ECLI:NL:RBDHA:2026:15392

ECLI:NL:RBDHA:2026:15392

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 05-06-2026
Datum publicatie 08-06-2026
Zaaknummer NL26.28343
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Bewaring, gronden van de maatregel, non-refoulement, ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 juni 2026 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.28343

(gemachtigde: mr. E.W.M. ter Meulen-Mouwen),

en

(gemachtigde: mr. A.N. Sap).

Procesverloop

Bij besluit van 12 mei 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 2 juni 2026 met behulp van een beeldverbinding op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door de waarnemer van zijn gemachtigde. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Kunnen de gronden de maatregel van bewaring dragen?

1. In de maatregel van bewaring heeft de minister overwogen dat de openbare orde de maatregel vordert, omdat het risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken en eiser de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. De minister heeft, onder verwijzing naar artikel 5.1b, eerste, derde en vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000), als zware gronden vermeld dat eiser:3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;

en als lichte gronden vermeld dat eiser:4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb 2000 heeft gehouden;4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan;

De rechtbank stelt vast dat de minister op de zitting de lichte grond 4a heeft laten vallen, omdat deze niet nader is toegelicht. De overige onbestreden gronden van bewaring zijn voldoende om de maatregel van bewaring te dragen.

Is de minister bij het opleggen van de maatregel nagegaan of het beginsel van non-refoulement zich niet verzet tegen de verwijdering van eiser?

2. Eiser betoogt dat de minister onvoldoende rekening heeft gehouden met het refoulementbeginsel. In de maatregel is onvoldoende gemotiveerd dat eiser geen risico loopt op refoulement.

Deze beroepsgrond slaagt niet. Tijdens het gehoor is aan eiser de vraag gesteld of hij vreest voor onmenselijke behandeling in het land waarnaar hij moet terugkeren. Eiser heeft daarop geantwoord dat hij niet naar Marokko wil terugkeren, maar dat hij dit zal doen als dat moet. Aan eiser is daarop nogmaals de vraag gesteld of hij in Marokko vreest voor een onmenselijke behandeling, waarop eiser ‘nee’ heeft geantwoord. In de maatregel van bewaring heeft de minister vervolgens terecht vastgesteld dat er geen aanwijzingen zijn dat eiser daadwerkelijk gevaar loopt op onmenselijke behandeling bij terugkeer. De minister stelt terecht dat uit het gehoor niet is gebleken dat het beginsel van non-refoulement zich tegen de uitzetting verzet. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister dan ook voldoende en deugdelijk gemotiveerd dat de uitzetting van eiser naar Marokko niet in strijd is met het beginsel van non-refoulement. Tevens heeft eiser niet toegelicht welke elementen volgens hem ontbreken in de beoordeling van het risico op refoulement.

Ambtshalve toetsing

3. Los van de door eiser aangevoerde gronden, ziet de rechtbank in de door de minister en eiser verstrekte gegevens verder geen grond om te komen tot het oordeel dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring op enig moment onrechtmatig is geweest.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Emaus, rechter, in aanwezigheid van mr. N. El-Amrani, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.M. Emaus

Griffier

  • mr. N. El-Amrani

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand