RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser 1] , eiser 1,
de minister van Asiel en Migratie,
Samenvatting
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.58854 en NL25.58851
V-nummer: [v-nummer 1] ,
[eiser 2] , eiser 2,
V-nummer: [v-nummer 2]
beiden van Iraakse nationaliteit,
(gemachtigde: mr. F. van Dijk),
en
(gemachtigde: mr. I. van Es).
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eisers als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000. Eisers zijn het hier niet mee eens. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvragen.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvragen geen stand houdt. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eisers hebben beiden op 12 april 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met de bestreden besluiten van 4 november 2025 deze aanvragen in de verlengde asielprocedure afgewezen als ongegrond. Daarbij is aan eisers een terugkeerbesluit opgelegd en hen medegedeeld dat zij binnen vier weken moeten terugkeren naar Irak.
Eisers hebben afzonderlijk beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten.
De rechtbank heeft de beroepen gevoegd op 27 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, hun gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting in beide zaken gesloten en doet in deze uitspraak in beide zaken uitspraak.
Beoordeling door de rechtbank
Het asielrelaas
3. Eiser 1 is de oom van eiser 2. Eisers behoren tot de jezidi gemeenschap.
Eiser 1 is geboren in het dorp Rabia, maar opgegroeid in het dorp Siba Sheikh Kidir, gelegen in de regio Sinjar. Eiser 1 heeft daar met zijn familie gewoond tot 2014.
Eiser 2 is geboren in het dorp Siba Sheikh Kidir. Tot 2014 heeft eiser 2 daar met zijn familie gewoond. Toen het dorp werd aangevallen door IS zijn eisers met hun familie naar het vluchtelingenkamp Berseve gevlucht, in de buurt van de stad Zakho, regio Duhok en gelegen in de Koerdisch Autonome Regio (KAR).
Eisers zijn gevlucht uit Irak vanwege de door IS gepleegde genocide, de slechte omstandigheden waaronder zij leefden in het vluchtelingenkamp, het gebrek aan toekomstperspectief en de ongelijke behandeling die eisers hebben ervaren vanwege hun jezidi achtergrond. Tevens vreest eiser 1 dat hij mee zal moeten vechten met een van de strijdende partijen in Irak. Eisers zijn samen via Griekenland naar Nederland gevlucht.
De besluitvorming
4. Het asielrelaas van eisers bevat volgens de minister de volgende asielmotieven;
- Eisers identiteit, nationaliteit en herkomst;
- Eisers problemen vanwege het behoren tot de jezidi gemeenschap.
De minister acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eisers geloofwaardig. De minister gaat ervan uit dat eisers de Iraakse nationaliteit hebben en behoren tot de jezidi
gemeenschap. Tevens vindt de minister de problemen die eisers hebben ondervonden vanwege het behoren tot de jezidi gemeenschap geloofwaardig. Dit maakt volgens de minister niet dat eisers te vrezen hebben voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Uit het Algemeen Ambtsbericht van november 2023 blijkt dat jezidi niet meer, omwille van hun geloof, het risico lopen om in algemene zin slachtoffer te worden van geweld of ernstige schade. Er is geen sprake meer van een risicoprofiel. De Iraakse grondwet garandeert vrijheid van godsdienst voor elke Iraakse burger en vanuit de autoriteiten worden er inspanningen gedaan om de jezidi’s te laten terugkeren naar hun oorspronkelijke leefgebied. Daarnaast bestaan er initiatieven bij de overheid om IS-slachtoffers te compenseren door het verstrekken van financiële steun. Hoewel bekend is dat discriminatie van jezidi’s plaatsvindt in Irak, is die niet van dien aard dat eisers niet hebben kunnen functioneren op sociaal of maatschappelijk gebied. In het huidige landgebondenbeleid voor Irak worden de jezidi’s dan ook niet meer aangemerkt als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging. De minister heeft het tentenkamp in de KAR aangemerkt als normale woon- of verblijfplaats. Volgens de minister kunnen eisers terugkeren naar dit tentenkamp en lopen zij daar geen reëel risico op ernstige schade. Daarnaast hebben eisers niet aannemelijk gemaakt dat zij op basis van persoonlijke omstandigheden bij terugkeer te vrezen hebben vanwege het feit dat zij jezidi zijn. Eisers hebben niet aannemelijk gemaakt dat zij bij terugkeer een reëel risico lopen op ernstige schade. Het feit dat eisers eerder in Griekenland een beschermingsstatus hebben gekregen, betekent volgens de minister niet zonder meer dat hij gehouden is deze beoordeling over te nemen of zonder nadere inhoudelijke toetsing aan te nemen dat eisers nog steeds bescherming behoeven. Nederland kan en mag een eigen inhoudelijke beoordeling verrichten van de asielaanvraag naar de actuele individuele beschermingsbehoefte van de aanvrager. De minister vindt dat dit in het geval van eisers voldoende zorgvuldig en gemotiveerd is gedaan.
Daarnaast heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat er voor eiser 2 adequate opvang is in Irak. De ouders van eiser 2 verblijven in het tentenkamp in Zakho en er is contact met hen. Er is niet gebleken dat zij niet voor eiser 2 kunnen zorgen. De minister heeft gesteld dat volgens zijn beleid ook geldt dat er in Irak van overheidswege adequate opvang aanwezig is voor alleenstaande minderjarigen. De minister heeft daarom aan eiser 2 geen verblijfvergunning regulier verleend op grond van het buitenschuldbeleid.
Eisers kunnen zich hier niet mee verenigen. De rechtbank gaat hierna in op hun beroepsgronden.
Mocht de minister het ontheemdenkamp aanmerken als normale woon- of verblijfplaats voor eisers?
5. Eisers voeren aan dat de veiligheids- en humanitaire situatie voor jezidi in Sinjar zeer zorgwekkend is. Eisers moeten terugkeren naar het vluchtelingenkamp (Berseve) in de KAR waar zij tot voor hun vertrek verbleven. De minister heeft dit kamp ten onrechte aangemerkt als de normale woon- en verblijfplaats van eisers. Eisers stellen dat de leefomstandigheden in het vluchtelingenkamp leiden tot een situatie die strijdig is met artikel 3 van het EVRM. Volgens eisers tonen recente en gezaghebbende bronnen aan dat jezidi’s nog steeds worden blootgesteld aan daden die kunnen neerkomen op vervolging, ook in de KAR. De beleidswijziging zoals neergelegd in WBV 2024/12 waarin is besloten dat de tentenkampen in de KAR als normale woon- en verblijfplaats kunnen worden beschouwd, doet onvoldoende recht aan de feitelijke situatie in Irak.
De beroepsgrond slaagt. De rechtbank is van oordeel dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat het ontheemdenkamp in de KAR kan worden beschouwd als normale woon- en verblijfplaats voor jezidi’s uit de Sinjar regio. De rechtbank verwijst ter onderbouwing van haar oordeel naar haar uitspraken van onder meer 27 februari 2025 8 juli 2025, 18 augustus 2025 en 24 november 2025 en maakt de rechtsoverwegingen 11.2 tot en met 11.7 in de uitspraak van 24 november 2025 in deze uitspraak tot de hare.
Conclusie en gevolgen
6. Omdat de minister onvoldoende de situatie voor jezidi’s in de KAR onvoldoende heeft beoordeeld en onvoldoende heeft gemotiveerd dat van eisers verlangd kan worden om hiernaar terug te keren, zijn de beroepen gegrond. Dat betekent dat eisers gelijk krijgen. De minister heeft de asielaanvragen derhalve reeds hierom ten onrechte afgewezen. Al om deze reden heeft de minister aan eisers ook ten onrechte terugkeerbesluiten opgelegd.
7. De rechtbank vernietigt de bestreden besluiten wegens strijd met artikel 3:46 van de Awb. De rechtbank zal de minister opdragen om binnen zes weken opnieuw op de asielaanvragen van eisers te beslissen. Hierbij dient de minister rekening te houden met wat in deze uitspraak is overwogen. Daarbij overweegt de rechtbank dat eisers beroepsgronden over de beoordeling van de zwaarwegendheid van de discriminatie, de situatie in Sinjar en het bestaan van adequate opvang, niet in deze uitspraak zijn beoordeeld.
8. De rechtbank veroordeelt de minister in de door eisers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatige verleende rechtsbijstand in samenhangende zaken vast op
€ 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 934,-, en een wegingsfactor 1).
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de besluiten van 4 november 2025;
- draagt de minister op binnen zes weken na de dag van bekendmaking van deze
uitspraak een nieuw besluit te nemen op de asielaanvragen van eisers, waarbij rekening
wordt gehouden met deze uitspraak;
- veroordeelt de minister in de proceskosten tot een bedrag van € 1.868,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Derks, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.