ECLI:NL:RBDHA:2026:15112

ECLI:NL:RBDHA:2026:15112

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 05-06-2026
Datum publicatie 05-06-2026
Zaaknummer 09/108308-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Onderzoek Kilo24. De verdachte wordt veroordeeld voor het samen met anderen aanwezig hebben in een loods van zeker honderden kilo’s cocaïne en voor het vervolgens samen met een ander vervoeren van een deel daarvan. Gelet op de recidive en anderzijds de jeugdige leeftijd van de verdachte, legt de rechtbank een gevangenisstraf op van 54 maanden.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer: 09/108308-25

Datum uitspraak: 5 juni 2026

Tegenspraak

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats] ,

BRP-adres: [adres] ,

op dit moment gedetineerd in het [instelling] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 22 mei 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie mrs. E.J. van Drongelen en L.E. van der Leeuw (hierna tezamen aan te duiden als: de officier van justitie) en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. L. de Leon naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 29 augustus 2024 en/of 30 augustus 2024 te Oud Gastel, gemeente

Halderberge, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft vervoerd en/of aanwezig heeft gehad,

(ongeveer) 1.400 kilogram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

3. De bewijsbeslissing

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde met dien verstande dat de verdachte samen met anderen 1067 kilo cocaïne opzettelijk aanwezig heeft gehad op 29 en 30 augustus 2024 en samen met een ander 69 kilo vervoerd heeft op 30 augustus 2024.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft namens de verdachte vrijspraak van het ten laste gelegde bepleit.

Gebruikte bewijsmiddelen

De rechtbank heeft in de bijlage opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.

Bewijsoverwegingen

Opzet

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat bij de verdachte geen sprake is geweest van de voor opzet vereiste wetenschap dat hij cocaïne aanwezig heeft gehad en vervoerd heeft. Hiertoe is aangevoerd dat een observatieteam van de politie op 30 augustus 2024 zicht heeft gehad op de loods te Oud Gastel en bigshoppers met daarin witte blokken vervoerd heeft zien worden. Gelet op het doorlaatverbod van artikel 126ff van het Wetboek van Strafvordering (Sv) zou het niet ingrijpen van de politie enkel verklaarbaar zijn wanneer de politie niet wist, maar slechts vermoedde dat het hier om cocaïne ging. Indien de politie met al haar expertise en middelen al niet wist dat het om cocaïne ging, is het volstrekt onaannemelijk dat de verdachte wel over deze wetenschap zou hebben beschikt.

Naar het oordeel van de rechtbank zegt de eventuele aan- of afwezigheid van wetenschap bij (het observatieteam van) de politie op 30 augustus 2024 omtrent de vraag of het hier werkelijk om cocaïne ging op zichzelf niets over diezelfde eventuele wetenschap bij de verdachte. De verdachte bevond zich immers, anders dan de politie, al sinds 29 augustus 2024 vanaf de middag min of meer onafgebroken in de loods te Oud Gastel, wat maakt dat hij een geheel andere uitgangspositie had dan de politie.

Over de aanwezigheid van bedoelde wetenschap bij de verdachte overweegt de rechtbank als volgt. Allereerst blijkt uit de beschrijving van de camerabeelden het volgende. Een container, afkomstig van een vrachtwagen, wordt in de loods afgeleverd, waarna in de grofweg 36 uren daarna constant voertuigen af- en aanrijden om uit de loods afkomstige gevulde bigshoppers op te halen. In de loods plakt de verdachte twee camera’s af, monteert hij slijpmachines en staan nagenoeg voortdurend mensen op de uitkijk. Getuige [getuige 1] die ook aanwezig is in de loods op 29 augustus 2024, heeft verklaard dat hij met anderen aanwezig was om cocaïne uit de container te halen. De politie treft na haar instap in de loods op 30 augustus 2024 een leeggehaalde container aan, alsmede opengeslepen metalen bakken. Voorgaande feiten en omstandigheden wijzen er, in onderlinge samenhang bezien, op dat bij hetgeen zich in en rondom de loods te Oud Gastel heeft afgespeeld sprake is geweest van drugsgerelateerde activiteiten.

Uit de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 1] blijkt voorts dat de tafel van de keuken in de loods gevuld is geweest met zwart gesealde witte blokken. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat cocaïne op deze wijze verpakt wordt. Uit de bevindingen van het observatieteam van de politie blijkt voorts dat op 30 augustus 2024 de loods tussen 17:30 uur en 22:15 uur meerdere van de groene bigshoppers, die in de af- en aanrijdende voertuigen werden geladen, gevuld waren met witte voorwerpen.

De verdachte is gedurende de periode waarin het voormelde heeft plaatsgehad (29 augustus en 30 augustus 2024) nagenoeg constant in de loods te Oud Gastel aanwezig geweest en hij heeft zelf ook groene bigshoppers vervoerd. Dit alles maakt dat het naar het oordeel van de rechtbank niet anders kan zijn dan dat de verdachte wist dat het om cocaïne ging.

Medeplegen

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat het handelen dat aan de verdachte wordt toegeschreven te kenmerken valt als medeplichtigheid en niet als medeplegen, omdat de bijdrage van de verdachte van onvoldoende gewicht zou zijn geweest.

De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard wanneer is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde het volgende af.

In de periode van 29 en 30 augustus 2024 is in een loods te Oud Gastel een grote hoeveelheid cocaïne uit een container gehaald en vervolgens verdeeld over en verder vervoerd door meerdere voertuigen. Op de camerabeelden in en rondom de loods zijn 24 personen waarneembaar, onder wie de verdachte.

De verdachte is gedurende deze periode (29 augustus en 30 augustus 2024) nagenoeg constant in de loods te Oud Gastel aanwezig geweest. Aldaar heeft hij verschillende handelingen verricht, waaronder het afplakken van camera’s, het tillen van met cocaïne gevulde bigshoppers, het op de uitkijk staan en het uitpakken en monteren van slijpmachines. Ook heeft de verdachte op 30 augustus 2024, tezamen met medeverdachte [medeverdachte 2] , vier bigshoppers, bevattende cocaïne, ingeladen in een personenauto om daar vervolgens gezamenlijk in weg te rijden.

Deze gedragingen zijn naar het oordeel van de rechtbank, anders dan door de raadsman betoogd, van voldoende gewicht om de verdachte als medepleger aan te duiden van zowel het opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne op 29 en 30 augustus 2024 als het vervoeren van cocaïne op 30 augustus 2024. De verdachte heeft door voornoemde gedragingen een actieve en noodzakelijke bijdrage geleverd aan het aanwezig hebben en vervoeren van cocaïne. Daarmee acht de rechtbank het tenlastegelegde medeplegen bewezen.

Dat de herkenning van de verdachte op voornoemde camerabeelden afkomstig is van één verbalisant maakt, anders dan door de raadsman beweerd, niet dat de camerabeelden en de herkenning niet kunnen bijdragen aan het bewijs. In dit verband overweegt de rechtbank dat de beelden, die ook ter terechtzitting zijn getoond, van goede kwaliteit zijn en geschikt als basis voor een herkenning.

Het voorgaande geldt evenzeer voor hetgeen de raadsman heeft aangevoerd over de foutieve tijdsweergave op de camerabeelden. De politie heeft hier (in het proces-verbaal van bevindingen met nummer 925) duidelijk over geverbaliseerd, zodat er naar het oordeel van de rechtbank geen onduidelijkheid bestaat over de momenten waarop de op de beelden getoonde handelingen zijn verricht.

Hoeveelheden

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het voorhanden hebben van 1067 kilo en het vervoeren van 69 kilo cocaïne, overeenkomstig de schatting van de politie (zoals gerelateerd in het proces-verbaal met nummer 1192).

De rechtbank is van oordeel dat voornoemde schatting van de politie te wankel is om de daarin opgenomen conclusies ten aanzien van de hoeveelheden cocaïne één op één over te nemen. Desondanks blijkt uit deze schatting, alsmede uit andere bewijsmiddelen zoals de verklaring van [getuige 1] en (de beschrijving van) de camerabeelden, naar het oordeel van de rechtbank wel dat zowel ten aanzien van het aanwezig hebben als ten aanzien van het vervoeren van cocaïne sprake is geweest van een grote hoeveelheid (dat wil zeggen: meer dan 20 kilogram). Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.

Aan de binnenzijde van de metalen kisten die in de loods zijn aangetroffen zijn tapes aangetroffen met daarop weergegeven getallen, variërend in grootte van 70 tot 119, gevolgd door de letters ‘k’ of ‘kg’. Nu niet alle bakken dergelijke stickers bevatten is de schatting die de politie op basis hiervan gemaakt heeft te onzeker om als uitgangspunt te dienen voor een bewezenverklaring van het aanwezig hebben van een specifieke hoeveelheid cocaïne.

Desalniettemin maken de aangetroffen tapes duidelijk dat het hier om een hoeveelheid cocaïne ging die vele malen zwaarder was dan 20 kilogram. Dit vindt onder meer bevestiging in de foto’s aangetroffen in de telefoon van de medeverdachte [medeverdachte 1] , alsook in de verklaring van [getuige 1] en de camerabeelden. Daarnaast is de schatting van de politie niet zo speculatief dat deze geen indruk meer zou kunnen geven van de hoeveelheden cocaïne. Ten aanzien van het vervoeren van cocaïne door de verdachte is op de camerabeelden te zien dat de verdachte tezamen met de medeverdachte [medeverdachte 3] wegrijdt in een met vier bigshoppers gevuld voertuig. Gelet op de schatting van de politie van de totale hoeveelheid cocaïne (tussen de 1076 en 1166 kilo) en de totale hoeveelheid weggevoerde tassen (49) staat het naar het oordeel van de rechtbank vast dat de vier door de verdachte vervoerde bigshoppers tezamen gevuld waren met een grote (dat wil zeggen: meer dan 20 kilogram) hoeveelheid cocaïne.

Getuige [getuige 2]

De rechtbank heeft geconstateerd dat de toegewezen getuige [getuige 2] niet is gehoord; er is geen gelegenheid geweest voor de door de verdediging te stellen vragen. Er heeft contact plaatsgevonden tussen de rechter-commissaris en de autoriteiten in Marokko, maar dat heeft niet tot een inhoudelijk verhoor van de getuige geleid. De verdediging en de officier van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat de zaak niet hoeft te worden aangehouden teneinde deze getuige alsnog te horen. De rechtbank is – alle belangen, waaronder een voortvarende berechting, in aanmerking genomen – overeenkomstig het standpunt van de verdediging en de officier van justitie van oordeel dat vonnis kan worden gewezen. De rechtbank acht zich daartoe voldoende voorgelicht.

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:

1a hij op 29 augustus 2024 en 30 augustus 2024 te Oud Gastel, gemeente Halderberge, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad geval een grote hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

1b

hij op 30 augustus 2024 te Oud Gastel, gemeente Halderberge, tezamen en in vereniging met een ander heeft vervoerd een grote hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

4. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar en zes maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht en een geldboete van € 100.000,-, subsidiair 365 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht om toepassing van het adolescentenstrafrecht en oplegging aan de verdachte van een deels voorwaardelijke jeugddetentie van maximaal 24 maanden.

Voorts heeft de verdediging verzocht het bevel voorlopige hechtenis op te heffen, in verband met het bepaalde in artikel 67a, lid 3, Sv.

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken.

De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

De ernst van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het samen met anderen aanwezig hebben van zeker honderden kilo’s cocaïne en aan het samen met een ander vervoeren van tientallen kilo’s cocaïne. Het ging om een in België gestolen (“geripte”) lading, die in de haven van Antwerpen was ingevoerd en naar een loods in Oud Gastel is gebracht. Blijkbaar in opdracht heeft de verdachte daar samen met anderen de cocaïne uit de container gehaald en heeft hij vervolgens een deel daarvan weggebracht. Deze hoeveelheid cocaïne vertegenwoordigt een grote straatwaarde waardoor deze drugs bestemd moeten zijn geweest voor de handel en verdere verspreiding. De handel in cocaïne heeft ernstige gevolgen voor de samenleving. Het is een feit van algemene bekendheid dat het gebruik van cocaïne schadelijk is voor de volksgezondheid. Bovendien leidt het gebruik van en de handel in cocaïne direct en indirect tot vele vormen van criminaliteit en veroorzaakt daarmee veel overlast voor de samenleving. De verdachte heeft door zijn handelen hieraan bijgedragen. Het dossier bevat aanwijzingen dat de diefstal van de cocaïne tot gewelddadige repercussies van de bestolene(n) heeft geleid. Kennelijk heeft de verdachte alleen oog gehad voor zijn eigen financiële gewin, zonder stil te staan bij de nadelige consequenties van zijn gedrag voor anderen.

Strafblad

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 7 maart 2026, waaruit blijkt dat de verdachte in 2022 onherroepelijk is veroordeeld voor het medeplegen van een poging tot doodslag, waarvoor de verdachte een deels onvoorwaardelijke jeugddetentie opgelegd heeft gekregen. Daarnaast is de verdachte in 2023 veroordeeld voor handel in softdrugs. Deze veroordelingen hebben hem er niet van weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank weegt dit mee in strafverhogende zin.

De persoon van de verdachte

De rechtbank heeft daarnaast kennisgenomen van een reclasseringsadvies over de verdachte van 27 februari 2026, waaruit volgt dat sprake is van een hoog recidiverisico. Er bestaan zorgen over het sociale netwerk waarin de verdachte zich (al lang) beweegt. De verdachte heeft een reclasseringstoezicht opgelegd gekregen bij de jeugdbescherming en ondanks meerdere interventies blijft hij recidiveren. Op basis van het wegingskader Adolescentenstrafrecht adviseert de reclassering het volwassenenstrafrecht toe te passen. Binnen het jeugdstrafrecht hebben de ingezette interventies niet geleid tot het voorkomen van nieuwe justitiecontacten. Ook factoren die als beschermend worden beschouwd, zoals de relatie met zijn moeder, coachingstraject, toezicht jeugdreclassering en opleiding, lijken de kans op recidive niet positief te kunnen beïnvloeden. De verdachte is in zeer sterke mate zelfbepalend, waarbij hij pedagogisch niet te sturen valt en zijn eigen keuzes maakt.

Geen toepassing van het jeugdstrafrecht

De verdachte was ten tijde van het bewezen verklaarde 19 jaar oud en dus meerderjarig. Dat brengt mee dat in beginsel het volwassenenstrafrecht wordt toegepast. Op grond van het bepaalde in artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht (Sr) kan de rechter de bepalingen van het jeugdstrafrecht toepassen, indien zij daartoe grond vindt in de persoonlijkheid van de verdachte of de omstandigheden waaronder het feit is begaan.

De rechtbank ziet noch in de omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd noch in de persoonlijkheid van de verdachte grond voor toepassing van het jeugdstrafrecht. Overeenkomstig het advies van de reclassering is de rechtbank van oordeel dat toepassing van het volwassenenstrafrecht zonder meer in de rede ligt. De rechtbank zal daarom geen toepassing geven aan artikel 77c Sr en conform het wettelijk uitgangspunt het volwassenenstrafrecht toepassen. Wel zal de rechtbank de nog jeugdige leeftijd van de verdachte in enigszins strafmatigende zin in aanmerking nemen.

De op te leggen straf

De rechtbank houdt bij de strafmaat rekening met de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting. Voor het aanwezig hebben van meer dan 20 kilo harddrugs geldt als oriëntatiepunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van meer dan 36 maanden. Voor het vervoeren van meer dan 20 kilo harddrugs geldt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van meer dan 50 maanden.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 54 maanden passend en geboden is. De duur van het voorarrest zal hiervan worden afgetrokken.

Anders dan door de officier van justitie is geëist, ziet de rechtbank geen aanleiding om een (afroom)geldboete aan de verdachte op te leggen, nu niet duidelijk is wat de baten voor de verdachte zijn geweest.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 Sv.

Voorlopige hechtenis

De inhoudelijke behandeling heeft plaatsgevonden en de verdachte is bij vonnis van heden schuldig bevonden aan ernstige strafbare feiten. Gelet op de duur van de op te leggen gevangenisstraf is de situatie bedoeld in artikel 67a, lid 3, Sv niet aan de orde. Voor opheffing van de voorlopige hechtenis ziet de rechtbank ook overigens geen grond. Het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van de verdachte zal dan ook worden afgewezen.

7. De inbeslaggenomen voorwerpen

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen (beslaglijst) onder 2 tot en met 6 genoemde voorwerpen zullen worden teruggegeven aan de verdachte.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen standpunt ingenomen.

Het oordeel van de rechtbank

Nu het belang van strafvordering zich daartegen niet meer verzet, zal de rechtbank de teruggave aan de verdachte gelasten van de op de beslaglijst onder 2 tot en met 6 genoemde voorwerpen.

8. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 47 en 55 van het Wetboek van Strafrecht;

- 2 en 10 van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijst I.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

9. De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.5 bewezen is verklaard;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

eendaadse samenloop van

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

en

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 54 (VIERENVIJFTIG) MAANDEN;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis

wijst het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis af;

de inbeslaggenomen goederen;

gelast de teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen aan de verdachte [verdachte] , te weten:

2. 1 STK Telefoonautomaat (852311);

3. 1 STK Computer (852323);

4. 1 STK Telefoonautomaat (852305);

5. 1 STK Telefoonautomaat (852306);

6. 1 STK Computer (852322).

Dit vonnis is gewezen door

mr. H.P.M. Meskers, voorzitter,

mr. S. Pereth, rechter,

mr. Y.H.M. de Groot, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. N.T.G. Levelt en V. Grampon, griffiers,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 5 juni 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. H.P.M. Meskers
  • mr. S. Pereth
  • mr. Y.H.M. de Groot

Griffier

  • mr. N.T.G. Levelt en V. Grampon

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand