RECHTBANK DEN HAAG
Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
[betrokkene] ,
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/697001 / FA RK 25-9966
Datum beschikking: 15 januari 2026
Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] te [plaats] ,
advocaat: mr. O.C. Bondam te Voorschoten.
ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 30 december 2025, heeft de officier van justitie verzocht om een aansluitende zorgmachtiging.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 24 december 2025 ondertekende medische verklaring van [naam 1] , psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een blanco zorgkaart;
- een zorgplan van 9 december 2025;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 29 december 2025;
- een brief van de officier van justitie van 27 november 2025, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn en betrokkene geen justitiële documentatie heeft.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 15 januari 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de arts, de heer [naam 2] .
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.
Standpunten ter zitting
Betrokkene heeft verklaard dat hij heeft geleerd dat het in één keer stoppen met de medicatie niet wenselijk is. Momenteel ontvangt hij depotmedicatie waar hij goed mee kan leven. Betrokkene geeft aan graag poker te spelen. Vanwege de lopende bewindvoering hoopt hij dat pokerspelen weer mogelijk wordt. Betrokkene heeft verklaard dat hij een mes bij zich had nadat hij personen had aangesproken die overlast veroorzaakten en hem vervolgens met geweld hadden bedreigd, waardoor hij zich bedreigd voelde.
De advocaat heeft verklaard dat betrokkene zich niet verzet tegen het verlenen van de zorgmachtiging. Daarnaast is in de medische verklaring aangegeven dat insluiten niet noodzakelijk wordt geacht. De advocaat onderschrijft dit standpunt en stelt dat, indien insluiten alsnog noodzakelijk zou blijken, dit kan plaatsvinden op grond van een noodmaatregel.
De arts heeft verklaard dat zich eerder een ontregeling heeft voorgedaan op de afdeling Klinisch Herstel. Betrokkene is zelfstandig gestopt met het innemen van medicatie. Daarnaast kunnen de controles, zoals bloedafname, een probleem gaan vormen wanneer de toestand van betrokkene verslechtert. De verplichte vorm van zorg insluiten is verzocht, aangezien betrokkene het afgelopen jaar is opgenomen in verband met agressief gedrag. De verplichte vorm van zorg het aanbrengen van beperkingen is bedoeld om het gokgedrag te beperken en om de afspraken met de ambulante nazorg na te komen. Er is gezocht naar een alternatieve plek binnen het ambulante kader. Betrokkene stond op de wachtlijst bij Meander en is daar inmiddels ook aangenomen.
Beoordeling
Op 31 januari 2025 is door de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor de duur van twaalf maanden tot en met 31 januari 2026.
Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan psychische stoornissen, te weten autismespectrumstoornis en ADHD.
Deze stoornissen leiden tot ernstig nadeel, gelegen in:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- ernstig verstoorde ontwikkeling voor of van betrokkene of een ander.
Bij betrokkene bestaat een risico op psychotische decompensatie wanneer het voor hem te belastend wordt. Vanuit psychotische ontregeling en overprikkeling kan betrokkene agressief gedrag richting anderen vertonen, waarbij sprake kan zijn van dreigend en geladen gedrag. In stabiele perioden is er geen sprake van agressie. Daarnaast bestaat het risico op ernstige zelfverwaarlozing en ontregeling van het dag- en nachtritme. Ook is er sprake van een gering risico op suïcidaliteit, momenteel zijn er geen suïcidale signalen. Wel heeft betrokkene recent een teleurstelling moeten verwerken, doordat hij opnieuw een terugval heeft doorgemaakt. Bij toename van psychotische klachten en bij herhaalde opnames kan het risico op het ontstaan van suïcidale gedachten toenemen.
Om de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er nog onvoldoende mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. De kwetsbaarheid voor een psychose en voor verslavingsproblemen kunnen leiden tot verzet tegen de zorg in verband met waangedachten of verlies van controle op het gedrag bij het gokken. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Gelet op hetgeen ter zitting is besproken ziet de rechtbank geen aanleiding voor het opleggen van verplichte zorg in de vorm van:
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene.
In deze fase van herstel is niet voorzienbaar is dat het opleggen hiervan direct noodzakelijk zal zijn. Het verzoek zal daarom in zoverre worden afgewezen.
De rechtbank is van oordeel dat verlenging van de zorgmachtiging passend is, nu in mei een terugval heeft plaatsgevonden en er sprake is van een nog kwetsbaar toestandsbeeld. Gelet hierop acht de rechtbank het noodzakelijk dat betrokkene (ambulante) begeleiding blijft ontvangen.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.
Beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 15 januari 2027;
wijst het meer of anders verzochte af.