Gezag
Beschikking op het op 18 augustus 2025 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C.M. Emeis te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, waaronder:
Op 24 april 2026 is de zaak ter zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
De [minderjarige] heeft zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.
Verzoek en verweer
subsidiair
Het verzoek van de moeder strekt, na aanvulling, tot:
primair
- beëindiging van het gezamenlijk gezag, in die zin dat de moeder verzoekt haar met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] te belasten;
- het verlenen van vervangende toestemming aan de moeder voor diagnose en behandeling van [minderjarige] voor mogelijke adhd, dyslexie en/of traumabehandeling aan [zorginstantie 1] en/of [zorginstantie 2] en/of andere hulpverlenende instanties;
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
De moeder doet haar verzoek steunen op de stelling dat de omstandigheden zijn gewijzigd.
De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet in de procedure verschenen.
Feiten
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2011 te [geboorteplaats] .
Beoordeling
Gezag
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253n, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen het gezamenlijk gezag dat na ontbinding van het huwelijk door echtscheiding in stand is gebleven worden beëindigd, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd. Zoals blijkt uit artikel 1:253n, tweede lid, BW zijn de gronden van artikel 1:251a, eerste lid, BW, van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan derhalve worden beëindigd, indien: (a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of (b) wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
Inhoudelijke beoordeling
De moeder heeft ter onderbouwing van haar verzoek het volgende naar voren gebracht. In 2023 is het verzoek van de moeder tot eenhoofdig gezag afgewezen, omdat [minderjarige] onder toezicht was gesteld en de jeugdbeschermer nog met de ouders in gesprek was om verbetering in het opvoedklimaat te realiseren. Inmiddels is duidelijk geworden dat dit niet is gelukt. [minderjarige] heeft al sinds 2022 geen fysiek contact meer met de vader. De ondertoezichtstelling is in 2023 beëindigd, omdat niet te verwachten viel dat contactherstel nog behaald zou kunnen worden. De vader speelt sindsdien vrijwel geen enkele rol in het leven van [minderjarige] . Voor de moeder is het niet mogelijk om met de vader te overleggen. Dit mondt slechts uit in ruzie en conflict. Bovendien weigert de vader regelmatig om zijn toestemming te geven voor belangrijke gezagsbeslissingen over [minderjarige] . De huisarts heeft [minderjarige] doorverwezen naar [zorginstantie 1] voor diagnose en behandeling van zijn problematiek, maar de vader weigert hiervoor zijn toestemming te geven. Het is daarom noodzakelijk dat de moeder wordt belast met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] .
Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken, is de rechtbank gebleken dat de omstandigheden zijn gewijzigd na de beschikking van deze rechtbank van 13 februari 2022. De ouders zijn al langere tijd niet in staat om te overleggen over [minderjarige] . De vader blokkeert het nemen van gezagsbeslissingen. Hierdoor kan de voor [minderjarige] noodzakelijke hulpverlening niet starten. [minderjarige] heeft hier last van. Daarnaast is er al enkele jaren geen fysiek contact geweest tussen de vader en [minderjarige] . [minderjarige] geeft aan dat hij bang is voor zijn vader en dat hij hem niet wil zien. De rechtbank verwacht niet dat er binnen afzienbare tijd verbetering in deze situatie zal komen en acht het in het belang van [minderjarige] noodzakelijk dat de moeder wordt belast met het eenhoofdig gezag. De rechtbank zal het verzoek van de moeder dan ook toewijzen.
Aangezien het primaire verzoek van de moeder wordt toegewezen, komt de rechtbank niet meer toe aan haar subsidiaire verzoek.
Brief aan [minderjarige]
De rechtbank heeft [minderjarige] een brief geschreven om de beslissing aan hem uit te leggen. De inhoud van die brief luidt als volgt:
‘(…) Beste [minderjarige] ,
We hebben elkaar een tijdje geleden gesproken op de rechtbank. Jij hebt mij toen verteld dat niet meer wil dat jouw vader nog het ouderlijk gezag over jou heeft. Voor jou is het heel belangrijk dat jouw moeder voortaan alleen alle beslissingen over jou kan nemen omdat jij dan de hulp kan krijgen die jij nodig hebt.
Na ons gesprek was de zitting. Jouw vader is daar niet verschenen. Jouw moeder was er wel, met haar advocaat. Na de zitting heb ik een beslissing genomen. Ik heb besloten dat voortaan alleen jouw moeder nog het ouderlijk gezag over jou heeft. Vanaf nu kan dus jouw moeder alle beslissingen over jou nemen, zonder jouw vader.
Ik hoop dat deze brief jou duidelijkheid geeft.
Ik wens je verder heel veel succes met school en alle andere dingen! (…)’
BeslissingDe rechtbank:
bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder, [de moeder] , geboren op [geboortedatum 2] 1981 te [geboorteplaats] , het gezag zal toekomen over de minderjarige:
- [minderjarige] geboren op [geboortedatum 1] 2011 te [geboorteplaats] ;
en verklaart deze gezagsvoorziening uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.