ECLI:NL:RBDHA:2026:1517

ECLI:NL:RBDHA:2026:1517

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 29-01-2026
Datum publicatie 29-01-2026
Zaaknummer 26.1692
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

bewaring, 5b lid 1 sub b

Uitspraak

[naam], eiser,geboren op [geboortedatum],

van Algerijnse nationaliteit,

V-nummer: [nummer],

(gemachtigde: mr. M. Rasul),

en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. K. Nuninga).

Inleiding

1. De minister heeft op 7 januari 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw opgelegd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 23 januari 2026 met behulp van telehoren op zitting behandeld. Eiser is verschenen op het detentiecentrum in Rotterdam. De gemachtigde van eiser is verschenen op de rechtbank in Groningen. Ook is een tolk verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

2. De minister heeft de maatregel gebaseerd op artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b (b-grond) van de Vw. In de maatregel heeft de minister overwogen dat de bewaring noodzakelijk is met het oog op het verkrijgen van gegevens die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van eisers asielaanvraag, wegens het risico op onttrekking aan het toezicht op vreemdelingen. De minister heeft hieraan ten grondslag gelegd dat eiser:

(zware gronden) 3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;3d. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;

(lichte gronden) 4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;4b. meerdere aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend die niet tot verlening van een verblijfsvergunning hebben geleid;4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

4f. arbeid heeft verricht in strijd met de Wet Arbeid Vreemdelingen.

De minister heeft de gronden in de maatregel nader gemotiveerd. Daarnaast heeft de minister gemotiveerd waarom een minder dwingende maatregel (lichter middel) niet doeltreffend is toe te passen.

Hierna beoordeelt de rechtbank het beroep tegen de maatregel van bewaring. Daarbij bespreekt zij de beroepsgronden en toetst zij de rechtmatigheid van de bewaring ambtshalve.

Voortraject

3. De rechtbank stelt vast dat eiser de procedure voorafgaand aan de inbewaringstelling niet heeft bestreden. De bewaring is niet op die grond onrechtmatig.

Grondslag b-grond

4. Eiser voert aan dat de bewaring niet meer kan worden gebaseerd op de grondslag van artikel 59b van de Vreemdelingenwet, omdat zijn asielaanvraag inmiddels is afgewezen.

De rechtbank is van oordeel dat de maatregel terecht op basis van de b-grond van artikel 59b van de Vw is opgelegd. Ten tijde van het sluiten van het onderzoek liep de rechtsmiddelentermijn nog tegen de afwijzing van de asielaanvraag. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat met een deugdelijke motivering van het bestaan van een risico op onttrekking aan het toezicht ook gegeven is dat een maatregel van bewaring noodzakelijk is met het oog op het verkrijgen van gegevens die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, omdat anders die gegevens niet zouden kunnen worden verkregen.

Gronden

5. Eiser voert ten aanzien van zware grond 3a aan dat deze grond hem niet kan worden tegengeworpen omdat hij als asielzoeker naar Nederland is gekomen. Zware grond 3b kan eiser niet worden tegengeworpen omdat hij zich niet vrijwillig aan het toezicht heeft onttrokken. Ten aanzien van zware grond 3c voert eiser aan dat het eerdere besluit hem niet heeft bereikt. En ten aanzien van zware grond 3d voert eiser aan dat deze grond hem niet kan worden tegengeworpen omdat hij in de asielprocedure over zijn identiteit heeft verklaard. De lichte gronden zijn volgens eiser niet voldoende zwaar om op basis daarvan een risico op onttrekking aan te nemen.

De rechtbank overweegt dat uit de uitspraak van de Afdeling van 25 maart 2020 volgt dat, om de zware gronden 3a, 3b, 3c en 3e aan de maatregel ten grondslag te kunnen leggen, het voldoende is dat deze gronden feitelijk juist zijn. Naar het oordeel van de rechtbank zijn deze gronden feitelijk juist. De rechtbank oordeelt dat de grond 3a feitelijk juist is, omdat eiser niet beschikt over een grensoverschrijdingsdocument en daarmee ook niet over een visum voor het Schengengebied. Dat een vreemdeling als asielzoeker inreist, doet aan de feitelijke juistheid van deze zware grond niet af. Ook de grond 3b is feitelijk juist, nu eiser van zijn onrechtmatig verblijf nooit melding heeft gemaakt bij de Nederlandse autoriteiten en met onbekende bestemming is vertrokken. Grond 3c is ook feitelijk juist, omdat de beschikking op de juiste wijze aan de gemachtigde van eiser is uitgereikt. Grond 3d is bovendien feitelijk juist. Eiser heeft zich niet aantoonbaar ingespannen om documenten te verkrijgen. De lichte gronden zijn daarnaast voldoende, en voldoende gemotiveerd, om een risico op onttrekking aan te nemen.

Lichter middel

6. De rechtbank is van oordeel dat de minister terecht geen aanleiding heeft gezien voor het opleggen van een lichter middel. De minister heeft eiser zwaar aan mogen rekenen dat hij zich eerder aan het toezicht heeft onttrokken en geen gehoor heeft gegeven aan het aan hem opgelegde terugkeerbesluit van 30 december 2024.

Verder is de rechtbank niet gebleken van persoonlijke belangen dan wel medische omstandigheden van eiser die de bewaring voor hem onevenredig bezwarend maken, en waarin de minister aanleiding had moeten zien om aan eiser een lichter middel dan bewaring op te leggen. Dat de detentie eiser zwaar valt en dat eiser heeft aangegeven zich te willen houden aan een meldplicht, doet hier niet aan af.

Voortvarend werken aan de asielaanvraag

7. De rechtbank is van oordeel dat de minister voldoende voortvarend aan de asielaanvraag van eiser werkte. Eiser heeft op 20 januari 2026 een beschikking gekregen.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A. Postma, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. R. Tesfai

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?