ECLI:NL:RBDHA:2026:1513

ECLI:NL:RBDHA:2026:1513

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 29-01-2026
Datum publicatie 29-01-2026
Zaaknummer NL25.47804
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Tussenuitspraak
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Tussenuitspraak. De rechtbank is van oordeel dat de minister in dit geval aanleiding had moeten zien voor een forensisch medisch onderzoek (FMO). De minister heeft dat niet gedaan, zodat het besluit onzorgvuldig is. De rechtbank stelt de minister in de gelegenheid het gebrek te herstellen en daarbij medisch advies in te winnen door een FMO aan te bieden.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

de minister van Asiel en Migratie, de minister

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.47804 T

V-nummer: [nummer],

(gemachtigde: mr. A. Hol),

en

(gemachtigde: mr. L. Drenth).

1. Deze uitspraak gaat over de vraag of de minister aanleiding had moeten zien om een forensisch medisch onderzoek (hierna: FMO) aan eiser aan te bieden. De minister stelt zich op het standpunt dat een FMO in het geval van eiser niet relevant is, omdat voorzienbaar is dat de uitkomsten daarvan niet tot een ander, positief, oordeel over de geloofwaardigheid van het asielmotief zullen leiden. Eiser is het daar niet mee eens en benadrukt dat zo’n onderzoek voor hem van bepalend belang is en de minister daarom niet aan het aanbieden daarvan voorbij had mogen gaan. Eiser heeft tijdens het gehoor gewezen op zijn verwondingen en littekens en zijn vrees om weer slachtoffer te worden van willekeurig geweld als hij terugkeert naar Mogadishu en daar opnieuw als schoenenpoetser aan de slag moet. De rechtbank beoordeelt het bestreden besluit mede aan de hand van de beroepsgronden van eiser.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister aanleiding had

moeten zien om eiser een FMO aan te bieden. De minister wordt in de gelegenheid gesteld het gebrek te herstellen. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het bestreden

besluit waarin zijn asielaanvraag is afgewezen. Eiser heeft op 3 november 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 26 september 2025 deze aanvraag afgewezen als ongegrond. Eiser is het hier niet mee eens en heeft hiertegen beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep op 21 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan

hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, een tolk en de gemachtigde van de minister.

Overwegingen

3. De rechtbank beoordeelt het bestreden besluit mede aan de hand van de beroepsgronden van eiser.

4. In deze tussenuitspraak komt de rechtbank tot het oordeel dat de minister het besluit in strijd met artikel 3:2 van de Awb heeft genomen en wordt de minister opgedragen het gebrek in het bestreden besluit te herstellen of laten herstellen.

Het asielrelaas

5. Eiser heeft verklaard dat zijn stam als minderwaardig wordt gezien. Door zijn afkomst wordt hij gediscrimineerd en heeft hij geen mogelijkheden. De overheid doet hier niets tegen. Daarnaast is eiser bang voor Al-Shabaab. Eiser was schoenenpoetser. Dat was de enige baan die hij kon krijgen. Omdat hij ook schoenen poetst van mensen die voor de overheid werken, ziet Al-Shabaab hem als afvallige. Volgens eiser is hij om die reden meegenomen en drie dagen vastgehouden. Omdat de mensen die hem vasthielden werden opgeroepen voor de strijd, kon eiser ontsnappen. Eiser heeft verder verklaard dat hij op 14 oktober 2017 het slachtoffer is geworden van een bomaanslag in Mogadishu. Volgens eiser is hij daarbij zwaar gewond geraakt en is zijn broer om het leven gekomen. Eiser heeft naar voren gebracht te zijn overgebracht naar Turkije en daar bijna vijf jaar in coma te hebben gelegen. Vervolgens is hij naar Griekenland gevlucht en heeft daar in 2022 internationale bescherming gevraagd. Nadat eiser deze bescherming op 7 juli 2023 van de Griekse autoriteiten heeft gekregen, heeft hij in november 2023 asiel aangevraagd in Nederland. Bij terugkeer naar Somalië zal eiser weer als schoenenpoetser moeten werken. Omdat hij daarvoor op drukke plekken moet zijn loopt hij het risico om weer slachtoffer te worden van een bomaanslag.

Het bestreden besluit

6. De minister stelt zich op het standpunt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig zijn. De discriminatie door het behoren tot een minderheidsstam wordt door de minister ook geloofwaardig geacht. De minister vindt het niet geloofwaardig dat eiser door Al-Shabaab voor drie dagen is ontvoerd. Door de minister wordt ook niet geloofwaardig geacht dat eiser slachtoffer was van de aanslag van 14 oktober 2017 en daarna vijf jaar in Turkije in coma heeft gelegen. De minister stelt zich op het standpunt dat de geloofwaardig geachte motieven niet maken dat eiser als vluchteling is aan te merken. Ook loopt eiser daardoor bij terugkeer naar Somalië geen reëel risico op ernstige schade. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag wordt afgewezen als ongegrond.

De gronden van beroep

7. Eiser betoogt dat zijn problemen met Al-Shabaab en het behoren tot een minderheidsstam van ondergeschikt belang zijn geweest voor zijn vertrek uit Somalië. Als eiser geen slachtoffer zou zijn geworden van de bomaanslag, zou hij Somalië nooit hebben kunnen verlaten. Eiser betoogt dat de Griekse autoriteiten hebben onderzocht of de verklaringen van eiser overeenkomen met algemene informatie. Op basis daarvan hebben zij wel geloofwaardig geacht dat hij slachtoffer is geworden van een bomaanslag en daarna voor medische behandeling naar Turkije is gebracht. Het relaas van eiser in Griekenland komt overeen met zijn relaas in Nederland, zodat de minister deugdelijk moet motiveren waarom er tot een tegengesteld oordeel wordt gekomen. Dit heeft de minister niet gedaan. Ook heeft de minister niet aan het traumatabeleid getoetst. De littekens die eiser heeft passen bij personen die zijn getroffen door metaal, waardoor de minister niet aan het aanbieden van een FMO voorbij had mogen gaan.

Het Griekse dossier

8. Eiser heeft in Griekenland internationale bescherming gevraagd en gekregen. De minister heeft daarom terecht informatie opgevraagd in Griekenland. De minister moet de asielaanvraag met die informatie opnieuw individueel, volledig en naar de actuele stand van zaken onderzoeken. Bij de beoordeling moet de minister, gelet op het arrest QY, ten volle rekening houden met de door de Griekse autoriteiten verstrekte informatie waarover de minister beschikt en die tot toekenning van de status heeft geleid. De informatie moet door de minister kenbaar in de beoordeling worden betrokken.

9. Uit het van de Griekse autoriteiten ontvangen dossier blijkt dat eiser ten tijde van het gehoor in Griekenland minderjarig was. De Grieken hebben de verklaring van eiser dat hij slachtoffer is geworden van de bomaanslag, gewond naar Turkije is gebracht en bijna vijf jaar in coma heeft gelegen als voldoende geloofwaardig beoordeeld. Voor de externe geloofwaardigheid is daarbij verwezen naar verschillende openbare bronnen. Naast deze door de Griekse autoriteiten genoemde bronnen, heeft eiser in de Nederlandse procedure zelf een bericht van NOS Nieuws overgelegd over de betreffende aanslagen.

Beoordeling door de rechtbank

Had de minister een forensisch medisch onderzoek aan moeten bieden?

10. Uit artikel 18, eerste lid, van de Procedurerichtlijn, geïmplementeerd in artikel 3.109e van het Vreemdelingenbesluit 2000, volgt dat de minister een medisch onderzoek aanbiedt naar aanwijzingen van vroegere vervolging of ernstige schade wanneer de minister dit voor de beoordeling van de asielaanvraag relevant acht. In de Nota van Toelichting is hierbij onder meer het volgende opgenomen:“Medisch onderzoek zal relevant zijn indien significante littekens of verwondingen zichtbaar zijn op het lichaam van de asielzoeker, deze littekens of verwondingen stroken met zijn stelling dat bijvoorbeeld de autoriteiten van het desbetreffende land of andere plaatselijke machthebbers hem onmenselijk hebben behandeld en deze stelling bevestiging vindt in betrouwbare algemene informatie over dat land.(…)Medisch steunbewijs kan, zoals hiervoor reeds is opgemerkt, een zeer sterke indicatie zijn voor vervolging of ernstige schade in het verleden en daarmee een aanwijzing vormen voor gegronde vrees voor vervolging of ernstige schade in de toekomst. Indien uit gekwalificeerd medisch onderzoek blijkt dat er sprake is van een vermoedelijk sterke causaliteit tussen de fysieke en/of psychische sporen en de gestelde wijze van ontstaan, dient het bestuur in geval van een afwijzende beschikking nadrukkelijk in te gaan op de bevindingen in de rapportage in relatie tot het asielrelaas.”

11. In de Vreemdelingencirculaire is verder uitgewerkt welke omstandigheden worden betrokken bij het bepalen of een FMO relevant is. Genoemd zijn onder meer de verklaringen van de vreemdeling over de aanwezigheid van significante fysieke sporen alsook de verklaringen van de vreemdeling over de oorzaak van de fysieke sporen in relatie tot hetgeen openbare bronnen over het land van herkomst melden. Ook is genoemd de vraag of de uitslag van een FMO van doorslaggevend belang is voor de beslissing op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Het FMO kan als instrument worden ingezet om een bijdrage te leveren aan de beoordeling van de geloofwaardigheid bij de asielaanvraag. Eerder ondervonden ernstige schade wordt door de minister meegewogen bij de beoordeling of dat kan leiden tot een verhoogd risico op willekeurig geweld.

12. Voorafgaand aan het nader gehoor is door de adviserend arts in het medisch advies van 11 april 2025 vermeld: “Leeft nu met de psychische en lichamelijke gevolgen van verwondingen geweldsincident in land van herkomst, daardoor kwetsbaar. Verwondingen zichtbaar.”

13. Eiser heeft vervolgens tijdens het nader gehoor van 18 september 2025 onder meer het volgende naar voren gebracht:“Het meeste wat zichtbaar is kunt u aan mijn voorhoofd zien en op mijn achterhoofd heb ik een paar scherven zitten en ook in mijn armen zitten nog scherven. U mag het voelen. (…) In mijn hoofd zit ook iets wat niet verwijderd kan worden, omdat er een zenuw beschadigd kan worden. Dat geldt ook voor mijn voet. (…) Mijn voorhoofd is gebroken, dat is wel te zien. Of er andere lichaamsdelen gebroken zijn weet ik niet. Vooral tijdens de koude maanden in de winter krijg ik een gevoel van de scherven. Die doen dan pijn. Dat merk ik ook.”

Op de vraag wat maakt dat eiser denkt dat hij slachtoffer zal worden van willekeurig geweld bij terugkeer naar Mogadishu antwoord eiser:

“Wat het anders maakt is dat ik altijd op straat moet zijn om brood te verdienen voor mijn gezin. Daarom loop ik extra gevaar dan andere mensen. Als ik mijn dienst verleen aan mensen van de overheid word ik weer een doelwit van de terreurgroep”.

Dit sluit aan bij zijn eerdere verklaring tijdens dit gehoor:

“(…) Ik ben iemand die schoenen poetste. Ik was altijd buiten te vinden. Buiten was altijd gevaar. Als jij op straat aan het lopen bent of voor iemand een schoenenpoets kan zijn en er daardoor een aanslag plaats kan vinden. als je schoenen poetst voor een militair of politieagent dan ben je zelf doel van een terreurgroep”.

Verder verklaart eiser: “[…] op dat moment ben je een makkelijker doelwit voor ze. Je bent altijd niet veilig” waarna hij op de vraag wanneer je een makkelijk doelwit bent antwoordt” “Als jij naar werk gaat, als je op straat schoenen aan het poetsen bent”.

14. Eiser heeft eveneens verwezen naar wat in openbare bronnen over het land van herkomst is gemeld over de bomaanslag in Mogadishu van 14 oktober 2017. Daarbij is verwezen naar berichten van CNN waarin is te lezen: “More than 30 people injured severely by the blast were airlifted to Turkey […]” en een bericht van de International Crisis Group waarin onder andere is opgenomen: “On 14 October 2017, twin truck bombings in Somalia’s capital, Mogadishu, killed upwards of 300 people. Al-Shabaab, an Islamist insurgency, was almost certainly behind the attack […]”. Ook verwijst eiser naar een artikel van NOS Nieuws waarin hetzelfde beeld naar voren komt.

15. Nadat -in het voornemen- kenbaar is gemaakt dat niet wordt geloofd dat eiser slachtoffer is geworden van een bomaanslag is door eisers gemachtigde het volgende in de zienswijze gesteld:“Namens client wordt het standpunt ingenomen dat art. 18 van de Procedurerichtlijn met zich

meebrengt dat in dit geval een forensisch medisch onderzoek (hierna: FMO) moet plaatsvinden. In art. 3.109e, eerste lid, Vb. is bepaald dat de IND een medisch onderzoek naar aanwijzingen van vroegere vervolging of ernstige schade aanbiedt indien dit voor de behandeling van de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel relevant wordt geacht. Namens client wordt het standpunt ingenomen dat de IND in dit geval een FMO dient aan te bieden.”

16. De minister stelt zich in het bestreden besluit op het standpunt dat het asielmotief dusdanig ongeloofwaardig is dat voorzienbaar is dat een FMO niet tot een ander, positief, oordeel over de geloofwaardigheid zal leiden. Daardoor is onder meer het navolgende overwogen:“U vervolgt uw zienswijze met het punt dat op het aannemelijk is dat u de bomaanslag in 2017 hebt meegemaakt dat u in aanmerking komt voor het Traumata beleid (in de huidige VC te vinden onder C3.3.2.2, Eerdere confrontatie met wandaden). Het is echter niet geloofwaardig bevonden dat u slachtoffer bent geworden van de bomaanslag in 2017.(…) Er zijn geen indicaties dat u zelf eerder te maken hebt gehad met ernstige schade in het kader van gericht of willekeurig geweld. Uw (…) aanwezigheid bij de bomaanslag [is] immers ongeloofwaardig geacht.”

16. In de gronden van beroep is benadrukt dat een FMO van bepalend belang is en de minister daarom niet aan het aanbieden ervan voorbij had mogen gaan.

16. De rechtbank overweegt als volgt.

Eiser heeft verklaard over zijn verwondingen, littekens en de aanwezigheid van scherven in zijn lichaam als gevolg van de bomaanslag. De verklaringen van eiser over de oorzaak van die fysieke sporen komen overeen met de informatie uit openbare bronnen over de bomaanslag en medische zorg in Turkije. De geloofwaardigheid van het verhaal van eiser over de bomaanslag is, gelet op de motivering van het bestreden besluit, van belang bij de beoordeling van zijn asielaanvraag. Niet alleen voor de vraag in hoeverre eiser voldoet aan het traumatabeleid, maar ook in het kader van artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn. Eerder ondervonden ernstige schade wordt door de minister immers meegewogen. De rechtbank is van oordeel dat de minister onder deze omstandigheden aanleiding had moeten zien voor een FMO. De minister heeft dat niet gedaan, zodat het besluit onzorgvuldig is.

Gelet op het voorgaande is het besluit in strijd met artikel 3:2 van de Awb. Op grond van artikel 8:51a van de Awb kan de rechtbank de minister, binnen een door de rechtbank te bepalen termijn, in de gelegenheid stellen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of laten herstellen. Uit artikel 8:80a Awb volgt dat de rechtbank dan een tussenuitspraak doet. De rechtbank stelt de minister in de gelegenheid het gebrek te herstellen en daarbij medisch advies in te winnen door een FMO aan te bieden. Vervolgens moet de minister zo nodig het besluit van 26 september 2025 aanvullen, wijzigen dan wel een nieuwe beslissing op de aanvraag nemen, na of tegelijkertijd met intrekking van het nu bestreden besluit. De rechtbank stelt de termijn waarbinnen de minister het gebrek kan herstellen vast op zestien weken na verzending van deze tussenuitspraak.

De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. Dit betekent dat de rechtbank ook over de proceskosten en het griffierecht nu nog geen beslissing neemt.

Beslissing

De rechtbank:

- draagt de minister op binnen twee weken de rechtbank mee te delen of gebruik wordt gemaakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen;

- stelt de minister in de gelegenheid om binnen zestien weken na bekendmaking van deze tussenuitspraak het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze tussenuitspraak is gedaan door mr. N. Meesters - van Luijk, in aanwezigheid van N. Walstra, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?