Beslissing na vordering tot tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf
Beslissing van de meervoudige kamer van deze rechtbank, op de vordering ex artikel 6:6:21 van het Wetboek van Strafvordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk opgelegde gedeelte van de jeugddetentie, in de zaak tegen de veroordeelde:
[veroordeelde] ,
geboren op [geboortedatum 1] 2004 te [geboorteplaats] ,
BRP-adres: [adres 1] ,
op dit moment gedetineerd in het [instelling 1] .
De opgelegde straf
De veroordeelde is bij op 15 april 2022 onherroepelijk geworden vonnis van de meervoudige kamer jeugdstrafzaken van deze rechtbank van 31 maart 2022 veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 300 dagen, waarvan 120 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met als bijzondere voorwaarden, dat hij :
(…)
2. zich uiterlijk op de dag na de strafrechtelijke uitspraak zal melden bij
Jeugdbescherming west te Den Haag en zich daarna gedurende een door de
jeugdreclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de
proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering, zo frequent en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;
3. gedurende de proeftijd behandeling van de Waag of een soortgelijke instelling zal volgen en zich zal houden aan de aanwijzingen van de behandelaren, zo lang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
4. zich van 18.00 uur tot 07.00 uur zal bevinden op het adres [adres 2] , zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk vindt en waarbij alleen van deze tijden mag worden afgeweken met toestemming van de jeugdreclassering;
5. zich zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht niet zal bevinden in het
[locatie 1] , [locatie 2] , [locatie 3] , [locatie 4] en [locatie 5] en de [locatie 6] , en zich ter controle van het locatieverbod onder elektronisch toezicht zal stellen voor de duur van maximaal zes maanden;
6. gedurende de proeftijd onderwijs volgt;
7. gedurende de proeftijd mee zal werken met de coaches van [instelling 2] , of een
soortgelijke instelling, zo lang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
8. gedurende de proeftijd een door de jeugdreclassering goedgekeurde positieve
dagbesteding heeft in de vorm van werk en hobby’s of sport;
9. zich op geen enkele wijze - direct of indirect - bezig houdt met drillrap, daaronder in het bijzonder maar niet uitsluitend begrepen het maken of verspreiden van drillraps in welke vorm dan ook, het bijdragen aan drillraps, het posten erover of het reageren op uitingen (posts) in verband met of over drillraps via sociale media kanalen of soortgelijke kanalen;
10. gedurende de proeftijd op geen enkele wijze - direct of indirect - waaronder ook begrepen via social media, contact zal opnemen, zoeken of hebben met
* [naam 1] ( [geboortedatum 2] 2006),
* [naam 2] ( [geboortedatum 3] 2003) en
* [naam 3] ( [geboortedatum 4] 2004),
zo lang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht.
Bij vonnis van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 24 oktober 2023, welk vonnis onherroepelijk is geworden op 8 november 2023, is, met toevoeging van een aanvullend contactverbod als bijzondere voorwaarde, genoemde proeftijd met één jaar verlengd. Daarmee heeft de proeftijd gelopen van 15 april 2022 tot en met 13 april 2025.
De vordering
De schriftelijke vordering van de officier van justitie van 5 maart 2026 houdt in dat de rechtbank alsnog de tenuitvoerlegging zal gelasten van het bij het vonnis van 31 maart 2022 voorwaardelijk opgelegde gedeelte van de jeugddetentie.
De procedure ter terechtzitting
Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 22 mei 2026.
Het standpunt van de officieren van justitie
De officieren van justitie hebben ter terechtzitting het standpunt ingenomen dat de vordering dient te worden afgewezen.
Het standpunt van de veroordeelde
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard dan wel dient te worden afgewezen.
De beoordeling van de vordering
De Stichting Jeugdbescherming West Haaglanden heeft in haar terugmeldingsrapport van 11 september 2025 geconstateerd dat de inzet van verschillende interventies over een langere periode er niet aan hebben kunnen bijdragen dat de veroordeelde - nadat hij eerder vlak voor de examens van zijn kappersopleiding vast is komen te zitten - opnieuw is verdacht van ernstige strafbare feiten, waarvoor hij sinds april 2025 opnieuw in voorarrest zit. Zij heeft geconcludeerd dat de jeugdreclasseringsmaatregel en bijbehorende interventies niet kunnen bijdragen aan het terugdringen van de kans op recidive. Zij heeft geadviseerd de voorwaardelijk opgelegde straf ten uitvoer te leggen.
In de zaak die heeft geleid tot het vonnis van 24 oktober 2023 heeft de veroordeelde in voorarrest gezeten, waardoor hij in de periode van het voorarrest de bijzondere voorwaarden niet heeft kunnen naleven. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de verdachte zich, voor het einde van de proeftijd, wederom schuldig heeft gemaakt aan strafbare feiten, waarvoor hij bij vonnis van heden (in de zaak met parketnummer 09/108308-25) wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 54 maanden. Door het plegen van deze strafbare feiten is de verdachte in voorarrest geraakt, waardoor hij ook nu door eigen toedoen vanaf die tijd de bijzondere voorwaarden niet heeft kunnen naleven.
Gelet hierop en in aanmerking genomen het advies van genoemde Stichting, is er grond de tenuitvoerlegging te gelasten van het voorwaardelijk gedeelte van de opgelegde jeugddetentie. De veroordeelde heeft de leeftijd van achttien jaar bereikt. In het vonnis van heden past de rechtbank volwassenenstrafrecht toe. De rechtbank ziet geen aanleiding te oordelen dat de tenuitvoerlegging toch dient plaats te vinden in de vorm van jeugddetentie. Deze jeugddetentie zal daarom als gevangenisstraf ten uitvoer worden gelegd.
Beslissing
De rechtbank,
beveelt de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de meervoudige kamer jeugdstrafzaken in deze rechtbank van 31 maart 2022 onder parketnummer 09/326258-21 opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 120 dagen en bepaalt dat deze jeugddetentie als gevangenisstraf van dezelfde duur ten uitvoer wordt gelegd.
Deze beslissing is genomen door
mr. H.P.M. Meskers, voorzitter,
mr. S. Pereth, rechter,
mr. Y.H.M. de Groot, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. N.T.G. Levelt en V. Grampon, griffiers,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 5 juni 2026.