ECLI:NL:RBDHA:2026:15030

ECLI:NL:RBDHA:2026:15030

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 02-06-2026
Datum publicatie 05-06-2026
Zaaknummer NL26.29773
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Spoed voorlopige voorziening, toezending van strafrechtelijke gegevens, belang valt uit in het voordeel van verzoeker, effectiviteit van beroepsprocedure, risico voor familieleden in Irak, toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 juni 2026 in de zaak tussen

[verzoeker] , v-nummer: [nummer] , verzoeker

de minister van Asiel en Migratie,

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.29773

(gemachtigde: mr. I.C. van Krimpen),

en

(gemachtigde: mr. J.V. de Kort).

Procesverloop

1. Op 15 januari 2026 heeft de minister besloten om op 12 februari 2026 een samenvatting van de strafrechtelijke gegevens van verzoeker te delen met de Iraakse autoriteiten. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. Bij uitspraak van 12 februari 2026 heeft deze rechtbank en zittingsplaats de voorlopige voorziening toegewezen en de minister verboden om een samenvatting van de strafrechtelijke gegevens van verzoeker met de Iraakse autoriteiten te delen totdat op bezwaar is beslist.

Bij besluit van 18 mei 2026 heeft de minister het bezwaar ongegrond verklaard en meegedeeld dat op 4 juni 2026 een samenvatting van de strafrechtelijke gegevens van verzoeker zal worden gedeeld met de Iraakse autoriteiten. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

De minister heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Achtergrond

2. Verzoeker is tussen 2013 en 2019 driemaal strafrechtelijk veroordeeld voor terroristische misdrijven. Bij besluit van 28 mei 2019 is zijn Nederlanderschap ingetrokken. Tevens zijn een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van twintig jaar opgelegd. Bij besluit van 22 juli 2020 is zijn asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Al deze besluiten staan in rechte vast. De minister heeft sindsdien gewerkt aan de terugkeer van verzoeker naar Irak. Omdat de minister in zowel het asielbesluit als in het terugkeerbesluit en inreisverbod heeft aangenomen dat verzoeker bij terugkeer naar Irak een reëel risico op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM loopt, heeft de minister besloten een samenvatting van de strafrechtelijke gegevens van verzoeker te delen met de Iraakse autoriteiten, met het doel diplomatieke garanties te verkrijgen die inhouden dat verzoeker niet in strijd met artikel 3 van het EVRM zal worden behandeld bij terugkeer naar Irak. In het bestreden besluit, waarbij het bezwaar tegen het delen van de strafrechtelijke gegevens ongegrond is verklaard, is vermeld dat de minister deze gegevens op 4 juni 2026 met de autoriteiten van Irak zal delen.

Is er een spoedeisend belang?

3. De voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is in de hoofdzaak kan, indien tegen een besluit bezwaar is gemaakt, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

De voorzieningenrechter kan als onverwijlde spoed dat vereist en partijen daardoor niet in hun belangen worden geschaad, uitspraak doen zonder dat partijen worden uitgenodigd om op een zitting te verschijnen. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om van deze bevoegdheid gebruik te maken.

De minister is voornemens om op donderdag 4 juni 2026 over te gaan tot het delen van een samenvatting van de strafrechtelijke gegevens en personalia van verzoeker met de autoriteiten van Irak. Het daartegen door verzoeker ingestelde beroep heeft geen schorsende werking. Daarom is de vereiste onverwijlde spoed aanwezig.

Heeft het beroep een redelijke kans van slagen?

4. De voorzieningenrechter is van oordeel dat zij op dit moment niet kan beoordelen of het beroep kans van slagen heeft. De aard van het verzoek en de gronden van beroep lenen zich er namelijk niet voor om in deze (spoed)procedure inhoudelijk te worden beoordeeld. De voorzieningenrechter zal daarom beslissen op basis van een belangenafweging.

Belangenafweging

5. Het belang van verzoeker is erin gelegen dat de samenvatting van zijn strafrechtelijke gegevens niet met de Iraakse autoriteiten wordt gedeeld. Verzoeker voert aan dat bij het toestaan van het delen van de strafrechtelijke gegevens de effectiviteit van de beroepsprocedure wordt aangetast. De rechtbank kan dan namelijk niet meer beslissen dat de minister de strafrechtelijke gegevens niet mag delen met de Iraakse autoriteiten, omdat dat dan al is gebeurd. Verzoeker voert verder aan het delen van een samenvatting van zijn strafrechtelijke antecedenten met de Iraakse autoriteiten zijn in Irak woonachtige familie in gevaar zal brengen. Ook voert verzoeker aan dat hij Nederland en de Europese Unie zelfstandig wil verlaten.

6. Volgens de minister vergt de nationale veiligheid dat verzoeker zo spoedig mogelijk Nederland verlaat. De minister acht het daarom essentieel dat de strafrechtelijke gegevens op 4 juni 2026 worden verstrekt aan de Iraakse autoriteiten. De verstrekking is gebaseerd op een deugdelijke wettelijke grondslag, noodzakelijk en proportioneel. Toewijzing van het verzoek leidt ertoe dat het beroep eerst moet worden behandeld. Dat kan tot aanzienlijke vertraging leiden in het proces om diplomatieke garanties te verkrijgen. De minister benadrukt dat het aangenomen 3 EVRM-beletsel bij terugkeer naar Irak pas wordt opgeheven, nadat is gebleken of de eventueel te verkrijgen diplomatieke garanties toereikend zijn om het 3 EVRM-risico weg te nemen. De belangen van de in Irak woonachtige familie maken het voor de minister niet anders. Verzoeker heeft namelijk verklaard dat hij er al in 2014 vanuit ging dat zijn veroordeling voor terroristische misdrijven bekend was bij de Iraakse autoriteiten. De familie heeft nadien nooit enige problemen ondervonden. Verder is de rechtspraak in Nederland openbaar, en is er in de media ook de nodige berichtgeving over de strafrechtelijke veroordelingen van verzoeker geweest. Het is op die manier ook mogelijk om van zijn strafrechtelijke veroordelingen op de hoogte te raken.

7. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter moet het belang van verzoeker zwaarder wegen dan het belang van de minister. Hoewel de voorzieningenrechter begrip heeft voor de belangen van de minister, laat dat onverlet dat het delen van de samenvatting van de strafrechtelijke gegevens en personalia van verzoeker met de autoriteiten van Irak onomkeerbaar is. Verzoeker voert daarover terecht aan dat het op dit moment – voor dat op het beroep is beslist – delen van deze gegevens met de Iraakse autoriteiten de effectiviteit van dit rechtsmiddel aangetast. Zodra deze gegevens zijn gedeeld met de Iraakse autoriteiten verliest de rechtelijke toetsing in beroep aan betekenis omdat het delen dan al een voldongen feit is. In dat kader acht de voorzieningenrechter ook relevant dat de verzoeker stelt dat zijn in Irak woonachtige familieleden mogelijk gevaar lopen als zijn strafrechtelijke gegevens met de Iraakse autoriteiten worden gedeeld. De voorzieningenrechter acht die vraag te complex om in de voorlopige voorzieningenprocedure te beantwoorden. Dit mogelijke risico verdient een zorgvuldige en inhoudelijke beoordeling in de beroepsprocedure, wat op gespannen voet staat met het nu verstrekken van de strafrechtelijke gegevens omdat die handeling onomkeerbaar is. Zoals gezegd is het belang van de minister om verzoeker zo spoedig mogelijk te verwijderen uit Nederland begrijpelijk. Dit belang moet echter om voornoemde redenen in dit geval wijken voor het belang van verzoeker.

Conclusie en gevolgen

8. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe en treft de voorlopige voorziening dat de samenvatting van de strafrechtelijke gegevens niet mag worden gedeeld met de Iraakse autoriteiten totdat op het beroep is beslist. De voorzieningenrechter veroordeelt de minister in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 934 en een wegingsfactor 1).

Verzoeker wordt definitief vrijgesteld van het betalen van griffierecht. Voor terugbetaling of vergoeding van het griffierecht op grond van artikel 8:82 van de Awb bestaat dan ook geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;

- verbiedt de minister om een samenvatting van de strafrechtelijke gegevens van verzoeker met de Iraakse autoriteiten te delen totdat op het beroep is beslist;

- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 934,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Hollebrandse, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. N. El-Amrani, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. N. El-Amrani

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand