ECLI:NL:RBDHA:2026:15465

ECLI:NL:RBDHA:2026:15465

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 08-06-2026
Datum publicatie 08-06-2026
Zaaknummer NL26.13143
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Dublin Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, arrest CK, beroep ongegrond.

Uitspraak

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. A. Khalaf),

en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: gemachtigde: mr. J.D. Albarda).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 9 maart 2026 niet in behandeling genomen omdat Spanje verantwoordelijk is voor de aanvraag.

2. De rechtbank heeft het beroep op 19 mei 2026 op zitting behandeld samen met zaak NL26.13144. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden.

4. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Totstandkoming van het besluit

5. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. In dit geval heeft Nederland bij Spanje een verzoek om overname gedaan. Spanje heeft dit verzoek aanvaard.

Dublingehoor

6. Eiser betoogt dat het aanmeldgehoor Dublin te summier is geweest en dat de minister niet voldoende heeft doorgevraagd. Eisers medische problematiek, de LHBTIQ+-aspecten en de beletselen die volgens eiser bestaan tegen een overdracht aan Spanje zijn daarom niet voldoende aan de orde gekomen. Volgens eiser blijkt uit het gehoor slechts dat de hoormedewerker een beperkt aantal algemene en gesloten vragen heeft gesteld.

7. Het betoog slaagt niet. De rechtbank ziet geen reden voor het oordeel dat het aanmeldgehoor niet voldoende zorgvuldig zou zijn verlopen omdat de hoormedewerker niet voldoende zou hebben doorgevraagd. Ter zitting heeft de minister er terecht op gewezen dat eiser in het gehoor nog heeft aangegeven dat het goed gaat met zijn gezondheid en dat er geen indicatie uit het gehoor voortvloeit waaruit blijkt dat het met eiser niet goed zou gaan op medisch gebied. Er is bovendien nadrukkelijk gevraagd of er bezwaar is tegen overdracht. Op het antwoord dat daarop volgde heeft de hoormedewerker bovendien doorgevraagd. Eiser verklaart daarop niets meer dan dat Spanje voor hem slechts een middel was om naar Nederland te komen. Op de vraag van de hoormedewerker of eiser problemen heeft ondervonden in Spanje antwoordt hij slechts dat hij daar alleen voor doorreis was. Wanneer gevraagd wordt of dit alles is, is het antwoord ja. Dat eiser niet meer heeft verklaard komt daarom voor zijn rekening en risico. Dat het gehoor summier is, is op zichzelf onvoldoende voor het oordeel dat het onzorgvuldig is verlopen.

Interstatelijk vertrouwensbeginsel

8. Eiser betoogt dat de minister ten aanzien van Spanje niet langer mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eiser is biseksueel, overdracht Spanje is volgens eiser daarom niet mogelijk. Eiser wijst in dit kader op het AIDA ‘Country Report: Spain 2025 update’ van mei 2026 (AIDA-rapport). In het AIDA-rapport wordt gesproken van ‘social discrimination’ die er volgens eiser toe kan leiden dat eiser als LHBTIQ+-asielzoeker kan komen te zitten zonder adequate opvangvoorzieningen, dat hij geen toegang krijgt tot stabiele huisvesting of werk, en zich genoodzaakt ziet zijn seksuele gerichtheid te verbergen om problemen te voorkomen. Volgens eiser is over deze risico’s geen kenbare afweging gemaakt en is het risico voor eiser onvoldoende individueel beoordeeld. Daarom kan de minister volgens eiser niet zonder nadere motivering uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Spanje.

9. Bij de beoordeling van de vraag welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een door een vreemdeling in een van de lidstaten ingediend asielverzoek, mag de minister uitgaan van het vermoeden dat de behandeling van de vreemdeling in de aangezochte lidstaat in overeenstemming is met de bepalingen van het EU Handvest, het Vluchtelingenverdrag en het EVRM. Dit is het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Uit artikel 3, tweede lid, van de Dublinverordening en de rechtspraak van het Hof van Justitie volgt echter dat de minister een vreemdeling niet mag overdragen aan de verantwoordelijke lidstaat als hij niet onkundig kan zijn van structurele tekortkomingen in de asielprocedure en de opvangvoorzieningen in dat land waardoor eiser een reëel risico zal lopen op onmenselijke of vernederende behandelingen in de zin van artikel 4 van het EU Handvest. De minister moet bij zijn beoordeling alle informatie betrekken die eiser heeft ingebracht, en ook uit eigen beweging rekening houden met relevante en objectieve informatie waarvan hij kennis heeft. Als blijkt van tekortkomingen die structureel of fundamenteel zijn, moeten die tekortkomingen een bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken om tot een schending van artikel 4 van het EU Handvest te leiden. Niet iedere schending van een grondrecht door de verantwoordelijke lidstaat heeft onder de Dublinverordening gevolgen voor de verplichtingen van de overige lidstaten.

10. Het betoog slaagt niet. De rechtbank constateert dat eiser pas in beroep voor het eerst met een uitdrukkelijk betoog over het interstatelijk vertrouwensbeginsel heeft verwezen naar het AIDA-rapport, zodat het de minister niet kan worden verweten dat hij in het bestreden besluit geen expliciete beoordeling over het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van LHBTIQ+ Dublinclaimanten en het AIDA-rapport heeft opgenomen. Ter zitting heeft de minister zich echter terecht op het standpunt gesteld dat de verwijzing van eiser naar het AIDA-rapport, in combinatie met zijn gestelde seksuele gerichtheid op zichzelf onvoldoende zijn voor het oordeel dat ten aanzien van Spanje niet langer kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Uit deze verwijzing blijkt namelijk niet dat eiser bij terugkeer naar Spanje als Dublinclaimant een reëel risico zal lopen op schending van artikel 3 van het EVRM. De enkele zin in het AIDA-rapport dat LHBTIQ+-personen nog steeds te maken hebben met ‘social discrimination’ is daarvoor onvoldoende. ‘Social discrimination’ is op zichzelf niet voldoende om, ook in het individuele geval van eiser, een dergelijke schending aan te nemen. Bovendien is een enkele schending gezien het hiervoor beschreven kader overigens ook niet voldoende om te spreken van structurele tekortkomingen in de asielprocedure en de opvangvoorzieningen van Spanje. Ook blijkt uit het AIDA-rapport niet dat eiser, mocht een dergelijke schending zich voordoen, niet of uiterst moeilijk zal kunnen klagen bij de Spaanse autoriteiten. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat deze Spaanse autoriteiten met het accepteren van eisers claimverzoek hebben toegezegd hem te zullen behandelen in overeenstemming met de op Spanje rustende internationale verplichtingen. Tot slot wijst de rechtbank op de meest recente rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) waarin is geoordeeld dat ten aanzien van Spanje nog kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.

Medische omstandigheden

Eisers betoog

11. Eiser betoogt dat de minister heeft miskend dat eiser dat eiser niet mag worden overgedragen aan Spanje omdat dit mogelijk zal leiden tot een aanzienlijke en onomkeerbare verslechtering van zijn gezondheidstoestand. Eiser doet een beroep op het arrest van het Hof van Justitie, CK. Eiser betoogt dat de minister zijn geestelijke kwetsbaarheid heeft erkend en hij wijst daarbij op zijn medisch dossier. De minister heeft volgens eiser onvoldoende gemotiveerd waarom het doorbreken van eisers behandeling niet zal leiden tot onomkeerbare gevolgen bij de overdracht. Eiser wijst op een uitspraak van de Afdeling van 3 november 2017. De minister had volgens eiser aan het Bureau Medische Advisering (BMA) een advies moeten vragen. Eiser wijst ook op Werkinstructie 2021/3.

Juridisch kader

12. Uit het arrest C.K. volgt dat sprake kan zijn van een behandeling in strijd met artikel 4 van het EU Handvest wanneer de overdracht van een vreemdeling met een ernstige mentale of lichamelijke aandoening leidt tot een reëel en bewezen risico op een aanzienlijke en onomkeerbare achteruitgang van diens gezondheidstoestand. Zelfs indien niet ernstig gevreesd moet worden voor systeemfouten in de verantwoordelijke lidstaat. Het is aan de nationale autoriteiten van de overdragende lidstaat om bij het nemen van een overdrachtsbesluit rekening te houden met alle aanzienlijke en onomkeerbare gevolgen voor de gezondheidstoestand van eiser die ten gevolge van de overdracht kunnen ontstaan. Uit jurisprudentie van de Afdeling volgt dat als een vreemdeling objectieve gegevens overlegt die de bijzondere ernst van zijn gezondheidssituatie en ook de aanzienlijke en onomkeerbare gevolgen daarvoor van een overdracht aantonen, de minister bij het nemen van het overdrachtsbesluit moet beoordelen wat het risico is dat die gevolgen zich voordoen.

Standpunt minister en oordeel van de rechtbank

13. Het betoog slaagt niet. De minister stelt zich terecht op het standpunt dat eiser met het overleggen van zijn medisch dossier niet aannemelijk heeft gemaakt dat bij overdracht een onomkeerbare verslechtering van zijn medische situatie zal ontstaan en dat daarom geen onderzoek is opgestart door het BMA. Uit het medisch dossier volgt weliswaar dat eiser kampt met niet nader gespecificeerde stressklachten en dat hij daarvoor een afspraak bij de praktijkondersteuner van de huisarts heeft, maar daaruit volgt geen aanknopingspunt dat een overdracht zou kunnen zorgen voor een aanzienlijke dan wel onomkeerbare achteruitgang van zijn gezondheidstoestand. De minister heeft in het betoog van eiser en in het medisch dossier daarom, ook volgens Werkinstructie 2021/3, geen aanleiding hoeven zien om een onderzoek te laten doen door het BMA. Daarbij komt dat eiser niet heeft betoogd, noch aannemelijk gemaakt dat hij voor die klachten na overdracht geen adequate hulp zou kunnen krijgen in Spanje.

Conclusie en gevolgen

14. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het niet in behandeling nemen van eisers aanvraag in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Emaus, rechter, in aanwezigheid van mr. R.C. Lubbers, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand