ECLI:NL:RBDHA:2026:15448

ECLI:NL:RBDHA:2026:15448

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 08-06-2026
Datum publicatie 08-06-2026
Zaaknummer NL26.15010
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Dublin Frankrijk - beroep ongegrond

Uitspraak

[naam], eiser,

geboren op [geboortedatum],

van Nigeriaanse nationaliteit,V-nummer: [nummer],

(gemachtigde: mr. Y. Izgi),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: mr. A.E. Geçer).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 17 maart 2026 niet in behandeling genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de aanvraag.

De rechtbank heeft het beroep op 4 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister. Ook is er een tolk verschenen. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat mede aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden.

3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Totstandkoming van het besluit

4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. In dit geval heeft Nederland op 12 december 2025 bij Frankrijk een verzoek om terugname gedaan. Frankrijk heeft dit verzoek op 26 december 2025 aanvaard op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder d, van de Dublinverordening.Interstatelijk vertrouwensbeginsel

5. Eiser stelt dat ten aanzien van Frankrijk niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Eisers asielaanvraag is na vijf jaar afgewezen in Frankrijk. Hij is vanuit het opvangcentrum onder erbarmelijke omstandigheden op straat gezet zonder eten, drinken of kleding. Ook genoot hij geen enkele bescherming, geen opvang, geen werk, geen perspectief en geen medische zorg. Eiser wijst verder op het AIDA-rapport en de toelichtende brief van Vluchtelingenwerk Nederland van 5 december 2025. Hieruit volgt dat Frankrijk al jaren kampt met een schrijnend tekort aan opvangcapaciteit. Ook het feit dat eiser gediscrimineerd zal worden wegens zijn huidskleur en taalbarrière in Frankrijk, worden hierin bevestigd. Verder volgt hieruit dat de situatie van Dublinterugkeerders erg ingewikkeld is voor wat betreft steun en hulpverlening. Zij worden geconfronteerd met grote obstakels bij de toegang tot opvangcentra. Voor alleenstaande mannen en vrouwen is het moeilijk om opvang te krijgen. Eiser moest in Frankrijk op straat slapen en is op straat neergestoken. Hij werd naar het ziekenhuis vervoerd en werd bebloed ontslagen, nadat bleek dat hij niet verzekerd was en dus geen recht had op medische zorg. Succesvol klagen lijkt gelet op de omvang van de problematiek en het feit dat eiser bij terugkeer geen rechten geniet omdat zijn aanvraag is afgewezen, niet kansrijk.

6. De rechtbank stelt voorop dat de minister in zijn algemeenheid ten aanzien van Frankrijk mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dit betekent dat de minister ervan mag uitgaan dat Frankrijk zijn internationale verplichtingen tegenover eiser zal nakomen en dat de behandeling van eiser in Frankrijk niet in strijd zal zijn met artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het Handvest. Eiser kan dit vermoeden weerleggen door met concrete aanwijzingen aannemelijk te maken dat hij bij overdracht aan Frankrijk, als gevolg van het niet nakomen van internationale verplichtingen door de Franse autoriteiten, een reëel risico loopt op een met artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het Handvest strijdige behandeling. Hiervoor kan hij objectieve informatie over de werking van het asiel- en opvangsysteem in Frankrijk. Van een schending van artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het Handvest zal, als eiser aannemelijk maakt dat er sprake is van tekortkomingen in het asiel- en opvangsysteem, eerst sprake zijn als die tekortkomingen structureel zijn en een bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken.

7. De rechtbank is van oordeel dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat ten aanzien van Frankrijk niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. De rechtbank verwijst in dit kader allereerst naar de uitspraak van de Afdeling van 31 juli 2025 waarin de Afdeling heeft geoordeeld dat ook ten aanzien van Dublinclaimanten in Frankrijk van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. De Afdeling heeft verder geoordeeld dat het AIDA-rapport (update 2024) waarnaar eiser verwijst geen wezenlijk ander beeld schetst dan volgt uit de landeninformatie die de Afdeling eerder heeft betrokken bij de beoordeling. De rechtbank overweegt dat de toelichtende brief van Vluchtelingenwerk Nederland gebaseerd is op het AIDA-rapport (update 2024) en ziet in hetgeen eiser heeft aangevoerd geen aanleiding voor een ander oordeel. De minister heeft in dit kader terecht overwogen dat eiser heeft verklaard dat hij eerder in Frankrijk gebruik heeft kunnen maken van de opvangvoorzieningen en dat hij eveneens een dag een medische behandeling heeft gehad. Dat eiser niet langer recht had op bepaalde voorzieningen omdat zijn asielaanvraag werd afgewezen, maakt niet dat Frankrijk zich tegenover eiser niet aan zijn internationale verplichtingen heeft gehouden. Bovendien heeft Frankrijk met het claimakkoord gegarandeerd dat de asielaanvraag van eiser opnieuw zal worden behandeld en dat zij zich zullen houden aan de internationale verplichtingen. Indien eiser problemen ondervindt met betrekking tot de opvang, dan wel zou worden gediscrimineerd, kan hij hierover klagen bij de Franse autoriteiten. Niet is gebleken dat eiser dit heeft gedaan dan wel dat de Franse autoriteiten eiser niet willen of kunnen helpen. Indirect refoulement

8. Eiser stelt dat het risico bestaat dat hij zal worden uitgezet naar Nigeria, waardoor hij wordt onderworpen aan een risico op indirect refoulement. Het ligt daarom op de weg van de minister om te onderzoeken of de overdracht van eiser aan Frankrijk niet strijdig is met de artikelen 3 van het EVRM en artikel 4 van het Handvest.

9. Uit uitspraken van het Hof van Justitie en de Afdeling volgt dat de rechtbank niet mag onderzoeken of er in de verantwoordelijke lidstaat een risico op schending van het beginsel van non-refoulement bestaat, wanneer er geen sprake is van systeemfouten in de asielprocedure. Zoals onder 7 is overwogen is hiervan geen sprake, waardoor de rechtbank niet mag onderzoeken of overdracht aan Frankrijk een (indirect) risico op schending van het beginsel van non-refoulement inhoudt. Eiser kan de vrees voor dit risico in Frankrijk aankaarten, te meer nu Frankrijk door het claimakkoord gegarandeerd heeft dat de asielaanvraag van eiser daar in behandeling wordt genomen. Artikel 17 van de Dublinverordening

10. Eiser stelt dat de minister zijn asielaanvraag op grond van artikel 17 van de Dublinverordening aan zich moet trekken, omdat overdracht aan Frankrijk van onevenredige hardheid getuigt. Overdracht aan Frankrijk zal de (mentale) gezondheid van eiser aanzienlijk verslechteren en zorgen voor aanzienlijke onomkeerbare gevolgen.

10. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden. De rechtbank stelt voorop dat eiser zijn gezondheidsproblemen niet met documenten heeft onderbouwd. Verder heeft de minister mogen betrekken dat op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ervan uitgegaan mag worden dat eiser in Frankrijk toegang heeft tot adequate opvang en medische zorg. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat dit voor hem niet geldt.

Conclusie en gevolgen

12. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, rechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Mulder, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R. Tesfai

Griffier

  • mr. K.E. Mulder

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand