ECLI:NL:RBDHA:2026:15474

ECLI:NL:RBDHA:2026:15474

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 04-06-2026
Datum publicatie 08-06-2026
Zaaknummer SGR 26/2448
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Vovo afgewezen ivm ontbreken spoedeisend belang. Verzoeker heeft een baan gevonden.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 juni 2026 in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 26/2448

(gemachtigde: mr. S. Atceken-Ata),

en

het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn, het college

(gemachtigde: [gemachtigde]).

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de afwijzing van de aanvraag van verzoeker om een IOAZ-uitkering. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan.

De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af vanwege het ontbreken van spoedeisend belang. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Procesverloop

2. Verzoeker heeft op 27 november 2025 een aanvraag ingediend voor een IOAZ-uitkering. Bij besluit van 8 januari 2026 heeft het college de aanvraag buiten behandeling gesteld. Bij besluit van 12 februari 2026 heeft het college de buitenbehandelingstelling ingetrokken en de aanvraag verder in behandeling genomen omdat verzoeker alsnog informatie heeft overgelegd. Bij het bestreden besluit van 3 maart 2026 heeft het college de aanvraag afgewezen vanwege onduidelijkheid omtrent de woon- en verblijfplaats van verzoeker. Verzoeker heeft hiertegen op 18 maart 2026 bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 21 mei 2026 op zitting behandeld. Partijen hebben zich afgemeld voor de zitting.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. De aard van een verzoek om een voorlopige voorziening veronderstelt een actueel spoedeisend belang; in dit geval moet bijvoorbeeld blijken dat niet kan worden gewacht op een beslissing op het bezwaarschrift. Pas als sprake is van spoedeisend belang komt de voorzieningenrechter toe aan een voorlopig oordeel over de rechtmatigheid van het bestreden besluit. Daarom zal de voorzieningenrechter eerst beoordelen of verzoeker een spoedeisend belang heeft bij het ingediende verzoek om een voorlopige voorziening.

4. Verzoeker heeft per e-mailbericht van 20 mei 2026 aan de voorzieningenrechter meegedeeld dat hij per 3 maart 2026 een baan heeft en dat het verzoek enkel betrekking heeft op de periode tot 3 maart 2026. Gelet daarop is enkel sprake van een financieel belang bij de gevraagde voorlopige voorziening.

5. Het is vaste rechtspraak dat een financieel belang in de regel geen aanleiding geeft tot het treffen van een voorlopige voorziening. Verzoeker heeft ter onderbouwing van het spoedeisend belang aanmaningen en betaalverzoeken overgelegd. Deze hebben betrekking op de zorgpremie in 2025, een boete van de RDW vanwege een niet verzekerd voertuig op verzoekers naam per 26 september 2025, motorrijtuigenbelasting 2025 en omzetbelasting tweede kwartaal 2025 van de Belastingdienst. Verzoeker heeft daarmee niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een acute financiële noodsituatie of dat sprake is van een onomkeerbare situatie op grond waarvan een uitzondering op deze hoofdregel zou moeten worden gemaakt.

6. Nu er geen sprake is van een spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening, kan de door verzoeker gevraagde voorziening alleen nog worden getroffen als het bestreden besluit evident onrechtmatig is. Met evident onrechtmatig wordt bedoeld dat zonder diepgaand onderzoek naar de relevante feiten en/of het recht zeer ernstig moet worden betwijfeld of het door het college ingenomen standpunt juist is en of het bestreden besluit in de bezwaarprocedure in stand blijft. Daarvan is de voorzieningenrechter in dit geval niet gebleken.

Conclusie en gevolgen

7. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. De voorzieningenrechter komt daardoor niet toe aan een voorlopig oordeel over de rechtmatigheid van het bestreden besluit. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.C. Bannink, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.J. Verspuij-Fung, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 4 juni 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. H.J. Verspuij-Fung

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand