De rechtbank is ook overigens niet gebleken van omstandigheden die aanleiding geven voor het oordeel dat de bewaring onevenredig bezwarend is of dat de minister aanleiding had moeten zien eiser een lichter middel dan bewaring op te leggen.

Voortvarendheid en zicht op uitzetting

6. De minister heeft op dag 4 van de bewaring een eerste uitzettingshandeling verricht, namelijk het houden van een vertrekgesprek. De rechtbank zijn geen bijzondere omstandigheden gebleken die aanleiding geven voor het oordeel dat dit onvoldoende voortvarend is.

De inbewaringstelling is in strijd met artikel 59, van de Vw 2000 en het Unierecht, indien zicht op uitzetting ontbreekt. Voor dat oordeel ziet de rechtbank geen aanleiding. De rechtbank stelt hierbij voorop, dat zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Marokko in het algemeen niet ontbreekt. In het specifieke geval van eiser is een lp-traject opgestart en is niet gebleken dat de Marokkaanse autoriteiten ontegenzeggelijk hebben aangegeven geen lp voor eiser te zullen afgeven. Er is om deze reden al zicht op uitzetting.

Daar komt bij dat op eiser de rechtsplicht rust om Nederland te verlaten. Deze plicht brengt onder meer met zich mee dat eiser actieve en volledige medewerking aan zijn uitzetting dient te verlenen. De rechtbank constateert dat eiser die medewerking niet heeft verleend. Nu de Marokkaanse autoriteiten medewerking verlenen aan het verkrijgen van de voor uitzetting benodigde documenten, is er geen grond voor het oordeel dat zij, indien de vreemdeling zijn medewerking verleent, geen lp op zijn naam willen verstrekken.

Non-refoulement

7. Eiser stelt, onder verwijzing naar het arrest Adrar, dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat er geen sprake is van een risico op strijd met het beginsel van non-refoulement.

8. De rechtbank stelt vast dat in de maatregel is overwogen dat niet is gebleken dat vanwege het beginsel van non-refoulement, moet worden afgezien van de uitzetting van de eiser. Ook heeft de minister overwogen dat eiser slechts heeft aangegeven bang te zijn voor één persoon uit zijn verleden die hij al 6 jaar niet meer gezien heeft en dat eiser ook aangeeft dat hij niet naar de autoriteiten is gegaan voor bescherming. De minister heeft op grond hiervan voldoende gemotiveerd tot de conclusie kunnen komen dat niet is gebleken van een risico op strijd met het beginsel van non-refoulement. Eiser heeft niet onderbouwd waarom deze conclusie onjuist is en de enkele stelling dat de minister dit onvoldoende heeft gemotiveerd, is ontoereikend.

Conclusie

9. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, rechter, in aanwezigheid van mr. D.G. van den Berg, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R. Tesfai

Griffier

  • mr. D.G. van den Berg

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand