ECLI:NL:RBDHA:2026:1535

ECLI:NL:RBDHA:2026:1535

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 16-01-2026
Datum publicatie 29-01-2026
Zaaknummer SGR 24/3617
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Beroep ongegrond. De rechtbank is van oordeel dat de verzekeringsarts b&b voldoende deugdelijk heeft gemotiveerd dat geen aanleiding bestaat voor het aannemen van beperkingen. De bedrijfsarts neemt in zijn rapport ook geen standpunt in over de belastbaarheid van eiseres, zodat dit niet tot een ander oordeel kan leiden. Verder heeft de arbeidsdeskundige b&b voldoende deugdelijk gemotiveerd dat de geduide functies voor eiseres geschikt zijn.

Uitspraak

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. drs. E.C. Spiering),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder

(gemachtigde: mr. J.S. de Vreeze).

Inleiding

1. In het besluit van 31 juli 2023 (het primaire besluit) heeft verweerder bepaald dat eiseres per 1 september 2023 geen recht meer heeft op een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW), omdat zij op 15 mei 2023 meer dan 65% van het maatmaninkomen per uur kon verdienen. Dit besluit is gebaseerd op rapporten van de verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige.

In het besluit van 19 maart 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard en het bestreden besluit in stand gelaten. Dit besluit is gebaseerd op rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) en de arbeidsdeskundige b&b.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Partijen hebben aanvullende stukken ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 18 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder deelgenomen.

Overwegingen

Gronden van eiseres

2. Eiseres voert aan dat het rapport van de verzekeringsarts b&b op diverse punten tekortschiet en verwijst naar het door haar ingebrachte rapport van bedrijfsarts [naam 1] van 23 april 2024. De bedrijfsarts geeft aan dat de verzekeringsarts b&b eiseres had moeten verwijzen naar de neuroloog voor aanvullende diagnostiek met betrekking tot eventuele hersenschade, omdat sprake is van aanhoudende klachten en stagnerend herstel waarmee er voldoende indicatie is voor aanvullende diagnostiek en behandeling. De primaire verzekeringsarts heeft als diagnose een aanpassingsstoornis genoteerd maar daar is volgens de bedrijfsarts geen sprake van. Indien wel sprake is van een aanpassingsstoornis dan is aanvullende diagnostiek geïndiceerd door een psycholoog en/of psychiater. Een aanpassingsstoornis gaat gepaard met significante beperkingen en die ziet de bedrijfsarts onvoldoende terug in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Verder blijkt uit de documentatie niet dat bij eiseres sprake is van insufficiënte coping. Dat eiseres nog wel zwemt, wandelt en schildert, wijst volgens de bedrijfsarts op haar actieve copingstijl en haar bereidheid te werken aan haar re-integratie/conditie. Ten slotte geeft de bedrijfsarts aan dat de klachten van het rechteroog niet afgedaan kunnen worden als een refractieprobleem en dat voldoende indicatie bestaat voor verwijzing naar de oogarts voor aanvullende diagnostiek.

Eisers betoogt verder dat de functie medewerker bloemzaadproductie ongeschikt is voor haar vanwege de hoeveelheid licht in de kas. In een kas is sprake van 7000-8000 lumen per m² en dat is bijna drie keer zoveel als de lichtsterkte in een slaapkamer van 10 m². Volgens eiseres is dit te veel om het werken in een kas als passend werk aan te kunnen merken. Ook de functie montagemedewerker is niet geschikt voor eiseres vanwege de aanwezige prikkels. Volgens de arbeidsdeskundige b&b is de functie prikkelarm omdat hij zelf van mening is dat de aanwezige prikkels niet storend zijn. Of een prikkel storend is of niet wordt echter niet bepaald door degene die de prikkels moet meten, maar door de mate waarin die prikkels aanwezig zijn. Omdat uit het rapport volgt dat er prikkels zijn, is het niet aannemelijk dat het werk passend is. Zeker niet omdat het een functie van 38 uur per week betreft, wat een aanzienlijk aantal uren meer is dan de functie die eiseres verrichtte in goede gezondheid van 20 uur per week.

Standpunt van verweerder

3. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiseres per 1 september 2023 geen recht meer heeft op een ZW-uitkering. Verweerder heeft de verzekeringsarts b&b laten reageren op het door eiseres ingebrachte rapport van de bedrijfsarts en deze verzekeringsarts komt tot de conclusie dat het rapport van de bedrijfsarts geen aanleiding geeft om het standpunt te wijzigen. Verweerder heeft ook de arbeidsdeskundige b&b laten reageren op de arbeidskundige gronden van eiseres en deze arbeidsdeskundige komt tot de conclusie dat de functies medewerker bloemzaadproductie en montagemedewerker ook na overleg met de verzekeringsarts b&b passend blijven.

Beoordeling door de rechtbank

Medische beoordeling

4. Uit de rapporten van de verzekeringsarts b&b volgt dat de klachten van eiseres slechts deels medisch verklaard kunnen worden en niet volledig plausibel en consistent zijn. De verzekeringsarts b&b ziet daarom geen aanleiding om volledig aan te sluiten bij de door eiseres ervaren beperkingen. Verder geeft de verzekeringsarts b&b aan dat hij niet zelf verwijst en ook geen aanleiding ziet om contact op te nemen met de behandelend sector over een aanvullende verwijzing. Een expertise door een deskundige kan worden aangevraagd in situaties waarbij er een verschil van mening is over de interpretatie van medische gegeven en/of de belastbaarheid, maar daar is in dit geval geen sprake van volgens de verzekeringsarts b&b. Uit het rapport van medisch adviseur [naam 2] van 28 november 2023 volgt dat bij langer dan een half jaar aanhoudende klachten ernstig betwijfeld dient te worden of deze het gevolg zijn van het licht traumatische hersenletsel. Ook hieruit volgt volgens de verzekeringsarts b&b dat de ervaren klachten en belemmeringen niet medisch geobjectiveerd kunnen worden. Volgens de verzekeringsarts b&b zijn er aanwijzingen dat insufficiënte coping en persoonskenmerken een in stand houdende rol spelen. Uit het rapport van [naam 2] volgt verder dat aan de gestelde diagnose post-commotioneel syndroom zonder aanwijzingen voor neurologische schade geen langdurig functieverlies of beperkingen kunnen worden verbonden en dat aanvullend expertise-onderzoek niet zinvol is. De verzekeringsarts b&b beaamt dit standpunt.

De rechtbank begrijpt dat eiseres van mening is dat zij ernstiger beperkt is dan de verzekeringsarts b&b heeft aangenomen. De rechtbank kan bij de beoordeling van het beroep niet alleen afgaan op hoe eiseres haar klachten zelf ervaart. Bij de beoordeling van arbeidsongeschiktheid zijn namelijk niet de ervaren klachten of de diagnose doorslaggevend. Het gaat erom dat de verzekeringsarts b&b op basis van de medische informatie moet beoordelen welke beperkingen ten aanzien van het verrichten van arbeid moeten worden aangenomen. Bij het vaststellen van de beperkingen van eiseres is de verzekeringsarts b&b uitgegaan van de medische informatie over de klachten van eiseres op de datum in geding. De rechtbank ziet in hetgeen eiseres en bedrijfsarts Jonker aanvoeren geen aanleiding om van het standpunt van de verzekeringsarts b&b af te wijken. Zoals de verzekeringsarts b&b ook aangeeft, kan hij niet verwijzen. De verzekeringsarts b&b heeft naar het oordeel van de rechtbank voldoende deugdelijk gemotiveerd geen aanleiding te zien om contact op te nemen met de behandelend sector over een verwijzing of om een expertise aan te vragen. Ten slotte is de rechtbank van oordeel dat de verzekeringsarts b&b voldoende deugdelijk heeft gemotiveerd dat geen aanleiding bestaat voor het aannemen van meer beperkingen. Bedrijfsarts Jonker neemt in zijn rapport ook geen standpunt in over de belastbaarheid van eiseres, zodat dit ook niet tot een ander oordeel kan leiden.

Uit het voorgaande volgt dat het medische deel van het bestreden besluit juist is.

Arbeidsdeskundige beoordeling

5. Volgens eiseres zijn de geduide functies niet passend voor haar. Wat betreft de functie medewerker bloemzaadproductie volgt uit het rapport van de arbeidsdeskundige b&b van 4 juli 2024 dat de arbeidsdeskundige b&b en de verzekeringsarts b&b hierover contact hebben gehad. De verzekeringsarts b&b geeft aan dat eiseres beperkt wordt geacht op direct zonlicht en dat bij matglas en automatische zonwering geen overprikkeling ontstaat door licht. De arbeidskundig analist geeft aan dat de zijramen in de kas van matglas zijn en het dak van helder glas. Als de zon gaat schijnen wordt automatisch zonwering over het glas getrokken zodat het zonlicht wordt gedempt. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de arbeidsdeskundige b&b hiermee voldoende deugdelijk heeft gemotiveerd dat in de functie medewerker bloemzaadproductie geen sprake is van direct zonlicht en dat deze functie voor haar passend is.

Met betrekking tot de functie montagemedewerker volgt uit het rapport van de arbeidsdeskundige b&b van 4 juli 2024 dat de verzekeringsarts b&b heeft aangegeven dat een af en toe langslopende collega niet valt onder ‘drukte van mensen’. Uit de door de arbeidskundig analist aangegeven beschrijvingen van de functie volgt dat er af en toe collega’s langslopen, maar dat de prikkels zo minimaal mogelijk zijn door medewerkers alleen maar op vaste tijden te laten starten en stoppen met werken en er wordt op dezelfde momenten pauze genomen. Andere prikkels zoals praten of het geluid van een radio zijn niet aanwezig. De rechtbank is van oordeel dat hiermee voldoende deugdelijk is gemotiveerd dat de functie montagemedewerker voor eiseres geschikt is.

Op de zitting heeft eiseres aanvullend aangevoerd dat haar totale maatmanomvang een combinatie is van 16 uur verzekeringsplichtige arbeid en 35 uur niet-verzekeringsplichtige arbeid vanwege haar activiteiten als kunstenares. Volgens eiseres is het de vraag of er dan wel functies geduid kunnen worden die een omvang van meer dan 16 uur hebben. Eiseres heeft hierbij verwezen naar de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 4 november 2021. De rechtbank stelt vast dat de uitspraak waar eiseres naar verwijst gaat over een combinatie van twee maatgevende verzekeringsplichtige functies. Zoals verweerder ook op de zitting heeft aangegeven is eiseres niet verzekerd voor haar werkzaamheden als kunstenares. Deze werkzaamheden tellen dan ook niet mee in het kader van de ZW en met de omvang van deze werkzaamheden hoeft bij het duiden van de functies geen rekening te worden gehouden. Eventuele inkomsten uit de niet-verzekerde werkzaamheden dienen wel te worden gekort op de hoogte van de ZW-uitkering. Deze grond slaagt niet.

Uit het voorgaande volgt dat het arbeidsdeskundige deel van het bestreden besluit in stand kan blijven.

Conclusie

6. Gelet op het voorgaande heeft verweerder in het bestreden besluit terecht geoordeeld dat eiseres per 1 september 2023 geen recht meer heeft op een ZW-uitkering.

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meessen, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Klaus, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 januari 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M.M. Meessen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?