ECLI:NL:RBDHA:2026:15476

ECLI:NL:RBDHA:2026:15476

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 14-05-2026
Datum publicatie 09-06-2026
Zaaknummer NL26.25031
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Bewaring, beroep, zicht op uitzetting, voortvarend handelen, ambtshalve toetsing, ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] , eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.25031

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. P.J. van den Hoogen),

en

Procesverloop

Verweerder heeft op 25 december 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.

Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten op 11 mei 2026.

Overwegingen

Inleiding

1. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

2. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al meermalen eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 6 maart 2026 (in de zaak NL26.10694) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek (op 5 maart 2026) dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek op 5 maart 2026. De in deze uitspraak te toetsen periode loopt dus van 5 maart 2026 tot 11 mei 2026.

Zicht op uitzetting

3. Eiser voert aan dat het zicht op uitzetting naar Algerije binnen een redelijke termijn inmiddels ontbreekt. Daartoe stelt eiser dat hij al langer dan vier maanden in vreemdelingenbewaring zit en dat de Algerijnse autoriteiten nog helemaal niet hebben gereageerd op de aanvraag van verweerder om een laissez-passer (lp).

De rechtbank overweegt dat (sinds december 2023) in zijn algemeenheid zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Algerije bestaat. De rechtbank verwijst in dit verband naar de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 6 mei 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:1892), 15 juli 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:2842) en 27 februari 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:722).

Over het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Algerije in het concrete geval van eiser, overweegt de rechtbank als volgt. De op 5 januari 2026 voor eiser ingediende lp-aanvraag is nog in behandeling bij de Algerijnse autoriteiten. Dat er tot op heden, na ruim vier maanden, geen (positieve) reactie van de Algerijnse autoriteiten op de lp-aanvraag is ontvangen, betekent, gelet op wat er onder 3.1. is overwogen, niet dat thans in eisers geval het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn is komen te ontbreken. Met een lp-traject bij de Algerijnse autoriteiten gaat in het algemeen de nodige tijd (soms meerdere maanden) gemoeid, zeker indien een vreemdeling, zoals in het geval van eiser, geen enkel document betreffende zijn identiteit en nationaliteit overlegt en al lange tijd weg is uit zijn land van herkomst. De rechtbank wijst er in dit verband op dat op eiser de verplichting rust om volledig en actief mee te werken aan zijn uitzetting en het lp-traject. Niet is gebleken dat eiser dat voldoende doet. Zo blijkt uit het verslag van het vertrekgesprek van 24 april 2026 dat eiser tot op heden geen inspanningen heeft verricht om zijn identificerende documenten die in Algerije zijn te laten overkomen. Er zijn door eiser verder geen concrete aanknopingspunten aannemelijk gemaakt die erop wijzen dat het lp-traject, als hij wel zou meewerken, op niets zal uitlopen en dat er voor hem geen lp zal worden afgegeven. De onder 3. weergegeven beroepsgrond slaagt dan ook niet.

Voortvarend handelen

4. Eiser voert verder aan dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting. Verweerder rappelleert wel, maar heeft tot op heden geen presentatie in persoon bij de Algerijnse autoriteiten gepland.

Uit de voortgangsrapportage komt naar voren dat verweerder in de te toetsen periode op 24 maart 2026 en 24 april 2026 vertrekgesprekken met eiser heeft gevoerd en op 12 maart 2026, 2 april 2026 en 23 april 2026 schriftelijk bij de Algerijnse autoriteiten heeft gerappelleerd in verband met de lopende lp-aanvraag. Hiermee heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank in de te toetsen periode voldoende voortvarend gewerkt aan eisers uitzetting naar Algerije. Dat er (nog) geen presentatie in persoon heeft plaatsgevonden maakt dit oordeel niet anders. De Algerijnse autoriteiten verlangen niet meer voor alle lp-aanvragen een presentatie in persoon en voor de vraag of in eisers geval een presentatie in persoon nodig is, is verweerder afhankelijk van de Algerijnse autoriteiten. De onder 4. weergegeven beroepsgrond slaagt gezien het voorgaande niet.

Slotsom beroepsgronden

5. Uit het voorgaande volgt dat de beroepsgronden van eiser niet leiden tot het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring in de te toetsen periode (5 maart 2026 tot 11 mei 2026) op enig moment onrechtmatig is geweest.

Ambtshalve toetsing

6. De rechtbank overweegt tot slot dat zij, zoals blijkt uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof) van 8 november 2022 (ECLI:EU:C:2022:858), gehouden is ambtshalve de rechtmatigheidsvoorwaarden van de maatregel van bewaring te toetsen. Ook met inachtneming van deze ambtshalve toetsing ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring in de te toetsen periode op enig moment onrechtmatig was. Daarnaast heeft het Hof in het arrest Adrar van 4 september 2025 (ECLI:EU:C:2025:647), voor recht verklaard dat de bewaringsrechter zo nodig ambtshalve moet nagaan of het beginsel van non-refoulement en/of het belang van het kind en het familie- en gezinsleven, bedoeld in respectievelijk artikel 5, onder a) en b), van richtlijn 2008/115 zich verzetten tegen de verwijdering als de bewaringsmaatregel is opgelegd om de terugkeer van een illegaal verblijvende derdelander voor te bereiden en/of om de verwijderingsprocedure uit te voeren. Het is de rechtbank niet gebleken dat het familie- en gezinsleven van eiser of het beginsel van non-refoulement zich verzet tegen eisers verwijdering.

Conclusie

7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. F.A. Groeneveld, rechter, in aanwezigheid van mr. N. Felić, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. F.A. Groeneveld

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand