RECHTBANK DEN HAAG
vonnis
Team handel
zaak- / rolnummer: C/09/666989 / HA ZA 24-461
Vonnis van 28 januari 2026
in de zaak van
STICHTING NAMAAKBESTRIJDING REACT te Amsterdam,
hierna te noemen: Stichting React,
eiseres,
advocaat mr. A.R.T. Odle te Amsterdam, voorheen mr. T. Brohm te Amsterdam,
tegen
1. de rechtspersoon naar buitenlands recht SARA MART LIMITED te Hong Kong, Volksrepubliek China,
hierna te noemen: Sara Mart HK,
2. de rechtspersoon naar buitenlands recht GUANGZHOU DUOLA INFORMATION TECHNOLOGY CO., LTD., te Guangzhou, Volksrepubliek China,
hierna te noemen: Sara Mart China,
3. de rechtspersoon naar buitenlands recht DOLAKA INTERNATIONAL LIMITED te Bromley, Verenigd Koninkrijk,
hierna te noemen: Sara Mart UK,
4. de rechtspersoon naar buitenlands recht DOOP TECH LIMITED te Hong Kong, Volksrepubliek China,
hierna te noemen: Doop Tech,
hierna samen te noemen: Sara Mart c.s.,
gedaagden,
advocaat mr. S.M. Wertwijn te Amsterdam.
1. De procedure
Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
het tussenvonnis van 26 november 2025 (hierna: het tussenvonnis) en de daarin genoemde gedingstukken;
het B16-formulier van 8 december 2025 van Stichting React, waarin zij meldt dat zij geen gebruik maakt van de mogelijkheid de gronden van de vordering aan te vullen en afziet van het nemen van een akte;
het B16-formulier van 16 december 2025 van Stichting React, waarin zij meldt dat zij zich kan verenigen met de tekst van de mededeling in 4.18 van het tussenvonnis en afziet van een nadere uitlating bij akte;
het B16-formulier van 24 december 2025 van Sara Mart c.s., waarin zij meldt dat zij zich kan verenigen met de tekst van de mededeling in 4.18 van het tussenvonnis en afziet van een nadere uitlating bij akte.
Dit vonnis heeft alleen betrekking op de voorschriften voor collectieve vorderingen als bedoeld in artikel 1018c Rv tot en met 1018g Rv.
2. De verdere beoordeling
De rechtbank neemt hetgeen zij in het tussenvonnis heeft overwogen hier over.
In het tussenvonnis heeft de rechtbank:
Stichting React ontvankelijk verklaard in haar vorderingen;
Stichting React aangewezen als exclusieve belangenbehartiger;
Stichting React opgedragen van het tussenvonnis aantekening te maken in het centraal register voor collectieve vorderingen;
de zaak verwezen naar de rol van 24 december 2025 voor akte van beide partijen;
de zaak verwezen naar de rol van 10 december 2025 voor akte van Stichting React.
De rechtbank stelt vast dat Stichting React van het tussenvonnis aantekening heeft gemaakt in het centraal register voor collectieve vorderingen.
Naar aanleiding van het tussenvonnis hebben partijen de rechtbank kort gezegd bericht dat zij afzien van nadere uitlating bij akte. De rechtbank zal de openstaande beslispunten hierna kort bespreken.
Nauw omschreven groep personen
Zoals in het tussenvonnis is overwogen zal de rechtbank bepalen dat tot de nauw omschreven groep personen wier belangen Stichting React in deze collectieve procedure behartigt behoren “alle rechthebbenden op intellectuele eigendomsrechten, met name zijnde leden van Coöperatie SNB-REACT U.A., op wier intellectuele rechten volgens Stichting React inbreuk is gemaakt door Sara Mart c.s. via ‘saramart.eu’, ‘saramart.pl/nl-NL/’ en ‘hacoo.pl/nl-NL/’ en de mobiele telefoon applicaties ‘SARAMART’, en ‘Hacoo - sara lower price mart’, met name door de verkoop van namaakproducten (counterfeit)”.
Opt-out regime voor buitenlandse rechthebbenden (artikel 1018f lid 5 Rv)
Zoals in het tussenvonnis is overwogen zal de rechtbank bepalen dat voor rechthebbenden die geen woonplaats of verblijf in Nederland hebben het opt-out regime als bedoeld in artikel 1018f lid 1 Rv van toepassing is.
Advertentie in landelijk dagblad
De rechtbank heeft onder 4.16 van het tussenvonnis ingestemd met de door Stichting React voorgestelde advertentietekst en plaatsing daarvan in (uitsluitend) het dagblad Trouw. De rechtbank past ambtshalve de datum aan die is genoemd in de advertentietekst, zodat de termijn waarbinnen personen behorend tot de nauw omschreven groep personen (zie onder 4.14 van het tussenvonnis) kunnen aangeven dat zij niet willen dat ook hun belangen in deze procedure worden behartigd, in overeenstemming is met het bepaalde in artikel 1018f lid 1 Rv. Dat betekent dat de advertentietekst als volgt komt te luiden:
“Collectieve actie van Stichting Namaakbestrijding React tegen Sara Mart Limited te Hong Kong, Volksrepubliek China, Guangzhou Duola Information Technology CO., Ltd te Guangzhou, Volksrepubliek China, Dolaka International Limited te Bromley, Verenigd Koninkrijk en Doop Tech Limited te Hong Kong, Volksrepubliek China (hierna samen: Sara Mart c.s.) inzake de handhaving van intellectuele eigendomsrechten, waaronder met name de bestrijding van namaak.
Stichting Namaakbestrijding React (hierna: Stichting React) voert bij de rechtbank Den Haag een procedure tegen Sara Mart c.s. over hun beweerdelijke inbreukmakende activiteiten via ‘saramart.eu’, ‘saramart.pl/nl-NL/’ en ‘hacoo.pl/nl-NL/’ en de mobiele telefoon applicaties ‘SARAMART’, en ‘Hacoo - sara lower price mart’. De dagvaarding is op 28 mei 2024 aangetekend in het register voor collectieve vorderingen (https://www.rechtspraak.nl/Registers/centraal-register-voor-collectieve-vorderingen).
Wilt u niet dat ook uw belangen in deze procedure worden behartigd, stuur dan een bericht aan de rechtbank Den Haag, team Handel, postbus 20302, 2500 EH Den Haag. Vermeld daarin dat uw verzoek betrekking heeft op zaak/rolnummer C/09/666989 / HA ZA 24-461. U kunt dit doen tot en met 1 april 2026.”
Aanschrijving van bekende personen (artikel 1018f lid 3 Rv) en tekst van de mededeling
De rechtbank heeft onder 4.18 van het tussenvonnis een tekstvoorstel gedaan voor de mededeling in het centraal register voor collectieve vorderingen, in de nieuwsbrief en op de website van Stichting React. Naar aanleiding van het tussenvonnis hebben partijen de rechtbank bericht dat zij zich kunnen verenigen met de tekst van de mededeling zoals opgenomen onder 4.18 van het tussenvonnis en afzien van een nadere uitlating bij akte. De rechtbank past ook hier ambtshalve de datum aan die is genoemd in de tekst van de mededeling, zodat de termijn waarbinnen personen behorend tot de nauw omschreven groep personen (zie onder 4.14 van het tussenvonnis) kunnen aangeven dat zij niet willen dat ook hun belangen in deze procedure worden behartigd, in overeenstemming is met het bepaalde in artikel 1018f lid 1 en lid 3 Rv. Dat betekent dat de tekst van de mededeling in het centraal register voor collectieve vorderingen, in de nieuwsbrief en op de website van Stichting React als volgt komt te luiden:
“Collectieve actie van Stichting Namaakbestrijding React tegen Sara Mart Limited te Hong Kong, Volksrepubliek China, Guangzhou Duola Information Technology CO., Ltd te Guangzhou, Volksrepubliek China, Dolaka International Limited te Bromley, Verenigd Koninkrijk en Doop Tech Limited te Hong Kong, Volksrepubliek China (hierna samen: Sara Mart c.s.) inzake de handhaving van intellectuele eigendomsrechten, waaronder met name de bestrijding van namaak.
Stichting Namaakbestrijding React (hierna: Stichting React) voert bij de rechtbank Den Haag een procedure tegen Sara Mart c.s. over hun beweerdelijke inbreukmakende activiteiten. Stichting React is door de rechtbank aangewezen als exclusieve belangenbehartiger.
Niet meedoen of juist wel meedoen.
Als u behoort tot de groep van personen of ondernemingen voor wie Stichting React opkomt en u vindt het goed dat Stichting React ook uw belangen behartigt, dan hoeft u niets te doen.
Als u niet wilt dat ook uw belangen in deze procedure worden behartigd (bijvoorbeeld omdat u hiervoor zelf een procedure wilt voeren), dan kunt u dat aan de rechtbank kenbaar maken. [U bent dan niet aan de uitspraak in deze zaak gebonden, maar u kunt er ook geen rechten aan ontlenen.] Stuur dan een brief aan de rechtbank Den Haag, team Handel, Postbus 20302, 2500 EH Den Haag. U kunt dit doen tot en met 1 april 2026.
U kunt de volgende tekst gebruiken:
“Ik wil niet dat in de collectieve actie van Stichting React (zaak/rolnummer C/09/666989 / HA ZA 24-461) mijn belangen worden behartigd en wens mij daarvan te bevrijden.”
Zoals in het tussenvonnis is overwogen zal de rechtbank bepalen dat Stichting React deze mededeling/aankondiging (i) zal plaatsen in het centraal register voor collectieve vorderingen, (ii) zal opnemen in haar nieuwsbrief en (iii) zal plaatsen op haar website https://www.react.org/solutions/react-foundation.
Termijn voor het beproeven van een minnelijke regeling of het aanvullen van de gronden van de vordering (artikel 1018g Rv)
Stichting React heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat zij geen behoefte heeft aan het bepalen van een termijn voor een minnelijke regeling. Stichting React heeft blijkens voormeld B16-formulier van 8 december 2025 geen behoefte aan het bepalen van een termijn voor het aanvullen van de gronden van de vordering.
Het vervolg van de procedure
Sara Mart c.s. heeft nog niet inhoudelijk geantwoord. De zaak zal daarom worden verwezen naar de rol van 11 maart 2026 voor conclusie van antwoord.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
3. De beslissing
De rechtbank:
bepaalt dat tot de nauw omschreven groep personen wier belangen Stichting React in deze collectieve procedure behartigt behoren: “alle rechthebbenden op intellectuele eigendomsrechten, met name zijnde leden van Coöperatie SNB-REACT U.A., op wier intellectuele rechten volgens Stichting React inbreuk is gemaakt door Sara Mart c.s. via ‘saramart.eu’, ‘saramart.pl/nl-NL/’ en ‘hacoo.pl/nl-NL/’ en de mobiele telefoon applicaties ‘SARAMART’, en ‘Hacoo - sara lower price mart’, met name door de verkoop van namaakproducten (counterfeit)”;
bepaalt dat voor rechthebbenden die geen woonplaats of verblijf in Nederland hebben het opt-out regime als bedoeld in artikel 1018f lid 1 Rv van toepassing is;
draagt Stichting React op om de onder 2.7 bedoelde tekst uiterlijk 18 februari 2026 te laten publiceren in het dagblad Trouw;
draagt Stichting React op om de onder 2.8 bedoelde mededeling/aankondiging uiterlijk 18 februari 2026 te plaatsen:
in het centraal register voor collectieve vorderingen;
in haar nieuwsbrief;
op haar website https://www.react.org/solutions/react-foundation;
verwijst de zaak naar de rol van 11 maart 2026 voor conclusie van antwoord;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.D. Overbeek en in het openbaar uitgesproken op
28 januari 2026.