ECLI:NL:RBDHA:2026:1538

ECLI:NL:RBDHA:2026:1538

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 29-01-2026
Datum publicatie 29-01-2026
Zaaknummer NL26.2890
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Eerste beroep vreemdelingenbewaring, verblijf in politiecel, zicht op overdracht, beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak

Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL26.2890

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. R.C. van den Berg),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. J. Raaijmakers).

Procesverloop

Bij besluit van 16 januari 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 28 januari 2026 op zitting behandeld in Breda. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [tolk] .

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Maatregel van bewaring
Ambtshalve toets

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 1986. Zijn nationaliteit is onbekend.

Verblijf in politiecel

2. Eiser voert aan dat hij langer dan 24 uur in een politiecel heeft verbleven en dat dit de oplegging van de maatregel onrechtmatig maakt.

3. Deze beroepsgrond slaagt niet. Anders dan eiser meent, wordt de periode dat hij is opgehouden niet betrokken bij de berekening van de maximale termijn voor het verblijf in een politiecel. De bewaringsmaatregel is opgelegd op 16 januari 2026 om 15:39 uur. Uit het dossierstuk genaamd ‘HV21 formulier bijzonderheden zaak’ van 17 januari 2026 blijkt dat eiser die dag om 10:50 uur is opgehaald uit het politiebureau voor transport naar het

detentiecentrum. Dit betekent dat eisers verblijf in de politiecel minder dan 24 uur heeft geduurd, en dus niet te lang was.1

Bezwaar van het Openbaar Ministerie (OM)

4. Eiser voert verder aan dat uit het dossier volgt dat hij strafrechtelijk is gedagvaardigd en dat verweerder gelet daarop bij de inbewaringstelling toestemming van het OM had moeten vragen voor de uitzetting van eiser.

5. Eiser wordt hierin niet gevolgd. Niet vereist is dat het OM uitdrukkelijk akkoord heeft gegeven voor de voorgenomen overdracht alvorens eiser in bewaring kon worden gesteld.2 Uit jurisprudentie van de Afdeling volgt dat het ontbreken van bezwaar bij het OM als voorwaarde is gesteld voor uitzetting dan wel overdracht en niet voor bewaring.3 Bij het bekend zijn met een overdrachtsdatum moet verweerder contact zoeken met het OM. Daarvan is momenteel nog geen sprake.

6. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de maatregel nodig is, omdat een concreet aanknopingspunt bestaat voor een overdracht als bedoeld in de Dublinverordening en een significant risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. Verweerder heeft als zware gronden4 vermeld dat eiser:

3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;

3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;

3d. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;

en als lichte gronden5 vermeld dat eiser:

4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;

4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;

4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

7. Eiser bestrijdt lichte grond 4d, omdat hij beschikt over € 1.000. Ten aanzien van de juistheid van de overige gronden refereert eiser zich aan het oordeel van de rechtbank.

8. Verweerder heeft ter zitting zware grond 3d laten vallen.

9. De rechtbank stelt vast dat de zware gronden 3a en 3b evenals de lichte gronden 4a en 4c niet zijn bestreden. Deze gronden zijn feitelijk juist en voor zover nodig ook

1. Zie ook de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 27 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:245 en ECLI:NL:RVS:2025:219.

2 Zie de uitspraak van de Afdeling van 15 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4219.

3 Uitspraken van 20 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3820, en van 19 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1504.

4 Artikel 5.3, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb).

5 Artikel 5.3, vierde lid, van het Vb.

voldoende gemotiveerd. Deze gronden kunnen de maatregel dragen, zodat het significante risico op onttrekking reeds daarmee is gegeven. Wat eiser heeft aangevoerd over de lichte grond 4d hoeft niet te worden beoordeeld, omdat dat niet tot een andere uitkomst zal leiden.

Zicht op overdracht

10. Eiser voert verder aan dat geen sprake is van zicht op overdracht. De Franse autoriteiten hebben de claimverzoek van eiser afgewezen. Verweerder heeft een verzoek tot heroverweging ingediend bij de Franse autoriteiten, maar het is niet aannemelijk dat zij daarop anders zullen reageren dan op het eerste claimverzoek.

11. Naar het oordeel van de rechtbank is het zicht op overdracht niet komen te ontbreken. Gelet op de Eurodac-treffer en het verzoek om heroverweging dat naar de Franse autoriteiten is verzonden bestaat een aanknopingspunt dat de Dublinverordening op eiser van toepassing is. Er is geen grond om vooruit te lopen op de uitkomst van de gevraagde heroverweging.

12. Ook overigens is niet gebleken dat de maatregel van bewaring tot aan het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig is geweest.

Conclusie

13. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

13. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan op 29 januari 2026 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. J.F.I. Sinack

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?