ECLI:NL:RBDHA:2026:1510

ECLI:NL:RBDHA:2026:1510

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 02-02-2026
Datum publicatie 29-01-2026
Zaaknummer 09/391984-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Verdachte schiet met gaspistool in de richting van buurman. Vrijspraak poging doodslag/zware mishandeling, veroordeling voor bedreiging en bezit vuurwapen. Rechtbank volgt conclusie deskundigen PBC: verdachte ontoerekeningsvatbaar, ontslag van alle rechtsvervolging en oplegging TBS met dwangverpleging.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer: 09/391984-24

Datum uitspraak: 2 februari 2026

Tegenspraak

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats] ,

op dit moment gedetineerd in de penitentiaire inrichting [regio] , [locatie].

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van 21 maart 2025, 17 juni 2025, 19 augustus 2025, 3 november 2025 (allen pro forma) en 19 januari 2026 (inhoudelijke behandeling).

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.M.A. Ramdharie-Beckers en van hetgeen door de verdachte en de door de rechtbank aangewezen raadsman mr. H. Sytema naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1

hij op of omstreeks 9 december 2024 te Delft ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [aangever] opzettelijk van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, meermalen met een vuurwapen (een gasdrukpistool) op/in de richting van die [aangever] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 9 december 2024 te Delft [aangever] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door meermalen met een vuurwapen (een gasdrukpistool) op/in de richting van die [aangever] te schieten;

2

hij op of omstreeks 9 december 2024 te Delft een wapen van categorie IV, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een gasdrukpistool van het merk Umarex, model TP50, kaliber .50, zijnde een voorwerp waarvan, gelet op zijn aard en/of de omstandigheden waaronder het werd aangetroffen, redelijkerwijs kon worden aangenomen dat het bestemd was om letsel aan personen toe te brengen en/of te dreigen heeft gedragen.

3. De bewijsbeslissing

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het onder 1 primair tenlastegelegde en tot bewezenverklaring van de onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak van het onder 1 primair tenlastegelegde bepleit en heeft zich aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd met betrekking tot het onder 1 subsidiair en 2 tenlastegelegde.

Het oordeel van de rechtbank

Vrijspraak feit 1 primair

De rechtbank is, met de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat het onder 1 primair ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend is bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij. Het dossier en hetgeen ter terechtzitting is verhandeld, bieden onvoldoende aanknopingspunten om vast te stellen dat het handelen van de verdachte een reële kans op de dood dan wel zwaar lichamelijk letsel in het leven heeft geroepen.

Bewezenverklaring feiten 1 subsidiair en 2

De rechtbank is met betrekking tot feiten 1 subsidiair en 2 van oordeel dat deze wettig en overtuigend zijn bewezen.

De rechtbank heeft hierna opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.

Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2024397970, van de politie eenheid Den Haag (procesdossier p. 1 t/m 126 en een aanvullend procesdossier p. 1 t/m 16).

Ten aanzien van feit 1 subsidiair en feit 2:

1. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever] , opgemaakt op 9 december 2024, voor zover inhoudende (p. 17):

Plaats delict: [adres] , Delft.

Ik woon in Delft. Op maandag 9 december 2024 kwam ik thuis. Op het moment dat ik de portiekdeur naderde zag ik op 1 hoog mijn buurman van [huisnummer] naar beneden komen lopen. Ik weet dat hij [verdachte] heet. Op het moment dat ik voor de toegangsdeur van het complex stond, zag ik dat hij ook beneden aan de binnenkant van de deur stond. Ik zag dat hij de deur open deed en de deur voor mij open hield. Ik zei 'dankje' op het moment dat ik hem passeerde. Het ging hierna heel snel. Ik keek nog een keer om en keek hem in zijn ogen aan. Ik zag dat hij op dit moment al buiten het portiek stond, met een boze blik naar mij keek en iets op mij richtte. Op dit moment was hij op ongeveer 5 meter van de portiekdeur af. Hierna draaide ik mij snel weer om en rende ik snel naar 1 hoog om te schuilen achter de betonnen trap. Ik hoorde op dit moment 3 keer een harde knal.

2. Het proces-verbaal van verhoor van de verdachte, op 12 december 2024, opgemaakt en ondertekend door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank en de griffier, voor zover inhoudende:

U vraagt of ik met een gasdrukpistool heb geschoten. Ja, ik heb zeker weten geschoten. Hij heeft geluk dat ik hem niet geraakt heb. U vraagt wat ik daarmee bedoel. Het pistool blokkeerde toen ik de trekker over wilde halen. Hij draaide zich om, zag dat ik een pistool op zijn hoofd had gericht en rende weg. Toen haalde ik de trekker nog een aantal keer over en toen werkte het wel.

3. De verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 19 januari 2026, voor zover inhoudende:

U, de voorzitter, vraagt mij wat ik kan vertellen over 9 december 2024 en vraagt mij hoeveel schoten ik heb gelost. Ik heb een salvo van drie of vier schoten gelost vanaf de ingang naar binnen. Het klopt dat ik het wapen heb weggegooid. U houdt mij voor dat er een wapen is gevonden op de plek die ik had aangewezen. Het klopt dat dat het wapen is waarmee ik heb geschoten. Een TP50 Compact.

4. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 11 december 2024, voor zover inhoudende (p. 90):

Op woensdag 11 december 2024 werd mij een voorwerp overhandigd. Het voorwerp werd op aangeven van de verdachte aangetroffen in een watertje naast [straatnaam] te Delft.Soort voorwerp: Een gasdrukpistool Merk: UmarexModel: TP50Kaliber: .50 Categorie wapen: Gelet op de aard van het voorwerp en de omstandigheden waaronder dit voorwerp werd aangetroffen kan worden aangenomen dat dit voor geen ander doel bestemd was dan om letsel aan personen toe te brengen of te dreigen. Derhalve is dit voorwerp een wapen in de zin van artikel 2 lid 1, categorie IV sub 7 van de Wet wapens en munitie.

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:

1 subsidiair

hij op 9 december 2024 te Delft [aangever] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door meermalen met een vuurwapen (een gasdrukpistool) in de richting van die [aangever] te schieten;

2

hij op 9 december 2024 te Delft een wapen van categorie IV onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een gasdrukpistool van het merk Umarex, model TP50, kaliber .50, zijnde een voorwerp waarvan, gelet op zijn aard, redelijkerwijs kon worden aangenomen dat het bestemd was om letsel aan personen toe te brengen en/of te dreigen, heeft gedragen.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.

4. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde en de verdachte

Het standpunt van de verdediging

De verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat hem een geslaagd beroep op noodweer(exces) toekomt.

De verdediging heeft ter zake van de toerekening geen verweer gevoerd.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die een beroep op noodweer(exces) doen slagen.

De officier van justitie heeft zich verder op het standpunt gesteld dat de verdachte ten aanzien van de feiten volledig ontoerekeningsvatbaar was en dat hij daarom dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Het oordeel van de rechtbank

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Noodweer

De verdachte heeft verklaard dat hij zich al langere tijd zorgen maakte over zijn veiligheid, de aangever [aangever] als een dreiging zag en daarom de schoten met het gasdrukpistool heeft gelost. De verdachte heeft echter geen feiten of omstandigheden weergegeven waaruit zou kunnen volgen dat de aangever hem op dat moment wilde aanvallen of dat er een dreiging voor een aanval van de aangever was.

De rechtbank ziet, gelet op het voorgaande en de inhoud van het dossier, geen feiten en omstandigheden aanwezig die de strafbaarheid van de bewezenverklaarde feiten zouden uitsluiten. Een beroep op noodweer kan niet slagen, omdat niet aannemelijk is geworden dat de verdachte de bewezenverklaarde gedragingen heeft verricht in een situatie waarbij voor hem de noodzaak bestond tot verdediging van zichzelf tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding, dan wel het onmiddellijk dreigend gevaar daarvoor.

Conclusie

Het verweer wordt verworpen en het bewezenverklaarde is daarmee volgens de wet strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Noodweerexces

Nu de rechtbank een noodweersituatie niet aannemelijk heeft geacht, wordt het beroep op noodweerexces reeds daarom verworpen.

Ontoerekeningsvatbaarheid

De rechtbank heeft bij de beoordeling van de toerekeningsvatbaarheid van de verdachte acht geslagen op de Pro Justitia-rapportage van 10 december 2025 van het Pieter Baan Centrum (hierna: PBC), opgesteld door psychiater [naam 1] en GZ-psycholoog [naam 2] (hierna: de deskundigen).

De deskundigen concluderen dat bij de verdachte sprake is van schizofrenie, met name gekenmerkt door paranoïde wanen en gedesorganiseerd denken en spreken. Doordat de verdachte in beperkte mate heeft meegewerkt aan het onderzoek in het PBC, is het voor de deskundigen niet duidelijk geworden wat de precieze aanleiding is geweest voor het met een gasdrukpistool schieten richting de aangever. Duidelijk is wel dat verdachte leed aan ernstige paranoïde wanen en voor zijn leven vreesde. Er is echter geen redelijk scenario denkbaar waarbij het gedrag van de verdachte niet werd beïnvloed door zijn achterdocht ten gevolge van de psychose. Zij concluderen dat de stoornis ook aanwezig was ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde. Er was op dat moment sprake van een floride psychotisch toestandsbeeld. Hoewel de verdachte cognitief nog wel in staat was om het wederrechtelijke van zijn gedrag in te zien en zelf zijn gedrag niet goedkeurt, werden zijn gedachten zodanig beheerst door doodsangst voor bedreigingen waar hij meende het slachtoffer van te zijn, dat hij niet de (wils)vrijheid had om tot een andere gedragskeuze te komen. De deskundigen adviseren dan ook het tenlastegelegde in zijn geheel niet aan de verdachte toe te rekenen.

Conclusie

De rechtbank is van oordeel dat de conclusies van de deskundigen op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen en inzichtelijk zijn verwoord. Zij legt deze conclusies dan ook ten grondslag aan haar oordeel over de strafbaarheid van de verdachte en komt op basis daarvan tot het oordeel dat het bewezen verklaarde niet aan de verdachte kan worden toegerekend. De verdachte is daarom niet strafbaar en zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

5. De op te leggen maatregel

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan de verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling (hierna: tbs of tbs-maatregel) met een bevel tot verpleging van overheidswege (hierna: dwangverpleging) ongemaximeerd wordt opgelegd. Mocht de rechtbank de tbs-maatregel gemaximeerd opleggen, vordert de officier van justitie tevens aan de verdachte de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38z, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) op te leggen.

Het standpunt van de verdediging

De verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat aan hem geen tbs-maatregel dient te worden opgelegd, maar een voorwaardelijke straf of dat hij een enkelband krijgt. Ook wil hij graag een contactverbod met verschillende partijen, onder wie het slachtoffer.

De raadsman heeft aangevoerd dat, bij een bewezenverklaring, een eventuele tbs-maatregel niet ongemaximeerd kan worden opgelegd.

Het oordeel van de rechtbank

Ernst van de feiten

De verdachte heeft in de portiek van de flat waar hij woonde drie keer met zijn gasdrukpistool in de richting van het slachtoffer [aangever] , zijn buurman, geschoten. Dit heeft voor het slachtoffer, die op dat moment thuis kwam van zijn werk en uit het niets werd beschoten, gezorgd voor een zeer angstige situatie. Het gasdrukpistool dat in bezit was van de verdachte is verboden onder de wet Wapens en Munitie.

De oplegging van de tbs-maatregel

Omdat de verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging, betekent dat aan hem geen straf kan worden opgelegd. De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of aan de verdachte de tbs-maatregel moet worden opgelegd. Zij overweegt daarover als volgt.

De rechtbank heeft acht geslagen op het in 4.3.2. genoemde PBC-rapport. De deskundigen concluderen daarin dat er sprake is van een hoog recidiverisico op gewelddadig gedrag naar het slachtoffer of naar anderen wanneer de verdachte niet wordt behandeld voor zijn schizofrenie. Gelet op het hoge risico op herhaling en het geheel ontbreken van ziektebesef- of inzicht bij de verdachte, adviseren de deskundigen om aan hem een gedwongen behandeling op te leggen, waarbij wordt geadviseerd hem anti-psychotische medicatie te geven. Schizofrenie is een chronische aandoening, waarbij een langdurige behandeling, klinisch en/of ambulant, geïndiceerd is. De deskundigen zien tbs als enige maatregel met een voldoende strikt kader voor de verdachte. Gelet op het ontbreken van ziektebesef en het weigeren van medicatie, achten de deskundigen een tbs met voorwaarden geen reële optie en adviseren zij de behandeling op te leggen in het kader van een tbs met dwangverpleging.

De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van het reclasseringsadvies over de verdachte van 9 januari 2026, waaruit volgt dat de reclassering zich aansluit bij het hiervoor besproken rapport en concludeert dat er bij de verdachte sprake is van een hoog risico op recidive, letsel en het onttrekken aan voorwaarden. De reclassering komt tot de conclusie dat zij de verdachte niet in staat acht om zich te committeren aan een tbs met voorwaarden, omdat de hij geen probleembesef heeft. De reclassering adviseert dan ook negatief ten aanzien van het opleggen van de tbs-maatregel met voorwaarden en adviseren aan de verdachte een stringenter kader op te leggen. Zij adviseren tevens aan de verdachte een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen om langdurig toezicht mogelijk te maken.

De rechtbank stelt vast dat aan de wettelijke vereisten voor het opleggen van een tbs-maatregel als benoemd in artikel 37a, eerste lid, Sr is voldaan. Er is (bij feit 1 subsidiair) sprake van een misdrijf als benoemd in artikel 37a eerste lid, onder 2 Sr, te weten een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Uit het PBC-rapport is gebleken dat de verdachte ten tijde van het begaan van dit misdrijf leed aan een ziekelijke stoornis van de geestvermogens, te weten schizofrenie. Bovendien eist de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen dat aan de verdachte de tbs-maatregel wordt opgelegd. Uit de hiervoor aangehaalde rapportages volgt immers dat hij geen enkel ziektebesef of inzicht heeft, dat er bij hem sprake is van een hoog recidiverisico en dat een klinische behandeling binnen een hoog beveiligingsniveau noodzakelijk is om dat risico te verlagen. Dit alles leidt de rechtbank tot de conclusie dat geen lichtere of andere sanctie dan een tbs-maatregel geïndiceerd is.

Gelet op de geschetste problematiek van de verdachte waarbij het gebrek aan ziektebesef en inzicht de boventoon voert, is een tbs met voorwaarden geen passend kader. De verdachte ziet immers geen reden om zich aan eventueel op te leggen voorwaarden te conformeren. Gezien de noodzaak van behandeling om het recidiverisico terug te brengen, eist de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen dat de verdachte van overheidswege wordt verpleegd. De rechtbank zal dan ook die dwangverpleging bevelen.

Duur van de tbs-maatregel

Voor het opleggen van een ongemaximeerde tbs moet er sprake zijn van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen (een zogeheten ‘geweldsmisdrijf’). De rechtbank overweegt hierover als volgt. Uit vaste rechtspraak volgt dat bedreiging niet zonder meer kan worden gekarakteriseerd als een ‘geweldsmisdrijf’. Dit kan anders zijn als de bedreiging bijvoorbeeld werd voorafgegaan, vergezeld of gevolgd door niet-verbaal agressief gedrag ten opzichte van de bedreigde dan wel op andere wijze werd ondersteund, of als destijds aannemelijk was dat de bedreiging zou worden uitgevoerd. De verdachte heeft met een gasdrukpistool driemaal schoten gelost in de richting van het slachtoffer [aangever] . Naar het oordeel van de rechtbank is het evident dat dit kwalificeert als niet-verbaal agressief gedrag en dat dit is gericht tegen de onaantastbaarheid van het lichaam van een persoon. Gelet op het bepaalde in artikel 38e, eerste lid, Sr, zal de rechtbank dan ook de tbs-maatregel met dwangverpleging ongemaximeerd aan de verdachte opleggen.

Maatregel tot gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking

De rechtbank ziet geen aanleiding om aan de verdachte – naast het opleggen van de tbs met dwangverpleging – ook een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38z, eerste lid, Sr op te leggen. De rechtbank is van oordeel dat binnen de tbs-maatregel met dwangverpleging een geïntegreerde aanpak van de problematiek van de verdachte mogelijk is.

6. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen maatregel is gegrond op de artikelen 37a, 37b, 38e en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

7. De beslissing

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven bewezen is verklaard;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1, subsidiair:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

ten aanzien van feit 2:

handelen in strijd met artikel 27, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging ten aanzien van de bewezenverklaarde feiten;

ten aanzien van feit 1, subsidiair:

gelast de terbeschikkingstelling van de verdachte;

beveelt dat de ter beschikking gestelde van overheidswege zal worden verpleegd;

ten aanzien van feit 2:

legt geen straf of maatregel op.

Dit vonnis is gewezen door

mr. S.M. Krans, voorzitter,

mr. N.F.R. de Rooij, rechter,

mr. Y.H.M. de Groot, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. C.W.I. Ostendorf, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 2 februari 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. S.M. Krans
  • mr. N.F.R. de Rooij
  • mr. Y.H.M. de Groot

Griffier

  • mr. C.W.I. Ostendorf

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?