RECHTBANK DEN HAAG
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
[betrokkene],
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/697607 / FA RK 26-315
Datum beschikking: 15 januari 2026
Beschikking naar aanleiding van het op 13 januari 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats],
thans verblijvende in de accommodatie [zorginstelling] te [plaats 1],
advocaat: mr. M.S.C. Leistra te Zoetermeer.
Procesverloop
Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 12 januari 2026 genomen crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een afschrift van de politiemutaties;
- een brief van de officier van justitie van 12 januari 2026, waaruit blijkt dat betrokkene geen justitiële documentatie heeft.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 15 januari 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de arts, mevrouw [naam 2];
- de verpleegkundige, mevrouw [naam 3].
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.
Standpunten ter zitting
Betrokkene heeft verklaard dat haar suïcidewens momenteel nog sterk aanwezig is, maar dat dit niet betekent dat zij zich kan vinden in een verlenging van de maatregel. Zij heeft aangegeven van plan te zijn haar wens uit te voeren zodra zij de accommodatie verlaat. Betrokkene stond gedurende drie jaar op een wachtlijst voor een woonvoorziening in [plaats 2]. Op het moment dat zij aan de beurt was, bleek zij niet langer binnen de doelgroep te passen.
De advocaat heeft verklaard dat betrokkene zich heeft verdiept in de mogelijkheden van euthanasie, waarvoor een wachtlijst bestaat van minimaal drie jaar. Er is sprake van lijdensdruk bij betrokkene. Volgens de advocaat is sprake van uitzichtloosheid, waarbij de depressieve klachten niet verminderen omdat de situatie niet verbetert. Betrokkene verzoekt de rechtbank om de machtiging af te wijzen.
De arts heeft verklaard dat het doel van de opname is het afwenden van acute suïcidaliteit. De angst bestaat dat betrokkene zichzelf van het leven zal beroven op het moment dat zij naar huis gaat. De onderzoeksvormen worden noodzakelijk geacht, aangezien betrokkene beschikt over insulinespuiten waarmee zij in het verleden een suïcidepoging heeft ondernomen. De verplichte vorm van zorg het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in de richten is van belang in het kader van de ambulante nazorg.
Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade.
Er is sprake van acute suïcidaliteit in het kader van een depressieve stoornis. Uit de voorgeschiedenis blijkt dat betrokkene ernstige suïcidepogingen onderneemt. Vier dagen voorafgaand aan de huidige opname heeft betrokkene opnieuw een zeer ernstige poging tot zelfdoding ondernomen door het innemen van grote hoeveelheden insuline en verdovende middelen. Daarnaast heeft betrokkene verklaard van plan te zijn zichzelf te suïcideren zodra zij weer thuis zou zijn, door middel van medicatie. Tevens heeft zij aangegeven deze intentie ook te hebben tijdens haar verblijf op de afdeling. De recente tegenslag betreffende de woonvorm waarvoor zij drie jaar op de wachtlijst heeft gestaan is moeilijk te verwerken, hetgeen zeer invoelbaar is.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten een depressie. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is van oordeel dat, anders dan de in de crisismaatregel genoemde zorg, de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden, te weten:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, met uitzondering van het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Van de overige in de crisismaatregel genoemde vormen van zorg is – door de toelichting van de arts – ter zitting gebleken dat de toepassing niet voorzienbaar en noodzakelijk is. De rechtbank volgt de toelichting van de arts en zal het verzoek in zoverre dan ook afwijzen
Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Desondanks wordt het noodzakelijk geacht dat zij in de accommodatie verblijft om de acute suïcidewens af te wenden. Ook is noodzakelijk dat met betrokkene het gesprek gevoerd wordt over de tegenslag betreffende de woonvorm en mogelijke alternatieven.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.
Beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats],
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, met uitzondering van het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 5 februari 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.