ECLI:NL:RBDHA:2026:1530

ECLI:NL:RBDHA:2026:1530

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 16-01-2026
Datum publicatie 29-01-2026
Zaaknummer NL25.47173 en NL25.47174
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Einduitspraak na tussenuitspraak. Verweerder heeft het in de tussenuitspraak geconstateerde zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek voldoende hersteld. Verweerder heeft de problemen met de Venezolaanse autoriteiten en de problemen met de Tren de Aragua ongeloofwaardig mogen vinden. Van de vertaalde documenten heeft verweerder mogen vinden dat deze onvoldoende bewijs leveren voor eisers gestelde bedreigingen. Beroep gegrond, rechtsgevolgen van vernietigde besluit blijven in stand.

Uitspraak

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. A. de Graaf).

Inleiding

1. In deze einduitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag en beoordeelt de voorzieningenrechter zijn verzoek om een voorlopige voorziening.

De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 30 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder deelgenomen.

In de tussenuitspraak van 12 november 2025 heeft de rechtbank verweerder in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na plaatsing van de tussenuitspraak in het digitale dossier, met inachtneming van wat in de tussenuitspraak is overwogen, het geconstateerde gebrek in het bestreden besluit te herstellen. De rechtbank heeft daarbij iedere verdere beslissing aangehouden.

Verweerder heeft in reactie op de tussenuitspraak bij brief van 9 december 2025 een aanvullende motivering ingediend. Eiser heeft bij bericht van 5 januari 2026 een schriftelijke reactie gegeven op de aanvullende motivering van verweerder.

2. De rechtbank heeft met toepassing van artikel 8:57, tweede lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaald dat een nader onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op grond van artikel 8:57, derde lid, van de Awb gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?

3. Deze uitspraak bouwt voort op de tussenuitspraak. De rechtbank blijft bij al wat zij in de tussenuitspraak heeft overwogen en beslist, tenzij hierna uitdrukkelijk anders wordt overwogen. Het staat de rechtbank niet vrij om terug te komen van zonder voorbehoud gegeven oordelen in de tussenuitspraak. Dit is alleen anders in zeer uitzonderlijke gevallen. Een uitzonderlijk geval is hier niet aan de orde.

De tussenuitspraak

4. In de tussenuitspraak van 12 november 2025 heeft de rechtbank onder rechtsoverweging 7.1. geoordeeld dat het bestreden besluit een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek kent. Gelet op de omstandigheid dat eiser documenten heeft overgelegd ter onderbouwing van de problemen met Tren de Aragua, had verweerder naar het oordeel van de rechtbank aanleiding moeten zien om de stukken te vertalen. Nu verweerder dit heeft nagelaten en de inhoud van de stukken daardoor niet kenbaar bij de beoordeling van de waarde heeft betrokken, heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd welke bewijswaarde aan de documenten toekomt. De rechtbank heeft verweerder daarom de gelegenheid gegeven dit gebrek te herstellen met een aanvullende motivering of een aanvullend besluit.

5. Verweerder heeft gebruik gemaakt van de mogelijkheid om het gebrek te herstellen. In de aanvullende motivering van 9 december 2025 heeft verweerder op basis van de vertaling van de stukken bepaald dat enige, maar zeer beperkte, bewijswaarde aan de documenten toekomt. Verweerder vindt de bewijswaarde van de twee mededelingen van eisers moeder, waarin zij stelt dat haar aangiften van bedreigingen niet worden opgenomen door de inlichtingendienst, zeer beperkt. Ze zijn immers niet afkomstig van een objectieve bron en bovendien kan iedereen dergelijke berichten aan een overheidsfunctionaris sturen. Voor wat betreft de schermafdrukken, die volgens eiser bedreigingen van een bende bevatten, stelt verweerder zich op het standpunt dat daaruit niet blijkt door wie en wanneer deze berichten zijn verstuurd. Daarnaast is de authenticiteit van de berichten niet vast te stellen.

Het standpunt van eiser over het aanvullende besluit

6. Ten aanzien van de aanvullende motivering voert eiser aan dat verweerder ten onrechte beperkte bewijswaarde toekent aan de documenten. Verweerder had eiser het voordeel van de twijfel moeten geven nu de stukken in onderlinge samenhang en in samenhang met eisers verklaringen de geloofwaardigheid van deze verklaringen ondersteunen. Daar komt bij dat bendes hun bedreigingen nooit via formele kanalen zullen uiten zodat een te zware bewijslast op eiser wordt gelegd.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

7. De rechtbank beoordeelt of verweerder de aanvraag van eiser kon afwijzen als kennelijk ongegrond. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser. De rechtbank geeft eiser geen gelijk. Hieronder legt de rechtbank dat uit.

8. Zoals in rechtsoverweging 5. in de tussenuitspraak vermeld heeft eiser verzocht om dat wat hij eerder in de procedure naar voren heeft gebracht als herhaald en ingelast te beschouwen. De rechtbank overweegt dat door het in algemene zin herhalen en inlassen van wat eiser in de procedure, waaronder in de zienswijze, naar voren heeft gebracht, zij niet kan afleiden waarom eiser van mening is dat het bestreden besluit onjuist is. Het enkel verwijzen naar eerder in de procedure genoemde argumenten kan dan ook niet leiden tot vernietiging van het bestreden besluit. De rechtbank zal zich dan ook beperken tot de bespreking van de gronden die in beroep zijn aangevoerd.

Mocht verweerder eisers problemen met de Venezolaanse autoriteiten ongeloofwaardig vinden?

9. De rechtbank is van oordeel dat verweerder eisers gestelde problemen met de Venezolaanse autoriteiten ongeloofwaardig heeft mogen vinden.

Zo heeft verweerder eiser mogen tegenwerpen dat zijn verklaringen over de problemen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Verweerder heeft zich op het standpunt mogen stellen dat eisers deelname aan demonstraties nog niet maakt dat hij in de negatieve belangstelling staat van de autoriteiten. Eiser heeft immers geen aanwijzingen gegeven dat de autoriteiten op de hoogte zijn van deze deelnames. De door eiser overgelegde documenten heeft verweerder onvoldoende mogen vinden voor de onderbouwing van het standpunt dat eiser door de autoriteiten gezocht wordt. Deze bronnen betreffen namelijk algemene informatie en onderbouwen niet dat eiser persoonlijk gezocht of vervolgd wordt. Ook heeft verweerder mogen vinden dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij specifiek vanwege zijn tatoeages verdacht was en hij hierdoor systematisch is vervolgd of mishandeld. Uit het door eiser overgelegde document volgt niet dat hij door het hebben van tatoeages persoonlijk in de negatieve belangstelling van de autoriteiten staat. Daarbij heeft verweerder mogen betrekken dat het, op basis van eisers verklaringen, lijkt te gaan om willekeurige controles, nu de autoriteiten eiser nooit hebben vastgehouden maar hem altijd lieten gaan. Ten aanzien van eisers verklaringen over de mishandelingen, laat de rechtbank in het midden of deze verklaringen tegenstrijdig zijn. Los van het aantal mishandelingen blijft er immers naar het oordeel van de rechtbank voldoende staan om de problemen met de autoriteiten ongeloofwaardig te vinden.

Verder heeft verweerder mogen tegenwerpen dat eiser zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend en dat hij in grote lijnen niet als geloofwaardig kan worden beschouwd. Eiser beroept zich ten aanzien van deze tegenwerpingen op dat wat hij hierover in de zienswijze heeft aangevoerd, maar onderbouwt in beroep niet waarom het bestreden besluit op dit punt volgens hem onjuist is. Deze beroepsgrond slaagt dan ook niet.

Mocht verweerder eisers problemen met de Tren de Aragua ongeloofwaardig vinden?

10. De rechtbank is van oordeel dat verweerder eisers gestelde problemen met de Tren de Aragua ongeloofwaardig heeft mogen vinden.

Verweerder heeft zich op het standpunt mogen stellen dat eiser onvoldoende documenten heeft gegeven en dat hij daar geen goede verklaring voor heeft. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder mogen vinden dat de overgelegde berichten onvoldoende objectief bewijs leveren voor eisers gestelde bedreigingen. Eiser heeft twee mededelingen van zijn moeder overgelegd die volgens eiser de WhatsAppberichten over de bedreigingen, die hij ook heeft ingediend, bevestigen. Allereerst merkt de rechtbank op dat de berichten van eisers moeder geen aangiften zijn, zoals eiser stelt, maar een correspondentie van eisers moeder gericht aan een overheidsfunctionaris betreft. In die berichten staat opgenomen dat de aangiften van eisers moeder niet konden worden aangenomen omdat de telefoonnummers gehackt zouden zijn. De aangiften zijn dus niet door de autoriteiten geregistreerd. Daarnaast zijn de documenten niet verifieerbaar en bevatten ze geen concrete of verifieerbare informatie over daders of incidenten. Ook de WhatsAppberichten zijn niet verifieerbaar nu de bron en de datum van de berichten niet zijn vast te stellen.

Verder heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat eisers verklaringen over de problemen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Zo heeft verweerder mogen tegenwerpen dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt waarom hij, vanwege zijn gestelde relatie met een Europese vrouw, financieel afgeperst werd. Eiser heeft naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd dat een dergelijke relatie in Venezuela bekend is of relevant is geweest voor de Tren de Aragua of de autoriteiten. Verweerder heeft dan ook mogen vinden dat eisers stelling dat hij vanwege deze relatie doelwit is geworden van bedreigingen of afpersingen gebaseerd is op vermoedens.

Mocht verweerder vinden dat eiser bij terugkeer geen gegronde vrees heeft voor vervolging en geen reëel risico loopt op ernstige schade?

11. Zoals overwogen in rechtsoverwegingen 9. tot en met 10.2. heeft verweerder de gestelde problemen met de Venezolaanse autoriteiten en de problemen met de Tren de Aragua ongeloofwaardig mogen vinden. Ten aanzien van deze asielmotieven heeft verweerder zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat eiser geen gegronde vrees heeft voor vervolging of een reëel risico loopt op ernstige schade. De gronden van eiser die zien op deze asielmotieven slagen daarom al niet.

Conclusie en gevolgen

12. Vanwege het in de tussenuitspraak geconstateerde zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek is het beroep gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De rechtbank zal de rechtsgevolgen echter in stand laten omdat de rechtbank van oordeel is dat verweerder, gelet op de aanvullende motivering, het gebrek heeft hersteld. Dat betekent dat eiser alsnog geen asielvergunning krijgt.

13. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen

van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.

14. Omdat het beroep gegrond is, veroordeelt de rechtbank verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende bijstand vast op € 3.269,-.

Beslissing

De rechtbank:

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M.A. Vinken, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. L.C.C. Bakx, griffier.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak en de tussenuitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. E

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?