ECLI:NL:RBDHA:2026:15463

ECLI:NL:RBDHA:2026:15463

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 22-05-2026
Datum publicatie 08-06-2026
Zaaknummer AWB 26/8304
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Vovo, COa, overplaatsing opvanglocatie, toegewezen.

Uitspraak

[verzoeker], v-nummer: [nummer], verzoeker

(gemachtigde: mr. K. Gangaram Panday),

en

het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, het COa

(gemachtigde: dhr. R. van Duffelen).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening dat verzoeker heeft ingediend vanwege de voorgenomen overplaatsing van de opvanglocatie van het COa in Rotterdam naar de opvanglocatie in Wolvega.

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen deze overplaatsing en de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen.

Het COa heeft een verweerschrift ingediend.

De voorzieningenrechter nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat onverwijlde spoed dat vereist en partijen daardoor niet in hun belangen worden geschaad.

De voorzieningenrechter heeft vervolgens op 22 mei 2026 het onderzoek gesloten. Op diezelfde dag heeft de griffier omstreeks 20:45 uur het dictum doorgebeld naar partijen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, kan op verzoek een voorlopige voorziening treffen als tegen een besluit bezwaar is ingesteld en onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

De feiten

3. Verzoeker is statushouder. Bij Whatsapp-bericht van 18 mei 2026 heeft het COa verzoeker meegedeeld dat hij zal worden overgeplaatst van de opvanglocatie van het COa in Rotterdam naar een opvanglocatie in Wolvega. Hij diende zich daar op 19 mei 2026 te melden. Verzoeker heeft zich alleen niet gemeld en verblijft nog in de opvanglocatie in Rotterdam.

De gemachtigde van het COa heeft de voorzieningenrechter vervolgens geïnformeerd dat verzoeker door het COa is uitgenodigd voor een gesprek op 23 mei 2026. Hij krijgt daarbij een dagkaart om zelfstandig naar de opvanglocatie in Wolvega te reizen. Als hij niet zelfstandig vertrekt zal aan hem een locatieverbod worden opgelegd. Vervolgens zal verzoeker door de politie van de COa locatie in Rotterdam worden verwijderd.

Het verzoek

4. Verzoeker verzoekt de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening te treffen, die ertoe strekt het COa te verbieden hem over te plaatsen totdat op het bezwaarschrift is beslist en te bepalen dat hij tot die tijd gebruik kan blijven maken van de opvangvoorzieningen van de COa-opvanglocatie in Rotterdam.

Is er sprake van een spoedeisend belang?

5. Uit de stukken blijkt dat verzoeker op 18 mei 2026 is medegedeeld dat hij zal worden overgeplaatst naar de opvanglocatie in Wolvega. Hij moest zich daar op 19 mei 2026 melden. Dit heeft verzoeker niet gedaan. Verder is verzoeker uitgenodigd voor een gesprek op 23 mei 2026 waarbij hem een locatieverbod zal worden opgelegd indien hij niet zelfstandig vertrekt. Verzoeker heeft daarom spoedeisend belang bij de verzochte voorziening.

Is er sprake van een besluit?

6. Het COa stelt zich primair op het standpunt dat geen sprake is van een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Aan de overplaatsing van de ene naar de andere opvanglocatie zijn geen rechtsgevolgen verbonden. Verzoeker ontvangt in Wolvega namelijk dezelfde voorzieningen als in Rotterdam. Verzoeker kan zich hier niet mee verenigen en betoogt dat een overplaatsing wel een besluit is gericht op rechtsgevolg omdat dit onder meer een wijziging van de feitelijke verblijfplaats oplevert.

De voorzieningenrechter overweegt hiertoe als volgt. Ingevolge artikel 5, tweede lid, van de Wet Centraal Orgaan Opvang asielzoekers (Wet COa) worden, in afwijking van artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000), handelingen van het COa ten aanzien van een vreemdeling als zodanig die worden verricht in het kader van de beëindiging van verstrekkingen, met een besluit gelijkgesteld. De voorzieningenrechter is het met het COa eens dat van beëindiging van de opvangvoorziening geen sprake is. De vraag die vervolgens beantwoord dient te worden is of de overplaatsing een handeling is die op grond van artikel 72, derde lid, van de Vw 2000 gelijk kan worden gesteld met een besluit dat voor bezwaar vatbaar is. Hiervoor is vereist dat er voor de vreemdeling geen andere adequate rechtsgang openstaat. De beantwoording van deze vraag vergt in bezwaar nader onderzoek. De voorzieningenrechter ziet in de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 15 mei 2024 aanleiding om voor de afdoening van het verzoek van de voorlopige voorziening ervan uit te gaan dat de overplaatsing een handeling is die moet worden gelijkgesteld met een besluit in de zin van artikel 72, derde lid, van de Vw 2000. Daartegen moet de vreemdeling bezwaar maken. Dit heeft verzoeker op 19 mei 2026 gedaan. Dit betekent dat het verzoek ontvankelijk is.

Mocht het COa het besluit tot overplaatsing nemen?

7. De voorzieningenrechter stelt vast dat het COa op grond van artikel 3a, eerste lid, van de Wet COa bevoegd is verzoeker naar een andere voorziening over te plaatsen. Dat is tussen partijen ook niet in geschil. Tussen partijen is wel in geschil of het COa op een zorgvuldige wijze tot dit besluit is gekomen.

Volgens verzoeker is geen sprake van een zorgvuldig besluit. Het COa heeft geen schriftelijk besluit genomen, zodat een draagkrachtige en individuele motivering ontbreekt. Bovendien heeft het COa ten onrechte nagelaten een individuele belangenafweging te verrichten en de persoonlijke omstandigheden van verzoeker zorgvuldig te onderzoeken. Verzoeker verblijft inmiddels zes maanden in Rotterdam en hij werkt in de omgeving van Rotterdam. De overplaatsing betekent dat hij zijn werkzaamheden zal moeten stopzetten en moet terugvallen op overheidsvoorzieningen. Verder verliest hij bij overplaatsing het sociale netwerk dat hij de afgelopen zes maanden heeft opgebouwd. Het COa verwijst enkel naar beleid omtrent contra-indicaties maar gaat daarbij niet in op de persoonlijke omstandigheden van verzoeker. Ook is het besluit onevenredig. Verzoeker heeft aantoonbare binding met Rotterdam en er is geen sprake van overlast of misbruik. Tot slot wijst de gemachtigde van verzoeker erop dat aan hem tot op heden, ondanks meerdere verzoeken, nog geen kopie van het dossier is verstrekt. Dit is in strijd met het recht op effectieve rechtsbescherming.

Het COa heeft toegelicht dat de reden van overplaatsing naar Wolvega is gelegen in de koppeling voor huisvesting in de gemeente Stadskanaal. Verzoeker is sinds 4 juni 2024 gekoppeld aan deze gemeente. Verzoeker wist of kon althans weten dat hij niet in Rotterdam kon blijven. Gelet op de enorme capaciteitsopgave waarvoor het COa staat kan een overplaatsing zich snel voordoen. Op die wijze kan het COa ruimte maken voor een vergunninghouder die wel aan Rotterdam of de directe omgeving is gekoppeld. Dit is ook de afspraak met de gemeente Rotterdam en gemeenten in de regio Rijnmond. De vergunninghouder die in de nabijheid van de gekoppelde gemeente is gehuisvest kan daar starten met zijn of haar inburgering en integratie. Dit geldt ook voor verzoeker. Verder zijn sociale contacten geen criterium bij het plaatsen van vergunninghouders op een opvanglocatie. Ook volgt het COa niet het standpunt dat sprake is van sociaaleconomische binding met de regio Rotterdam. Verzoeker heeft tegenover het COa geuit dat hij werkt in een meubelzaak in Utrecht, zo’n 50 tot 60 kilometer van Rotterdam. Bovendien dateert de laatste salarisstrook die verzoeker heeft overgelegd van 31 maart 2026.

De voorzieningenrechter stelt de volgende feiten vast. Verzoeker is op 18 mei 2026 via een kort Whatsapp-bericht om 16.28 uur medegedeeld dat hij de volgende dag (19 mei 2026) om 10.00 uur zijn kamer opgeruimd diende te hebben en dat hij naar Wolvega diende te vertrekken. De volgende dag heeft verzoeker schriftelijk bezwaar gemaakt en het COa verzocht om toezending van alle relevante stukken. De verzoeker heeft in zijn schriftelijke reacties laten weten deze tot op heden niet te hebben ontvangen. Dit is door het COa ook niet weersproken. Het COa heeft verder toegelicht dat er na de Whatsappberichten nog een telefoongesprek heeft plaatsgevonden waarbij verzoeker een tolk heeft ingeschakeld. In dat telefoongesprek is hem verteld dat hij naar Wolvega moet vertrekken en waarom. Een schriftelijke motivering is uitgebleven. Wel is de gemachtigde van verzoeker naar aanleiding van het bezwaar per e-mail geïnformeerd over het feit dat overplaatsing achterwege kan blijven als sprake is van contra-indicaties. Daarvan is volgens het COa geen sprake.

De voorzieningenrechter is het met verzoeker eens dat in zijn specifieke geval en individuele omstandigheden geen sprake is geweest van een zorgvuldige handelswijze. Verzoeker is de dag voor de geplande overplaatsing enkel via Whatsapp medegedeeld dat hij zal worden overgeplaatst. Dit terwijl verzoeker de Nederlandse taal niet goed machtig is zodat enkel telefonische communicatie zonder tussenkomst van een tolk niet wenselijk is. Daarbij valt op dat in de Whatsapp-berichten die aan verzoeker zijn gestuurd geen uitleg wordt gegeven over de reden van overplaatsing, maar het enkel blijft bij een mededeling. Weliswaar heeft er daarna een kort telefoongesprek plaatsgevonden met behulp van een door verzoeker ingeschakelde tolk, maar ook toen is een schriftelijke motivering achterwege gebleven. Deze is ook niet gekomen toen verzoeker daar op 19 mei 2026 bij het indienen van het bezwaarschrift om heeft gevraagd. Verder heeft verzoeker onbetwist gesteld dat het dossier tot op heden niet is overgelegd. Pas in de huidige (spoed) verzoekschriftprocedure is schriftelijk uitleg gegeven over de reden van overplaatsing. Dat verzoeker in 2024 is gekoppeld aan de gemeente Stadskanaal, maakt dit niet anders. Dat hij volgens het COa kon weten dat hij niet in Rotterdam kon blijven, betekent immers niet dat een overplaatsing geen uitleg behoeft. Bovendien ligt Wolvega niet in de gemeente Stadskanaal, zodat de overplaatsing zonder nadere uitleg geen logisch gevolg is van de koppeling met de gemeente Stadskanaal.

Ook de termijn die verzoeker wordt gegeven, minder dan 24 uur, acht de voorzieningenrechter niet redelijk. Alhoewel de voorzieningenrechter begrip heeft voor de enorme capaciteitsopgave waar het COa zich voor gesteld ziet, rechtvaardigt een dergelijk korte termijn niet. Verder stelt de verzoeker onbetwist dat geen sprake is geweest van overlast of misbruik. Door deze handelswijze is verzoeker bovendien niet in de gelegenheid gesteld om individuele omstandigheden naar voren te brengen op grond waarvan overplaatsing mogelijk achterwege dient te blijven. De voorzieningenrechter is het met het COa eens is dat het enkel hebben van sociale contacten redelijkerwijs geen reden is om een overplaatsing achterwege te laten, maar uit de reactie van het COa begrijpt de voorzieningenrechter dat sociaaleconomische redenen dat mogelijk wel zijn. Verder maakt het COa in haar e-mail van 19 mei 2026 melding van beleid omtrent het bestaan van contra-indicaties. Verzoeker is niet in de gelegenheid gesteld deze te onderbouwen. Dit terwijl verzoeker heeft aangegeven dat hij werkt in de omgeving van Rotterdam en daarom sprake is van economische binding. Bovendien geeft hij zelf in de Whatsapp conversatie met het COa aan, aan het werk te zijn. Dat de laatste loonstrook dateert van 31 maart 2026 is onvoldoende om zonder meer aan te nemen dat de economische binding er niet is.

Dit betekent dat de met een besluit gelijkgestelde overplaatsing in strijd is met artikel 3:2 en 3:46 van de Awb en het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft.

Conclusie en gevolgen

8. De voorzieningenrechter ziet in het voorgaande reden om het verzoek om een voorlopige voorziening toe te wijzen. Dit betekent dat verzoeker, niet mag worden overgeplaatst naar de opvanglocatie in Wolvega totdat op het bezwaar is beslist en verzoeker de toegang tot de opvanglocatie in Rotterdam tot die tijd niet mag worden ontzegd. De voorzieningenrechter merkt daarbij op dat het toewijzen van een verzoek om een voorlopige voorziening niet verstrekkend is. Immers, het houdt enkel in dat de huidige situatie, de opvang op de COa locatie in Rotterdam moet worden voortgezet, zolang er niet op het bezwaar is beslist. Het afwijzen van de voorlopige voorziening heeft daarentegen wel een verstrekkend karakter. Dit betekent immers dat verzoeker zijn opvangplek in Rotterdam verliest, zonder dat hij de mogelijkheid heeft gehad om zijn individuele omstandigheden naar voren te brengen. Verzoeker dient hiervoor alsnog de gelegenheid te krijgen in bezwaar.

De voorzieningenrechter veroordeelt het COa met toepassing van artikel 8:75, eerste lid, in samenhang met artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb in de kosten die verzoeker heeft gemaakt. De kosten zijn op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht € 934,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;

- bepaalt dat het COa de overplaatsing naar Wolvega dient op te schorten en de opvangvoorzieningen in Rotterdam aan verzoeker dient te continueren tot twee weken nadat op het bezwaar is beslist.

- veroordeelt het COa in de proceskosten ter hoogte van € 934, te voldoen aan verzoeker.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.S. Gaastra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van F. Metz, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 22 mei 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand